Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatscourant 2020, 51301Besluiten van algemene strekking

Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2 september 2020, nr. ILT-2020/43834 tot wijziging van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (binnenvaart) in verband met een aantal wijzigingen van het Arbeidstijdenbesluit vervoer die zien op de rusttijd van de bemanning

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 10:7, zesde lid, van de Arbeidstijdenwet;

Besluiten:

ARTIKEL I

De bijlage 'Tarieflijst normbedragen bestuurlijke boete binnenvaart' bij de Beleidsregel Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (binnenvaart) wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

ARTIKEL II

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout

BIJLAGE BIJ ARTIKEL I

Bijlage Tarieflijst normbedragen bestuurlijke boete binnenvaart als bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (binnenvaart)

Voor de toepassing van deze tarieflijst wordt verstaan onder:

Atw: Arbeidstijdenwet

Atbv: Arbeidstijdenbesluit vervoer

Rsp: het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn

Registratie door werkgever/zelfstandige te voeren

Feit code

Wet

Art.

Verwijzing naar

Omschrijving art.

Bijzonderheden

Normadressaat

Boetenormbedrag

Atw 4.3.1

Atw

4.3

4:3 lid 1 Atw

Het niet voeren van een deugdelijke registratie door de werkgever en een persoon als bedoeld in art. 2:7, eerste lid, Atw, ter zake van de arbeids- en rusttijden welke het toezicht op de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen mogelijk maakt.

 

Werkgever/

zelfstandige

€ 10.000

Rusttijden bemanningslid dat werknemer is

Feitcode

Wet

Art.

Verwijzing naar

Omschrijving art

Bijzonderheden

Normadressaat

Boetenormbedrag

Atbv- 5.5.03

Atbv

5.3:1

5.5:2 Atbv

In een tijdvak van 48 uur onmiddellijk voorafgaand aan het binnenvaren van de binnenwateren geen rekening hebben gehouden met de rusttijden genoemd in respectievelijk artikel 5.5:3 tot en met 5.5:5 van het Atbv.

 

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 500 1)

 

Atbv

5.3:1

5.5:3 Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat werknemer is en arbeid verricht in de exploitatiewijze A1 een rusttijd heeft van tenminste 10 uren waarvan 8 uren ononderbroken in een aaneengesloten periode van 24 uren te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren. (Rusttijd: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3.11 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn).

Atbv- 5.5.04

Atbv

5.3:1

5.5:3, lid 2, onderdeel a, Atbv

Geen ononderbroken rust van 8 uren.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1) 2)

Atbv- 5.5.05

Atbv

5.3:1

5.5:3, lid 1, Atbv

Niet voldoen aan tenminste 10 uren rust.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

 

Atbv

5.3:1

5.5:3Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat werknemer is en arbeid verricht bij exploitatiewijze A2 een rusttijd heeft van tenminste 10 uren waarvan ten minste 6 uren ononderbroken in een aaneengesloten periode van 24 uren te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 6 uren. (Rusttijd: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3.11 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn).

Atbv-5.5.06

Atbv

5.3:1

5.5:3, lid 2, onderdeel b, Atbv

Geen ononderbroken rust van 6 uren

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1) 2)

Atbv-5.5.07

Atbv

5.3:1

5.5:3, lid 1, Atbv

Niet voldoen aan tenminste 10 uren rust

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Rusttijden bemanningslid dat werknemer is

Feitcode

Wet

Art.

Verwijzing naar

Omschrijving art.

Bijzonderheden

Normadressaat

Boetenormbedrag

 

Atbv

5.3:1

5.5:3, lid 3, Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat werknemer is en arbeid verricht bij exploitatiewijze B een rusttijd heeft van ten minste 10 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 24 uur, waarvan ten minste 6 uren ononderbroken, en 24 uren in een aaneengesloten periode van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren.

Atbv- 5.5.08

Atbv

5.3:1

5.5:3, lid 3, Atbv

Geen ononderbroken rust van 6 uren.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Atbv- 5.5.09

Atbv

5.3:1

5.5:3, lid 3, Atbv

Niet voldoen aan tenminste 10 uren rust in elke aaneengesloten tijdruimte van 24 uren.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Atbv- 5.5.10

Atbv

5.3:1

5.5:3, lid 3, Atbv

Niet voldoen aan tenminste 24 uren rust in elke aaneengesloten tijdruimte van 48 uren.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Atbv-5.5.11

Atbv

5.3:1

5.5:3 lid 4 Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat werknemer is een rusttijd heeft van ten minste 84 uren in elke periode van 7 dagen.

Tot 7 uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 200 1)

Tot 14 uur tekort

€ 400 1)

14 uur of meer tekort per uur tekort

€ 500 1)

Rusttijden bemanningslid dat geen werknemer is

Feitcode

Wet

Art.

Verwijzing naar

Omschrijving art.

Bijzonderheden

Normadressaat

Boetenormbedrag

Atbv- 5.5.12

Atbv

5.3:1

5.5:3 lid 5 Atbv en 3.11, lid 1, Rsp

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat geen werknemer is en arbeid verricht bij exploitatiewijze A1 een ononderbroken rusttijd heeft van tenminste 8 uren in een aaneengesloten periode van 24 uren te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren. (Rusttijd: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3.11 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn).

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 3)

 

Atbv

5.3:1

5.5:3 lid 5 Atbv en 3.11, lid 2, Rsp

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat geen werknemer is en arbeid verricht bij exploitatiewijze A2 een rusttijd heeft van tenminste 8 uren waarvan ten minste 6 uren ononderbroken in een aaneengesloten periode van 24 uren te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 6 uren. (Rusttijd: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3.11 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn).

Atbv- 5.5.13

Atbv

5.3:1

5.5:3 lid 5 Atbv en 3.11, lid 2, Rsp

Geen ononderbroken rust van 6 uren.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 3)

Atbv- 5.5.14

Atbv

5.3:1

5.5:3 lid 5 Atbv en 3.11, lid 2, Rsp

Niet voldoen aan tenminste 8 uren rust.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300

 

Atbv

5.3:1

5.5:3 lid 5 Atbv en 3.11, lid 3, Rsp

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat geen werknemer is en arbeid verricht bij exploitatiewijze B een rusttijd heeft van ten minste 24 uren, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken, in een aaneengesloten periode van 48 uren te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren.

Atbv- 5.5.15

Atbv

5.3:1

5.5:3 lid 5 Atbv en 3.11, lid 3, Rsp

Geen ononderbroken rust van tweemaal 6 uren ononderbroken, in een aaneengesloten periode van 48 uren.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300

Atbv- 5.5.16

Atbv

5.3:1

5.5:3 lid 5 Atbv en 3.11, lid 3, Rsp

Niet voldoen aan tenminste 24 uren rust in een aaneengesloten tijdruimte van 48 uren.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300

Nachtarbeid

Feitcode

Wet

Art.

Verwijzing naar

Omschrijving art.

Bijzonderheden

Normadressaat

Boetenormbedrag

Atbv- 5.5.17

Atbv

5.3:1

5.5:4 Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat werknemer is in elke periode van 7 dagen ten hoogste 42 uren arbeid verricht tussen 23.00 uur en 6.00 uur.

Bij meer dan 42 uur nacht- arbeid, voor elk uur te veel

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Arbeidstijd bemanningslid dat werknemer is

Feitcode

Wet

Art.

Verwijzing naar

Omschrijving art.

Bijzonderheden

Normadressaat

Boetenormbedrag

Atbv-5.5.18

Atbv

5.3:1

5.5:5, lid 1, onderdeel a, Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat werknemer is ten hoogste 14 uren arbeid verricht in elke periode van 24 uur.

Bij meer dan 14 uren arbeid, voor elk uur te veel

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Atbv 5.5.19

Atbv

5.3:1

5.5:5, lid 1, onderdeel b, Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat werknemer is ten hoogste 84 uren arbeid verricht in elke periode van zeven dagen.

Bij meer dan 84 uren arbeid, voor elk uur te veel

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Atbv- 5.5.20

Atbv

5.3:1

5.5:5, lid 1, onderdeel c, Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat werknemer is ten hoogste arbeid verricht gedurende gemiddeld 48 uren per week in elke periode van 52 weken of indien de contractperiode korter is dan 52 weken, gemiddeld 48 uren per week in de contractperiode.

Bij meer dan 48 uur gemid-deld, voor elk uur te veel

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Atbv- 5.5.21

Atbv

5.3:1

5.5:5, lid 2, Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat een bemanningslid dat werknemer is, wanneer er volgens het dienstrooster meer arbeidsdagen dan rustdagen zijn, ten hoogste arbeid gedurende gemiddeld 72 uren per week in elke periode van 16 weken verricht.

Bij meer dan 72 uur gemid-deld, voor elk uur te veel

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Atbv- 5.5.22

Atbv

5.3:1

5.5:5a Atbv

Bij de vaststelling van het aantal arbeids- en rustdagen van een bemanningslid dat werknemer is, clausule 5 van de overeenkomst niet in acht nemen.

 

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 1.000 1)

Atbv- 5.5.23

Atbv

5.3:1

5.5:5b Atbv

Bij de vaststelling van het aantal arbeids- en rustdagen van een bemanningslid dat werknemer is en seizoensarbeid in de passagiersvaart verricht op grond van collectieve arbeidsovereenkomsten of bedrijfsakkoorden tussen de sociale partners, clausule 6 van de overeenkomst niet in acht nemen.

 

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 1.000 1)

Arbeidstijd bemanningslid dat werknemer is

Feitcode

Wet

Art.

Verwijzing naar

Omschrijving art.

Bijzonderheden

Normadressaat

Boetenormbedrag

Atbv- 5.5.24

Atbv

5.3:1

5.5:6, lid 2, Atbv juncto 5:10 lid 3 Atw

Er niet zorg voor dragen dat een bemanningslid dat werknemer is en dat door een noodsituatie arbeid heeft verricht voldoende compensatie krijgt.

Voor elke uur tekort

gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Jeugdige bemanningslid

Feitcode

Wet

Art.

Verwijzing naar

Omschrijving art.

Bijzonderheden

Normadressaat

Boetenormbedrag

 

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 1 Atbv Juncto 5.5:3, lid 2, Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat het jeugdige bemanningslid bij de exploitatiewijze A1 en A2 in elke periode van 24 uren een rusttijd geniet, die inclusief de in artikel 5.5:7 lid 4 Atbv- genoemde pauze, ten minste 16 uren bedraagt waarvan ten minste 12 uren ononderbroken waarvan 8 respectievelijk 6 uren buiten de vaart.

Atbv- 5.5.25

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 1 Atbv Juncto 5.5:3, lid 2, Atbv

Geen ononderbroken rust van 8 uren buiten de vaart in de exploitatiewijze A1 respectievelijk 6 uren rust buiten de vaart in de exploitatiewijze A2.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)4)

Atbv- 5.5.26

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 1, onderdeel a, Atbv

Geen ononderbroken rust van 12 uren.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)4)

Atbv- 5.5.27

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 1, onderdeel a, Atbv

Niet voldoen aan tenminste 16 uren rust.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

 

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 1, onderdeel b, Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat het jeugdige bemanningslid bij de exploitatiewijze B in elke periode van 24 uren een rusttijd geniet, die inclusief de in artikel 5.5:7 lid 4 Atbv- genoemde pauze, ten minste 16 uren bedraagt waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken.

Atbv- 5.5.28

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 1, onderdeel b, Atbv

Geen ononderbroken rust van tweemaal 6 uren.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Atbv- 5.5.29

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 1, onderdeel b, Atbv

Niet voldoen aan tenminste 16 uren rust.

voor elk uur tekort

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 300 1)

Atbv- 5.5.30

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 2 Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat het jeugdige bemanningslid hetzij een wekelijkse rust heeft van ten minste 2 dagen, waarin de zondag is inbegrepen, hetzij een wekelijkse ononderbroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren, waarin de zondag is inbegrepen, hetzij, ingeval van een reis van meer dan 5 dagen in elke periode van 10 weken een ononderbroken rusttijd heeft van tenminste 16 dagen.

 

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 1.000

1)

Atbv- 5.5.31

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 3 Atbv

De arbeid niet zodanig organiseren dat het jeugdige bemanningslid tussen 22.00 uur en 06.00 uur dan wel tussen 23.00 uur en 07.00 uur slechts arbeid verricht indien dit in het kader van de opleiding noodzakelijk is.

 

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 1.000 1)

Atbv- 5.5.32

Atbv

5.3:1

5.5:7 lid 4 Atbv

De arbeid niet zo organiseren dat er een pauze is van ten minste 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan vier en een half uur.

 

Werkgever / Gezagvoerend schipper

€ 100 1)

Berekening boete bij overtreding van de rusttijd- en arbeidstijdvoorschriften in een periode van 24 uren

Wanneer in een periode van 24 uren er zowel overtredingen zijn van de voorschriften met betrekking tot de ononderbroken rust als van de dagelijkse rust, wordt de hoogte van de boetes als volgt berekend:

  • Voor het aantal uren te kort aan ononderbroken rust wordt een boete opgelegd.

  • Voor het aantal uren te kort aan dagelijkse rust wordt een boete opgelegd minus het aantal uren dat betrokken is in de berekening van de hoogte van de boete voor ononderbroken rust.

Wanneer er een boete wordt opgelegd voor een tekort aan rust in een periode van 24 uren wordt afgezien van het opleggen van een boete voor het meer dan 14 uren arbeid verrichten in dezelfde periode van 24 uren.

De boete wordt berekend met inachtneming van de in de tarieflijsten vermelde voetnoten:

  • 1) Het boetebedrag voor de overtredingen wordt met 50% verminderd indien de boete wordt opgelegd aan een gezagvoerend schipper die onder gezag van een ander arbeid verricht.

  • 2) Indien er sprake is van 1 uur of minder tekort aan ononderbroken rust buiten de vaart wordt er geen boete opgelegd indien is voldaan aan tenminste 10 uren rust.

  • 3) Indien er sprake is van 1 uur of minder tekort aan ononderbroken rust buiten de vaart wordt er geen boete opgelegd waarbij voor de exploitatiewijze A2 geldt dat er moet zijn voldaan aan tenminste 8 uren rust.

  • 4) Indien er sprake is van 1 uur of minder tekort aan ononderbroken rust buiten de vaart wordt er geen boete opgelegd indien is voldaan aan tenminste 16 uren rust.

Het maximaal in het boeterapport op te nemen bedrag ter zake een of meer overtredingen met betrekking tot de rusttijd- en of arbeidstijdvoorschriften bedraagt bij een eerste bedrijfsinspectie voor een werkgever/zelfstandige met:

  • 1) Minder dan 5 werknemers: ten hoogste 0,25 maal het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  • 2) 5 of meer maar minder dan 25 werknemers: ten hoogste 0,5 maal het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  • 3) 25 of meer maar minder dan 50 werknemers: ten hoogste 0,75 maal het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  • 4) 50 of meer werknemers: ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

TOELICHTING

Per 1 juli 2019 zijn de artikelen 3.11 en 3.12 van het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn gewijzigd. In die artikelen is bepaald dat indien wordt gevaren in de exploitatiewijze A1 en A2, de bemanning in vierentwintig uren acht, respectievelijk zes uren buiten de vaart moet rusten. Met de toevoeging van een vierde lid aan artikel 3.11 wordt het mogelijk gemaakt om tijdens de vaart te rusten mits aan de voorwaarden van dat lid wordt voldaan. De voorwaarden zijn dat:

  • tijdens die rusttijd te allen tijde het voor de veiligheid van het schip vereiste aantal bemanningsleden – waaronder tenminste één schipper -wordt ingezet en

  • de mogelijkheid bestaat de rusttijd door te brengen in een slechts aan één bemanningslid toegewezen ruimte die geschikt is om uit te rusten en afgeschermd is tegen de invloed van niet toegelaten geluid of trillingen. In deze ruimte mag de geluidsdruk 60 dB(A)niet overschrijden, hetgeen moet blijken uit het binnenschipcertificaat, waarbij de geluidsdruk gemeten dient te worden overeenkomstig de geldende voorschriften van de ES-TRIN.

De bijlage tarieflijst normbedragen bestuurlijke boete binnenvaart bij de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet) en Arbeidstijdenbesluit vervoer is hierop aangepast

Gelijkstelling boetehoogte

Bij deze aanpassing is de tarieflijst ingekort door de bedragen per uur te publiceren en de boetefeiten voor de werkgever en de gezagvoerend schipper in de omschrijving samen te voegen. Indien de gezagvoerend schipper onder gezag van een ander arbeid verricht wordt de boete met 50% verminderd. De hoogte van het boetebedrag voor de werkgever en de gezagvoerend schipper die onder gezag van een ander arbeid verricht blijven hierdoor op hetzelfde bedrag als voor deze aanpassing.

Voor de eigenaar/gezagvoerend schipper betekent deze aanpassing echter dat het boetebedrag verdubbelt. De eigenaar/gezagvoerend schipper is niet afhankelijk van een werkgever waardoor hij over de volledige beslissingsvrijheid beschikt. De eigenaar/gezagvoerend schipper heeft direct invloed op de planning van de reis, daarom is het evenredig om de boete voor de zelfstandige en de werkgever gelijk te stellen, de verwijtbaarheid is immers gelijk. Dit is analoog aan de systematiek die bij de boeteoplegging van de Binnenvaartwet wordt gehanteerd.

De boetetarieven houden rekening met de ernst van de overtredingen. Zo wordt bijvoorbeeld bij een tekort aan rust de boetehoogte bepaald op basis van het aantal uren te kort aan rust. Bij een objectcontrole, een controle op één schip, zullen de rusttijden van de nautische bemanning en eventueel de arbeidstijden van het boordpersoneel onderwerp van controle zijn. Bij een bedrijfsinspectie wordt ook de naleving van andere onderdelen uit het Atbv binnenvaart gecontroleerd. Deze bedrijfscontroles hebben betrekking op een vooraf bepaalde beperkte periode en een beperkt aantal te controleren schepen. Het aantal te controleren schepen is afhankelijk van de omvang van de onderneming.

Op grond van artikel 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden omstandigheden naar voren brengen die kunnen aantonen dat de hoogte van de boete in dat specifieke geval onevenredig is. Indien de onevenredigheid voortvloeit uit de financiële positie van de overtreder kan de overtreder dit met stukken onderbouwen en aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) voorleggen. Een deskundige zal op basis van de stukken dan een draagkrachttoets uitvoeren.

Het Atbv, hoofdstuk 5 Binnenvaart, kent voor de rusttijden voorschriften die diverse normen in zich hebben. Voor de duidelijkheid zijn deze normen nu afzonderlijk vermeld. Dit betreffen normen ten aanzien van de dagelijkse rust en van de ononderbroken rust binnen deze dagelijkse rust. Daar deze normen sterk met elkaar samenhangen is de berekening van de boete bij samenloop expliciet opgenomen in de tarieflijst zodat een uur te kort aan rust niet tweemaal beboet wordt.

Wanneer er sprake is van een uur of minder tekort aan ononderbroken rust buiten de vaart maar er wel aan de dagelijkse rust wordt voldaan wordt er geen boete opgelegd. Hiermee wordt rekening gehouden met de onvoorziene omstandigheden dat er net niet tijdig een ligplaats gevonden kan worden.

De boetebedragen voor nieuwe uit de richtlijn voortvloeiende bepalingen, dat tijdens de vaart gerust kan worden, zijn afgestemd op vergelijkbare bepalingen van het Atbv inzake wegvervoer. Voor wat betreft de registratieverplichtingen uit artikel 4:3 van het Atbv is het totaalbedrag aan de hiervoor op te leggen boete gemaximaliseerd aan de hand van het aantal werknemers. Overtredingen inzake de registratieverplichtingen kunnen alleen maar tijdens een bedrijfsinspectie geconstateerd worden.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout