Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatscourant 2020, 55550Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 18 oktober 2020, nr. WJZ/ 20254910, houdende regels omtrent de vergoeding voor werkzaamheden en diensten van Agentschap Telecom (Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2021)

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, 5, 6 en 7 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet, artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 3 en 4 van het Besluit kosten hercontroles Metrologiewet;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Economische Zaken en Klimaat;

b. agentschap:

Agentschap Telecom van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

c. categorieën:

categorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet;

d. subcategorieën:

subcategorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet;

e. jaarlijkse bijdrage:

bijdrage, bedoeld in artikel 16.1, derde lid, van de wet;

f. vergunning:

een op grond van de artikelen 3.6, 3.10 en 3.12 van de wet verleende vergunning voor het gebruik van frequentieruimte;

g. uurtarieven:

tarieven, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling;

h. geplande eenheid:

algemene of individuele planning van een frequentie; dit bepaald per opstelpunt, basisstation, vaste post, radio-apparaat, per coördinatie, dan wel per installatie;

i. CAO:

de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel 2

  • 1. Voor de kosten van de door of namens het agentschap te verrichten werkzaamheden of diensten met betrekking tot de categorieën en subcategorieën, genoemd in bijlage 1, zijn de in bijlage 1 genoemde vergoedingen voor het kalenderjaar 2021 verschuldigd.

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover werkzaamheden worden verricht voor verlenging van een vergunning, wijziging van een vergunning of van de tenaamstelling, of het verlenen van toestemming tot overdracht van een vergunning.

  • 3. Indien een vergunning gedeeltelijk is overgedragen met gebruikmaking van geografische splitsing, wordt in het kalenderjaar na het besluit van de minister tot overdracht, in afwijking van subcategorieën I.A.5., I.A.6. en I.A.7. van bijlage 1, de voor de vergunning verschuldigde vergoeding voor toezicht naar evenredigheid van de grootte van de geografische gebieden van de gesplitste vergunningen over de houders omgeslagen, tenzij de verwachte toezichtkosten naar het oordeel van de minister een andere verdeling rechtvaardigen.

  • 4. Indien geen frequentieplanning plaatsvindt bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in subcategorie I.B.13. is, in afwijking van het eerste lid, een vergoeding verschuldigd van € 37. Deze vergoeding is verschuldigd door de verkrijger van de vergunning.

Artikel 3

De jaarlijkse bijdrage is onderdeel van het bedrag dat per categorie of subcategorie in bijlage 1 is genoemd voor het toezicht dan wel voor de uitvoering en het toezicht. De jaarlijkse bijdrage bedraagt het bij onderstaande categorieën, bedoeld in bijlage 1, genoemde percentage als onderdeel van de vergoeding voor de desbetreffende (sub)categorie:

  • a. (sub)categorie I.A.: 14 procent;

  • b. (sub)categorie I.B.: 4 procent;

  • c. (sub)categorie I.C.: 3 procent;

  • d. (sub)categorie I.D.: 3 procent;

  • e. (sub)categorie I.E.: 4 procent;

  • f. (sub)categorie I.F.: 4 procent;

  • g. (sub)categorie II.C.: 29 procent.

Artikel 4

De jaarlijkse bijdrage en de vergoeding voor de kosten van de door het agentschap verrichte werkzaamheden of diensten met betrekking tot uitvoering en het toezicht op het gebruik van frequentieruimte bedragen gezamenlijk voor:

  • a. het Ministerie van Defensie: € 1.410.921;

  • b. het Ministerie van Justitie en Veiligheid: € 585.558;

  • c. het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: € 1.042.133.

Artikel 5

  • 1. Voor de in onderstaande tabel opgenomen werkzaamheden is de daarbij opgenomen vergoeding verschuldigd, indien in bijlage 1, tabel I, kolom IV, de daarbij corresponderende letter is opgenomen voor de betreffende subcategorie of subcategorieën.

    Werkzaamheden

    Vergoeding

    Aanduiding in bijlage 1, tabel I, kolom IV

    Verlenging van een vergunning of verlenen van toestemming tot overdracht

    € 37

    A

    Vergoeding op basis van uurtarief, bedoeld in bijlage 2

    B

    Voor de wijziging van een vergunning ingeval dit het wijzigen van een of meer geplande frequenties inhoudt

    Vergoeding ter hoogte van het uitvoeringstarief, bedoeld in bijlage 1

    C

    € 209

    D

  • 2. Voor de wijziging van de tenaamstelling van een vergunning, met uitzondering van een vergunning als bedoeld in subcategorie I.E.1., van bijlage 1, is een vergoeding verschuldigd van € 37.

  • 3. Bij het verlenen van toestemming tot overdracht van een vergunning alsmede de wijziging van een vergunning bij dat toestemmingsbesluit, is de ingevolge dit artikel vastgestelde vergoeding verschuldigd door de verkrijger van de vergunning.

  • 4. In afwijking van het eerste lid is geen vergoeding verschuldigd voor een verlenging van rechtswege als bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, van de wet.

  • 5. In geval van een vergunningverlening op grond van artikel 3.8a van de wet is, in afwijking van subcategorie I.A.6., een vergoeding verschuldigd die wordt bepaald door toepassing van de formule (A + B) : 2, waarbij:

    • A voorstelt: de hoeveelheid frequentieruimte per MHz als bedoeld in artikel 3.8a, eerste lid, onder a, van de wet;

    • B voorstelt: de hoeveelheid frequentieruimte per MHz als bedoeld in artikel 3.8a, eerste lid, onder b, van de wet.

Artikel 6

Voor de kosten van de door het agentschap te verrichten werkzaamheden of diensten met betrekking tot het gebruik van frequentieruimte die niet vallen onder de artikelen 2 tot en met 5 is een vergoeding verschuldigd die wordt vastgesteld op grond van de uurtarieven, bedoeld in bijlage 2.

Artikel 7

Ter vergoeding van de kosten voor een hercontrole als bedoeld in artikel 1 van het Besluit kosten hercontroles Metrologiewet worden de volgende bedragen in rekening gebracht bij degene ten behoeve van wie deze werkzaamheden worden verricht:

  • a. een bedrag dat wordt vastgesteld op grond van het aantal arbeidsuren maal het toepasselijke uurtarief, bedoeld in bijlage 2, voor de kosten van een fysieke of digitale inspectie en de daaraan verbonden administratiewerkzaamheden;

  • b. een vast bedrag van € 90 voor de voorrijkosten ten behoeve van een fysieke inspectie;

  • c. de werkelijke kosten van uitbesteding van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van een hercontrole in het kader van markttoezicht.

Artikel 8

  • 1. Een vergoeding voor de kosten van behandeling van een storingsmelding als bedoeld in de Regeling storingsmeldingen is verschuldigd door degene die de storing heeft gemeld, indien uit het onderzoek is gebleken dat zijn uitrusting of radio-apparaat niet voldoet aan artikel 4, eerste lid, onder b of c, van de Regeling storingsmeldingen of als de uitrusting of radio-apparaat niet wordt gebruikt conform artikel 4, eerste lid, onder d of e, van die regeling.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt vastgesteld op grond van de uurtarieven, bedoeld in bijlage 2.

Artikel 9

De vergoeding voor het afnemen van een bijzonder examen door de minister als bedoeld in artikel 5 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 wordt vastgesteld op grond van de uurtarieven, bedoeld in bijlage 2.

Artikel 10

Voor de kosten van andere werkzaamheden of diensten die door het agentschap in het kader van de bij of krachtens de wet opgedragen wettelijke taak worden verricht en waarop de artikelen 2 tot en met 6 niet van toepassing zijn, kan een vergoeding worden vastgesteld op grond van de uurtarieven, bedoeld in bijlage 2, indien vooraf is aangegeven dat voor de werkzaamheden of diensten een vergoeding in rekening zal worden gebracht.

Artikel 11

  • 1. De vergoeding voor de kosten van werkzaamheden of diensten voor het agentschap ter uitvoering van de bij of krachtens de wet gestelde regels behoeft door degene die deze vergoeding is verschuldigd niet bij vooruitbetaling te worden voldaan.

  • 2. De vergoeding voor de kosten die verband houden met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de wet gestelde regels en de jaarlijkse bijdrage behoeft door degene die de vergoeding of de jaarlijkse bijdrage verschuldigd is niet bij vooruitbetaling te worden voldaan, indien de vergoeding of jaarlijkse bijdrage wordt opgelegd binnen of na de laatste zes weken van het kalenderjaar waarover de vergoeding of jaarlijkse bijdrage verschuldigd is.

Artikel 12

De minister kan overeenkomstig artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht een geldschuld jegens de vergunninghouder die verband houdt met een bij of krachtens hoofdstuk 3 van de wet genomen besluit, verrekenen met een vordering op grond van deze regeling.

Artikel 13

Het kostencalculatiemodel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet wordt bekendgemaakt door middel van ter inzagelegging ten kantore van het agentschap te Groningen.

Artikel 14

De Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2020 wordt ingetrokken, met dien verstande dat voor werkzaamheden of diensten die zijn verricht vóór het kalenderjaar 2021 het recht van toepassing blijft zoals dat ten tijde van verrichting van die werkzaamheden of diensten gold.

Artikel 15

De Regeling vergoeding kosten hercontroles Metrologiewet wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 18 oktober 2020

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

BIJLAGE 1. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2, EERSTE LID

Over het kalenderjaar 2021 zijn de volgende bedragen verschuldigd:

I.

(SUB)CATEGORIEËN MET BETREKKING TOT HET GEBRUIK VAN FREQUENTIE-RUIMTE

Verdeelsleutel voor de (sub)categorie

Vergoeding voor de uitvoering (I)

Vergoeding voor het toezicht (II)

Vergoeding voor de uitoering en het toezicht

(III)

Vergoe-ding voor werkzaamheden artikel 5, eerste lid

(IV)

A.

Elektronische communicatienet-werken en -diensten, landelijke exclusieve vergunningen (exclusief omroep)

         

1.

Landelijke volg- en opsporingssystemen

(Per vergunning)

Per vergunning (tarief I) en/of

per MHz (tarief II)

€ 6.447

€ 3.431

 

B

2.

Openbare elektronische communicatie netwerken in de VHF/UHF-band

(Per vergunning en per MHz)

€ 15.675

€ 52.462 (per vergunning) en

€ 5.248 (per MHz)

B

3.

Landelijke DGPS en CGC’s t.b.v. MSS 2 GHz

(Per vergunning)

 

€ 15.183

B

4.

SMF 3

(Per vergunning)

 

€ 14.848

B

5.

800-900-1400-1800-2100-2600 MHz

(Per vergunning en per MHz)

€ 804

€ 7.934 (gepaard) en

€ 3.968 (ongepaard)

B

6.

700 MHz

(Per vergunning en per MHz)

€ 9.016 (op land, met dekkings- en snelheidseis) (gepaard) en

€ 7.934 (op land, zonder dekkings- en snelheidseis) (gepaard) en

€ 450 (op zee) (gepaard)

B

B.

Elektronische communicatienet-werken en -diensten, vergunningen met algemene planning met regionaal bereik

 

I

II

III

IV

   

Mobiele communicatie

         
             

1.

VHF/UHF-radioapparaten voor (beperkt) landmobiel gebruik en lokale mobiele breedband netwerken, alg. planning

(Per vergunning en per vaste post)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

€ 209

€ 79, en per vaste post

€ 404

 

A en D

2.

HF-oproepinrichting (OS-HF)

(Per radio-apparaat)

€ 285

 

A en D

Radio-afstands-besturing, alg. planning

(Per radio-apparaat)

€ 285

 

A en D

Telemetrie en DGPS algemene planning (Per radio-apparaat)

€ 285

 

A en D

3.

Portofoon/mobilofoon voor tijdelijk gebruik

(Per vergunning)

€ 316

 

A en D

4.

Draadloze audioverbinding

(Per vergunning)

€ 79

 

A en D

 

Radio-alarmering

(Per vergunning)

€ 79

 

A en D

 

Radiobeveiligings-installatie

(Per vergunning)

€ 79

 

A en D

 

HF radio-apparaten (27 MHz)

(Per vergunning)

€ 79

 

A en D

   

Luchtvaart

 

I

II

III

IV

             

5.

Grondstation gepland en gecoördineerd gebruik alg. planning

(Per vergunning en per opstelpunt)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

€ 209

€ 228

 

A en D

6.

Recreatieve luchtvaart-frequenties

(Per vergunning)

   

€ 89

A

7.

Beperkte toegang luchtvaartfrequenties (hele VHF-band, ELT en SSR-transponder)

(Per vergunning)

   

€ 176

A

8.

Volledige toegang luchtvaartfrequenties

(Per vergunning)

   

€ 441

A

   

Maritiem frequentiegebruik

 

I

II

III

IV

             

9.

Walradarstation

(Per vergunning)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

   

€ 81

A

PLB

(Per vergunning en per geplande eenheid)

   

€ 38, per extra geplande eenheid

€ 34

A

10.

Bijzonder gebruik maritieme frequenties – portosec -

(Per vergunning)

€ 122

€ 42

 

A

Bijzonder gebruik maritieme frequenties – toevoegen

bijzondere kanalen aan boord -

(Per vergunning en per geplande eenheid)

   

€ 38, per extra geplande eenheid

€ 34

A

   

Radiozendamateurs

 

I

II

III

IV

             

11.

Tijdelijke vergunning radiozendamateurs voor niet-ingezetenen van Nederland

(Per vergunning)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

€ 41

   

A

12.

Overig niet vrijgesteld gebruik amateur-banden

(Per vergunning)

   

€ 74

A

   

Overige

 

I

II

III

IV

             

13.

Satellite News Gathering (SNG)

(Per vergunning en per radio-apparaat)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

€ 846

€ 510

 

A en C

14.

GNSS Repeaters

(Per vergunning)

   

€ 135

 

C.

Elektronische communicatienet-werken en -diensten, vergunningen met individuele planning met regionaal bereik

 

I

II

III

IV

             

Mobiele communicatie

         
             

1.

VHF/UHF-radioapparaten voor (beperkt) landmobiel gebruik en lokale mobiele breedband netwerken, individuele planning

(Per vergunning en per vaste post)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

€ 815

€ 77, en per vaste post

€ 388

 

A en C

2.

VHF/UHF-radioapparaten voor landmobiel gebruik met dynamische frequentietoewijzing (trunking)

radio-apparaten bestemd voor het verlenen van tele-informatiediensten (datamonitoring)

(Per vergunning en per frequentie per opstelpunt)

€ 815

€ 951 per frequen-tie per opstel-punt, met een maximum totaalbe-drag van € 2.850

 

A en C

3.

Telemetrie en DGPS individuele planning (Per radio-apparaat)

€ 815

€ 284

 

A en C

4.

Radio-afstandsbesturing, indiv. planning

(Per radio-apparaat)

€ 815

€ 284

 

A en C

             

Luchtvaart

 

I

II

III

IV

             

5.

Grondstation gepland en gecoördineerd gebruik indiv. planning

(Per vergunning en per opstelpunt)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

€ 815

€ 228

 

A en C

6.

Grondstations luchtverkeersdienst-verlening/vitaal gebruik

(Per vergunning en per opstelpunt)

€ 815

€ 2.044

 

A en C

7.

Helibeacon inclusief Heli-VHF

(Per radio-apparaat)

€ 815

€ 74

 

A en C

             

Maritiem frequentiegebruik

 

I

II

III

IV

             

8.

Marifoonwalstation

(Per vergunning en per geplande eenheid)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

€ 201, per extra geplande eenheid

€ 122

€ 77

 

A en D

 

AIS-installatie voor maritiem gebruik anders dan aan boord van schepen

(Per geplande eenheid)

€ 201

 
             

Radiozendamateurs

 

I

II

III

IV

             

9.

Frequentiegebruik relais- en bakenstations radiozendamateurs

(Per vergunning)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

€ 201

€ 79

 

A en C

             

Overige

 

I

II

III

IV

             

10.

Standaard internationale frequentiecoördinatie satellietgrondstations

(Per coördinatie)

Per vergunning en/of per geplande eenheid

€ 1.450

   

C

11.

Kerktelefonie

(Per vergunning)

€ 815

€ 388

 

A en C

12.

Radarsysteem landmobiel, indiv. planning

(Per radio-apparaat)

€ 815

€ 221

 

B en C

13.

Zendende satelliet-grondstations

(Per vergunning en per radio-apparaat)

Per vergunning

€ 815

   

A en C

Per radio-apparaat met een bandbreedte:

   

– tot 2 MHz

€ 23

 

– 2 MHz – 18 MHz

€ 118

 

– vanaf 18 MHz

€ 591

 

D.

OMROEP

 

I

II

III

IV

1.

AM/FM/Kortegolf

Per opstelplaats voor AM/DRM-frequenties, KG/DRM-frequenties en FM-frequenties lager dan 104,9 MHz

€ 659

   

B

Per opstelplaats voor FM-frequenties 104,9 MHz en hoger

€ 162

 

Per combinatie van frequentie en opstelplaats en tevens per kW zendvermogen

 

€ 363, en

€ 601

2.

Digitale omroep in de banden III, IV en V

Per vergunning

€ 659

   

B

Per melding opstelpunt1

€ 162

 

Per combinatie van frequentie en opstelplaats en tevens per kW zendvermogen1

 

€ 434, en

€ 434

3.

Laag vermogen middengolf

Per vergunning

€ 162

   

B

Per vergunning met een vermogen van ≤1 watt

 

€ 172

Per vergunning met een vermogen van 50-100 watt

 

€ 455

X Noot
1

Indien artikel 3.21 van de wet van toepassing is, worden de bedragen in subcategorie I.D.2 bepaald door toepassing van de formule A x B, waarbij:

A voorstelt: het minimaal vergunde percentage van de in de vergunning genoemde capaciteit van de frequentieruimte;

B voorstelt: het van toepassing zijnde bedrag dat genoemd is in subcategorie I.D.2.

E.

Vergunningen straalverbindingen

 

I

II

III

IV

1.

Point-point straalverbindingen

Per vergunning

€ 570

A

 

B en C

F.

Registraties

 

I

II

III

IV

1.

Registratie maritiem frequentiegebruik bij niet volledig zelfstandige digitale melding en registratie, in het jaar dat de werkzaamheden plaatsvinden

Per registratie

   

€ 59

 

Registratie radiozendamateur bij niet volledig zelfstandige digitale melding en registratie, in het jaar dat de werkzaamheden plaatsvinden

 

2.

Registratie maritiem frequentiegebruik, bij volledig zelfstandige digitale melding en registratie en registraties als bedoeld in I.F.1 in de tweede en daaropvolgende jaren

Per registratie

   

€ 44

 

Registratie radiozendamateur, bij volledig zelfstandige digitale melding en registraties als bedoeld in I.F.1 in de tweede en daaropvolgende jaren

 

II.

(SUB)CATEGORIEËN MET BETREKKING TOT EINDAPPARATEN EN radio-apparaten

Verdeelsleutel voor de subcategorie

Vergoeding voor de uitvoering (I)

A.

EXAMENS, CERTIFICATEN EN AANWIJZINGEN ALS EXAMINERENDE INSTELLING

   

1.

Examens ter verkrijging van een certificaat van bediening voor radio-apparaten ten behoeve van de scheepvaart, met uitzondering van de examens die worden afgenomen onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen:

Per examen / per module

 

- algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie MARCOM A;

€ 98

- beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie MARCOM B;

€ 98

- basiscertificaat marifonie;

€ 71

- module GMDSS-B.

€ 98

2.

Examens ter verkrijging van een registratie voor frequentieruimte voor het doen van onderzoekingen:

Per examen

 

- examen voor de categorie N;

€ 71

- examen voor de categorie F.

€ 71

3.

Erkenning als bedoeld in artikel 18 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008

Per erkenning

€ 76

4.

Afgifte van een certificaat van bediening voor radio-apparaten ten behoeve van de scheepvaart

Per certificaat

€ 76

Afgifte van een certificaat ter verkrijging van een vergunning van een buitenlandse administratie voor radio-apparaten voor het doen van proeven

€ 76

5.

Aanwijzing van een examinerende instelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Examenregeling frequentiegebruik 2008

Per aanwijzing

€ 586

B.

VERKLARINGEN EN ERKENNINGEN

Vergoeding voor de uitvoering (I)

Vergoeding voor het toezicht (II)

Vergoe-ding voor de uitvoering en het toezicht (III)

1.

Vergunning voor de aanleg van zendende radio-apparaten zonder gebruik van frequentieruimte

Per vergunning

€ 46

   

C.

EINDAPPARATEN

 

III

1.

Werkzaamheden die voor de overheid voortvloeien uit de toepassing van het bij of krachtens de Telecommunicatiewet terzake van eindapparatuur bepaalde

Per op 1 januari 2021 bij de ACM bekende nummers

€ 0,0135

A Voor het toezicht op point-point-straalverbindingen gelden per bandbreedte en frequentieband de volgende bedragen:

 

frequentieband

Bandbreedte

< 12 GHz

12 GHz -

< 24,5 GHz

24,5 GHz -

< 39,5 GHz

> 39, 5 GHz

< 10 MHz

€ 168

€ 85

€ 59

€ 34

10 MHz – < 25 MHz

€ 211

€ 102

€ 77

€ 38

25 MHz – < 50 MHz

€ 253

€ 118

€ 93

€ 42

50 MHz – < 150

MHz

€ 295

€ 134

€ 110

€ 46

> 150 MHz

n.v.t.

€ 151

€ 126

€ 50

BIJLAGE 2. BEHORENDE BIJ DE ARTIKELEN 5, EERSTE LID, 6, 7, 8, TWEEDE LID, 9 EN 10

Tarieven personeel (in €):

SALARISSCHAAL VOLGENS CAO

VERGOEDINGEN PER MANUUR 1

1 tot en met 5

104

6 tot en met 8

111

9 tot en met 11

125

12 tot en met 14

149

15 en hoger

173

X Noot
1

Bij onregelmatigheid of overwerk kunnen de tarieven voor functionarissen tot en met schaal 10 worden verhoogd met een toeslag van 30% voor onregelmatigheid en 50% voor overwerk.

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

In de Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2021 (verder: Regeling vergoedingen 2021) worden de vergoedingen vastgesteld die Agentschap Telecom van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: het agentschap) in 2021 in rekening kan brengen bij degenen ten behoeve van wie door of namens het agentschap werkzaamheden of diensten worden verricht. Voor vergoedingen die op basis van de Telecommunicatiewet (hierna: de wet) worden opgelegd, geldt dat zij zijn aan te merken als retributies en worden bepaald voor de onderscheidenlijke (sub)categorieën van soortgelijke werkzaamheden of diensten, bedoeld in het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet (hierna: het Besluit).

Het agentschap heeft onder meer tot taak uitvoering te geven aan paragrafen 3.2, 3.3, 3.3a, 3.4, 3.5 en 3.6 (vergunningverlening en registratie voor het gebruik van frequentieruimte) en hoofdstuk 10 (regels met betrekking tot uitrusting en radio-apparaten) van de wet. Daarnaast is het agentschap belast met het houden van toezicht op deze terreinen. De vergoedingen dienen ter dekking van de kosten die gemaakt worden met betrekking tot voornoemde onderwerpen. De vergoedingen zijn aan te merken als retributies en hebben in overwegende mate een forfaitair karakter.

2. Vaststelling vergoedingen

De vergoedingen worden bepaald voor categorieën van soortgelijke werkzaamheden en diensten. Deze categorieën zijn weer verder verdeeld in subcategorieën van soortgelijke werkzaamheden en diensten. De categorieën zijn opgesomd in artikel 4, eerste lid, van het Besluit. Op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit worden de directe en indirecte kosten toegerekend aan de desbetreffende categorieën. Dit zijn geprognosticeerde kosten voor het kalenderjaar waarvoor de vergoeding geldt. Wanneer na afloop van het kalenderjaar de daadwerkelijke kosten en de geprognosticeerde kosten verschillen, wordt dit verschil meegenomen naar het volgende kalenderjaar.

De kosten voor de verschillende (sub)categorieën worden berekend door middel van een kostencalculatiemodel. Dit model ligt ter inzage op het kantoor van het agentschap te Groningen.

3. Vergoedingenbeleid

Tarieven in alle categorieën

Het agentschap werkt aan kostendekkende producten en diensten. De meeste tarieven van het agentschap stijgen in 2021 vanwege het doorberekenen van de loon- en prijsstijging, toegenomen ICT-kosten en huisvestingskosten.

De doorberekende loon- en prijsstijging bedraagt voor 2021 conform de rijksbegroting 2021 van het ministerie van EZK 3,7%. Daarnaast zullen de huisvestingkosten in 2021 stijgen waardoor een extra 0,3% stijging van de tarieven nodig is. Gezamenlijk is sprake van een stijging van 4,0% die geldt voor alle tarieven in de Regeling vergoedingen 2021 (tenzij anders wordt aangegeven). Hierna wordt met betrekking tot deze stijging van de tarieven met 4,0% gesproken van ‘de algemene tariefsverhoging’.

Tot slot wordt per product of dienst rekening gehouden met de kostendekkendheid in meerjarig perspectief. Dit kan ertoe leiden dat de tarieven meer stijgen dan de algemene tariefsverhoging of gelijk blijven in absolute zin (geen algemene tariefsverhoging) of dalen.

Tarieven artikel 4 Vergoedingen departementen

De kosten die voorvloeien uit de taken en werkzaamheden voor de departementen die vallen onder de Regeling Behoefte-onderbouwingsplannen worden door de betreffende departementen betaald.

Voor de departementen Justitie en Veiligheid en Infrastructuur en Waterstaat is gebleken dat deze tarieven niet toereikend waren om de kosten te kunnen dekken. In overleg met deze departementen is overeengekomen dat de benodigde tarievenstijgingen worden doorgevoerd om kostendekkendheid van de tarieven te realiseren.

Een bijkomstigheid is dat de frequentiebanden 876-880 MHz en 921-925 MHz, bedoeld voor de toepassing GSM-R, zijn toegewezen aan het departement Infrastructuur en Waterstaat1. De verschuldigde vergoedingen voor de uitvoering en het toezicht hiervoor zijn daarom verdisconteerd in het tarief van het departement Infrastructuur en Waterstaat voor 2021.

Voor het departement Defensie is geen tariefwijziging voorzien voor 2021.

Tarieven categorieën I.B. en I.C. Elektronische communicatienetwerken en -diensten

Naast de algemene tariefsverhoging van 4,0%, geldt voor de categorieën I.B. en I.C. een aanvullende stijging van de tarieven met 5,4%. Hieraan ligt ten grondslag dat uit een herberekening is gebleken dat er voor deze categorieën meer werkzaamheden, en dus meer kosten, worden gemaakt dan in deze tarieven voorheen tot uiting kwam.

Tarieven categorie I.E. Straalverbindingen

Rekening houdende met kostendekkendheid in meerjarig perspectief is er voor gekozen om voor straalverbindingen, categorie I.E., het tarief niet te corrigeren met de algemene tariefsverhoging. Dat betekent een reële daling van het tarief met 4,0%.

4. Regeldruk

Deze regeling heeft geen regeldrukeffecten. De vergoedingen vallen niet onder het begrip ‘regeldruk’. De regeling is uitgezonderd van toetsing door ATR.

5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021. Hiermee is aangesloten bij het beleid inzake vaste verandermomenten (Kamerstukken II 2009/10, 29 515).

II. Artikelsgewijs

Algemeen

Deze regeling is voorzien van de volgende terminologiewijzigingen:

  • ‘VHF/UHF-radiotelefonen’ is gewijzigd in ‘VHF/UHF-radioapparaten’;

  • ‘HF-radiotelefonen’ is gewijzigd in ‘HF-radioapparaten’;

  • ‘frequentiekanaal’ is gewijzigd in ‘frequentie’;

  • ‘Telemetrie alg. planning (TLA/TLM)’ is gewijzigd in ‘Telemetrie en DGPS algemene planning’;

  • ‘Telemetrie (TLA/TLM) indiv. planning’ is gewijzigd in ‘Telemetrie en DGPS individuele planning’.

Met deze aanpassingen zijn geen inhoudelijke wijzigingen beoogd. Het gaat om een actualisering naar het huidige spraakgebruik.

Artikel 2

Aan het derde lid wordt een subcategorie toegevoegd, namelijk subcategorie I.A.7. Deze subcategorie heeft betrekking op de 700 MHz band en is recent onderwerp geweest van de ‘Multibandveiling’ in 2020.

De toevoeging van deze subcategorie bewerkstelligt dat, indien een vergunning die betrekking heeft op de 700 MHz band én gedeeltelijk wordt overgedragen met gebruikmaking van geografische splitsing, de voor de vergunning verschuldigde vergoeding voor toezicht naar evenredigheid van de grootte van de geografische gebieden van de gesplitste vergunningen over de houders wordt omgeslagen, tenzij de verwachte toezichtkosten naar het oordeel van de minister een andere verdeling rechtvaardigen.

Verder is het derde lid gewijzigd om te verduidelijken waar het moment ligt waarop de toezichtskosten voor het eerst over de houders wordt omgeslagen bij geografische splitsing. Dit is namelijk per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van het besluit tot geografische splitsing. Dit laat zich als volgt uitwerken.

Als de vergunning van partij X bij besluit geografisch wordt gesplitst tussen haarzelf en partij Y op 3 januari 2021, dan geldt dat partij X de volledige toezichtskosten voor 2021 verschuldigd is. Met ingang van 1 januari 2022 worden de toezichtskosten pas voor het eerst omgeslagen over partij X en partij Y, dit naar evenredigheid van de hun toekomende geografische gebieden. Het voorgaande staat er niet aan in de weg dat partij X en partij Y onderling afspraken maken over wie welk deel van de toezichtskosten voor haar rekening neemt voor 2021.

Artikel 7

Dit betreft een nieuw artikel. Voorheen was de vergoeding voor het in rekening kunnen brengen van de kosten voor een hercontrole Metrologiewet geregeld in de Regeling vergoeding kosten hercontroles Metrologiewet. Eén regeling waarin alle vergoedingen zijn opgenomen die Agentschap Telecom in rekening kan brengen, komt de duidelijkheid ten goede. Ook de Autoriteit Consument & Markt heeft thans één regeling waarin alle vergoedingen staan: Regeling doorberekening kosten ACM.

Om die reden is er voor gekozen om de vergoeding voor de kosten voor deze hercontroles op te nemen in de onderhavige regeling. Met het onderbrengen van deze vergoeding in deze regeling is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

Door het invoegen van dit nieuwe artikel heeft een vernummering van alle opvolgende artikelen plaatsgevonden. Artikel 7 (oud) wordt artikel 8 enzovoorts.

Voorts is artikel 13 (oud) als gevolg van deze wijziging komen te vervallen. In dit artikel waren de uurtarieven opgenomen waarnaar bijlage I van de Regeling vergoeding kosten hercontroles Metrologiewet verwijst. Tot slot is artikel 15 (nieuw) opgenomen waarin staat dat de Regeling vergoeding kosten hercontroles Metrologiewet wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.

Bijlage 1

De vergoedingen genoemd in kolom I van bijlage 1 zijn ter dekking van de kosten voor uitvoering, zoals de eenmalige kosten die bij verlening van een vergunning in rekening worden gebracht. De vergoedingen genoemd in kolom II zijn ter dekking van de toezichtkosten. Deze worden jaarlijks in rekening gebracht. Deze kosten worden immers ook jaarlijks gemaakt. De vergoedingen in kolom III zijn voor zowel uitvoering als toezicht en worden jaarlijks in rekening gebracht. In kolom IV zijn de letters opgenomen, die corresponderen met het soort werkzaamheden en het daarbij behorende tarief of wijze van vaststelling van de vergoeding, zoals opgenomen in artikel 5, eerste lid.

Tarief subcategorie I.A.1. (oud)

Deze subcategorie voorzag voorheen in een vergoeding voor de uitvoering als het toezicht voor de toepassing GSM-R. Omdat de voor deze toepassing aangewezen frequentiebanden (876-880 MHz en 921-925 MHz) zijn toegewezen aan het departement Infrastructuur en Waterstaat, zijn de vergoedingen voor de uitvoering en het toezicht verdisconteerd in het tarief van artikel 4, onder c. Met ingang van 2021 is de subcategorie I.A.1. (oud) daarom komen te vervallen.

Tarief subcategorie I.B.4.

Deze subcategorie heeft betrekking op de toepassingen draadloze audioverbindingen, radio-alarmeringen, radiobeveiligingsinstallaties en HF-radioapparaten (27 MHz).

Voor deze toepassingen wordt jaarlijks een gecombineerde vergoeding gevraagd voor de uitvoering en het toezicht (kolom III). Deze gecombineerde vergoeding zou (ook) de kosten moeten dekken voor de uitvoeringswerkzaamheden. In de praktijk worden voor deze toepassingen echter meer werkzaamheden verricht én die niet in deze gecombineerde vergoeding tot uitdrukking komen. Het gaan dan om uitvoeringswerkzaamheden zoals het beheer van de frequentieruimte en de opmaak van de vergunningen. Dit betekent dat de kosten hoger zijn dan de opbrengsten terwijl gestreefd wordt naar kostendekkendheid. Om die reden wordt met ingang van 2021 de tariefstructuur voor deze toepassingen gewijzigd.

De gecombineerde vergoeding (kolom III) wordt omgezet naar een eenmalige vergoeding voor uitvoeringswerkzaamheden (kolom I) en een jaarlijkse vergoeding voor toezichtwerkzaamheden (kolom II).

Voor de hoogte van de vergoeding voor de uitvoeringswerkzaamheden wordt aangesloten bij die van de overige subcategorieën onder I.B. (‘mobiele communicatie’). De reden hiervoor is dat de omvang van de uitvoerings-werkzaamheden voor alle subcategorieën onder I.B. gelijk is en daarmee ook de kosten. De jaarlijkse vergoeding voor het toezicht (kolom II) wordt voor 2021 gelijk gesteld aan het jaarlijkse gecombineerde tarief van 2020 (kolom III), vermeerderd met de algemene tariefsverhoging en de stijging van 5,4% genoemd in onderdeel 3. van de toelichting, omdat het gecombineerde tarief van 2020 in feite alleen toezichtskosten dekte.

Tarief subcategorie I.B.5. (oud)

Voorheen was in deze subcategorie een vergoeding opgenomen voor de toepassing helibeacons inclusief Heli-VHF waarvoor algemene frequentieplanning nodig is. Voor helibeacons inclusief Heli-VHF wordt alleen nog individuele frequentieplanning verricht. Daarin voorziet categorie I.C.7. reeds. Subcategorie I.B.5. (oud) komt daarom te vervallen.

Tarief subcategorie I.B.9.

Tot en met 2020 werd bij het bepalen van de vergoeding voor een walradarstation (kolom III) geen rekening gehouden met de noodzaak tot frequentieplanning. In de praktijk vindt er wel frequentieplanning plaats voor walradarstations maar wordt deze niet doorbelast aan de vergunninghouder. Met ingang van 2021 wordt daarom een correctie aangebracht in het tarief voor deze subcategorie en valt deze hoger uit.

Ook wordt de vergoeding voor een PLB gewijzigd. In vorige jaren was een vergoeding verschuldigd per vergunning (kolom III). Daaraan is nu een component toegevoegd. Naast de vergoeding voor een vergunning voor (minimaal) één PLB, is een extra vergoeding verschuldigd voor elke PLB die aanvullend in deze vergunning wordt opgenomen.

Aanleiding voor deze nieuwe tariefsystematiek is dat voor elke PLB een controle uitgevoerd wordt op hexadecimale codes. Deze uitvoeringswerkzaamheden werden in vorige jaren niet meegenomen in het tarief. De kosten zijn daardoor stelselmatig hoger geweest dan de opbrengsten. Met deze nieuwe tarief-systematiek zijn de kosten en opbrengsten in evenwicht.

Tarief subcategorie I.B.10.

Deze subcategorie bepaalt de vergoeding voor het bijzonder gebruik van maritieme frequenties. Met ingang van 2021 wordt deze subcategorie onderverdeeld in (1) bijzonder gebruik maritieme frequenties – portosec – en (2) bijzonder gebruik maritieme frequenties – toevoegen bijzondere kanalen aan boord -.

Deze onderverdeling is aangebracht omdat de hoeveelheid en soort werkzaamheden voor beide toepassingen niet volledig overeenkomen. Voor een portosec geldt bijvoorbeeld dat hierbij meerdere standaardkanalen worden toegewezen waarvoor planning noodzakelijk is, terwijl dit niet van toepassing is op bijzondere kanalen aan boord. Voor de bijzondere kanalen geldt dat de vergunning wordt gekoppeld aan de al bestaande registratie. De gemaakte kosten en daarmee het te hanteren tarief per toepassing verschilt daardoor. Door deze subcategorie onder te verdelen in (1) portosec en (2) toevoegen bijzondere kanalen aan boord, is tariefdifferentiatie per toepassing mogelijk.

Verder zal voor beide toepassingen een aanvullende correctie worden gemaakt op het (gedifferentieerde) tarief. Aanleiding hiervoor is dat voor beide toepassingen planningswerkzaamheden noodzakelijk zijn met betrekking tot frequentiegebruik. De met deze werkzaamheden gepaarde kosten zijn eerder niet doorbelast aan de vergunninghouder. Hierdoor zijn de kosten hoger dan de opbrengsten. Met deze correctie worden gestreefd naar kostendekkendheid.

Voor de portosec wordt de gecombineerde vergoeding voor uitvoering en toezicht (kolom III) omgezet naar een eenmalige vergoeding voor uitvoerings-werkzaamheden (kolom I) en een jaarlijkse vergoeding voor toezichtwerkzaamheden (kolom II).

Voor bijzondere kanalen geldt een tariferingsystematiek die overeenkomt met die van subcategorie I.B.9. voor een PLB. Volstaan wordt daarom met een verwijzing naar de toelichting bij deze subcategorie.

Tarief subcategorie I.B.15. (oud)

Voorheen was in deze subcategorie een vergoeding opgenomen voor de toepassing radarsystemen landmobiel waarvoor algemene frequentieplanning nodig is. Voor radarsystemen landmobiel wordt alleen nog individuele frequentieplanning verricht. Daarin voorziet categorie I.C.12. reeds. Subcategorie I.B.15. (oud) komt daarom te vervallen.

Tarief subcategorie I.C.8.

Het tarief voor deze subcategorie voor marifoonwalstations wordt gewijzigd. Net als bij de subcategorieën I.B.9. en I.B.10. geldt voor deze subcategorie dat planningswerkzaamheden noodzakelijk zijn met betrekking tot frequentiegebruik. De met deze werkzaamheden gepaarde kosten zijn eerder niet doorbelast aan de vergunninghouders van een marifoonwalstation. Om die reden wordt het tarief per 2021 voor deze subcategorie gewijzigd.

Aangesloten wordt bij de systematiek van subcategorie I.B.9. voor een PLB. Volstaan wordt daarom met een verwijzing naar de toelichting bij deze subcategorie.

Tarief subcategorie I.C.9.

Er is gebleken dat relaisstations de afgelopen jaren veel last hadden van illegale gebruikers. Om deze verstoringen aan te kunnen pakken is specifiek opsporingsonderzoek en toezicht noodzakelijk. Om dit uit te kunnen voeren is er een toezichtstarief (kolom II) opgenomen.

Subcategorie I.D.3.

Voor deze categorie geldt dat de zinsnede ‘waarvan de vergunning is verleend na 11 mei 2016’ is verwijderd. Er zijn namelijk geen vergunningen meer van (vóór) deze datum. Daarnaast is ook de zinsnede ‘vergunning met een vermogen van >1 Watt-100 Watt’ gewijzigd in ‘vergunning met een vermogen van 50-100 watt’. De reden hiervoor is dat een vergunning met een zendvermogen lager dan 50 watt niet wordt afgegeven.

Bijlage 2

De uurtarieven, zoals opgenomen in bijlage 2, bedragen gemiddeld € 131,36. Dit is een nominale tariefstijging van 4,0% ten opzichte van het uurtarief 2020. De reële tariefstijging bedraagt 1,59%. Deze reële stijging is ter compensatie van de looncorrectie als gevolg van hogere schalen voor nieuwe taken en voor de correctie op hogere realisatie lonen in 2019 en ter compensatie van de hogere structurele huisvestingskosten.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer


X Noot
1

Nationaal Frequentieplan 2014.