De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op de artikelen 10:3, 10:4, eerste lid en 10:9, eerste lid van de Algemene wet
bestuursrecht;
Gezien de schriftelijke instemming van de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat van 25 augustus 2020,
kenmerk MD202073INSTHH;
BESLUIT:
ARTIKEL I
In de bijlage bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging algemeen directeur Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland op het terrein van het Ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat wordt in onderdeel C - milieu, aan de alfabetische rangschikking toegevoegd:
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer
Bezwaar
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen dit besluit
binnen zes weken na de dag, waarop dit is bekendgemaakt, een bezwaarschrift indienen.
Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Waterstaat ter attentie van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken,
sector Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, Postbus 20906, 2500 EX Den Haag.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:
-
a. de naam en het adres van de indiener;
-
b. de dagtekening;
-
c. een vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen
het bezwaarschrift zich richt; en
-
d. een opgave van de redenen waarom men zich niet met het besluit kan verenigen.
TOELICHTING
Inleiding
Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland op het terrein van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna:
het algemene mandaatbesluit) geeft de bevoegdheid aan de algemeen directeur Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat om
namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat besluiten te nemen.
Onderdeel C van de bijlage bij het algemene mandaatbesluit is gewijzigd in verband
met de totstandkoming van de Tijdelijke subsidieregeling restantvoorraden vuurwerk.
De uitvoering van deze regeling wordt gemandateerd aan de algemeen directeur van de
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO). RVO voert vele subsidieregelingen
uit voor diverse departementen, waaronder die van het ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat. RVO heeft de benodigde ervaring met beleidsrijke regelingen en de daarbij
behorende beoordelingsprocessen.
Subsidieregeling
De Tijdelijke subsidieregeling restantvoorraden vuurwerk heeft tot doel het stimuleren
van de afvoer van bij detailhandelaren in Nederland opgeslagen restantvoorraden vuurwerk
die per 1 december 2020 niet meer bij de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk
zijn aangewezen als consumentenvuurwerk. De subsidieregeling voorziet in een juridische
grondslag voor het verstrekken van subsidie aan detailhandelaren voor het laten afvoeren
van restantvoorraden vuurwerk en lanceerstandaards door vuurwerkbedrijven. Daarnaast
vormt deze regeling ook de juridische grondslag voor het verstrekken van subsidie
aan vuurwerkbedrijven voor het afvoeren van restantvoorraden vuurwerk van detailhandelaren
ter doorverkoop of vernietiging.
Administratieve lasten en andere gevolgen
Dit wijzigingsbesluit brengt geen administratieve lasten of bedrijfseffecten met zich
mee.
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt op dezelfde datum in werking als de Tijdelijke subsidieregeling
restantvoorraden vuurwerk. Hierdoor wordt het mogelijk gemaakt dat, zodra de regeling
in werking treedt, RVO met de uitvoering ervan kan starten.
De subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer