Met uw brief van 28 september 2020 heeft u gevraagd om instemming met het plaatsen
van een voor de opsporing bestemde mijnbouwinstallatie, in het blok G18, zoals bedoeld
in artikel 55, zesde lid van het Mijnbouwbesluit (hierna: Mbb).
Naar aanleiding van uw aanvraag heeft Rijkswaterstaat, namens de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat, laten weten geen bezwaren te hebben tegen de voorgenomen plaatsing
van de tijdelijke mijnbouwinstallatie in het blok G18, op de aangegeven locatie.
Rijkswaterstaat merkt, samengevat, op dat de locatie van de exploratie tussen twee
bestaande windparken (Gemini) gelegen is, in een daartoe aangewezen windenergie gebied
‘Ten Noorden van de Wadden’ waar op termijn mogelijk nog meer winparken gerealiseerd
zullen worden. Met name met het oog op toekomstige leidingen ten behoeve van productie
vanuit deze eventuele toekomstige put behoeft dat aandacht en afstemming met belanghebbenden.
Voorkomen moet worden dat de plaatsing van een mijnbouwinstallatie een beperkende
invloed heeft op het oprichten of in werking hebben van een windenergiepark.
Ik verleen, overeenkomstig de adviezen van de Kustwacht (kenmerk: CZSK2020009059)
en Staatstoezicht op de mijnen, aan ONE-Dyas B.V. instemming tot het plaatsen van
de tijdelijke voor opsporing bestemde mijnbouwinstallatie, in het blok G18.
Ik deel u mee dat ik, overeenkomstig artikel 55, eerste lid van het Mbb, instem met
plaatsing van de tijdelijke mijnbouwinstallatie op de geografische coördinaten 54°
01' 47" N.B. en 05° 57' 40" O.L. (ETRS89) in het blok G18.
Aan de plaatsing worden de volgende voorschriften verbonden:
-
1. Het geven van een statusupdate omtrent de aanbevelingen uit het rapport ‘ABS Survey
Report, Work Order: 4445516’ zo snel mogelijk na afronding onafhankelijke verificatie
maar voor het opstarten van de installatie.
-
2. Voor aanvang van de werkzaamheden dient het NSA aanvraagformulier (Request for North Sea Activity) te worden ingevuld door de exploitant en teruggezonden naar het Kustwachtcentrum.
Het Kustwacht referentienummer (NSA nummer) wordt vervolgens toegekend. Dit formulier
is als bijlage toegevoegd.
-
3. Tijdens de plaatsing en exploratie van de boorlocatie dient een guardvessel aanwezig
te zijn om het scheepvaartverkeer te waarschuwen.
-
4. Het guardvessel is uitgerust met radar-, navigatie- en telecommunicatieapparatuur,
bestemd voor de begeleiding van en de communicatie met de overige scheepvaart in en
om het boorgebied.
-
5. Het Kustwachtcentrum (CCC) zal gedurende de plaatsing van het boorplatform Prospector-1
een navigatiebericht uitzenden. Dit moet worden aan- en afgemeld bij het CCC. Hiervoor
worden kosten in rekening gebracht (voor meer informatie zie https://www.kustwacht.nl/nl/aanvraagnavber.html). Het navigatiebericht loopt door totdat de boring is vermeld in de BAZ (Berichten
aan Zeevarenden) door zorg van Hydrografische Dienst.
-
6. Na de exploratieboring en voor vertrek van het boorplatform dient het Kustwachtcentrum
en de Dienst der Hydrografie op de hoogte te worden gebracht van de nieuwe situatie.
-
7. Tijdens de exploratie dient er een 500 meter veiligheidszone te worden ingesteld.
-
8. Er dient aandacht en afstemming te zijn tussen ONE-Dyas B.V., de eigenaar van windpark
Gemini en belanghebbenden.
-
9. Voorkomen moet worden dat de plaatsing van een mijnbouwinstallatie een beperkende
invloed heeft op het oprichten of in werking hebben van een windenergiepark.
-
10. Calamiteiten en/of bijzonderheden moeten direct worden gemeld aan het Kustwachtcentrum.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: J.L. Rosch MT-lid directie Warmte en Ondergrond
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken
binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een gemotiveerd bezwaarschrift
indienen bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, Directie Wetgeving en Juridische
Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef
vermelde datum.