Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 10 november 2020, nr. IENW/BSK-2020/208211, tot wijziging van de Regeling bijzondere uitkeringen afvalbeheer Bonaire 2020–2023 (verhoging subsidieplafond 2020)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 4 van de Kaderwet subsidies I en M;

BESLUIT:

ARTIKEL I

In artikel 4, eerste lid, van de Regeling bijzondere uitkeringen afvalbeheer Bonaire 2020–2023, wordt ‘€ 2.387.000,–‘ vervangen door ‘€ 2.987.000,–’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

TOELICHTING

1. Inleiding

Deze regeling (hierna: wijzigingsregeling) wijzigt de Regeling bijzondere uitkeringen afvalbeheer Bonaire 2020–2023 (hierna: Regeling) en heeft tot doel het subsidieplafond van de Regeling voor 2020 te verhogen met € 600.000 ten behoeve van het project ‘Verwerking van afgewerkte olie’ (hierna: Project). Dit is een van de projecten in het kader van een effectief afvalbeheer op Bonaire.

2. Aanleiding

Op Bonaire komt jaarlijks tussen de 520 en 780 kubieke meter aan afgewerkte olie vrij, waarvan circa 80% bij de elektriciteitsproductie. Deze olie werd tot voor kort ingezameld en bijgemengd bij de olieterminal van Bonaire Petroleum Corporation (hierna BOPEC). Omdat het bijmengen van afgewerkte olie bij BOPEC niet wenselijk en niet meer mogelijk is, wordt door afvalverwerkingsbedrijf Selibon en het Openbaar Lichaam Bonaire (hierna: OLB) in overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: Ministerie van IenW) gewerkt aan een alternatieve oplossing voor de inzameling, tijdelijke opslag en verwerking van afgewerkte olie. In dat kader is afgesproken dat Selibon de inzameling, op- en overslag voor haar rekening zal nemen en dat Selibon de afgewerkte olie zal afvoeren naar een verwerker in het buitenland voor milieuverantwoorde verwerking.

3. Inhoud wijziging

Voor het Project is aanvullend € 600.000,– op de begroting van het Ministerie van IenW voor 2020 opgenomen. Dit budget zal beschikbaar worden gesteld bovenop het reeds beschikbare budget dat voor alle projecten voor 2020 is vastgesteld (€ 2.387.000,–). De kosten die voor het Project worden gemaakt, kunnen worden aangemerkt als subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 3 van de Regeling omdat het Project onderdeel uitmaakt van het rapport ‘Afvalbeheer op maat’1.

Het subsidieplafond voor 2020 is opgenomen in artikel 4, eerste lid, van de Regeling. Voor een verhoging van het subsidieplafond voor 2020 met € 600.000,– moet artikel 4, eerste lid, van de Regeling worden gewijzigd. Deze wijzigingsregeling voorziet daarin. Nadat de verhoging van het subsidieplafond is vastgesteld, kan ter hoogte van het verhoogde subsidieplafond een subsidiebesluit worden genomen waarin de subsidie aan Selibon wordt verleend voor de door Selibon aangevraagde projecten waaronder het Project.

4. Gevolgen

De regeling heeft geen directe regeldrukgevolgen voor burgers, bedrijven of professionals. Het ontwerp van deze regeling is niet voorgelegd aan de Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) omdat de regeling naar zijn aard geen aanmerkelijke gevolgen voor regeldruk heeft. Van internetconsultatie is afgezien omdat het een regeling betreft zonder gevolgen voor burgers, bedrijven en instellingen. Er wordt geen verandering gebracht in rechten en verplichtingen, administratieve lasten of uitvoeringslasten. Bovendien kan internetconsultatie niet in betekenende mate leiden tot aanpassing van het ontwerp van de regeling. Om dezelfde redenen hebben de MKB-toets en HUF-toets niet plaatsgevonden.

5. Inwerkingtreding

De regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking in de Staatscourant. Hiermee wordt afgeweken van de voor de inwerkingtreding van ministeriële regelingen vastgestelde vaste verandermomenten alsmede van de daarvoor vastgestelde invoeringstermijn2. Dit is gerechtvaardigd vanwege de jaarindeling, waarmee aanmerkelijke ongewenste publieke nadelen worden voorkomen. Het budget voor het Project staat op de begroting van 2020 en moet in 2020 worden toegekend.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
2

Aanwijzing 4.17, punt 5, onder a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Naar boven