Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2020, 52779Besluiten van algemene strekking

Wijziging van de Leidraad FATCA/CRS (Stcrt. 2020, nr. 34988) Directoraat-generaal Belastingdienst, Corporate Dienst Vaktechniek

Besluit van 5 oktober 2020, nr. 2020-21259

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit wijzigt enkele onderdelen van het besluit van 23 juni 2020, nr. 2020-115390 als gevolg van aanbevelingen van het Global Forum on Tax Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes (Global Forum). Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele, niet materiële, verbeteringen aan te brengen.

ARTIKEL I

De leidraad FATCA/CRS wordt als volgt gewijzigd:

In 1.22 wordt in de een na laatste volzin ‘in kader’ vervangen door: in het kader.

In 1.23 wordt in de laatste volzin ‘rekeninghouden’ vervangen door: rekeninghouder.

1.24 Kwalificatie van non-profit organisatie (NPO) als actieve NFE wordt vervangen door:

1.24. Kwalificatie van non-profit organisatie (NPO)

Een Non Profit Organisatie (NPO) die voldoet aan alle voorwaarden van de definitie in Sectie VIII.D.9.h van de CRS en wier vermogen wordt beheerd door een FI, is niet een actieve NFE maar een ‘professionally managed investment entity’.

In 1.29 wordt aan het eind een volzin toegevoegd, luidende:

De jurisdictie waarin de financiële rekeningen aangehouden worden mag echter toestaan dat de regels van de jurisdictie waarvan de entiteit inwoner is, worden toegepast, op voorwaarde dat die laatstbedoelde jurisdictie de CRS heeft geïmplementeerd.

1.38 Aandeelhouders uit één familie wordt vervangen door:

1.38 Aandeelhouders uit één familie

Entiteiten, anders dan een trust, waarvan de activa bestaan uit kasgeld of beleggingen – of een holdingmaatschappij daarvan -, zijn een beleggingsentiteit in de zin van Sectie VIII.A.6 van de CRS en artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de NL IGA.

Dit geldt ook voor deze entiteiten met een (zeer) beperkte groep van onmiddellijke en middellijke aandeelhouders of participanten die behoren tot één familie, die zich niet presenteren als beleggingsentiteit en die geen kapitaal uit de markt hebben aangetrokken noch (zullen) aantrekken.

1.51. Stichting administratiekantoor (STAK) wordt vervangen door:

1.51 Stichting administratiekantoor (STAK)

Voor de NL IGA is in het MoU opgenomen dat een Stichting Administratiekantoor (STAK) gevestigd in Nederland wordt behandeld als een passieve NFE. Alleen als de certificaten van de STAK regelmatig verhandeld worden op een erkende effectenbeurs is sprake van een actieve NFE.

Voor CRS kan een STAK onder omstandigheden een investment entity zijn de zin van Sectie VIII.A.6.a.iii van de CRS als de stichting financiële activa administreert ten behoeve van de certificaathouders. Daarvoor is dan wel vereist dat de stichting inkomen krijgt en het stemrecht uitoefent ten behoeve van de certificaathouders.

FI’s dienen, ingeval gebruik gemaakt wordt van een STAK en de klant claimt dat er daardoor een wijziging in UBO’s optreedt, vast te stellen dat deze wijziging zich ook in materiële zin voordoet. Zo moet worden voorkomen dat – door het plaatsen van een STAK tussen BV/NV en aandeelhouders – de uiteindelijk belanghebbende niet als begunstigde wordt aangemerkt omdat hij als houder van bijvoorbeeld 50% van de certificaten niet 25% van de zeggenschap in de stichting heeft. De basis voor deze verplichting ligt in artikel 3, eerste lid, onder c, Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. In deze bepaling is geregeld welke categorieën van natuurlijke personen in elk geval moeten worden aangemerkt als UBO. In het geval van een rechtspersoon zijn dat de natuurlijke personen die op basis van het bezitspercentage als UBO kwalificeren of zeggenschap hebben over de rechtspersoon (bijvoorbeeld via het direct of indirect houden van meer dan 25% van het eigendomsbelang in de rechtspersoon). In het UBO-register zijn zowel de ‘bezits-UBO’ (certificaathouders) als ‘zeggenschaps-UBO’s’ (de bestuurders van de STAK) opgenomen. Een certificaathouder met maar 10% van de certificaten, maar wel met meer dan 25% zeggenschap in het STAK-bestuur zal dus als zodanig in het UBO-register staan. Een certificaathouder van een STAK is indirect aandeelhouder van de onderliggende entiteit(en) en dus mogelijk ook UBO van deze entiteit(en). Wanneer bijvoorbeeld een STAK alle aandelen houdt van een BV is een UBO van de STAK automatisch ook UBO van de onderliggende B.V.

(Sectie VIII.A.6.iii CRS en paragraaf 1.2 MoU bij de NL IGA)

In de toelichting wordt ‘de paragrafen 1.14, 1.17, 1.20, 1.51, 1.52, 1.53, 1.54, 1.55, 2.11 en 2.17’ vervangen door: 1.05, 1.17, 1.20, 1.24, 1.55, 1.56, 1.57, 1.58, 1.59 en 2.19.

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 23 juni 2020. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 5 oktober 2020

De Staatssecretaris van Financiën, namens deze, J. de Blieck Hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken

TOELICHTING

In het kader van de aanpak van internationale belastingfraude en belastingontduiking heeft de OESO een mondiale standaard ontwikkeld voor de automatische uitwisseling tussen landen van financiële rekeninggegevens. Deze standaard bestaat onder meer uit een identificatie- en rapportagestandaard voor (de benodigde aanlevering van de uit te wisselen financiële rekeninggegevens door) financiële instellingen, de zogenoemde Common Reporting Standard (CRS). De Europese Unie (EU) heeft de automatische uitwisseling van financiële rekeninggegevens op basis van de CRS tussen de EU-lidstaten voorgeschreven in Richtlijn 2014/107/EU.1 De CRS en Richtlijn 2014/107/EU zijn met ingang van 1 januari 2016 in de Nederlandse wet- en regelgeving geïmplementeerd door middel van de Wet uitvoering Common Reporting Standard en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit identificatie- en rapportagevoorschriften Common Reporting Standard. In de leidraad FATCA/CRS met technische toelichting is nader ingegaan op vragen van financiële instellingen.

Het Global Forum van de OESO ziet onder meer toe op de implementatie van de CRS in de nationale wet- en regelgeving van de deelnemende landen en heeft in dit kader een proces van beoordelingen ingesteld. Nederland heeft onlangs enkele opmerkingen gekregen op de leidraad FATCA/CRS. Als gevolg daarvan worden in deze wijziging van de leidraad de aanbevelingen van het Global Forum opgevolgd. Het betreft de onderdelen 1.24, 1.38 en 1.51.

In 1.24 werd een uitzondering beoogd in de definitie van Investment Entity met betrekking tot actieve NFEs die een NPO zijn en wier assets professioneel gemanaged worden, op voorwaarde dat het niet zou leiden tot loopholes. Het Global Forum heeft echter een aanbeveling geformuleerd ten aanzien van deze uitzondering en daarom wordt de oorspronkelijke paragraaf ingetrokken.

In 1.38 (oud) stond dat er geen sprake was van een beleggingsentiteit in de beschreven casus. Het Global Forum heeft echter aangegeven dat deze benaderingswijze in strijd is met de internationale standaard en ging niet akkoord met het eerder in de Leidraad ingenomen standpunt.

In 1.51 (oud) was voor de STAK aangesloten bij hetgeen is afgesproken onder de MoU bij de NL IGA, namelijk dat een STAK behandeld wordt als een passieve NFE. Deze lijn mocht niet gevolgd worden voor de CRS. Het Global Forum heeft in het kader van haar beoordeling van de Nederlandse implementatie van de CRS aangegeven dat een STAK niet in alle omstandigheden een NFE kan zijn.

Ten slotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt enkele, niet materiële, verbeteringen aan te brengen.


X Noot
1

Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PbEU 2014, L 359).