Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 28 augustus 2020, nr. PO/17896773, houdende regels voor de voorzieningenplanning bij scholen in het primair onderwijs in Caribisch Nederland (Regeling voorzieningenplanning po CN 2021)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 72, negende lid, 72a, eerste, derde en zevende lid, 75, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

aanvrager:

bevoegd gezag dat bij de minister een aanvraag indient voor bekostiging van een openbare of een bijzondere school.

belangstellingsmeting:

belangstellingsmeting als bedoeld in artikel 72a van de wet;

bevoegd gezag:

bevoegd gezag als bedoeld in de wet;

DUO:

Dienst Uitvoering Onderwijs;

minister:

Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

ouder:

ouder als bedoeld in de wet;

school:

school als bedoeld in de wet;

voedingsgebied:

voedingsgebied als bedoeld in artikel 72a, tweede lid, onderdeel b, van de wet;

wet:

Wet primair onderwijs BES.

Artikel 2. Melding voorgenomen aanvraag tot bekostiging

  • 1. Het bevoegd gezag maakt melding van een voorgenomen aanvraag als bedoeld in artikel 75, tweede lid, van de wet, tussen 1 juni tot en met 30 juni in het kalenderjaar van de aanvraag, bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de wet.

  • 2. De melding bevat de volgende gegevens:

    • a. naam van de contactpersoon;

    • b. correspondentieadres;

    • c. telefoonnummer van de contactpersoon;

    • d. e-mailadres van de contactpersoon;

    • e. KVK-nummer van de rechtspersoon;

    • f. naam van de rechtspersoon;

    • g. de naam van het eiland dat de beoogde plaats van vestiging omvat;

    • h. methode van de belangstellingsmeting;

    • i. naam van de school; en

    • j. korte beschrijving van het onderwijskundig concept van de school van ten hoogste 2.000 tekens.

  • 3. De gegevens in het tweede lid, de onderdelen f tot en met j, worden openbaar gemaakt op de website www.duo.nl.

  • 4. Publicatie op de website www.duo.nl geschiedt slechts indien de gegevens voor 1 juli volledig zijn aangeleverd.

  • 5. De melding van de voorgenomen aanvraag tot bekostiging wordt gedaan met een formulier dat is bekendgemaakt op de website www.duo.nl.

Artikel 3. Aanvraag tot bekostiging

  • 1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de wet, bevat naast de gegevens, genoemd in artikel 72, derde lid, van de wet de volgende gegevens:

    • a. naam van de contactpersoon;

    • b. correspondentieadres;

    • c. telefoonnummer van de contactpersoon;

    • d. e-mailadres van de contactpersoon;

    • e. naam van de rechtspersoon;

    • f. statuten van de rechtspersoon;

    • g. namen van de bestuursleden;

    • h. namen van de leden van het interne toezicht;

    • i. naam van de school;

    • j. de naam van het eiland dat de beoogde plaats van vestiging omvat;

    • k. gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; en

    • l. beschrijving van het onderwijskundig concept van ten hoogste 3.000 tekens.

  • 2. Uit het document, bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel c, van de wet, blijkt dat in de periode van 15 september in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag en 15 september van het kalenderjaar van de aanvraag de in dat artikel bedoelde partijen zijn gevraagd om te overleggen.

  • 3. De aanvraag tot bekostiging wordt ingediend met een formulier dat is bekendgemaakt op de website www.duo.nl.

Artikel 4. Verklaring omtrent gedrag

  • 1. De verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel d, van de wet, is afgegeven volgens het screeningsprofiel onderwijs.

  • 2. De verklaring omtrent het gedrag wordt zowel met het formulier langs digitale weg, bedoeld in artikel 3, derde lid, als in originele vorm aan DUO verstrekt.

Artikel 5. Nadere regels belangstellingsmeting

  • 1. De correctiefactor, bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel a, letter z en onderdeel b, letter z, van de wet, is 0,7.

  • 2. Indien sprake is van een overlappend voedingsgebied als bedoeld in artikel 72a, zesde lid, van de wet, voert de minister de vermindering na 1 november van het kalenderjaar van de aanvraag uit en wordt dit opgenomen in het besluit, bedoeld in artikel 75, derde lid, van de wet.

  • 3. De aantallen, bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel a, letter x en w, en onderdeel b, letter w, van de wet, stelt DUO vanaf 1 juli in het jaar van de aanvraag beschikbaar aan de aanvrager.

Artikel 6. Nadere regels ouderverklaringen

  • 1. De ouderverklaring, bedoeld in artikel 72a, eerste lid, van de wet, wordt door de ouder ingediend bij de afdeling OCW Caribisch Gebied, ondergebracht bij de Rijksdienst Caribisch Nederland in de periode van 1 juli tot en met 15 oktober in het kalenderjaar van de aanvraag.

  • 2. Na indiening van de aanvraag kan daarvoor geen ouderverklaring meer worden ingediend.

  • 3. De ouder kan de ouderverklaring uiterlijk op 15 oktober, bedoeld in het eerste lid, intrekken. Deze maakt dan geen onderdeel meer uit van de belangstellingsmeting.

  • 4. Na indiening van de aanvraag kan de ouderverklaring niet meer worden ingetrokken.

  • 5. Indien de aanvrager een melding van een voorgenomen aanvraag intrekt, vervallen de hierbij behorende ingediende ouderverklaringen.

  • 6. De ouder kan in een volgend kalenderjaar opnieuw een ouderverklaring als bedoeld in artikel 72a, eerste lid, van de wet ten aanzien van hetzelfde kind indienen, indien de aanvraag waarvoor eerder een ouderverklaring is ingediend:

    • a. wel is gemeld, maar niet is ingediend; of

    • b. onherroepelijk is afgewezen.

  • 7. Vanaf 15 oktober in het jaar van de aanvraag stelt DUO aan de aanvrager het aantal geldige ouderverklaringen beschikbaar.

Artikel 7. Uitzonderingssituaties toepassing marktonderzoek

  • 1. Een marktonderzoek als bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, van de wet, is uitsluitend toegestaan indien:

    • a. op het eiland dat de beoogde plaats van vestiging omvat een groei van ten minste 30% in het aantal leerlingen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar wordt verwacht tussen het kalenderjaar waarin het marktonderzoek plaatsvindt en het tiende kalenderjaar daaraanvolgend; of

    • b. met een beroep op artikel 73 van de wet een aanvraag tot bekostiging van een openbare school wordt ingediend.

  • 2. Bij het aantonen van een groei als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gebruikt het bevoegd gezag in ieder geval gegevens verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek en een voorspelling ten aanzien van de woningbouw van het openbaar lichaam waar het viercijferig postcodegebied in is gelegen.

Artikel 8. Nadere regels marktonderzoek

  • 1. Een marktonderzoek als bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, van de wet, wordt schriftelijk uitgevoerd, waarbij de anonimiteit van de ondervraagden wordt gegarandeerd.

  • 2. Per kind vult de ouder een vragenlijst in.

  • 3. Het marktonderzoek inventariseert de voorkeur van de ondervraagden voor een school doordat de ondervraagden een keuze kunnen maken uit de bestaande scholen binnen het voedingsgebied en de school waar de aanvraag betrekking op heeft.

  • 4. Het marktonderzoek heeft als hoofdvraag ‘Op welke gepresenteerde school zou u uw kind inschrijven?’.

  • 5. De vraagstelling en de informatie die voorafgaand aan en tijdens het marktonderzoek wordt verstrekt door het onderzoeksbureau, is ten aanzien van scholen als bedoeld in het derde lid, op dezelfde wijze vormgegeven en gepresenteerd, neutraal opgesteld en op geen enkele wijze sturend.

  • 6. De informatie die wordt verstrekt per school, bedoeld in het derde lid, is in ieder geval voorzien van de naam van de school, de naam van het bevoegd gezag, een website van de school, en de naam van het eiland dat de beoogde plaats van vestiging omvat. De informatie voor de school waarop de aanvraag betrekking heeft omvat tevens een korte beschrijving van het onderwijskundig concept van de school.

  • 7. Voor controle door de minister op de juistheid van de berekeningen levert de aanvrager een volledig onderzoeksrapport aan, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:

    • a. een beschrijving van de gebruikte onderzoeksmethode, met daarin opgenomen op welke wijze tot een aselecte groep van ondervraagden is gekomen, hoe de representativiteit van de ondervraagden is geborgd, hoe de data zijn geanalyseerd, inclusief de berekening van het belangstellingspercentage, het totale aantal ondervraagden, het totale aantal reacties en het aantal reacties per school en de beperkingen van het onderzoek;

    • b. een beschrijving van de wijze waarop respondenten benaderd zijn, inclusief correspondentie aan respondenten;

    • c. de vragenlijst zoals voorgelegd aan ondervraagden;

    • d. de informatie over de scholen, bedoeld in het derde lid, zoals gepresenteerd aan ondervraagden; en

    • e. de periode waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden.

  • 8. Het minimale aantal leerlingen, bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, letter y, van de wet, ten aanzien van wie is aangegeven dat er belangstelling is voor de school waar de aanvraag betrekking op heeft, is 5.

  • 9. Indien de onderzoekspopulatie, bedoeld in artikel 72a, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, minder dan 5.000 leerlingen bedraagt, is het totaal aantal leerlingen ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen, bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, letter x, van de wet, minimaal 10% van de onderzoekspopulatie. Indien de onderzoekspopulatie 5.000 of meer leerlingen bedraagt, is het totaal aantal leerlingen ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen, bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, letter x, van de wet, minimaal 500.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2021.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorzieningenplanning po CN 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

TOELICHTING

I. Algemeen

Aanleiding voor een nieuwe regeling

Op 1 februari 2021 treedt de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen voor het basisonderwijs in werking. In de kern wijzigt de stichtingssystematiek van de Wet primair onderwijs BES (WPO BES). De oude systematiek ging uit van een veronderstelde belangstelling op basis van erkende richtingen. De richting van een school was doorslaggevend bij de beoordeling van een aanvraag voor de stichting van een nieuwe school. De nieuwe systematiek gaat uit van het aantonen van belangstelling van ouders middels ouderverklaringen of (bij uitzondering) een marktonderzoek. De richting van scholen is niet langer doorslaggevend voor de stichting van scholen. Wel kan de richting een onderdeel zijn van de identiteit van de school, maar dat is een zaak van het bevoegd gezag en de ouders.

Met deze Regeling voorzieningenplanning po CN 2021 treedt een nieuwe regeling in werking. In tegenstelling tot in het vo (in zowel Europees als Caribisch Nederland), was er in het po (in zowel Europees als Caribisch Nederland) niet eerder een regeling voor de voorzieningenplanning.

Wat is voorzieningenplanning?

Voorzieningenplanning is het geheel van wet- en regelgeving over de voorwaarden voor het voor bekostiging in aanmerking brengen (stichten of verzelfstandigen) van een nieuwe school. Het doel van de voorzieningenplanning is het tot stand brengen en in stand houden van een goed bereikbaar, toegankelijk en doelmatig netwerk van scholen met een goede kwaliteit.

Reikwijdte van de regeling

De regeling heeft uitsluitend betrekking op basisscholen in Caribisch Nederland.

II. Artikelsgewijs

Artikel 2. Melding voorgenomen aanvraag tot bekostiging

Voorafgaand aan een definitieve aanvraag moet de aanvrager van 1 juni tot en met 30 juni melden dat hij na 30 juni en vóór 1 november een aanvraag tot bekostiging gaat indienen. De gegevens voor deze melding zijn vermeld in het tweede lid. De algemene introductie in ten hoogste 2.000 tekens kan ook vergezeld gaan van een verwijzing naar een website voor verdere informatie. Aangezien ouders die een ouderverklaring willen indienen inzicht moeten hebben in de initiatieven, is in dit artikel ook bepaald dat de naam van de rechtspersoon, de naam van het eiland dat de beoogde plaats van vestiging omvat, de naam van de school en de algemene introductie van ten hoogste 2.000 tekens openbaar worden gemaakt. Daarmee kunnen ouders zich een beeld vormen van de school op basis waarvan zij hun mogelijke steun voor een initiatief met een ouderverklaring kenbaar kunnen maken.

Voor de melding dienen de vereiste gegevens, beschreven in het tweede lid volledig te zijn ingevuld. Als niet alle gegevens zijn ingevuld, dan wordt de melding geweigerd. De consequentie van incompleetheid is dat ook geen aanvraag voor bekostiging kan worden ingediend voor 1 november daaraanvolgend.

Artikel 3. Aanvraag tot bekostiging

Om een aanvraag te kunnen indienen moet de initiatiefnemer voor 1 juli zijn initiatief bekend maken via de pre-registratie. Dit gaat via het indienen van een formulier bij DUO (de afdeling OCW bij de Rijksdienst Caribisch Nederland kan deze procedure nader toelichten). Op 30 juni (23.59u Atlantic Standard Time) sluit de pre-registratie en wordt het voor ouders wier kind in de juiste leeftijdscategorie valt, mogelijk hun belangstelling kenbaar te maken voor een van de initiatieven. Op 15 oktober (23.59u Atlantic Standard Time) sluit de periode om belangstelling voor een nieuw initiatief kenbaar te maken. Voor 1 juni in het daaropvolgende kalenderjaar neemt de minister, op basis van de aanvraag en het advies van de Inspectie van het Onderwijs, een besluit om de nieuwe school al dan niet voor bekostiging in aanmerking te brengen. Indien dit besluit positief is, kan de school per 1 augustus in het kalenderjaar volgend op het besluit starten.

Een gedeelte van de verplichtingen bij een aanvraag tot bekostiging is geregeld op wetsniveau, een gedeelte wordt nader geregeld in dit artikel. Op wetsniveau is geregeld dat een aanvraag vermeldt:

  • of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft;

  • de naam van het eiland dat de beoogde plaats van vestiging omvat.

Daarnaast zijn de aanvullende gegevens, opgenomen in het eerste lid, noodzakelijk. Deze gegevens dienen ingevuld te worden als onderdeel van de aanvraag via een formulier bij DUO. De statuten van de rechtspersoon worden als bijlage bij de aanvraag gevoegd.

In dit artikel is tevens een nadere specificatie opgenomen over de periode waarin een uitnodiging voor gesprek is gedaan aan het openbaar lichaam van het eiland wat de beoogde plaats van vestiging omvat en de bevoegde gezagsorganen van de scholen op het eiland wat de beoogde plaats van vestiging omvat van de school. Deze termijn ligt tussen 15 september van het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag en 15 september van het kalenderjaar van aanvraag. Deze termijn is zo ruim genomen om de initiatiefnemer en de betrokken partijen voldoende gelegenheid te geven om desgewenst met elkaar in gesprek te gaan over het voorgenomen initiatief. Hierbij kan dan ook worden nagegaan of het doel van de initiatiefnemers ook op een andere wijze kan worden bereikt dan door het stichten van een nieuwe school. Door het voeren van een dergelijk gesprek kan er samenwerking ontstaan tussen het nieuwe initiatief en de bestaande schoolbesturen. Ook biedt het gesprek het openbaar lichaam vroegtijdig de kans om te zoeken naar geschikte huisvesting voor de mogelijke nieuwe school.

De verklaring omtrent het gedrag van de personen die het bestuur en intern toezicht vormen, maakt onderdeel uit van de aanvraag die op elektronische wijze wordt ingediend. Aanvullend is in dit artikel opgenomen dat de originele verklaring omtrent het gedrag eveneens per post naar DUO moet worden gezonden. Dit is noodzakelijk omdat de echtheid van de verklaring omtrent het gedrag moet worden vastgesteld. De originele verklaring omtrent het gedrag is onderdeel van de aanvraag en dient dan ook voor 1 november te worden toegezonden aan Dienst Uitvoering Onderwijs t.a.v. MRvNS, Postbus 30205, 2500 GE Den Haag.

Aanvragen die op of na 1 november worden ingediend, worden afgewezen. De aanvrager kan in het daarop volgende kalenderjaar dan een nieuwe aanvraag indienen, waarbij – indien van toepassing – het actuele statistisch materiaal moet worden gebruikt.

Alleen volledig ingevulde aanvragen worden in behandeling genomen. Aanvragen die onvolledig zijn of waarbij geen gebruik is gemaakt van het (actuele) statistische materiaal, kunnen binnen een door DUO gestelde termijn worden aangevuld. Als de aanvraag niet binnen die termijn is aangevuld, kan de minister besluiten de aanvraag niet te behandelen.

De minister besluit, als de aanvraag volledig en tijdig is ingediend, voor 1 juni van het kalenderjaar volgend op datum waarop de aanvraag is ingediend. Indien het besluit niet voor 1 juni genomen kan worden, stelt de minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen het besluit wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 4. Verklaring omtrent het gedrag

Een verklaring omtrent het gedrag van de personen die het bestuur en het intern toezicht vormen dient te voldoen aan de voorschriften van het screeningsprofiel onderwijs, bedoeld in het document ‘Screeningsprofielen’, te vinden op www.justis.nl. De verklaring omtrent gedrag wordt niet bewaard, maar na controle vernietigd. Dit is een nadere uitwerking van de reeds opgenomen verplichting in de wet tot het overleggen van een verklaring omtrent het gedrag.

Artikel 5. Nadere regels belangstellingsmeting

De correctiefactor wordt gebruikt in de formule om het verwachte aantal leerlingen op 1 januari van het elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag te kunnen berekenen. Deze correctiefactor is opgenomen omdat uit de bestaande praktijk blijkt dat het aantal leerlingen dat na de start van de gewenste nieuwe school de school ook daadwerkelijk gaat bezoeken, doorgaans lager uitvalt dan uit de belangstellingsmeting naar voren komt. De correctiefactor moet een reëel tegenwicht bieden aan de factoren die leiden tot overschatting van de belangstelling, zoals verhuizingen. Tevens beidt de wet mogelijkheid om in geval van overlappende voedingsgebieden, waarbij de belangstelling voor een initiatief meer dan 100% is, een correctie uit te voeren. De grondslag om deze zaken te regelen is gelegen in artikel 72a van de wet. De correctie van de overlappende voedingsgebieden wordt hieronder geïllustreerd.

Voorbeeld 1. Correctie overlappende voedingsgebieden

Het kan voorkomen dat de voedingsgebieden van verschillende initiatieven bij gebruik van marktonderzoek overlappen, waardoor in de betreffende postcodegebieden meer dan 100% belangstelling wordt aangetoond. In deze gevallen wordt voor het betreffende voedingsgebied een correctie toegepast, waarbij de belangstellingspercentages naar rato verminderd worden tot ze samen 100% zijn. In dit voorbeeld staat een berekening voor de belangstelling voor Basisschool A.

 

In dit voorbeeld zijn er drie initiatieven voor een nieuwe school binnen het voedingsgebied.

Initiatief A heeft een belangstellingspercentage van 30%.

Initiatief B heeft een belangstellingspercentage van 60%.

Initiatief C heeft een belangstellingspercentage van 65%.

 

Deze percentages tellen op tot een totaal van 155%. Daarom is een correctie nodig.

Deze correctie is als volgt.

Basisschool A: 0,3/1,55= 0,19, belangstellingspercentage 19%.

Basisschool B: 0,6/1,55 = 0,39, belangstellingspercentage 39%.

Basisschool C: 0,65/1,55 = 0,42, belangstellingspercentage 42%.

De nieuwe belangstellingspercentages tellen op tot 100%.

 

Basisschool A

Het te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag wordt vastgesteld. Dit ziet er als volgt uit in de formule:

Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag =(y/x*100%)*w*z

In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit gelijk aan het vermenigvuldigen met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.

 

Gecorrigeerde belangstellingspercentage in voedingsgebied basisschool A (y/x*100%): 0,19

Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen (w): 1.000 + 300 = 1.300

Correctiefactor (z): 0,7

 

Te verwachten aantal leerlingen basisschool A = 0,19*1.300*0,7 = 173

 

Het te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag moet gelijk zijn aan of hoger zijn dan de stichtingsnorm. De stichtingsnorm in deze gemeente is 200. De school uit dit voorbeeld voldoet met 173 te verwachten leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag niet aan de stichtingsnorm.

Artikel 6. Nadere regels ouderverklaringen

In dit artikel wordt geregeld dat een ouder een ouderverklaring kan indienen van 1 juli tot en met 15 oktober in het kalenderjaar van aanvraag. Ouders kunnen per kind uitsluitend voor één initiatief interesse kenbaar maken. Indien ouders meerdere kinderen in de betreffende leeftijdscategorie hebben, kunnen ze voor elk kind apart een ouderverklaring indienen. Wanneer ouderverklaringen eenmaal zijn afgegeven, kunnen ouders tot en met 15 oktober (of tot het moment dat de aanvraag is ingediend) de ouderverklaring weer intrekken. De ouder kan dan eventueel tot en met 15 oktober een ouderverklaring afgeven voor een ander initiatief.

Na 15 oktober kan de ouder eventueel in een volgend kalenderjaar voor hetzelfde kind weer een ouderverklaring afgeven, indien een aanvraag waarvoor de ouderverklaring is afgegeven wel is gemeld, maar niet is ingediend, of wanneer de aanvraag door de minister wordt afgewezen en tegen deze afwijzing geen bezwaar- en beroepsmogelijkheden meer openstaan. Als het initiatief wél van start gaat is het niet mogelijk dat de ouder voor datzelfde kind in het daaropvolgende kalenderjaar zijn interesse voor de andere school kenbaar maakt. Daarnaast regelt dit artikel de data waarop DUO het benodigde cijfermateriaal ter beschikking stelt.

De formule om het te verwachten aantal leerlingen te berekenen wordt geïllustreerd aan de hand van enkele voorbeelden:

Voorbeeld 2. Basisschool, ouderverklaringen

Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag =(y/x*100%)*w*z

In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit gelijk aan het vermenigvuldigen met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.

 

Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen waarvoor ouderverklaring is afgegeven (y): 85

Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen op 1 januari in kalenderjaar van aanvraag in het voedingsgebied (x): 3.100

Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen op 1 januari in elfde kalenderjaar na aanvraag (w): 8.000+ 2.500= 10.500

Correctiefactor (z): 0,7

 

(85/3.100*100%)*10.500*0,7= 202 te verwachten leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag.

Het te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag moet gelijk zijn aan of hoger zijn dan de stichtingsnorm. De stichtingsnorm bij deze gemeente is 200. De school uit dit voorbeeld voldoet met 202 te verwachten leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag aan de stichtingsnorm.

Voorbeeld 3. Basisschool, ouderverklaringen

Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag =(y/x*100%)*w*z

In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit gelijk aan het vermenigvuldigen met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.

 

Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen waarvoor ouderverklaring is afgegeven (y): 25

Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen op 1 januari in kalenderjaar van aanvraag in het voedingsgebied (x): 3.100

Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen op 1 januari in elfde kalenderjaar na aanvraag (w): 8.000+ 2.500= 10.500

Correctiefactor (z): 0,7

 

(25/3.100*100%)*10.500*0,7= 59 te verwachten leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag.

 

Het te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag moet gelijk zijn aan of hoger zijn dan de stichtingsnorm. De stichtingsnorm bij deze gemeente is 200. De school uit dit voorbeeld voldoet met 59 te verwachten leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag niet aan de stichtingsnorm.

Artikel 7. Uitzonderingssituaties toepassing marktonderzoek

Het marktonderzoek is alleen bij uitzondering toegestaan als methode voor het meten van de belangstelling. Er zijn twee situaties waarin bij uitzondering het marktonderzoek is toegestaan. De eerste betreft situaties waarin er sprake is van dermate sterke demografische groei dat er op grond van ouderverklaringen een minder goede voorspelling van de belangstelling op de lange termijn kan worden gemaakt. Het percentage groei in de leeftijdscategorie 2- tot en met 4-jarigen tussen het kalenderjaar van marktonderzoek en het tiende kalenderjaar daarna is daarbij vastgesteld op 30%. Binnen die groep is de mediane procentuele toename voor de betreffende leeftijdscategorie vastgesteld. De keuze voor een relatieve toename van het aantal kinderen brengt mee dat het kan voorkomen dat in sommige gebieden de relatieve toename zeer hoog is, terwijl de absolute toename laag is. Dit kan ook andersom voorkomen; de relatieve toename is vrij laag, terwijl de absolute toename hoog is. Dit zal uitzondering zijn. De relatieve toename is voor een aanvrager een duidelijk en goed toepasbaar criterium.

De tweede uitzondering betreft de situatie waarin een beroep gedaan wordt op de garantiefunctie voor het openbaar onderwijs. Als uit schriftelijke verklaringen van ten minste 50 ouders van kinderen tot en met twaalf jaar behoefte blijkt te bestaan aan openbaar onderwijs en in die behoefte nu onvoldoende wordt voorzien, onderzoekt het bestuurscollege of uit de belangstellingsmeting voldoende belangstelling blijkt. Als het antwoord positief is, dient het college bij de minister een aanvraag om bekostiging in (artikel 73 WPO BES). Onderdeel van deze aanvraag is de belangstellingsmeting, waarbij de gemeente in dit specifieke geval kan kiezen uit ouderverklaringen of marktonderzoek. Wanneer een gemeente een reguliere aanvraag doet voor een openbare school is alleen de methode van ouderverklaringen van toepassing. Met het marktonderzoek heeft de gemeente de mogelijkheid om de behoefte aan openbaar onderwijs breed te onderzoeken.

Artikel 8. Nadere regels marktonderzoek

In dit artikel zijn nadere regels opgenomen over het doen van een marktonderzoek. Het marktonderzoek wordt schriftelijk uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Schriftelijk omvat zowel papier als digitaal, maar mondeling onderzoek wordt hiermee uitgesloten. Indien ouders meerdere kinderen in de onderzochte leeftijdscategorie hebben, kunnen ze voor elk kind een aparte keuze maken voor een gewenste school. De verstrekte informatie per school is noodzakelijk, omdat het marktonderzoek de schoolkeuze van ouders nabootst. Door het verstrekken van informatie per school kunnen ouders hun keuzes op basis van die informatie maken. De hoofdvraag voor het marktonderzoek wordt in de regeling voorgeschreven, zodat alle onderzoeken dezelfde hoofdvraag kennen. Hierdoor onderzoeken alle marktonderzoeken dezelfde vraag en worden ze beter onderling vergelijkbaar. Uit de hoofdvraag volgt dat ouders binnen het marktonderzoek voor slechts één school hun voorkeur kenbaar mogen maken.

Om het marktonderzoek te kunnen beoordelen wordt voorgeschreven welke elementen van het marktonderzoek beschreven moeten worden in het onderzoeksrapport. Daarnaast zorgen de voorgeschreven elementen ervoor dat verschillende marktonderzoeken onderling vergelijkbaar zijn.

Bij het marktonderzoek gelden aanvullende vereisten ten aanzien van de omvang van de y en x in de formule. Voor een geldig marktonderzoek zijn tenminste 5 positieve reacties nodig, dit is de y uit de formule. Voor een geldig marktonderzoek is tenminste een reactie van 10% van de onderzoekspopulatie nodig, tenzij dit uitkomt op meer dan 500 reacties. Dit is de x uit de wettelijke formule. De grond hiervoor is gelegen in artikel 68, zevende lid onderdeel b.

Deze berekeningsmethodiek wordt geïllustreerd aan de hand van twee voorbeelden.

Voorbeeld 4. Basisschool, marktonderzoek, grote onderzoekspopulatie

Bij het marktonderzoek gelden aanvullende vereisten ten aanzien van de omvang van de y en x in de formule. Voor een geldig marktonderzoek is tenminste een reactie van 10% van de onderzoekspopulatie nodig, tenzij dit uitkomt op meer dan 500 reacties. Dit is de x uit de wettelijke formule. De onderzoekspopulatie in dit voorbeeld omvat in totaal 20.400 kinderen in het voedingsgebied in de leeftijd van 2 t/m 4 jaar. Als 10% daarvan moet reageren, zou dat uitkomen op 2.040 reacties. Omdat dit meer is dan 500, is in dit geval een minimum van 500 reacties voldoende.

 

Voor de y van de wettelijke formule is voorgeschreven dat dit ten minste 5 is. Dat betekent dat er ten minste 5 positieve reacties voor het aan te vragen initiatief moeten zijn gegeven.

 

Dit ziet er als volgt uit in de formule:

Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag =(y/x*100%)*w*z

In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit is gelijk aan het vermenigvuldigen met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.

 

Aantal 2- t/m 4-jarigen voor wie in het marktonderzoek is aangegeven dat er belangstelling is voor de school (y): 5

Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen voor wie is deelgenomen aan het marktonderzoek (x): 500

Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen op 1 januari in het elfde kalenderjaar na aanvraag (w): 42.000 + 16.000 = 58.000

Correctiefactor (z): 0,7

 

(5/500*100%)*58.000*0,7 = 406 te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag.

 

Het marktonderzoek voldoet aan de vereisten voor het minimale aantal positieve reacties en het minimale aantal reacties op het onderzoek. De stichtingsnorm bij deze gemeente ligt op 300. De school uit dit voorbeeld voldoet met 406 te verwachten leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag aan de stichtingsnorm.

Voorbeeld 5. Basisschool, marktonderzoek, kleine onderzoekspopulatie

Bij het marktonderzoek gelden aanvullende vereisten ten aanzien van de omvang van de y en x in de formule. Voor een geldig marktonderzoek is tenminste een reactie van 10% van de onderzoekspopulatie nodig, tenzij dit uitkomt op meer dan 500 reacties. Dit is de x uit de wettelijke formule. De onderzoekspopulatie in dit voorbeeld omvat in totaal 3.400 kinderen in het voedingsgebied in de leeftijd van 2 t/m 4 jaar. Als 10% daarvan moet reageren, komt dat uit op 340 reacties.

 

Voor de y van de wettelijke formule is voorgeschreven dat dit ten minste 5 is. Dat betekent dat er ten minste 5 positieve reacties voor het aan te vragen initiatief moeten zijn gegeven. In dit voorbeeld zijn er 10 positieve reacties gegeven.

 

Dit ziet er als volgt uit in de formule:

Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag =(y/x*100%)*w*z

In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit is gelijk aan het vermenigvuldigen met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.

 

Aantal 2- t/m 4-jarigen voor wie in het marktonderzoek is aangegeven dat er belangstelling is voor de school (y): 10

Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen voor wie is deelgenomen aan het marktonderzoek (x): 340

Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen op 1 januari in het elfde kalenderjaar na aanvraag (w): 7.000 + 2.500 = 9.500

Correctiefactor (z): 0,7

 

(10/340*100%)*9.500*0,7 = 196 te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag.

 

De stichtingsnorm in deze gemeente is 200. Het marktonderzoek voldoet aan de vereisten voor het minimale aantal positieve reacties en het minimale aantal reacties op het onderzoek. Het is te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag is echter lager dan de stichtingsnorm. Om de stichtingsnorm te halen zal er in dit voorbeeld een groter aantal positieve reacties nodig zijn.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Naar boven