Beleidsregel van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 november 2020, nr. 2020-0000152843, tot vaststelling van de Beleidsregel maatregelenbeleid in verband met het verwijderen van (her-) registraties (Beleidsregel maatregelenbeleid (her)registratie arbowetgeving)

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 1.5p, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;

BESLUIT:

Artikel 1 Tijdelijke verwijdering (her-)registratie bij de eerste keer en bij recidive

  • 1. Indien de minister vaststelt dat artikel 1.5p, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing is, verwijdert hij de registratie of herregistratie van de desbetreffende persoon uit een register als bedoeld in art. 1.5j, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit voor de duur van maximaal zes maanden.

  • 2. Indien de minister binnen twaalf maanden na afloop van de periode van verwijdering, bedoeld in het eerste lid, opnieuw vaststelt dat de geregistreerde dan wel geherregistreerde met zijn werkzaamheden gevaar veroorzaakt of kan veroorzaken, verwijdert hij de registratie of herregistratie van de desbetreffende persoon uit het betreffende register voor de duur van minimaal 6 en maximaal negen maanden.

  • 3. Indien de minister binnen twaalf maanden na afloop van de periode van verwijdering, bedoeld in het tweede lid, vaststelt dat de geregistreerde dan wel geherregistreerde met zijn werkzaamheden gevaar veroorzaakt of kan veroorzaken, verwijdert hij de registratie of herregistratie van de desbetreffende persoon uit het betreffende register voor de duur van minimaal negen en maximaal twaalf maanden.

  • 4. Indien de minister binnen twaalf maanden na afloop van de periode van verwijdering, bedoeld in het derde lid, en van elke volgende periode van verwijdering vaststelt dat de geregistreerde dan wel geherregistreerde met zijn werkzaamheden gevaar veroorzaakt of kan veroorzaken, verwijdert hij de registratie of herregistratie van de desbetreffende persoon uit het betreffende register voor de duur van twaalf maanden.

Artikel 2 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Artikel 3 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel maatregelenbeleid (her)registratie arbowetgeving.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 16 november 2020

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van 't Wout

TOELICHTING

1. Algemeen

Deze beleidsregel bevat een uitwerking van artikel 1.5p, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) in relatie tot registraties en herregistraties in registers als bedoeld in artikel 1.5j, eerste lid, Arbobesluit.

Volgens het tweede lid van artikel 1.5p kunnen in persoonsregisters opgenomen gegevens van een geregistreerde of geherregistreerde voor een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden uit de registers worden verwijderd indien is vastgesteld dat de geregistreerde dan wel geherregistreerde met zijn werkzaamheden, voor zover die door de registratie dan wel herregistratie worden gereguleerd, of door de wijze waarop hij de werkzaamheden verricht, gevaar veroorzaakt of kan veroorzaken voor personen.

In artikel 1.5p Arbobesluit wordt een onderscheid gemaakt tussen het veroorzaken van gevaar die een herkansing rechtvaardigt (tijdelijke verwijdering) en ernstig gevaar die zal leiden tot het definitief verwijderen van de registratie. Het is niet mogelijk een lijst op te stellen van alle denkbare situaties waarin voor eens en altijd wordt bepaald in welke gevallen een geregistreerde ofwel gevaar heeft veroorzaakt of kan veroorzaken ofwel ernstig gevaar. Iedere concrete situatie vergt een eigen beoordeling. Deze beleidsregel ziet zoals reeds opgemerkt alleen op de tijdelijke verwijdering.

De betrokkene wordt als geregistreerde dan wel geherregistreerde geacht te beschikken over passende kennis en ervaring. Hij is zelf verantwoordelijk voor de naleving van zijn verplichtingen als geregistreerde. Hij zal worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. Hij kan zich niet verschuilen met een beroep op het doen of nalaten van anderen, zoals een opdrachtgever of werkgever.

2. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Tijdelijke verwijdering (her-)registratie bij de eerste keer en bij recidive

In artikel 1, eerste lid, van de beleidsregel wordt bepaald dat als een persoon voor de eerste keer gevaar heeft veroorzaakt zijn registratie of herregistratie wordt verwijderd voor maximaal zes maanden. Als de betreffende persoon binnen twaalf maanden na afloop van de periode van verwijdering opnieuw gevaar veroorzaakt, volgt verwijdering voor de duur van minimaal zes maanden en maximaal negen maanden (zie het tweede lid). Veroorzaakt hij binnen twaalf maanden na afloop van deze periode van verwijdering wederom gevaar dan geschiedt verwijdering voor de duur van minimaal negen maanden en maximaal twaalf maanden (zie het derde lid).

Voor elke volgende gevaarzettende handeling die plaats vindt binnen twaalf maanden na afloop van de voorafgaande periode van verwijdering tenslotte, is de verwijdering telkens twaalf maanden (zie het vierde lid).

Van recidive is geen sprake als eerst na meer dan twaalf maanden na afloop van de voorafgaande periode van verwijdering weer gevaar wordt veroorzaakt. De ge-(her)registreerde begint hier weer met een schone lei.

Het maatregelenbeleid hanteert, rekening houdend met recidive, wat betreft de looptijd van een verwijdering uit het register vier bandbreedtes. Te weten: eerste keer: maximaal 6 maanden; tweede keer: minimaal 6 en maximaal 9 maanden; derde keer: minimaal 9 en maximaal 12 maanden; vierde keer en vaker: 12 maanden.

Uitgangspunt bij het maatregelenbeleid is dat het gaat om gevaarzettende handelingen van gemiddelde zwaarte. Daarbij is dan ook maatregel van gemiddelde zwaarte op zijn plaats. Rekening houdend met recidive leidt dat als regel dan tot een verwijdering met de volgende looptijd (in voorkomend geval naar beneden afgerond op een hele maand): eerste keer: 3 maanden; tweede keer: 7 maanden; derde keer: 10 maanden; vierde keer en vaker: 12 maanden.

Dit laat onverlet dat de minister bij toepassing van artikel 1.5p, tweede lid, Arbobesluit, steeds van geval tot geval moet bekijken wat passend en evenredig is. Dit wordt niet in deze beleidsregel geregeld. De werkelijke duur van de tijdelijke verwijdering van een registratie of herregistratie mag niet onevenredig zijn gelet op de doelen van het besluit. Er zal in concrete gevallen rekening worden gehouden met bijvoorbeeld de ernst van het gevaar en de rol van de geregistreerde bij het ontstaan en voortduren van het gevaar. Het kan dus zijn dat de werkelijke duur van de tijdelijke verwijdering op grond van het eerste, tweede, derde of vierde lid korter of langer is.

Het voorgaande levert het volgende schema op.

 

Toepasselijk lid

Periode van verwijdering

Uitgangspunt

Eerste gevaar

1e lid

max 6 maanden

3 maanden

Gevaar binnen twaalf maanden na de periode van verwijdering 1e lid

2e lid

min 6, max 9 maanden

7 maanden

Gevaar na twaalf maanden na de periode verwijdering 1e lid

1e lid

max 6 maanden

3 maanden

Gevaar binnen twaalf maanden na de periode van verwijdering 2e lid

3e lid

min 9 maanden, max 12 maanden

10 maanden

Gevaar na twaalf maanden na de periode verwijdering 2e lid

1e lid

max 6 maanden

3 maanden

Gevaar binnen twaalf maanden na de periode verwijdering 3e lid

4e lid

12 maanden

12 maanden

Gevaar na twaalf maanden na de periode verwijdering 3e lid

1e lid

max 6 maanden

3 maanden

Gevaar binnen twaalf maanden elke volgende na de periode verwijdering 4e lid

4e lid

12 maanden

12 maanden

Gevaar na twaalf maanden na elke volgende periode van verwijdering 4e lid

1e lid

max 6 maanden

3 maanden

Artikel 2 Inwerkingtreding

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de beleidsregel de dag na plaatsing in de Staatscourant.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ‘t Wout

Naar boven