Overwegende:
dat de Windasstraat gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de Windasstraat in beheer is bij de gemeente Haarlem;
dat de Windasstraat een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd ana het afdelingshoof Beheer en Beleid Openbare Ruimte;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);
dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid van Duurzaam Veilig;
dat de Windasstraat is gecategoriseerd als erftoegangsweg en daarmee deel uitmaakt van een verblijfsgebied;
dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
dat de Windasstraat onderdeel uitmaakt van ontwikkelgebied het Scheepmakerskwartier;
dat op 17 februari 2017 het verkeersbesluit Scheepmakerskwartier is gepubliceerd in de Staatscourant onder nummer 2017/54832;
dat in dit verkeersbesluit verkeersmaatregelen zijn getroffen op wegen die onderdeel uitmaken van fase 1 van het ontwikkelgebied;
dat de Windasstraat onderdeel uitmaakt van fase 2 van het ontwikkelgebied;
dat het zuidelijke gedeelte van de Windasstraat de ontsluiting vormt voor onder meer gemotoriseerd verkeer van parkeergelegenheid op eigen terrein op het openbare wegennet;
dat dit gedeelte wordt voorzien van een snelheidsregime van 30 kilometer per uur (zonale toepassing) in verband met de ligging in een verblijfsgebied;
dat ten noorden van de aansluiting van de parkeergelegenheid op eigen terrein de Windasstraat een andere inrichting krijgt en daarmee aansluit op de Kelderwindkade en de reeds bestaande inrichting van fase 1;
dat deze inrichting puur is bestemd als gebied voor voetgangers (en fietsers) en dan ook dient te worden aangewezen als voetgangersgebied;
dat de overgang van rijbaan naar een andere inrichting wordt vormgegeven door de realisatie van een speelterrein;
dat snorfietsers in de voetgangerszone niet gewenst zijn en dienen te worden geweerd;
dat dan ook besloten wordt om bij het inrijden van de voetgangerszone een onderbord te plaatsen met de tekst ‘fietsers toegestaan, voor snorfietsen verboden’;
dat voorgenoemd regime aansluit bij het reeds bestaande regime van fase 1;
dat ter ondersteuning de Windasstraat wordt voorzien van een bord ‘doodlopende weg’;
dat deze maatregelen gerealiseerd kunnen worden door het plaatsen van de verkeersborden A1 (30, zonale toepassing, begin en einde) en G7 (zonale toepassing) van bijlage 1 van het RVV 1990 met onderborden met de tekst ‘fietsers toegestaan, voor snorfietsen verboden’;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van de vekreersborden A1 en G7 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor genoemde verkeersmaatregel strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met het nemen van het verkeersbesluit.