Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2020, 46383Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 september 2020, nr. 2020-0000521966, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling WNT in verband met een redactionele verbetering en herstel van enkele omissies

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 1.9, onderdeel a, en 4.1 van de Wet normering topinkomens;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling WNT wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2⁰, onder b, wordt ‘topfunctionaris’ vervangen door ‘functionaris’.

B

In artikel 5, eerste lid, onderdeel j, wordt aan het eind toegevoegd ‘dan wel, indien een afwijkend bedrag geldt op grond van de artikelen 2.4, 2.5, 2.6, 2.7, 3.4, 7.3 of 7.3a van de wet of de artikelen 4, 5, 6 of 7 van het Uitvoeringsbesluit WNT, dat afwijkende bedrag’.

C

In artikel 5a, eerste lid, vervalt onderdeel b, onder verlettering van de onderdelen c tot en met f tot b tot en met e.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

1. Algemeen

De Wet normering topinkomens (hierna: WNT) beoogt bovenmatige bezoldigingen en ontslaguitkeringen in de publieke en semipublieke sector tegen te gaan door deze aan een maximum te binden en openbaar te maken. Het bij die wet behorende normenkader wordt jaarlijks geactualiseerd mede op basis van ervaringen bij de uitvoering. Voor het kalenderjaar 2021 is de Uitvoeringsregeling WNT op enkele onderdelen gewijzigd vanwege verduidelijkingen en aanvullingen ter bevordering van de naleving, controle en handhaving van de WNT. Deze wijzigingen zijn niet beleidsinhoudelijk van aard.

2. De wijzigingen

2.1. Vervanging van de term topfunctionaris door functionaris in artikel 2, tweede lid, onderdeel i, van de regeling (Artikel I, onderdeel A)

In artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2°, onder b, van de Uitvoeringsregeling WNT is de term topfunctionaris vervangen. Van die term ging een onjuiste suggestie uit. Het gestelde in betreffende bepaling is niet alleen op topfunctionarissen van toepassing maar tevens op overige functionarissen (niet-topfunctionarissen) van wie de bezoldiging op grond van artikel 5b van de Uitvoeringsregeling WNT openbaar moet worden gemaakt vanwege overschrijding van het WNT-bezoldigingsmaximum. De betreffende bepaling kan voorkomen dat sprake is van overschrijding bij een niet-topfunctionaris en daarmee van openbaarmaking. Met de voorgestelde tekstuele aanpassing van dit onderdeel is deze bepaling veralgemeniseerd, zodat buiten twijfel is dat deze ook op niet-topfunctionarissen van toepassing is.

2.2. Herstel van een omissie in artikel 5, eerste lid, onderdeel j, van de regeling (Artikel I, onderdeel B)

Bij samenloop van werkzaamheden als topfunctionaris met nevenwerkzaamheden als niet-topfunctionaris bij de WNT-instelling of met werkzaamheden bij een gelieerde rechtspersoon, is het totaal van de bezoldiging op grond van artikel 2.1, vijfde lid, van de WNT gemaximeerd op het voor de instelling geldende bezoldigingsmaximum dan wel, indien artikel 2.1, zesde lid, van de WNT van toepassing is, op het afwijkende bezoldigingsmaximum. Er ontbraken in artikel 5, eerste lid, onderdeel j, van de Uitvoeringsregeling WNT een aantal artikelen van de WNT die een afwijkend, in enkele gevallen hoger dan het voor de instelling geldende algemeen bezoldigingsmaximum toestaan. In artikel 8, vierde lid, van de Beleidsregels WNT 2020 zijn die bepalingen wel opgenomen. Deze zijn echter niet in artikel 5, eerste lid, onderdeel j, van de Uitvoeringsregeling WNT opgenomen. Dit betreft de artikelen 2.4 en 2.5 van de WNT (uitzonderingsverzoeken voor een hogere bezoldiging), 2.6, 2.7 en 3.4 van de WNT (sectorale regelingen en uitzonderingen hierop), artikel 7.3 en 7.3a van de WNT (overgangsrecht) en artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit WNT (overgangsrecht) waardoor een afwijkend bezoldigingsmaximum dan het in artikel 2.3 van de WNT bepaalde algemene bezoldigingsmaximum van toepassing kan zijn. Om eventuele misverstanden te voorkomen, zijn deze bepalingen toegevoegd aan artikel 5, eerste lid, onderdeel j, van de Uitvoeringsregeling WNT (Artikel I, onderdeel B).

2.3. Schrappen van de openbaarmaking van de duur van het dienstverband ten aanzien van een niet-topfunctionaris in artikel 5a, eerste lid, van de regeling (Artikel I, onderdeel C)

Artikel 5a, eerste lid, onder b, van de Uitvoeringsregeling WNT is gewijzigd in verband met de privacy van functionarissen, niet zijnde topfunctionarissen (ofwel niet-topfunctionarissen). In de situatie dat de niet-topfunctionaris boven het algemeen bezoldigingsmaximum bezoldigd wordt, vereist de WNT van WNT-instellingen voor wat de openbaarmaking ten aanzien van niet-topfunctionarissen betreft slechts een vermelding van de functie die deze niet-topfunctionaris vervult. Het betreft geen openbaarmaking van persoonlijke gegevens van de betreffende (niet-top)functionaris. De tot op heden gewenste weergave van zowel de begin- en einddatum van het vervullen van de functie kon in enkele gevallen worden herleid tot de identiteit van de betrokken functionaris. Aangezien voor de toets aan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3 van de WNT, alleen voor de omvang van het dienstverband dient te worden gecorrigeerd (zie artikel 4.1, tweede lid, van de WNT), wordt niet langer de vermelding van de begin- en einddatum van de vervulling van de functie door een functionaris vereist. Dit gegeven is geen noodzakelijk of relevant gegeven in het kader van de openbaarmaking van overschrijdingen bij niet-topfunctionarissen. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor de reikwijdte of de inhoud en strekking van de openbaarmakingsverplichting inzake niet-topfunctionarissen op grond van de wet.

2.4. Consultatie Ex Ante Uitvoeringstoets panel (EAUT-panel)

Net als in voorgaande jaren, is ook dit keer een concept van de regeling tot wijziging van de Uitvoeringsregeling WNT voor ex ante uitvoeringstoets voorgelegd aan het zogenaamde EAUT-panel (bestaande uit deskundigen uit het veld van onder meer WNT-instellingen, accountantskantoren en advocaten). Aan het EAUT-panel is, volgens vast gebruik, separaat teruggekoppeld of en, zo ja, op welke wijze hun opmerkingen, vragen en aanbevelingen zijn verwerkt in de voorliggende wijzigingsregeling.

3. Regeldrukeffecten

3.1. Regeldrukeffecten voor WNT-instellingen

De wijzigingen in artikel I, onderdelen A en B, van deze regeling betreffen slechts het herstel van overduidelijke omissies en fouten in de tekst van onderscheidenlijk artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2°, onder b, en artikel 5, eerste lid, onderdeel j, van de Uitvoeringsregeling WNT. Deze wijzigingen houden niet een andere uitleg van de WNT in en leiden, voor zover bekend, ook niet tot een andere toepassing van de WNT dan tot nu is gehanteerd. Er zijn in ieder geval geen signalen dat het veld hiermee, in betekenende mate, anders dan bedoeld is omgegaan. Daarom wordt verwacht dat deze wijzigingen niet zullen leiden tot toe- of afname van de regeldruk. Zij zullen wel de naleving en de controle van de WNT bevorderen in het (voor zover bekend) theoretische geval dat deze omissies in het veld tot onduidelijkheid hebben geleid of zouden hebben kunnen leiden. Er is geen reden om te verwachten dat dit meer dan een handvol praktijkgevallen zal of zou kunnen betreffen.

De wijziging in artikel I, onderdeel C, van deze regeling (het schrappen van onderdeel b van artikel 5a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling WNT) houdt in dat één gegeven niet langer zal hoeven te worden verantwoord ten aanzien van niet-topfunctionarissen, te weten de aanvangs- en einddatum van het dienstverband in het betreffende kalenderjaar. Op voorhand is niet in te schatten hoeveel lager de regeldrukeffecten als gevolg van deze wijziging zullen zijn. Dat wordt namelijk bepaald door factoren die niet vast staan aan het begin van het boekjaar. Er is namelijk op voorhand niet bekend hoeveel niet-topfunctionarissen in een bepaald boekjaar een bezoldiging boven de maximaal toegestane bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3 van de WNT ontvangen én die ook een aanvangs- of einddatum in dat boekjaar hebben. Centraal wordt niet bijgehouden hoeveel overschrijdingen plaatsvinden bij niet-topfunctionarissen, omdat er geen handhaving daarop plaatsvindt. Dergelijke overschrijdingen bij niet-topfunctionarissen vormen immers geen overtreding van de WNT. Er is geen reden om aan te nemen dat de verlaging van de regeldruk als gevolg van deze wijziging iets anders dan verwaarloosbaar klein zal zijn.

3.2. Regeldrukeffecten voor controlerende accountants (out-of-pocket kosten voor WNT-instellingen)

Om dezelfde redenen als bij de WNT-instellingen, wordt verwacht dat de onderhavige wijzigingen van de Uitvoeringsregeling WNT niet zal leiden tot toe- of afname van de regeldrukeffecten voor accountants. Hooguit zal de wijziging in artikel I, onderdeel C, van deze regeling ook bij accountants tot een verwaarloosbare verlaging van de regeldruk en daarmee van de out-of-pocket kosten voor WNT-instellingen leiden.

3.3. Advisering door het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)

ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, mede gelet op de analyse dat er naar verwachting geen omvangrijke regeldrukeffecten aan de orde zijn als gevolg van deze regeling.

4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021. Daarmee is voldaan aan de regels met betrekking tot de vaste verandermomenten en publicatie twee maanden voor inwerkingtreding.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren