Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2020, 49334Besluiten van algemene strekking

Beleidsregel van de Minister voor Medische Zorg van 17 september 2020, kenmerk 1722676-208215-S, tot tegemoetkoming in de schade geleden door amateursportorganisaties door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 II (Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 II)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

amateursport:

activiteiten op het gebied van sport die niet worden uitgeoefend in loondienst of als bezoldigde dienst, ongeacht of er een formele arbeidsovereenkomst is opgesteld tussen de sportbeoefenaar en de sportorganisatie;

amateursportorganisatie:

een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk die als doelstelling heeft amateursport voor lokale gebruikers aan te bieden, met de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling, genoemd in de bijlage;

amateursportorganisatie categorie A:

amateursportorganisatie met doorlopende lasten van meer dan € 500 en minder dan € 4.000;

amateursportorganisatie categorie B:

amateursportorganisatie met een sportaccommodatie in eigendom en doorlopende lasten van ten minste € 8.000 na aftrek van een ontvangen tegemoetkoming of subsidie op grond van de TOGS of de TVL;

doorlopende lasten:

de lasten voor gas, water of licht, belastingen en heffingen, hypotheeklasten of andere kosten gerelateerd aan leningen en verzekeringen, personele lasten en onderhoud die direct betrekking hebben op het gebruik van de sportaccommodatie van de aanvrager in periode 1 of periode 2, niet zijnde huurverplichtingen;

minister:

Minister voor Medische Zorg;

NOW:

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid;

omzetverlies:

verschil tussen het totaal van inkomsten van de amateursportorganisatie in periode 1 of periode 2 en het totaal van inkomsten in de periode van 1 maart 2019 tot 1 juni 2019 of van 1 juni 2019 tot 1 september 2019;

periode 1:

1 maart 2020 tot 1 juni 2020;

periode 2:

1 juni 2020 tot 1 september 2020;

personele lasten:

de kosten voor personeel in dienst van de amateursportorganisatie en de inhuur van personeel waarvoor niet reeds op grond van de NOW of de Tozo compensatie is ontvangen;

sportaccommodatie:

voorziening, bestemd en in gebruik voor activiteiten op het gebied van amateursport;

TOGS:

Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19;

Tozo:

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers;

TVL:

Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19.

Artikel 2. Verstrekking tegemoetkoming

  • 1. De minister kan op aanvraag een tegemoetkoming verstrekken aan een amateursportorganisatie categorie A of categorie B die ten minste 20% omzetverlies heeft geleden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt voor personele lasten indien deze tegemoetkoming wordt gebruikt om de personele lasten die gedeeltelijk op grond van de NOW of de Tozo worden gecompenseerd tot 100% te vergoeden.

  • 3. Een amateursportorganisatie komt slechts eenmaal in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van onderhavige beleidsregel.

  • 4. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt aan een amateursportorganisatie categorie A voor:

    • a. de doorlopende lasten in periode 1, indien de aanvrager daarvoor reeds een tegemoetkoming ontvangt op grond van de TOGS, tenzij de tegemoetkoming uitsluitend betrekking heeft op de personele lasten; of

    • b. de doorlopende lasten in periode 2, indien de aanvrager daarvoor reeds een tegemoetkoming ontvangt op grond van de TVL, tenzij de tegemoetkoming uitsluitend betrekking heeft op de personele lasten.

Artikel 3. Hoogte van de tegemoetkoming

  • 1. De hoogte van de tegemoetkoming voor een amateursportorganisatie categorie A is afhankelijk van haar doorlopende lasten in periode 1 of periode 2 en bedraagt:

    Doorlopende lasten per periode

    Tegemoetkoming (forfaitair) per periode

    € 501 t/m € 1.500

    € 1.500

    € 1.501 t/m € 2.500

    € 2.500

    € 2.501 t/m € 3.999

    € 3.500

  • 2. De hoogte van de tegemoetkoming voor een amateursportorganisatie categorie B is afhankelijk van haar doorlopende lasten in periode 1 of periode 2 na aftrek van de ontvangen tegemoetkoming of subsidie op grond van de TOGS en de TVL en bedraagt:

    Doorlopende lasten per periode na aftrek van compensatie of subsidie op grond van de TOGS en TVL

    Tegemoetkoming (forfaitair) per periode

    € 8.000 t/m € 13.999

    € 4.000

    € 14.000 t/m € 19.999

    € 5.000

    € 20.000 en hoger

    € 6.000

Artikel 4. Het beschikbare bedrag en wijze van verdeling

  • 1. Het beschikbare bedrag voor het verstrekken van de tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2 bedraagt € 44.500.000.

  • 2. Bij overschrijding van het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt door middel van loting van de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen, bepaald welke aanvragen voor een tegemoetkoming worden gehonoreerd.

  • 3. Artikel 4:25, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van tegemoetkomingen op grond van onderhavige regeling.

Artikel 5. De aanvraag

  • 1. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2. De aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden ingediend in de periode van 15 september 2020 tot en met 4 oktober 2020.

  • 3. De minister beslist binnen negen weken na sluiting van de aanvraagperiode als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 6. Definitieve tegemoetkoming

  • 1. Op verzoek van de minister toont de aanvrager aan dat hij voldoet aan de voorwaarden van deze beleidsregel door het overleggen van:

    • a. een overzicht van de omzet van de amateursportorganisatie waaruit blijkt dat deze een omzetverlies van ten minste 20% heeft geleden in periode 1 of periode 2;

    • b. de facturen op naam van de amateursportorganisatie voor haar doorlopende lasten;

    • c. indien een factuur, bedoeld in onderdeel b, meer dan € 1.000 bedraagt, een betalingsbewijs voor die factuur, waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie de factuur heeft betaald; en

    • d. een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming of subsidie op grond van de TOGS, de TVL, de NOW en de Tozo.

  • 2. De minister kan een besluit tot toekenning van een tegemoetkoming intrekken indien:

    • a. de aanvrager aan wie een tegemoetkoming is toegekend onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, waardoor een tegemoetkoming ten onrechte is toegekend;

    • b. het besluit tot toekenning van een tegemoetkoming anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.

  • 3. De minister vordert een bedrag dat als gevolg van een besluit als bedoeld in het tweede lid ten onrechte is uitbetaald terug van degene aan wie is uitbetaald.

Artikel 7. Intrekking

De Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 wordt ingetrokken.

Artikel 8. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 15 juli 2020. Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 juli 2021.

Artikel 9. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 II.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg, T. van Ark

BIJLAGE BEHORENDE BIJ ARTIKEL 1 VAN DE BELEIDSREGEL TEGEMOETKOMING AMATEURSPORTORGANISATIES COVID-19: ACTIVITEITEN MET DE DAARBIJ BEHORENDE CODE VAN DE STANDAARD BEDRIJFSINDELING (SBI-CODE)

SBI-code

Omschrijving activiteit

85.51

Sport- en recreatieonderwijs

85.51.9

Overig sport- en recreatieonderwijs

93.11

Sportaccommodaties

93.11.1

Zwembaden

93.11.2

Sporthallen, sportzalen en gymzalen

93.11.3

Sportvelden

93.11.9

Overige sportaccommodaties

93.12

Buitensport

93.12.1

Veldvoetbal

93.12.2

Veldsport in teamverband (geen voetbal)

93.12.3

Atletiek

93.12.4

Tennis

93.12.5

Paardensport en maneges

93.12.6

Wielersport

93.12.7

Auto- en motorsport

93.12.8

Wintersport

93.12.9

Overige buitensport

93.14

Binnensport

93.14.1

Individuele zaalsport

93.14.2

Zaalsport in teamverband

93.14.3

Kracht- en vechtsport

93.14.4

Bowlen, kegelen, biljarten e.d.

93.14.5

Denksport

93.14.9

Overige binnensport en omnisport

93.15

Watersport

93.15.1

Zwem- en onderwatersport

93.15.2

Roei-, kano-, zeil- en surfsport e.d.

93.19

Overige sportactiviteiten

93.19.2

Hengelsport

93.19.6

Overkoepelende organen en samenwerkings- en adviesorganen op het gebied van sport

93.19.9

Overige sportactiviteiten (rest)

TOELICHTING

Algemeen deel

Inleiding

Net als vele andere sectoren wordt de sport hard geraakt door de gevolgen van de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus (COVID-19) tegen te gaan. In de Kamerbrief van 15 maart 2020 met kenmerk 1663097-203238-PG is besloten tot directe sluiting van alle sportverenigingen (hierna: amateursportorganisaties). Competities zijn vroegtijdig beëindigd, clubhuizen en kantines zijn gesloten en sporters boven de 18 jaar konden niet trainen op de club. Dit heeft een grote organisatorische en financiële impact op de sportsector.

De dragende kracht die de sport voor de samenleving heeft, zien we terug in haar rol om als één van de eerste sectoren weer helemaal open te gaan. Amateursportorganisaties zijn vanaf 29 april 2020 gefaseerd geopend. Per 1 juli 2020 zijn ook de competities weer opgestart. De maatregelen ter bestrijding van COVID-19 blijken echter nog een doorlopend negatief effect op de omzet te hebben. Dit is gerelateerd aan de beperkte opening van het clubgebouw en de beperkte deelnemers- en toeschouwersaantallen tijdens wedstrijden. De continuïteit van de sportinfrastructuur staat onder druk als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

In de Kamerbrief ter aankondiging van deze regeling (TK 30234-244) van 1 mei jongstleden is aangegeven dat amateursportorganisaties die de accommodatie niet huren maar zelf (gedeeltelijk) in bezit hebben, te maken hebben met doorlopende lasten terwijl hun inkomsten dalen. Veel van deze amateursportorganisaties zijn te klein om in aanmerking te komen voor de door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19, terwijl het kabinet juist op hen een beroep doet om bij te dragen aan het weer opstarten van Nederland.

Uit nader contact met de vertegenwoordigers van de sector over de diversiteit in de inrichting van de sportsector is gebleken dat ook amateursportorganisaties die de accommodatie niet in eigendom hebben, te maken kunnen hebben met een omzetverlies als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19. Daarnaast is er een bedrag beschikbaar gekomen ter ondersteuning van sportverenigingen met een sportaccommodatie in eigendom die juist meer doorlopende lasten hebben dan via andere steunmaatregelen gecompenseerd kon worden.

Op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 II (hierna: de TASO II) wordt daarom een financiële bijdrage geleverd aan de doorlopende lasten van amateursportorganisaties die tijdens de periode van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19 geconfronteerd zijn met een omzetverlies van minimaal 20%.

Opzet

In het licht van de bovenstaande ontwikkelingen heeft het kabinet verschillende financiële regelingen getroffen om (zelfstandig) ondernemers te ondersteunen, waaronder de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (hierna: de TOGS), de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (hierna: de NOW), de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (hierna: de Tozo) en de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (hierna: de TVL). Voor veel amateursportorganisaties bleek het echter niet mogelijk om te voldoen aan de voorwaarden uit deze regelingen of bleek de financiële tegemoetkoming onvoldoende om de amateursportorganisaties te helpen.

Ten eerste wordt met de TASO II beoogd een tegemoetkoming te verstrekken aan amateursportorganisaties met doorlopende lasten van meer dan € 500 en minder dan € 4.000 voor de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 of de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020. De amateursportorganisatie moet in deze perioden geconfronteerd zijn met een omzetverlies van minimaal 20%. De tegemoetkoming bedraagt in totaal maximaal € 7.000.

Ten tweede kunnen sportverenigingen met een sportaccommodatie in eigendom een tegemoetkoming aanvragen indien hun doorlopende lasten, na aftrek van verleende compensatie op grond van de TVL en de TOGS, minimaal € 8.000 per periode (de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 of de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020) bedragen en zij geconfronteerd zijn met een omzetverlies van minimaal 20% per periode. De tegemoetkoming bedraagt in totaal maximaal € 12.000.

De TASO II is bedoeld voor de personele lasten die niet op grond van de NOW of de Tozo worden gecompenseerd. De NOW en de Tozo vergoeden niet 100% van de loonkosten. Het is echter niet de bedoeling dat amateursportorganisaties de TASO II gebruiken om het resterende deel van de loonkosten alsnog vergoed te krijgen. In het geval een amateursportorganisatie de loonkosten bij de NOW of de Tozo heeft opgevoerd, maar er maar 70% tegemoetkoming wordt toegekend, kan de amateursportorganisatie de overige 30% van de personele lasten niet alsnog op grond van de TASO II vergoed krijgen. Als een amateursportorganisatie de personeelskosten in de aanvraag voor de NOW of de Tozo heeft opgevoerd en daarvoor compensatie ontvangt, komen die personeelskosten helemaal niet in aanmerking voor de TASO II, ook al zijn die personeelskosten niet voor 100% gecompenseerd door de NOW of de Tozo.

Doelgroep

Voor tegemoetkoming komen alle privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk in aanmerking, dus zowel verenigingen, stichtingen als B.V.’s zonder winstoogmerk. Vandaar dat de brede term amateursportorganisatie wordt aangehouden.

Of een organisatie een amateursportorganisatie is, wordt gecontroleerd aan de hand van de SBI-codes die zijn vermeld in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Ieder bedrijf dat zich inschrijft in het Handelsregister krijgt een of meerdere SBI-codes. Deze code bestaat uit 4 of 5 cijfers en geeft aan wat de activiteit van een bedrijf is. Alle organisaties met een SBI-code die begint met het cijfer 93.1, zijn sportorganisaties. Zij komen daarom in beginsel in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van onderhavige beleidsregel. Uitzondering daarop vormen de organisaties met de volgende SBI-codes: 93.13, 93.14.6, 93.19.1, 93.19.3, 93.19.4 en 93.19.5. De uitgezonderde codes zijn codes gerelateerd aan beroepssporten. Daarbij gaat het dus niet om amateursportorganisaties. Ook organisaties met de volgende SBI-codes, voor zover sprake is van amateursportorganisaties, kunnen een aanvraag indienen: 85.51, 85.51.9.

Regeldruk

Bij de opzet van onderhavige beleidsregel is nauw samengewerkt met de sportsector om de administratieve lasten voor de aanvrager zo minimaal mogelijk te houden. Dit betekent dat de uitvoerder van de regeling, DUS-I, op sommige onderdelen van de aanvraag extra werkzaamheden zal verrichten. De totale administratieve lasten voor de Rijksoverheid voor deze beleidsregel liggen rond 1,2% van het totaal beschikbare bedrag voor tegemoetkomingen.

Van de aanvrager uit de sportsector wordt verwacht dat zij een aanvraag binnen 1 uur afgehandeld kan hebben.

De amateursportorganisatie dient bij de aanvraag de volgende stukken in te dienen:

  • een aanvraagformulier met NAW-gegevens, ondertekend door de tekenbevoegde(n);

  • bankafschrift;

  • verklaring van de hoogte van doorlopende lasten;

  • verklaring van het omzetverlies van minimaal 20%.

Het verwachte kennisniveau van de aanvrager is hoger opgeleid. Wij verwachten dan ook per aanvraag maximaal € 60 (uurtarief) aan kosten per aanvrager. Naar verwachting komen er 9.000 aanvragen binnen per jaar. Dit leidt tot een totaal van € 540.000 aan administratieve lasten bij alle aanvragers.

Staatssteun

Er is sprake van staatssteun als aan de volgende vijf cumulatieve criteria is voldaan:

  • De steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht;

  • De steun wordt met staatsmiddelen bekostigd;

  • De staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via de normale commerciële weg zou zijn verkregen;

  • De maatregel is selectief;

  • De maatregel vervalst (potentieel) de mededinging en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de Europese Unie.

Er is dus geen sprake van staatssteun wanneer de maatregel geen ongunstige beïnvloeding van het interstatelijke handelsverkeer kan opleveren. Eerder nam de Europese Commissie vaak zekerheidshalve aan dat een steunmaatregel het interstatelijk handelsverkeer kan beïnvloeden. Uit de recente beschikkingenpraktijk van de Europese Commissie blijkt dat deze meer ruimte laat voor maatregelen van lidstaten die zuiver lokaal zijn. Zeker op het gebied van sport is dit het geval.

De Europese Commissie heeft met zeven besluiten van 29 april 2015 aangegeven dat er in bepaalde gevallen waar de steun zuiver lokaal is geen sprake is van staatssteun. Ook in vijf meer recente besluiten van de Europese Commissie van 21 september 2016 lijkt er meer ruimte te zijn voor maatregelen van lidstaten die zuiver lokaal zijn. Daarbij geeft de Europese Commissie speciale aandacht aan het terrein sport en vrijetijdsbesteding. Twee van de besluiten van 29 april 2015 hadden ook betrekking op sport en vrijetijdsbesteding.

Uit de besluiten van de Europese Commissie, waarbij ze oordeelt dat er sprake is van zuiver lokale steun op het terrein van sport, volgt een rode lijn die gebruikt kan worden bij de beoordeling van het grensoverschrijdende effect van steun aan sportverenigingen of -stichtingen.

Ten eerste is het daarbij relevant om een onderscheid te maken tussen professionele sport en amateursport. De Europese Commissie is bij steun aan professionele sportclubs snel van oordeel dat het handelsverkeer binnen de Europese Unie kan worden beïnvloed. Wanneer een steunmaatregel slechts ten goede komt aan amateursport, is het argument dat het handelsverkeer binnen de Europese Unie niet ongunstig wordt beïnvloed aannemelijker. Daarom wordt de tegemoetkoming op grond van onderhavige beleidsregel alleen verstrekt aan amateursportorganisaties.

Daarnaast is de doelgroep van de activiteiten belangrijk. Wanneer de activiteiten van amateursportorganisaties alleen gericht zijn op lokale gebruikers is dit een indicatie dat er sprake is van zuiver lokale steun. In dit geval gaat het om zuiver lokale amateursportverenigingen die zich richten op de lokale bevolking.

Alle ontvangers van de tegemoetkoming houden zich dus bezig met zuiver lokale activiteiten. De tegemoetkoming op grond van onderhavige beleidsregel zal dan ook niet zorgen voor een (ongunstige) beïnvloeding van het handelsverkeer in de Europese Unie. Dit betekent dat er bij verstrekking van deze tegemoetkoming geen sprake is van staatssteun.

Artikelsgewijs

Artikel 1. Begripsbepaling

In artikel 1 worden de begrippen gedefinieerd.

Het gebruik van de begrippen amateursport en amateursportorganisatie heeft te maken met de wens om een tegemoetkoming te bieden aan sportorganisaties die negatieve gevolgen ondervinden van de maatregelen die zijn genomen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan, maar niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de TOGS. Op basis van de TOGS komen alleen ondernemers in aanmerking die in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 een verwacht omzetverlies en verwachte doorlopende lasten van ten minste € 4.000 hebben. In de amateursport worden activiteiten niet uitgeoefend in loondienst of als bezoldigde dienst en enkel aangeboden aan lokale gebruikers. Amateursportorganisaties zijn daarom vaak niet groot genoeg om aan de voorwaarden uit de TOGS te voldoen. Via de onderhavige beleidsregel komen deze amateursportorganisaties toch voor een tegemoetkoming in aanmerking. Het gebruik van deze definities heeft ook te maken met de staatssteunregels. Voor de definitie van amateursport is nauw aangesloten bij verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (de Algemene Groepsvrijstellingsverordening). Organisaties zoals de Betaald Voetbalorganisaties en organisaties waarbij er op professioneel niveau wordt gedaan aan wielrennen, schaatsen, basketbal, ijshockey, hockey of hippische sport worden in elk geval niet aangemerkt als amateursportorganisaties.

Voor de tegemoetkoming komen alle privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk in aanmerking. Dit kunnen zowel verenigingen, stichtingen als B.V.’s zonder winstoogmerk zijn. Vandaar dat de brede term amateursportorganisatie wordt aangehouden.

Of een organisatie een amateursportorganisatie is, wordt gecontroleerd aan de hand van de SBI-codes die zijn vermeld in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Ieder bedrijf dat zich inschrijft in het Handelsregister krijgt een of meerdere SBI-codes. Deze code bestaat uit 4 of 5 cijfers en geeft aan wat de activiteit van een bedrijf is. Alle organisaties met een SBI-code die begint met het cijfer 93.1, zijn sportorganisaties. Zij komen daarom in beginsel in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van onderhavige beleidsregel. Uitzondering daarop vormen de organisaties met de volgende SBI-codes: 93.13, 93.14.6, 93.19.1, 93.19.3, 93.19.4 en 93.19.5. Deze uitgezonderde codes zijn codes gerelateerd aan beroepssporten. Daarbij gaat het dus niet om amateursportorganisaties. Ook organisaties met de volgende SBI-codes, voor zover sprake is van amateursportorganisaties, kunnen een aanvraag indienen: 85.51, 85.51.9.

Een tegemoetkoming op grond van de TASO II is allereerst bedoeld voor amateursportorganisaties categorie A. Dit zijn organisaties die meer dan € 500 en minder dan € 4.000 aan doorlopende lasten hadden in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 en/of in de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020. Een amateursportorganisatie categorie A moet in beide perioden geconfronteerd zijn met een omzetverlies van minimaal 20%. De TASO II is daarmee bedoeld voor amateursportorganisaties die niet voldoen aan de voorwaarden van de andere regelingen binnen het rijksbrede COVID-19-steunpakket (de TOGS, de NOW, de Tozo en de TVL).

Daarnaast kunnen sportverenigingen met een sportaccommodatie in eigendom en meer doorlopende lasten dan via andere steunmaatregelen gecompenseerd kon worden een tegemoetkoming aanvragen. Dit zijn de amateursportorganisaties categorie B. Deze verenigingen kunnen voor hun doorlopende lasten in zowel de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 als de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020 aanspraak maken op een tegemoetkoming, mits zij in beide perioden geconfronteerd zijn met een omzetverlies van minimaal 20%.

Sportaccommodaties zijn gedefinieerd als een voorziening, bestemd en in gebruik voor activiteiten op het gebied van amateursport. Hierbij kan worden gedacht aan sporthallen, sportvelden, multizalen, maneges, atletiekbanen, wielerbanen of dojo’s.

Onder de definitie van doorlopende lasten vallen de lasten voor gas, water of licht, belastingen en heffingen, hypotheeklasten of andere kosten gerelateerd aan leningen en verzekeringen, personele lasten en onderhoud die direct betrekking hebben op het gebruik van de sportaccommodatie van de aanvrager voor de amateursport. Alleen de doorlopende lasten in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 of de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020 komen in aanmerking. Huurverplichtingen vallen niet onder de definitie van doorlopende lasten. Ten aanzien van de huurverplichtingen van amateursportorganisaties is een landelijke compensatieregeling opgesteld op basis waarvan gemeenten kunnen worden gecompenseerd voor de inkomsten die zij zouden hebben uit de huursom van amateursportorganisaties voor de maanden maart, april en mei 2020.

Personele lasten zijn zowel de kosten voor personeel dat in dienst is van de amateursportorganisatie als de kosten voor inhuur van personeel.

Personele lasten worden op grond van deze regeling niet vergoed wanneer deze lasten reeds op grond van de NOW of de Tozo zijn gecompenseerd. Op deze manier wordt dubbelfinanciering voorkomen.

De NOW en de Tozo zijn niet goed passend voor amateursportorganisaties, omdat in deze regelingen wordt gewerkt met gebroken boekjaren langs de sportseizoenen. Daarbij is een deel van het werkgeverschap in de sportsector zo ingericht dat meerdere amateursportorganisaties onder één loonheffingsnummer werken. Daardoor is het mogelijk dat zij als geheel te weinig omzetverlies hebben om in aanmerking te komen voor de NOW, ondanks dat de amateursportorganisatie individueel wel geconfronteerd wordt met deze doorlopende lasten.

De Tozo is geschikt is voor zelfstandige sporttrainers, maar niet voor sporters met een klein contract. Deze groep, die middels een contract bij de amateursportorganisatie inkomen vergaart, staat dikwijls niet ingeschreven als ZZP’er. Daarnaast hebben amateursportorganisaties trainers en begeleiders met een klein contract in dienst voor wie hetzelfde kan gelden als voor de sporters. Voor amateursportorganisaties met deze groepen onder contract is dit een doorlopende last, waar de ontvanger mogelijk geen compensatie voor heeft kunnen ontvangen. Personele lasten waarvoor niet reeds een compensatie is ontvangen op grond van de NOW of de Tozo vallen daarom onder de definitie van de doorlopende lasten.

Artikel 2. Verstrekking tegemoetkoming

Een amateursportorganisatie kan in aanmerking komen voor een eenmalige tegemoetkoming indien zij in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 of in de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020 ten minste 20% omzetverlies heeft geleden (per periode) als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19. De amateursportorganisatie verklaart bij de aanvraag van de tegemoetkoming dat aan deze voorwaarde is voldaan.

In het tweede en vierde lid wordt de samenloop tussen de TASO II en andere regelingen binnen het rijksbrede COVID-19-steunpakket geregeld.

Geen tegemoetkoming wordt verstrekt aan een amateursportorganisatie categorie A dan wel categorie B voor de personele lasten waarvoor op grond van de NOW of de Tozo compensatie is ontvangen. Bovendien kan de tegemoetkoming voor de personele lasten die op grond van onderhavige regeling wordt verstrekt, niet worden gebruikt om de compensatie die op grond van de NOW en de Tozo is ontvangen aan te vullen tot 100%.

Indien een amateursportorganisatie categorie A reeds een tegemoetkoming ontvangt op grond van de TOGS, komt deze op grond van de TASO II slechts in aanmerking voor een tegemoetkoming voor de doorlopende lasten in de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020 (periode 2) en voor de personele lasten in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 en de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020 (beide perioden).

Indien een amateursportorganisatie categorie A reeds een tegemoetkoming ontvangt op grond van de TVL, komt deze op grond van de TASO II slechts in aanmerking voor een tegemoetkoming voor de doorlopende lasten in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 (periode 1) en voor de personele lasten in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 en de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020 (beide perioden).

Indien een amateursportorganisatie categorie A reeds een tegemoetkoming ontvangt op grond van de TOGS én de TVL, komt deze op grond van de TASO II slechts in aanmerking voor een tegemoetkoming voor de personele lasten in beide perioden.

Voor amateursportorganisaties categorie A zijn dus verschillende situaties te onderscheiden:

  • Situatie 1: de amateursportorganisatie heeft een tegemoetkoming ontvangen op grond van de TOGS (en niet op grond van de TVL).

    • Periode 1: de amateursportorganisatie kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor de personele lasten op grond van de TASO II.

    • Periode 2: de amateursportorganisatie kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor de doorlopende lasten en de personele lasten op grond van de TASO II.

  • Situatie 2: de amateursportorganisatie heeft een subsidie ontvangen op grond van de TVL (en niet op grond van de TOGS).

    • Periode 1: de amateursportorganisatie kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor de doorlopende lasten en de personele lasten op grond van de TASO II.

    • Periode 2: de amateursportorganisatie kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor de personele lasten op grond van de TASO II.

  • Situatie 3: de amateursportorganisatie heeft een tegemoetkoming en een subsidie ontvangen op grond van respectievelijk de TOGS én de TVL.

    • Periode 1: de amateursportorganisatie kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor de personele lasten tussen € 500 en € 4.000 op grond van de TASO II.

    • Periode 2: de amateursportorganisatie kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor de personele lasten tussen € 500 en € 4.000 op grond van de TASO II.

  • Situatie 4: de doorlopende lasten van de amateursportorganisatie in periode 1 of periode 2 zijn minder dan € 500 óf meer dan € 4.000.

    • De amateursportorganisatie komt niet in aanmerking voor de TASO II.

De uitsluitingsgronden genoemd in het vierde lid gelden niet voor amateursportorganisaties categorie B.

Artikel 3. Hoogte van de tegemoetkoming

Als een aanvraag wordt toegewezen, bedraagt de tegemoetkoming voor amateursportorganisaties categorie A – afhankelijk van de hoogte van de door de aanvrager opgevoerde doorlopende lasten – een forfaitair bedrag van € 1.500, € 2.500 of € 3.500 per periode, tot een maximum van € 7.000 over beide periodes.

Als een aanvraag wordt toegewezen, bedraagt de tegemoetkoming voor amateursportorganisaties categorie B – afhankelijk van de hoogte van de door de aanvrager opgevoerde doorlopende lasten – een forfaitair bedrag van € 4.000, € 5.000 of € 6.000 per periode, tot een maximum van € 12.000 over beide periodes. De doorlopende lasten in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 worden berekend onder aftrek van de ontvangen tegemoetkoming op grond van de TOGS. De doorlopende lasten in de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020 worden berekend onder aftrek van de (te) ontvangen subsidie op grond van de TVL. Amateursportorganisaties categorie B kunnen vervolgens voor de doorlopende lasten in beide periodes een tegemoetkoming ontvangen ter hoogte van de in de tabel genoemde bedragen.

Artikel 4. Het beschikbare bedrag en wijze van verdeling

Voor het verstrekken van tegemoetkomingen op grond van deze beleidsregel is een bedrag van € 44.500.000 beschikbaar. Aanvragen kunnen worden ingediend binnen het daartoe bestemde tijdvak. Na afloop van dit tijdvak vindt, wanneer er sprake is van overschrijding van het beschikbare bedrag, onder alle binnengekomen aanvragen een loting plaats. Op basis van de loting wordt een lijst vastgesteld met de volgorde van aanvragers. Het moment van indiening van de aanvraag is hierop niet van invloed. De aanvragen komen op volgorde van de loting in aanmerking voor een tegemoetkoming. Uit de lijst blijkt dus welke aanvragers kans maken om binnen het beschikbare bedrag te vallen. Deze aanvragers worden vervolgens in de gelegenheid gesteld hun aanvragen nader aan te vullen, mocht dit nodig zijn. De aanvrager krijgt twee weken om de aanvraag compleet te maken. Indien de aanvraag incompleet blijft, dan wordt deze alsnog buiten behandeling gesteld. Aanvragen die lager op de ‘lotinglijst’ staan, komen dan alsnog voor een tegemoetkoming in aanmerking.

Indien aanvragen die binnen het beschikbare bedrag vallen, alsnog worden afgewezen of buiten behandeling worden gesteld, dan schuift de volgende aanvraag op basis van de loting door en komt deze in aanmerking voor een tegemoetkoming. Aanvragen die op grond van de loting buiten het totaal beschikbare bedrag vallen, worden afgewezen.

Het vierde lid bepaalt dat artikel 4:25, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van overeenkomstige toepassing is op het verstrekken van tegemoetkomingen. Dit betekent dat het beschikbare bedrag van € 44.500.000 niet wordt overschreden, tenzij niet tijdig op een aanvraag zou worden beslist, of als een aanvraag in de bezwaar- of beroepsfase of ter uitvoering van een rechterlijke uitspraak alsnog wordt toegewezen. Artikel 4:25 van de Awb geldt in beginsel voor subsidies en ziet op het vaststellen van een subsidieplafond en de gevolgen hiervan. De tegemoetkomingen die op basis van deze beleidsregel worden verstrekt zijn geen subsidies, nu geen sprake is van door een bestuursorgaan verstrekte financiële middelen voor het verrichten van bepaalde activiteiten door een aanvrager. Het tweede en derde lid van artikel 4:25 van de Awb zijn dus niet automatisch van toepassing, maar worden voor deze beleidsregel wel van toepassing verklaard.

Artikel 5. De aanvraag

Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt (te vinden op www.dus-i.nl). Uit dit formulier blijkt welke gegevens de amateursportorganisatie dient aan te leveren, zoals de naam, het adres, het KvK-nummer van de amateursportorganisatie, een bankafschrift op naam van de aanvrager (niet ouder dan 3 maanden), de gegevens van de contactpersoon en een verklaring van het omzetverlies in beide periodes.

De aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden ingediend in de periode van 15 september 2020 tot en met 4 oktober 2020.

Vanwege de nood bij de getroffen ondernemingen, wordt zo snel mogelijk op de aanvraag beslist, maar uiterlijk binnen negen weken na het sluiten van de aanvraagperiode (in afwijking van de standaard Awb-termijn van acht weken na ontvangst van de aanvraag, opgenomen in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Wanneer sprake is van overschrijding van het beschikbare bedrag, wordt er geloot onder alle ingediende aanvragen en daarmee kan pas na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode gestart worden. In het uiterste geval dat een beslissing binnen negen weken niet haalbaar is, is artikel 4:14, eerste lid, van de Awb van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6. Definitieve tegemoetkoming

De minister heeft de mogelijkheid om achteraf te toetsen of de ontvanger van de tegemoetkoming daadwerkelijk aan alle voorwaarden uit de onderhavige beleidsregel heeft voldaan. Steekproefsgewijs kan de ontvanger worden gevraagd om een overzicht van de omzet te overleggen waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 een omzetverlies van minstens 20% heeft geleden. De amateursportorganisatie kan dit omzetverlies aantonen aan de hand van een vergelijking van de omzetcijfers (waaronder kantineopbrengsten) in de periode van 1 maart 2019 tot 1 juni 2019 en/of de periode van 1 juni 2019 tot 1 september 2019 en de omzetcijfers in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 en/of de periode van 1 juni 2020 tot 1 september 2020. Daarnaast kan de ontvanger van de tegemoetkoming worden gevraagd om alle facturen voor de doorlopende lasten op naam van de amateursportorganisatie te verstrekken. Bij een factuur van boven de € 1.000 wordt tevens gevraagd om een betaalbewijs, waaruit blijkt dat de amateursportorganisatie de factuur heeft betaald. Van amateursportorganisaties in beide categorieën zal ook worden gevraagd de besluiten te overleggen waarmee de tegemoetkoming op grond van de TOGS, de NOW en de Tozo is toegekend en de subsidie op grond van de TVL is verleend. Indien er geen tegemoetkoming of subsidie op grond van de eerdergenoemde regelingen aan de amateursportorganisatie is toegekend, hoeft de amateursportorganisatie ook geen besluiten te overleggen.

De steekproef zal plaatsvinden in de eerste helft van 2021. Indien uit de controle blijkt dat de tegemoetkoming niet in overeenstemming met deze beleidsregel is verstrekt, kan de tegemoetkoming die ten onrechte is uitbetaald, worden teruggevorderd van degene aan wie is uitbetaald. Dit zal het geval zijn als de ontvanger van de tegemoetkoming onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft of de ontvanger van de tegemoetkoming wist of behoorde te weten dat het besluit tot toekenning van de tegemoetkoming anderszins onjuist was. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleveren van een valse verklaring over het te verwachten omzetverlies of de verwachte doorlopende lasten.

Artikel 7. Intrekking

De Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 wordt ingetrokken en vervangen door de TASO II. Vanwege een aanzienlijk aantal wijzigingen is ervoor gekozen om een volledig nieuwe versie te publiceren. Op die manier wordt voor de aanvragers voldoende duidelijkheid en rechtszekerheid gecreëerd. Het intrekken van de beleidsregel heeft geen juridische consequenties, aangezien er nog geen aanvragen zijn ingediend of besluiten zijn genomen.

Artikel 8. Inwerkingtreding en vervaldatum

In afwijking van de systematiek van vaste verandermomenten bij regelgeving (VVM), treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiervoor is gekozen omdat de TASO II in werking moet treden voor de start van de nieuwe aanvraagperiode (15 september 2020).

De regeling heeft terugwerkende kracht tot en met 15 juli 2020, de dag waarop de eerdere Beleidsregel tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 in werking is getreden. De terugwerkende kracht is niet bezwaarlijk, omdat er geen sprake is van benadeling van belanghebbenden. De aanvraagperiode is nog niet begonnen. Voor het indienen van een aanvraag staat ongeveer een uur. De amateursportorganisatie moet slechts een beperkt aantal stukken bij de aanvraag indienen (een aanvraagformulier met NAW-gegevens, ondertekend door de tekenbevoegde(n), een bankafschrift en een verklaring van omzetverlies van minimaal 20%). Aanvragers hebben tot en met 4 oktober 2020 om een aanvraag in te dienen. Gezien deze minimale administratieve lasten bij de aanvraag en de totale periode die er voor het doen van een aanvraag staat, heeft het inkorten van de aanvraagperiode met twee weken geen nadelige gevolgen. Bovendien wordt het beschikbare bedrag bij overschrijding verdeeld door middel van loting onder de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen. Anders dan bij verdeling op volgorde van binnenkomst heeft het moment van aanvragen dus geen invloed op de kans om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming.

Gelet op het tijdelijke en eenmalige karakter van de onderhavige beleidsregel vervalt deze beleidsregel met ingang van 1 juli 2021, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op een tegemoetkoming die krachtens deze beleidsregel is verstrekt.

De Minister voor Medische Zorg, T. Van Ark