Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2020, 49908Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 oktober 2020, nr. 2020-0000564039, houdende wijziging van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers tot vaststelling van de aanspraken van decentrale bestuurders in het kader van preventieve beveiligingsmaatregelen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 2.3.1, tweede lid, 3.3.1, tweede lid, en 4.3.1, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 2.8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.9. Vergoeding preventieve beveiligingsmaatregelen woonplek commissaris en gedeputeerden

  • 1. Voor het treffen van preventieve beveiligingsmaatregelen ten behoeve van een veilige woonplek als bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, van het besluit worden aan de commissaris of de gedeputeerde werkelijk gemaakte kosten vergoed tot een bedrag van ten hoogste € 2.400,– inclusief btw.

  • 2. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt enkel voor het gedurende de uitoefening van de functie, of op een moment daarvoor waarop vaststond dat de commissaris of de gedeputeerde de functie zou gaan vervullen, treffen van preventieve beveiligingsmaatregelen aan de woning op het woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, van de commissaris of de gedeputeerde.

  • 3. Indien het woonadres van de commissaris of de gedeputeerde gedurende de uitoefening van diens functie wijzigt en de commissaris of de gedeputeerde heeft al gebruik gemaakt van de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, ontstaat die aanspraak nogmaals voor de woning waar de commissaris of de gedeputeerde diens nieuwe woonadres heeft.

  • 4. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt slechts indien de betreffende woning blijkens een geldig Politiekeurmerk Veilig Wonen-certificaat voldoet aan de eisen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen.

  • 5. Onder preventieve beveiligingsmaatregelen worden enkel de volgende maatregelen begrepen:

    • a. beveiliging van de brievenbus;

    • b. versteviging van de ruiten om braak te beperken;

    • c. installatie van een deurspion of video-intercom;

    • d. installatie van een basissysteem waarop een bewakingssysteem kan worden aangesloten; en

    • e. installatie van een brand- en inbraakwerende kluis.

  • 6. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de door het Centraal bureau voor de statistiek vastgestelde consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

B

Na artikel 3.8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.9. Vergoeding preventieve beveiligingsmaatregelen woonplek burgemeester en wethouders

  • 1. Voor het treffen van preventieve beveiligingsmaatregelen ten behoeve van een veilige woonplek als bedoeld in artikel 3.3.1, tweede lid, van het besluit worden aan de burgemeester of de wethouder werkelijk gemaakte kosten vergoed tot een bedrag van ten hoogste € 2.400,– inclusief btw.

  • 2. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt enkel voor het gedurende de uitoefening van de functie, of op een moment daarvoor waarop vaststond dat de burgemeester of de wethouder de functie zou gaan vervullen, treffen van preventieve beveiligingsmaatregelen aan de woning op het woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, van de burgemeester of de wethouder.

  • 3. Indien het woonadres van de burgemeester of de wethouder gedurende de uitoefening van diens functie wijzigt en de burgemeester of de wethouder heeft al gebruik gemaakt van de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, ontstaat die aanspraak nogmaals voor de woning waar de burgemeester of de wethouder diens nieuwe woonadres heeft.

  • 4. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt slechts indien de woning blijkens een geldig Politiekeurmerk Veilig Wonen-certificaat voldoet aan de eisen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen.

  • 5. Onder preventieve beveiligingsmaatregelen worden enkel de volgende maatregelen begrepen:

    • a. beveiliging van de brievenbus;

    • b. versteviging van de ruiten om braak te beperken;

    • c. installatie van een deurspion of video-intercom;

    • d. installatie van een basissysteem waarop een bewakingssysteem kan worden aangesloten; en

    • e. installatie van een brand- en inbraakwerende kluis.

  • 6. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de door het Centraal bureau voor de statistiek vastgestelde consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

C

Na artikel 4.8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.9 Vergoeding preventieve beveiligingsmaatregelen woonplek voorzitter en leden van het dagelijks bestuur

  • 1. Voor het treffen van preventieve beveiligingsmaatregelen ten behoeve van een veilige woonplek als bedoeld in artikel 4.3.1, tweede lid, van het besluit worden aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur werkelijk gemaakte kosten vergoed tot een bedrag van ten hoogste € 2.400,– inclusief btw.

  • 2. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt enkel voor het gedurende de uitoefening van de functie, of op een moment daarvoor waarop vaststond dat de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur de functie zou gaan vervullen, treffen van preventieve beveiligingsmaatregelen aan de woning op het woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur.

  • 3. Indien het woonadres van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur gedurende de uitoefening van diens functie wijzigt en de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur heeft al gebruik gemaakt van de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, ontstaat die aanspraak nogmaals voor de woning waar de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur diens nieuwe woonadres heeft.

  • 4. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt slechts indien de woning blijkens een geldig Politiekeurmerk Veilig Wonen-certificaat voldoet aan de eisen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen.

  • 5. Onder preventieve beveiligingsmaatregelen worden enkel de volgende maatregelen begrepen:

    • a. beveiliging van de brievenbus;

    • b. versteviging van de ruiten om braak te beperken;

    • c. installatie van een deurspion of video-intercom;

    • d. installatie van een basissysteem waarop een bewakingssysteem kan worden aangesloten; en

    • e. installatie van een brand- en inbraakwerende kluis.

  • 6. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de door het Centraal bureau voor de statistiek vastgestelde consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

1. Inleiding

Deze regeling strekt ertoe dat iedere decentrale bestuurder een vergoeding kan krijgen om diens woning preventief te laten beveiligen met een vaststaand pakket aan maatregelen, zonder beoordeling door een vertegenwoordigend orgaan. Dit draagt bij aan de veiligheid van decentrale bestuurders. Decentrale bestuurders zijn commissarissen van de Koning en gedeputeerden, burgemeesters en wethouders, en de voorzitters en leden van het dagelijks bestuur van waterschappen. Zij kunnen in hun functie te maken krijgen met agressie, bedreiging, intimidatie of geweld.1 Decentrale bestuurders zijn publieke functionarissen die hun ambt zonder dwang en drang moeten kunnen uitoefenen. Het waarborgen van de veiligheid van bestuurders is van groot belang voor de kwaliteit van het openbaar bestuur en het goed laten functioneren van de Nederlandse democratie. Daarom beoogt deze regeling de veiligheid van de woningen van decentrale bestuurders te verhogen.

2. Inhoud van het voorstel

Werkgevers zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van hun medewerkers en dus ook voor de veiligheid van decentrale bestuurders. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft door signalen hierover uit de Stuurgroep Weerbare Burgemeesters2 vastgesteld dat bij veel decentrale bestuurders en hun werkgevers onduidelijkheid heerst over welke preventieve beveiligingsmaatregelen zij kunnen nemen en wie verantwoordelijk is voor de kosten hiervan. Hierdoor ontstaan situaties waarin decentrale overheden terughoudend zijn in het financieren van preventieve beveiligingsmaatregelen. Om deze onduidelijkheid weg te nemen, is een vergoeding voor een vaststaand pakket met preventieve beveiligingsmaatregelen vastgesteld. Daarnaast wordt het als onwenselijk beschouwd dat preventieve maatregelen aan de woning van een bestuurder onderdeel worden van het politieke debat. Decentrale bestuurders hebben recht op een tegemoetkoming tot € 2.400,– inclusief btw in de kosten voor het treffen van deze preventieve beveiligingsmaatregelen voor de woning waarin zij hun hoofdverblijf hebben.

Met dit pakket aan basismaatregelen hebben alle decentrale bestuurders, ongeacht in welke termijn van de bestuursperiode zij zich bevinden, in het Europese deel van Nederland recht op dezelfde maatregelen. Het is niet wenselijk als elke decentrale overheid afzonderlijk hier een eigen (deels politieke) keuze in maakt, omdat de preventieve bescherming daarmee onderdeel wordt van het politieke debat, terwijl het gaat om een basale voorwaarde voor decentrale bestuurders om hun functie uit te kunnen oefenen, namelijk veiligheid. Iedere decentrale bestuurder moet juist kunnen rekenen op een bepaald niveau van veiligheid, ook in zijn woning.

Tot de preventieve beveiligingsmaatregelen in het basispakket behoren de volgende maatregelen:

  • 1. Beveiliging van de brievenbus;

  • 2. Versteviging van de ruiten om braak te beperken;

  • 3. Installatie van een deurspion of video-intercom;

  • 4. Het aanleggen van een basisinstallatie waarop een bewakingssysteem kan worden aangesloten;3

  • 5. Installatie van een brand- en inbraakwerende kluis;

Dit pakket met maatregelen is vastgesteld in de Stuurgroep Weerbare Burgemeesters en een expertwerkgroep4 en zij adviseren dit als minimale preventie beveiligingsstandaard. Het pakket is ter akkoord voorgelegd aan de leden van het Overleg Rechtspositie Decentrale Politieke Ambtsdragers (ORDPA)5. Het bedrag van € 2.400,– inclusief btw is gekozen omdat voor dit bedrag in de regel al deze maatregelen in sobere uitvoering kunnen worden getroffen.

3. Relatie met het Stelsel bewaken en beveiligen

Er is een onderscheid tussen de basismaatregelen voor preventieve beveiliging en beveiligingsmaatregelen die genomen worden op grond van het stelsel Bewaken en Beveiligen. In het geval van de basismaatregelen is er in de regel nog geen sprake van een concrete (be)dreiging. De maatregelen zijn dan ook puur preventief. Als een decentrale bestuurder te maken krijgt met een concrete (be)dreiging, kunnen vanuit het stelsel Bewaken en Beveiligen maatregelen genomen worden. Er wordt dan gekeken welke specifieke maatregelen in een dergelijke situatie noodzakelijk worden geacht. De maatregelen uit het stelsel Bewaken en Beveiligen zijn aanvullend op de maatregelen uit deze regeling.

4. Gevolgen

Aangezien deze regeling geen gevolgen heeft voor burgers en bedrijven, maar slechts voor decentrale overheden, leidt deze regeling niet tot een verhoging van de regeldruk. Het Adviescollege toetsing regeldruk deelt deze conclusie.

Indien een woning niet voldoet aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen (hierna: PKVW, zie hieronder bij paragraaf 5), en de decentrale bestuurder wil toch aanspraak kunnen maken op de basismaatregelen, dan dient hij de kosten voor het nemen van maatregelen om aan het PKVW te voldoen zelf te betalen.

Wanneer de decentrale bestuurder heeft aangetoond te voldoen aan het PKVW, beslist hij vervolgens welke maatregelen uit het basispakket hij aan de woning wil uitvoeren. De werkgever vergoedt deze maatregelen tot een bedrag van € 2.400,– inclusief btw per decentrale bestuurder voor de woning die hoofdverblijf is. Na een verhuizing kan de decentrale bestuurder opnieuw aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van maximaal € 2.400,– inclusief btw. Voor verhuizende bestuurders kunnen de kosten voor de decentrale overheid per bestuurder gedurende de uitoefening van de functie dus hoger uitvallen. Om onnodige kosten te voorkomen, is het de aanbeveling dat beveiligingsmaatregelen zo veel mogelijk meegenomen worden naar de nieuwe woning.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

  • 1. Maatregelen tot en met Politiekeurmerk Veilig Wonen-niveau: kosten voor huiseigenaar.

  • 2. Basismaatregelen preventieve beveiliging: kosten voor werkgever tot maximaal € 2.400,– inclusief btw en na iedere verhuizing nog eens maximaal € 2.400,– inclusief btw.

  • 3. Aanvullende maatregelen als wens van bestuurder: kosten voor bestuurder zelf.

De decentrale bestuurder dient de beveiligingsmaatregelen eerst zelf te bekostigen, waarna deze gedeclareerd worden bij de werkgever. Deze wijze van declareren is op deze manier voorzien in de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers (zie artikel 1.2). Hier wordt dan ook bij aangesloten.

5. Uitvoering

Zoals gesteld, kan pas aanspraak worden gemaakt op de preventieve beveiligingsmaatregelen wanneer een woning voldoet aan het PKVW. Dit kan aangetoond worden met een PKVW-certificaat. Het PKVW is het enige veiligheidskeurmerk voor woningen die voldoen aan de eisen op het gebied van inbraakpreventie en sociale veiligheid met een landelijke dekking en geeft aan of het hang- en sluitwerk voldoet. Het keurmerk is in beheer bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (hierna: CCV). Voor meer informatie over het PKVW wordt verwezen naar de website www.politiekeurmerk.nl.

Om een PKVW-certificaat verkrijgen, dient een decentrale bestuurder door een PKVW-beveiligingsadviseur te laten controleren of diens woning hieraan voldoet. Een decentrale bestuurder kan ervoor kiezen eerst een ‘woningscan’ te laten doen door het CCV. Een veiligheidsadviseur van het CCV brengt dan bij een bezoek aan de woning in kaart wat de veiligheidsrisico’s zijn en voert een veiligheidsgesprek. Er wordt dan gelijk gekeken of de woning ook aan het PKVW voldoet, en het CCV geeft adviezen over welke beveiligingsmaatregelen uit het basispakket een bestuurder zou kunnen nemen. Op dit moment kunnen echter alleen PKVW-beveiligingsadviseurs daadwerkelijk een PKVW-certificaat uitreiken. Het doen van woningscans door het CCV wordt tot eind 2021 vergoed door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is daarom voor decentrale bestuurders6 in ieder geval tot dat moment kosteloos.

De decentrale bestuurder kan de woning laten beveiligen op het woonadres waarmee hij staat ingeschreven in de basisregistratie personen. Hier is voor gekozen omdat hiermee duidelijk wordt wanneer een decentrale bestuurder verhuist en dus opnieuw aanspraak kan maken op een vergoeding.

Een decentrale bestuurder kan een vergoeding krijgen voor maatregelen die daadwerkelijk getroffen zijn gedurende diens aanstelling als bestuurder, of in een periode daarvoor waarin vast stond dat de decentrale bestuurder benoemd zou worden. Voor burgemeesters is dat bijvoorbeeld het moment waarop er een raadsbesluit uitgaat waarin verzocht wordt om voordracht van deze burgemeester bij de minister van BZK. Voor wethouders is dat het moment waarop de coalitie-onderhandelingen afgerond zijn. De mogelijkheid om ook maatregelen te vergoeden die genomen zijn vóór de aanstelling wordt geboden zodat decentrale bestuurders al anticiperend op hun aanstelling preventieve beveiligingsmaatregelen kunnen nemen. Indien de aanstelling onverhoopt toch niet doorgaat en er al preventieve maatregelen zijn genomen, ontstaat geen aanspraak op de vergoeding, aangezien deze juist alleen open staat voor decentrale bestuurders. De regeling staat daarmee ook open voor decentrale bestuurders die nog maar kort aanblijven of decentrale bestuurder die nog maar net begonnen zijn. Hiervoor is gekozen vanwege de wenselijkheid om decentrale bestuurders de mogelijkheid te geven om hun woning te beveiligen op alle momenten dat zij in functie zijn.

6. Inwerkingtreding

Deze regeling is in werking getreden op 1 januari 2021.

7. Consultatie

Deze regeling heeft gedurende zes weken opengestaan voor internetconsultatie. Ook is de regeling voorgelegd aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW), het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB), de Wethoudersvereniging, de vertegenwoordiging van de Commissarissen van de Koning, de vertegenwoordiging van de Gedeputeerden, de Kring van Voorzitters van Waterschappen en de Vereniging Belangenbehartiging Dagelijks Bestuursleden van Waterschappen. Er zijn in totaal tien reacties binnen gekomen: vier van particulieren en zes van instanties.

Over het algemeen waren de reacties positief over het opnemen van basismaatregelen voor de preventieve beveiliging van decentrale bestuurders.

In enkele reacties werd opgemerkt dat het goed zou zijn om de regeling uit te breiden naar volksvertegenwoordigers, met name raadsleden. Zoals aangegeven in de toelichting, is hiervoor niet gekozen omdat leden van decentrale vertegenwoordigende organen over het algemeen minder een publiek profiel hebben dan decentrale bestuurders. De veiligheid van leden van decentrale vertegenwoordigende organen is niettemin van het grootste belang voor de werking van de lokale democratie. Om die reden zijn er in het Stelsel Bewaken en Beveiligen veel mogelijkheden om deze leden te beveiligen bij concrete (be)dreigingen. De behoefte bij decentrale bestuurders om te kijken naar de veiligheid van de woning lijkt bovendien ook groter te zijn dan bij raadsleden. Zo wordt momenteel maar 11% van de woningscans aangevraagd door raadsleden terwijl die doelgroep vele malen groter is dan het aantal decentrale bestuurders.

Ook stelden een aantal reacties dat het aanvankelijk vastgestelde bedrag van € 2.000,– te laag zou zijn om alle basismaatregelen te kunnen installeren. In overleg met het CCV, dat ook zitting nam in de expertwerkgroep, is daarom besloten om het te vergoeden bedrag te verhogen tot € 2.400,– inclusief btw. Ook is besloten dit bedrag jaarlijks bij ministeriële regeling te indexeren, zodat het meebeweegt met economische schommelingen.

Verder werd er gewezen op het belang van goede communicatie over de maatregelen en de kosten daarvan. Mede om die reden zal tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze regeling een circulaire worden gepubliceerd.

De VNG verzocht helderheid te geven over de fiscale gevolgen van de werkgeverskosten en hoe gemeenten als inhoudingsplichtige daarnaar dienen te handelen in het licht van de werkkostenregeling (WKR).

De fiscale behandeling van de basismaatregelen zal op dezelfde wijze plaatsvinden als beveiligingsaanpassingen aan woningen van bewindspersonen. Dit betekent dat de provincie, de gemeente of het waterschap in overleg met de inspecteur van de Belastingdienst vaststelt of en zo ja in hoeverre de beveiligingsaanpassingen fiscale gevolgen hebben voor het loon van de politieke ambtsdrager. Van de beveiligingsmaatregelen wordt bij aantreden de economische waarde vastgesteld (op basis van de op de factuur vermelde uitgaven). Op deze waarde wordt volgens een met de belastinginspecteur overeengekomen wijze een afschrijvingsmethode toegepast. Na het aanbrengen van de beveiligingsmaatregelen wordt nog geen bedrag in de loonadministratie als loon verantwoord. Er zijn daarom gedurende de ambtstermijn geen fiscale gevolgen voor het loon van de politieke ambtsdrager. Bij het aftreden wordt aan de politieke ambtsdrager de keuze voorgelegd om de beveiligingsaanpassingen te behouden of om de woning terug te brengen in de oorspronkelijke staat. Indien de beveiligingsaanpassingen behouden worden, dan kan dit – afhankelijk van de afschrijvingstermijn – een belastbaar voordeel uit de dienstbetrekking zijn. Dit voordeel zal dan als eindheffingsbestanddeel in de loonadministratie worden opgenomen.

Eventuele loonheffing over dit voordeel is daarmee voor rekening van de provincie, de gemeente of het waterschap.

Ook was er een opmerking van een particulier dat de verplichte vergoeding voor de basismaatregelen voor bestuurders ten koste zou kunnen gaan van de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling voor werknemers binnen gemeenten. Dit is een onjuiste veronderstelling. Over de samenloop van voorzieningen voor politieke ambtsdragers en overheidswerknemers binnen de werkkostenregeling is al eerder uitgebreid ingegaan in de circulaire die bij de introductie van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is verschenen (Stcrt. 2018, nr. 68918). Kortheidshalve wordt naar §3 van de bijlage bij deze circulaire verwezen: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-68918.html.

Tot slot wees de VNG op het belang om het Gemeentefonds aan te vullen, dan wel een jaarlijks bedrag vrij te maken om extra kosten te kunnen vergoeden. Bij de evaluatie van deze regeling zal ook dit kostenaspect worden meegenomen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Deze regeling ziet op bescherming van decentrale bestuurders, niet van vertegenwoordigende ambtsdragers van provincies, gemeenten en waterschappen. De reden hiervoor is dat deze ambtsdragers, zoals raadsleden voor gemeenten, over het algemeen minder een publiek profiel hebben.

X Noot
2

De stuurgroep bestaat uit ambtelijke leden van het ministerie van BZK, het ministerie van JenV, het Openbaar Ministerie, de NCTV, het NGB en de VNG.

X Noot
3

Een basisinstallatie maakt het mogelijk om (indien nodig) alarmsystemen snel aan te kunnen sluiten. Hierbij kan gedacht worden aan alarmknoppen of een inbraaksignalering-installatie.

X Noot
4

De expertwerkgroep bestond uit specialisten van de politie, het Openbaar Ministerie, De NCTV, het Centrum Criminaliteitspreventie en Veiligheid en Bureau Beveiligingsautoriteit van de ministeries BZK en JenV.

X Noot
5

Het ORDPA bestaat uit decentrale koepels VNG, IPO, UvW en vertegenwoordigers van alle negen beroepsgroepen van politieke ambtsdragers in de provincies, gemeenten of waterschappen.

X Noot
6

De woningscan is kosteloos beschikbaar voor alle decentrale politieke ambtsdragers, dus ook voor ambtsdragers in vertegenwoordigende organen.