Medegebruik militaire luchtvaartterreinen GZR en WDT door Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht

4 september 2020

Nr. MLA/156/2020

Kenmerk: BS2020017312

De Minister van Defensie en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gezien de beslissing op bezwaar van 26 maart 2020 met kenmerk JDV-nr. 5023776 (en referentie BS2020004722), waarin de Minister van Defensie heeft beslist het besluit van 7 maart 2019 met kenmerk MLA/034/2019 te herroepen;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (SKHV) als houder of eigenaar van de luchtvaartuigen die worden genoemd in bijlage 1, paragrafen 2, 4, 5 en 7 van de Samenwerkingsovereenkomst 2010 tussen de Staat der Nederlanden en de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht van 19 november 2010, nr. CLSK 2010016469, wordt ontheffing verleend van:

  • a. de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Luchtvaartwet voor het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht op dagen en tijden dat de luchtvaartterreinen zijn opengesteld, zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MilAIP) of notice to airmen (NOTAM); en

  • b. voor het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Gilze-Rijen tevens buiten de openstellingstijden.

Artikel 2

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202/620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. De commandanten van de vliegbases Gilze-Rijen en Woensdrecht geven aanwijzingen voor het betreden en het gebruik van het desbetreffende militaire luchtvaartterrein, onder meer betrekking hebbend op de wijze waarop in de omgeving van het luchtvaartterrein dient te worden gevlogen.

  • 3. De in het tweede lid genoemde aanwijzingen zien in ieder geval toe op de tijd, plaats en hoogte van het medegebruik door de SKHV, alsmede op de wijze waarop er door de commandanten van de vliegbases proactief toezicht wordt uitgevoerd op dat medegebruik.

  • 4. De in het tweede lid genoemde aanwijzingen dienen openbaar en toegankelijk te zijn voor derden.

  • 5. De in het tweede lid genoemde aanwijzingen dienen binnen een redelijke termijn na bekendmaking van deze beschikking, doch uiterlijk binnen acht weken, te zijn bekend gemaakt op een voor derden, openbaar en toegankelijk forum.

Artikel 3

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het desbetreffende militaire luchtvaartterrein niet wordt overschreden.

Artikel 4

De beschikking van 7 maart 2019, met kenmerk MLA/034/2019, wordt ingetrokken per datum van inwerkingtreding van onderhavige beschikking.

Artikel 5

Deze beschikking zal met de toelichting worden gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van publicatie in de Staatscourant.

Deze beschikking vervalt met ingang van 1 november 2021 of zoveel eerder als er voor beide militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Den Haag, 4 september 2020

De Minister van Defensie, voor deze, De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, J.P. Apon, Commodore

Amsterdam, 4 september 2020

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze, De inspecteur ILT team Rail Bedrijven en Luchtvaart Infra, M. Das, Senior inspecteur

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, Dienstencentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Gelet op de inhoud van de beslissing op bezwaar van 6 maart 2020 ziet de Minister van Defensie aanleiding een nieuwe ontheffing burgermedegebruik te verlenen aan de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (SKHV) voor de vliegbases Woensdrecht en Gilze‑Rijen. Per datum dat deze beschikking in werking treedt, wordt gelijktijdig de beschikking van 7 maart 2019 met kenmerk MLA/034/2019 ingetrokken.

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder “Onze Minister”, wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Minister van Infrastructuur en Waterstaat). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder “Onze Minister” de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.

Aan de SKHV wordt als houder of eigenaar van de luchtvaartuigen, die zijn opgenomen in bijlage 1 van de Samenwerkingsovereenkomst 2010 tussen de Staat der Nederlanden en de SKHV, ontheffing verleend voor het gebruik van die luchtvaartuigen op de desbetreffende militaire luchtvaartterreinen. In de samenwerkingsovereenkomst wordt verwezen naar luchtwaardige en niet-luchtwaardige luchtvaartuigen. Hoewel met de niet-luchtwaardige luchtvaartuigen niet wordt gevlogen, wordt er door de niet-luchtwaardige luchtvaartuigen wel gebruik gemaakt van de stallingsmogelijkheden op het aangewezen luchtvaartterrein en is in die zin ontheffing nodig van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet. Wat betreft de luchtwaardige luchtvaartuigen is vooraf niet te bepalen om hoeveel vliegtuigbewegingen het gaat, maar hieraan is het maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar opgenomen van 4000.

Conform artikel 2, tweede lid, van deze beschikking dienen de commandanten van de vliegbases Gilze-Rijen en Woensdrecht ten aanzien van het medegebruik aanwijzingen te geven over de tijd, plaats en hoogte daarvan, alsmede de wijze waarop de commandanten van beide vliegbasis hierop proactief toezicht gaan uitvoeren. Deze aanwijzingen dienen binnen een redelijke termijn na bekendmaking van deze beschikking, doch uiterlijk binnen acht weken, te zijn bekendgemaakt op een voor derden, openbaar en toegankelijk forum.

Hoewel artikel 34 van de Luchtvaartwet is vervallen, geldt het artikel volgens de overgangsbepaling van de Regelgeving militaire luchthavens en burgerluchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing is gebaseerd op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Die situatie is van toepassing op de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht.

Ingevolge de RBML wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime was aanvankelijk voorzien per 1 november 2014, maar is bij wet van 2 juli 2014 (Stb. 2014, 289) verschoven naar 1 november 2016, vervolgens bij wet van 22 juni 2016 (Stb. 2016, 260) naar 1 november 2018 en laatstelijk bij wet van 11 juli 2018 (Stb. 2018, 253) naar 1 november 2021. Zodoende is ervoor gekozen om de ontheffing te laten vervallen met ingang van 1 november 2021 of zoveel eerder als er voor beide militaire luchtvaartterreinen een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Zodra een luchthavenbesluit voor de genoemde militaire luchthavens (de Wet luchtvaart spreekt niet langer van militaire luchtvaartterreinen) is vastgesteld, zal er een einde komen aan de reeds aangehaalde overgangsperiode en daarmee het medegebruik op grond van de ontheffingensystematiek van de Luchtvaartwet. Vanaf dat moment zal het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Woensdrecht door de SKHV gestalte moeten krijgen in de vorm van een op het medegebruik toegesneden vergunning.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is in de Luchtvaartwet vastgelegd dat de geluidsbelasting door startende en landende vliegtuigen van een luchtvaartterrein wordt berekend. De geluidsbelasting door de grote civiele en militaire luchtvaart wordt berekend op jaarbasis en wordt uitgedrukt in Kosteneenheden. De geluidsbelasting wordt berekend volgens een daartoe vastgesteld berekeningsvoorschrift en met inachtneming van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart. Deze systematiek is van toepassing op alle vliegtuigen met uitzondering van vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving lichter dan 6.000 kg.

De gegevens omtrent het feitelijke gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie dat er door de vliegtuigbewegingen van luchtvaartuigen van de SKHV, die niet in verhouding staan tot het aantal normale militaire vliegtuigbewegingen, buiten de vastgestelde respectievelijk vastgelegde geluidszones wordt getreden.

Toetsing aan andere milieuparameters heeft niet plaatsgevonden, aangezien het een ontheffing betreft van bestaand gebruik. In de onmiddellijke nabijheid van diverse militaire luchtvaartterreinen zijn zogenaamde Natura 2000-gebieden gelegen. Ten aanzien van het verzoek om voortzetting van het bestaande burgermedegebruik kan worden gesteld dat er geen redenen zijn aan te nemen dat, als gevolg van dit voortgezette gebruik, significante effecten voor die gebieden zullen optreden.

Naar boven