Verkeersmaatregel Brusselseweg

Logo Maastricht

Ruimte / Mobiliteit / 2020-27091

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Overwegende, dat de Brusselseweg een gebiedsontsluitingsweg is gedeeltelijk binnen de bebouwde kom en gedeeltelijk buiten de bebouwde kom van Maastricht;

 

dat de ventwegen van de Brusselseweg, ten zuiden van de Fagotstraat, erftoegangswegen zijn;

 

dat er een reconstructie van de Brusselseweg ten zuiden van de Fagotstraat heeft plaats gevonden;

 

dat de middengeleider is verlengd en er een lijnbusstrook is aangelegd;

 

dat de aansluiting van de westelijke ventweg van de Brusselseweg op de Fagotstraat is aangepast;

 

dat de verkeersmaatregelen worden geactualiseerd in dit besluit;

 

dat deze maatregel wordt genomen voor het in stand houden van weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan alsook ter waarborging van de vrijheid van het verkeer;

 

dat deze maatregel wordt genomen om de veiligheid op de weg te verzekeren;

 

dat de plaatsing van de benoemde verkeerstekens geschiedt zoals weergegeven op de bijgevoegde tekening behorend bij dit verkeersbesluit;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

gelet op het bepaalde in de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het “Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer” en paragraaf 4 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Brusselseweg in hun besluit van 8 juli 2020 / Ruimte / Mobiliteit / 2020-18920;

  • 2.

    door het plaatsen van het bord C12 van Bijlage I van het RVV 1990 de westelijke ventweg van de Brusselseweg, naar de aansluiting met de Fagotstraat, gesloten te verklaren voor alle motorvoertuigen:

  • 3.

    door het plaatsen van de borden G11 van Bijlage I van het RVV 1990 de vrijliggende paden langs de Brusselseweg bij de aansluiting met de Fagotstraat aan te wijzen als verplicht fietspad;

  • 4.

    door het aanbrengen van het woord “LIJNBUS” op het wegdek van de Brusselseweg, de opstelstrook bij de aansluiting met de Fagotstraat, aan te wijzen als busbaan, als bedoeld in artikel 81 van het RVV 1990, op grond waarvan deze alleen door de bestuurders van een lijnbus mag worden gebruikt;

  • 5.

    door het in stand houden van de borden A1 van Bijlage I van het RVV 1990 de maximum snelheid op het buiten de bebouwde kom gelegen deel van de Brusselseweg, tussen het kombord en de Belgische grens, in te stellen op 70 km/uur;

  • 6.

    door het in stand houden van de borden B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden aan te geven dat het verkeer op de Brussselseweg voorrang moet verlenen aan het verkeer op de Fagotstraat en de Frans van de Laarstraat;

  • 7.

    door het in stand houden van de borden B1, B2 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden de hoofdrijbaan van de Brusselseweg aan te wijzen als voorrangsweg voor het deel ten noorden van de aansluiting met de Frans van de Laarstraat;

  • 8.

    door het in stand houden van het bord C2 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord de ventweg van de Brusselseweg, ten noorden van de Furniusstraat, aan te wijzen als eenrichtingsweg voor motorvoertuigen, gesloten in de richting van de Fagotstraat;

  • 9.

    door het in stand houden van de borden C2, C3 en C4 van Bijlage I van het RVV 1990 gesloten te verklaren voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee:

    • a.

      het gedeelte van de oostelijke parallelweg, voor zover gelegen tussen de Orleansstraat en de Frans van de Laarstraat, in de richting van de Orleansstraat;

    • b.

      het gedeelte van de westelijke parallelweg, voor zover gelegen tussen de Laurent Polisstraat en de Bilserbaan, in de richting van de Laurent Polisstraat;

  • 10.

    door het in stand houden van de borden D1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden aan te wijzen als rotonde met dien verstande dat het verkeer op de rotonde voorrang heeft:

    • a.

      de kruising Brusselseweg/Clavecymbelstraat/Peter Huyssenslaan;

    • b.

      de kruising Brusselseweg/Papyrussingel/Carl Smulderssingel;

    • c.

      de kruising Brusselseweg/Belvédèrelaan;

  • 11.

    door het in stand houden van de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleiders ten noorden en ten zuiden van de rotonde Brusselseweg/ Belvédèrelaan alle bestuurders te gebieden de middengeleiders voorbij te gaan aan de zijde die de pijl op het bord aangeeft;

  • 12.

    door het in stand houden van de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de vluchtheuvels in het midden van de Brusselseweg de bestuurders te gebieden deze vluchtheuvels voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 13.

    door het in stand houden van het bord D3 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleider ten zuiden van de aansluiting van de Brusselseweg met de Frans van de Laarstraat, bestuurders te gebieden het bord voorbij te gaan aan één van de zijden die de pijlen aangeven;

  • 14.

    door het in stand houden van het bord D5 van Bijlage I van het RVV 1990 bestuurders op de Brusselseweg, komend vanuit het noorden, te gebieden de rijrichting te volgen die op het bord is aangegeven, in de richting van de Fagotstraat;

  • 15.

    door het in stand houden van het bord D5 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “uitgezonderd lijnbussen” bestuurders op de Brusselseweg, komend vanuit het zuiden, te gebieden de rijrichting te volgen die op het bord is aangegeven, in de richting van de Frans van de Laarstraat, met uitzondering van lijnbussen;

  • 16.

    door het in stand houden van de borden G11 van Bijlage I van het RVV 1990 de vrijliggende paden ten noorden en ten zuiden van de aansluiting met de Frans van de Laarstraat aan te wijzen als verplichte fietspaden;

  • 17.

    door het in stand houden van de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 aan te wijzen als fiets/bromfietspad:

    • a.

      het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten noorden van de Frans van de Laarstraat;

    • b.

      het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Fagotstraat;

    • c.

      het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbaan en ten noorden van de Fagotstraat;

    • d.

      het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Peter Huyssenslaan;

    • e.

      het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Clavecymbelstraat;

    • f.

      het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten noorden van de Peter Huyssenslaan;

    • g.

      het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Clavecymbelstraat;

    • h.

      het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten zuiden van de Carl Smulderssingel;

    • i.

      het vrijliggende pad ten oosten van de hoofdrijbaan en ten noorden van de Carl Smulderssingel;

    • j.

      het vrijliggende pad ten westen van de hoofdrijbbaan en ten noorden van de Carl Smulderssingel;

    • k.

      de vrijliggende paden rondom de rotonde Brusselseweg/ Belvédèrelaan;

  • 18.

    door het in stand houden van de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 aan te wijzen als bushalte de haltes gelegen aan:

    • a.

      de Brusselseweg ter hoogte van de Clavareaustraat;

    • b.

      de Brusselseweg ten noorden van de rotonde Brusselseweg/Frans van de Laarstraat;

    • c.

      de Brusselseweg ten noorden van de rotonde Brusselseweg/Peter Huyssenslaan;

    • d.

      de Brusselseweg ten noorden van de aansluiting met de Sandersweg;

    • e.

      de Brusselseweg net voor de Belgische grens;

  • 19.

    door het in stand houden van een doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 76 van het RVV 1990 bestuurders te verbieden deze streep links te overschrijden en zich links van deze streep te bevinden:

    • a.

      op de hoofdrijbaan tussen het meest noordelijk gelegen verkeerseiland en een plaats ter hoogte van lichtmast met nummer 89;

    • b.

      op de hoofdrijbaan ter hoogte van het viaduct van de spoorlijn Maastricht-Hasselt over een afstand van 200 meter (viaduct in het midden);

  • 20.

    door het in stand houden van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23 van het RVV 1990 de bestuurders te verbieden zijn voertuig te laten stilstaan aan de oostzijde van de oostelijke parallelweg ter hoogte van Brusselseweg 184 over een afstand van 40 meter;

  • 21.

    door het in stand houden van de zebramarkering aan te wijzen als voetgangersoversteekplaatsen als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990 de oversteekplaatsen op de Brusselseweg:

    • a.

      ten noorden van de Bilserbaan;

    • b.

      ten noorden en ten zuiden van het kruispunt Frans van de Laarstraat/Fagotstraat;

    • c.

      ten noorden en ten zuiden van de rotonde Peter Huyssenslaan/Clavecymbelstraat;

    • d.

      ten noorden en ten zuiden van de rotonde Carl Smulderssingel/Papyrussingel.

 

Maastricht, 30 september 2020

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Krabbendam,

Voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

Dit besluit is gepubliceerd in de Staatscourant van 7 oktober 2020 en ligt ter inzage tot en met 18 november 2020.

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

 

 

Naar boven