Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2020, 48249Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 september 2020, nr. WJZ/ 20228520 , tot wijziging van de Regeling maatregelen Sars-CoV-2 bij nertsen

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 17 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling maatregelen Sars-CoV-2 bij nertsen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt in de begripsbepaling van ‘emissie-arm aanwenden van mest’ ‘Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet’ vervangen door ‘Besluit gebruik meststoffen’.

B

In artikel 3 wordt ‘de kadavers’ vervangen door ‘de kadavers, met een maximum van 50,’.

C

Artikel 3b, derde lid, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 3° vervalt aan het slot ‘of’.

2. Onder vernummering van onderdeel 4° tot onderdeel 5°, wordt na onderdeel 3° het volgende onderdeel ingevoegd:

  • 4°. een daartoe door de minister geregistreerde biogasinstallatie, waarin de mest vervolgens ten minste vijf dagen blijft onder verhitting van een temperatuur van ten minste 50 graden Celsius; of.

D

In artikel 3g, eerste lid, aanhef, wordt ‘onder 2°, 3° of 4°’ vervangen door ‘onder 2°, 3°, 4° of 5°,’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 september 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

TOELICHTING

Met deze regeling is de Regeling maatregelen Sars-CoV-2 bij nertsen (hierna ‘regeling’) op drie punten gewijzigd.

Early warning: maximum aantal kadavers per week

Sinds de vorige wijziging van de regeling gold ten aanzien van de plicht om nertsenkadavers wekelijks voor de early warning in te zenden geen maximumaantal per week. De komende maanden neemt de natuurlijke sterfte van nertsen toe en zijn er op grote bedrijven wekelijks soms tot wel 100 dode nertsen te verwachten. Met het oog daarop is nu een plafond ingevoerd van 50 kadavers per week. Met dit aantal is de gevoeligheid van de early warning nog steeds voldoende (artikel I, onderdeel B).

Aanpassing regels covergisting mest

Na de eerste besmetting van nertsen met SARS-CoV-2 is onder meer een verbod op de afvoer van mest van nertsen ingesteld (artikel 3b, eerste lid, van de regeling). Onder bepaalde voorwaarden mag mest van niet-besmette bedrijven worden afgevoerd (artikel 3b, tweede en derde lid, van de regeling). Voor de afvoer van mest van besmette bedrijven wordt door de NVWA ontheffing verleend, onder dezelfde voorwaarden.

Eén van de toegestane mogelijkheden voor afvoer van drijfmest is dat deze naar een biogasinstallatie wordt afgevoerd, waar de mest vervolgens wordt verhit tot ten minste 70 graden Celsius (artikel 3b, derde lid, onder a, onder 3°, van de regeling). In de praktijk is gebleken dat deze eis van verhitting niet gemakkelijk haalbaar is in een aantal gevallen.

Er is recent een advies van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) opgeleverd, mede op basis van het onderzoek op de eerste besmette nertsenbedrijven, met meer informatie over het voorkomen van SARS-CoV-2 in mest en inactivatie van het virus in mest. Op grond van deze informatie is het verantwoord dat de verhitting van mest bij biovergassing kan plaatsvinden bij ten minste 50 graden Celsius, mits de doorlooptijd van de mest in de installatie ten minste vijf dagen is. Deze wijziging maakt dit mogelijk (artikel I, onderdeel C). Met het oog op het toezicht op de naleving van de 5-dagen-eis moet de installatie waarnaar de mest wordt vervoerd wel zijn geregistreerd bij de NVWA.

Overig

De wijziging van de begripsbepaling van ‘emissie-arm aanwenden van mest’ herstelt een kennelijk verkeerde verwijzing (artikel I, onderdeel A).

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten