TOELICHTING
I. Algemeen
Aanleiding voor een nieuwe regeling
Op 1 februari 2021 treedt de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen voor het basisonderwijs
in werking. In de kern wijzigt de stichtingssystematiek van de Wet primair onderwijs
BES (WPO BES). De oude systematiek ging uit van een veronderstelde belangstelling
op basis van erkende richtingen. De richting van een school was doorslaggevend bij
de beoordeling van een aanvraag voor de stichting van een nieuwe school. De nieuwe
systematiek gaat uit van het aantonen van belangstelling van ouders middels ouderverklaringen
of (bij uitzondering) een marktonderzoek. De richting van scholen is niet langer doorslaggevend
voor de stichting van scholen. Wel kan de richting een onderdeel zijn van de identiteit
van de school, maar dat is een zaak van het bevoegd gezag en de ouders.
Met deze Regeling voorzieningenplanning po CN 2021 treedt een nieuwe regeling in werking.
In tegenstelling tot in het vo (in zowel Europees als Caribisch Nederland), was er
in het po (in zowel Europees als Caribisch Nederland) niet eerder een regeling voor
de voorzieningenplanning.
Wat is voorzieningenplanning?
Voorzieningenplanning is het geheel van wet- en regelgeving over de voorwaarden voor
het voor bekostiging in aanmerking brengen (stichten of verzelfstandigen) van een
nieuwe school. Het doel van de voorzieningenplanning is het tot stand brengen en in
stand houden van een goed bereikbaar, toegankelijk en doelmatig netwerk van scholen
met een goede kwaliteit.
Reikwijdte van de regeling
De regeling heeft uitsluitend betrekking op basisscholen in Caribisch Nederland.
II. Artikelsgewijs
Artikel 2. Melding voorgenomen aanvraag tot bekostiging
Voorafgaand aan een definitieve aanvraag moet de aanvrager van 1 juni tot en met 30 juni
melden dat hij na 30 juni en vóór 1 november een aanvraag tot bekostiging gaat indienen.
De gegevens voor deze melding zijn vermeld in het tweede lid. De algemene introductie
in ten hoogste 2.000 tekens kan ook vergezeld gaan van een verwijzing naar een website
voor verdere informatie. Aangezien ouders die een ouderverklaring willen indienen
inzicht moeten hebben in de initiatieven, is in dit artikel ook bepaald dat de naam
van de rechtspersoon, de naam van het eiland dat de beoogde plaats van vestiging omvat,
de naam van de school en de algemene introductie van ten hoogste 2.000 tekens openbaar
worden gemaakt. Daarmee kunnen ouders zich een beeld vormen van de school op basis
waarvan zij hun mogelijke steun voor een initiatief met een ouderverklaring kenbaar
kunnen maken.
Voor de melding dienen de vereiste gegevens, beschreven in het tweede lid volledig
te zijn ingevuld. Als niet alle gegevens zijn ingevuld, dan wordt de melding geweigerd.
De consequentie van incompleetheid is dat ook geen aanvraag voor bekostiging kan worden
ingediend voor 1 november daaraanvolgend.
Artikel 3. Aanvraag tot bekostiging
Om een aanvraag te kunnen indienen moet de initiatiefnemer voor 1 juli zijn initiatief
bekend maken via de pre-registratie. Dit gaat via het indienen van een formulier bij
DUO (de afdeling OCW bij de Rijksdienst Caribisch Nederland kan deze procedure nader
toelichten). Op 30 juni (23.59u Atlantic Standard Time) sluit de pre-registratie en
wordt het voor ouders wier kind in de juiste leeftijdscategorie valt, mogelijk hun
belangstelling kenbaar te maken voor een van de initiatieven. Op 15 oktober (23.59u
Atlantic Standard Time) sluit de periode om belangstelling voor een nieuw initiatief
kenbaar te maken. Voor 1 juni in het daaropvolgende kalenderjaar neemt de minister,
op basis van de aanvraag en het advies van de Inspectie van het Onderwijs, een besluit
om de nieuwe school al dan niet voor bekostiging in aanmerking te brengen. Indien
dit besluit positief is, kan de school per 1 augustus in het kalenderjaar volgend
op het besluit starten.
Een gedeelte van de verplichtingen bij een aanvraag tot bekostiging is geregeld op
wetsniveau, een gedeelte wordt nader geregeld in dit artikel. Op wetsniveau is geregeld
dat een aanvraag vermeldt:
Daarnaast zijn de aanvullende gegevens, opgenomen in het eerste lid, noodzakelijk.
Deze gegevens dienen ingevuld te worden als onderdeel van de aanvraag via een formulier
bij DUO. De statuten van de rechtspersoon worden als bijlage bij de aanvraag gevoegd.
In dit artikel is tevens een nadere specificatie opgenomen over de periode waarin
een uitnodiging voor gesprek is gedaan aan het openbaar lichaam van het eiland wat
de beoogde plaats van vestiging omvat en de bevoegde gezagsorganen van de scholen
op het eiland wat de beoogde plaats van vestiging omvat van de school. Deze termijn
ligt tussen 15 september van het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag en 15 september
van het kalenderjaar van aanvraag. Deze termijn is zo ruim genomen om de initiatiefnemer
en de betrokken partijen voldoende gelegenheid te geven om desgewenst met elkaar in
gesprek te gaan over het voorgenomen initiatief. Hierbij kan dan ook worden nagegaan
of het doel van de initiatiefnemers ook op een andere wijze kan worden bereikt dan
door het stichten van een nieuwe school. Door het voeren van een dergelijk gesprek
kan er samenwerking ontstaan tussen het nieuwe initiatief en de bestaande schoolbesturen.
Ook biedt het gesprek het openbaar lichaam vroegtijdig de kans om te zoeken naar geschikte
huisvesting voor de mogelijke nieuwe school.
De verklaring omtrent het gedrag van de personen die het bestuur en intern toezicht
vormen, maakt onderdeel uit van de aanvraag die op elektronische wijze wordt ingediend.
Aanvullend is in dit artikel opgenomen dat de originele verklaring omtrent het gedrag
eveneens per post naar DUO moet worden gezonden. Dit is noodzakelijk omdat de echtheid
van de verklaring omtrent het gedrag moet worden vastgesteld. De originele verklaring
omtrent het gedrag is onderdeel van de aanvraag en dient dan ook voor 1 november te
worden toegezonden aan Dienst Uitvoering Onderwijs t.a.v. MRvNS, Postbus 30205, 2500 GE
Den Haag.
Aanvragen die op of na 1 november worden ingediend, worden afgewezen. De aanvrager
kan in het daarop volgende kalenderjaar dan een nieuwe aanvraag indienen, waarbij
– indien van toepassing – het actuele statistisch materiaal moet worden gebruikt.
Alleen volledig ingevulde aanvragen worden in behandeling genomen. Aanvragen die onvolledig
zijn of waarbij geen gebruik is gemaakt van het (actuele) statistische materiaal,
kunnen binnen een door DUO gestelde termijn worden aangevuld. Als de aanvraag niet
binnen die termijn is aangevuld, kan de minister besluiten de aanvraag niet te behandelen.
De minister besluit, als de aanvraag volledig en tijdig is ingediend, voor 1 juni
van het kalenderjaar volgend op datum waarop de aanvraag is ingediend. Indien het
besluit niet voor 1 juni genomen kan worden, stelt de minister het bevoegd gezag daarvan
in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen het besluit wel tegemoet kan
worden gezien.
Artikel 4. Verklaring omtrent het gedrag
Een verklaring omtrent het gedrag van de personen die het bestuur en het intern toezicht
vormen dient te voldoen aan de voorschriften van het screeningsprofiel onderwijs,
bedoeld in het document ‘Screeningsprofielen’, te vinden op www.justis.nl. De verklaring omtrent gedrag wordt niet bewaard, maar na controle vernietigd. Dit
is een nadere uitwerking van de reeds opgenomen verplichting in de wet tot het overleggen
van een verklaring omtrent het gedrag.
Artikel 5. Nadere regels belangstellingsmeting
De correctiefactor wordt gebruikt in de formule om het verwachte aantal leerlingen
op 1 januari van het elfde kalenderjaar na indiening van de aanvraag te kunnen berekenen.
Deze correctiefactor is opgenomen omdat uit de bestaande praktijk blijkt dat het aantal
leerlingen dat na de start van de gewenste nieuwe school de school ook daadwerkelijk
gaat bezoeken, doorgaans lager uitvalt dan uit de belangstellingsmeting naar voren
komt. De correctiefactor moet een reëel tegenwicht bieden aan de factoren die leiden
tot overschatting van de belangstelling, zoals verhuizingen. Tevens beidt de wet mogelijkheid
om in geval van overlappende voedingsgebieden, waarbij de belangstelling voor een
initiatief meer dan 100% is, een correctie uit te voeren. De grondslag om deze zaken
te regelen is gelegen in artikel 72a van de wet. De correctie van de overlappende
voedingsgebieden wordt hieronder geïllustreerd.
Voorbeeld 1. Correctie overlappende voedingsgebieden
|
Het kan voorkomen dat de voedingsgebieden van verschillende initiatieven bij gebruik
van marktonderzoek overlappen, waardoor in de betreffende postcodegebieden meer dan
100% belangstelling wordt aangetoond. In deze gevallen wordt voor het betreffende
voedingsgebied een correctie toegepast, waarbij de belangstellingspercentages naar
rato verminderd worden tot ze samen 100% zijn. In dit voorbeeld staat een berekening
voor de belangstelling voor Basisschool A.
|
| |
|
In dit voorbeeld zijn er drie initiatieven voor een nieuwe school binnen het voedingsgebied.
Initiatief A heeft een belangstellingspercentage van 30%.
Initiatief B heeft een belangstellingspercentage van 60%.
Initiatief C heeft een belangstellingspercentage van 65%.
|
| |
|
Deze percentages tellen op tot een totaal van 155%. Daarom is een correctie nodig.
Deze correctie is als volgt.
Basisschool A: 0,3/1,55= 0,19, belangstellingspercentage 19%.
Basisschool B: 0,6/1,55 = 0,39, belangstellingspercentage 39%.
Basisschool C: 0,65/1,55 = 0,42, belangstellingspercentage 42%.
De nieuwe belangstellingspercentages tellen op tot 100%.
|
| |
|
Basisschool A
Het te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag wordt vastgesteld.
Dit ziet er als volgt uit in de formule:
Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van
de aanvraag =(y/x*100%)*w*z
In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit gelijk aan het vermenigvuldigen
met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.
|
| |
|
Gecorrigeerde belangstellingspercentage in voedingsgebied basisschool A (y/x*100%):
0,19
Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen (w): 1.000 + 300
= 1.300
Correctiefactor (z): 0,7
|
| |
|
Te verwachten aantal leerlingen basisschool A = 0,19*1.300*0,7 = 173
|
| |
|
Het te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na indiening van de
aanvraag moet gelijk zijn aan of hoger zijn dan de stichtingsnorm. De stichtingsnorm
in deze gemeente is 200. De school uit dit voorbeeld voldoet met 173 te verwachten
leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag niet aan de stichtingsnorm.
|
Artikel 6. Nadere regels ouderverklaringen
In dit artikel wordt geregeld dat een ouder een ouderverklaring kan indienen van 1 juli
tot en met 15 oktober in het kalenderjaar van aanvraag. Ouders kunnen per kind uitsluitend
voor één initiatief interesse kenbaar maken. Indien ouders meerdere kinderen in de
betreffende leeftijdscategorie hebben, kunnen ze voor elk kind apart een ouderverklaring
indienen. Wanneer ouderverklaringen eenmaal zijn afgegeven, kunnen ouders tot en met
15 oktober (of tot het moment dat de aanvraag is ingediend) de ouderverklaring weer
intrekken. De ouder kan dan eventueel tot en met 15 oktober een ouderverklaring afgeven
voor een ander initiatief.
Na 15 oktober kan de ouder eventueel in een volgend kalenderjaar voor hetzelfde kind
weer een ouderverklaring afgeven, indien een aanvraag waarvoor de ouderverklaring
is afgegeven wel is gemeld, maar niet is ingediend, of wanneer de aanvraag door de
minister wordt afgewezen en tegen deze afwijzing geen bezwaar- en beroepsmogelijkheden
meer openstaan. Als het initiatief wél van start gaat is het niet mogelijk dat de
ouder voor datzelfde kind in het daaropvolgende kalenderjaar zijn interesse voor de
andere school kenbaar maakt. Daarnaast regelt dit artikel de data waarop DUO het benodigde
cijfermateriaal ter beschikking stelt.
De formule om het te verwachten aantal leerlingen te berekenen wordt geïllustreerd
aan de hand van enkele voorbeelden:
Voorbeeld 2. Basisschool, ouderverklaringen
|
Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van
de aanvraag =(y/x*100%)*w*z
In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit gelijk aan het vermenigvuldigen
met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.
|
| |
|
Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen waarvoor ouderverklaring is afgegeven (y): 85
Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen op 1 januari in kalenderjaar van aanvraag in het voedingsgebied
(x): 3.100
Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen op 1 januari in
elfde kalenderjaar na aanvraag (w): 8.000+ 2.500= 10.500
Correctiefactor (z): 0,7
|
| |
|
(85/3.100*100%)*10.500*0,7= 202 te verwachten leerlingen in het elfde kalenderjaar
na aanvraag.
Het te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na indiening van de
aanvraag moet gelijk zijn aan of hoger zijn dan de stichtingsnorm. De stichtingsnorm
bij deze gemeente is 200. De school uit dit voorbeeld voldoet met 202 te verwachten
leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag aan de stichtingsnorm.
|
Voorbeeld 3. Basisschool, ouderverklaringen
|
Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van
de aanvraag =(y/x*100%)*w*z
In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit gelijk aan het vermenigvuldigen
met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.
|
| |
|
Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen waarvoor ouderverklaring is afgegeven (y): 25
Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen op 1 januari in kalenderjaar van aanvraag in het voedingsgebied
(x): 3.100
Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen op 1 januari in
elfde kalenderjaar na aanvraag (w): 8.000+ 2.500= 10.500
Correctiefactor (z): 0,7
|
| |
|
(25/3.100*100%)*10.500*0,7= 59 te verwachten leerlingen in het elfde kalenderjaar
na aanvraag.
|
| |
|
Het te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na indiening van de
aanvraag moet gelijk zijn aan of hoger zijn dan de stichtingsnorm. De stichtingsnorm
bij deze gemeente is 200. De school uit dit voorbeeld voldoet met 59 te verwachten
leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag niet aan de stichtingsnorm.
|
Artikel 7. Uitzonderingssituaties toepassing marktonderzoek
Het marktonderzoek is alleen bij uitzondering toegestaan als methode voor het meten
van de belangstelling. Er zijn twee situaties waarin bij uitzondering het marktonderzoek
is toegestaan. De eerste betreft situaties waarin er sprake is van dermate sterke
demografische groei dat er op grond van ouderverklaringen een minder goede voorspelling
van de belangstelling op de lange termijn kan worden gemaakt. Het percentage groei
in de leeftijdscategorie 2- tot en met 4-jarigen tussen het kalenderjaar van marktonderzoek
en het tiende kalenderjaar daarna is daarbij vastgesteld op 30%. Binnen die groep
is de mediane procentuele toename voor de betreffende leeftijdscategorie vastgesteld.
De keuze voor een relatieve toename van het aantal kinderen brengt mee dat het kan
voorkomen dat in sommige gebieden de relatieve toename zeer hoog is, terwijl de absolute
toename laag is. Dit kan ook andersom voorkomen; de relatieve toename is vrij laag,
terwijl de absolute toename hoog is. Dit zal uitzondering zijn. De relatieve toename
is voor een aanvrager een duidelijk en goed toepasbaar criterium.
De tweede uitzondering betreft de situatie waarin een beroep gedaan wordt op de garantiefunctie
voor het openbaar onderwijs. Als uit schriftelijke verklaringen van ten minste 50
ouders van kinderen tot en met twaalf jaar behoefte blijkt te bestaan aan openbaar
onderwijs en in die behoefte nu onvoldoende wordt voorzien, onderzoekt het bestuurscollege
of uit de belangstellingsmeting voldoende belangstelling blijkt. Als het antwoord
positief is, dient het college bij de minister een aanvraag om bekostiging in (artikel
73 WPO BES). Onderdeel van deze aanvraag is de belangstellingsmeting, waarbij de gemeente
in dit specifieke geval kan kiezen uit ouderverklaringen of marktonderzoek. Wanneer
een gemeente een reguliere aanvraag doet voor een openbare school is alleen de methode
van ouderverklaringen van toepassing. Met het marktonderzoek heeft de gemeente de
mogelijkheid om de behoefte aan openbaar onderwijs breed te onderzoeken.
Artikel 8. Nadere regels marktonderzoek
In dit artikel zijn nadere regels opgenomen over het doen van een marktonderzoek.
Het marktonderzoek wordt schriftelijk uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau.
Schriftelijk omvat zowel papier als digitaal, maar mondeling onderzoek wordt hiermee
uitgesloten. Indien ouders meerdere kinderen in de onderzochte leeftijdscategorie
hebben, kunnen ze voor elk kind een aparte keuze maken voor een gewenste school. De
verstrekte informatie per school is noodzakelijk, omdat het marktonderzoek de schoolkeuze
van ouders nabootst. Door het verstrekken van informatie per school kunnen ouders
hun keuzes op basis van die informatie maken. De hoofdvraag voor het marktonderzoek
wordt in de regeling voorgeschreven, zodat alle onderzoeken dezelfde hoofdvraag kennen.
Hierdoor onderzoeken alle marktonderzoeken dezelfde vraag en worden ze beter onderling
vergelijkbaar. Uit de hoofdvraag volgt dat ouders binnen het marktonderzoek voor slechts
één school hun voorkeur kenbaar mogen maken.
Om het marktonderzoek te kunnen beoordelen wordt voorgeschreven welke elementen van
het marktonderzoek beschreven moeten worden in het onderzoeksrapport. Daarnaast zorgen
de voorgeschreven elementen ervoor dat verschillende marktonderzoeken onderling vergelijkbaar
zijn.
Bij het marktonderzoek gelden aanvullende vereisten ten aanzien van de omvang van
de y en x in de formule. Voor een geldig marktonderzoek zijn tenminste 5 positieve
reacties nodig, dit is de y uit de formule. Voor een geldig marktonderzoek is tenminste
een reactie van 10% van de onderzoekspopulatie nodig, tenzij dit uitkomt op meer dan
500 reacties. Dit is de x uit de wettelijke formule. De grond hiervoor is gelegen
in artikel 68, zevende lid onderdeel b.
Deze berekeningsmethodiek wordt geïllustreerd aan de hand van twee voorbeelden.
Voorbeeld 4. Basisschool, marktonderzoek, grote onderzoekspopulatie
|
Bij het marktonderzoek gelden aanvullende vereisten ten aanzien van de omvang van
de y en x in de formule. Voor een geldig marktonderzoek is tenminste een reactie van
10% van de onderzoekspopulatie nodig, tenzij dit uitkomt op meer dan 500 reacties.
Dit is de x uit de wettelijke formule. De onderzoekspopulatie in dit voorbeeld omvat
in totaal 20.400 kinderen in het voedingsgebied in de leeftijd van 2 t/m 4 jaar. Als
10% daarvan moet reageren, zou dat uitkomen op 2.040 reacties. Omdat dit meer is dan
500, is in dit geval een minimum van 500 reacties voldoende.
|
| |
|
Voor de y van de wettelijke formule is voorgeschreven dat dit ten minste 5 is. Dat
betekent dat er ten minste 5 positieve reacties voor het aan te vragen initiatief
moeten zijn gegeven.
|
| |
|
Dit ziet er als volgt uit in de formule:
Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van
de aanvraag =(y/x*100%)*w*z
In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit is gelijk aan het vermenigvuldigen
met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.
|
| |
|
Aantal 2- t/m 4-jarigen voor wie in het marktonderzoek is aangegeven dat er belangstelling
is voor de school (y): 5
Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen voor wie is deelgenomen aan het marktonderzoek (x):
500
Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen op 1 januari in
het elfde kalenderjaar na aanvraag (w): 42.000 + 16.000 = 58.000
Correctiefactor (z): 0,7
|
| |
|
(5/500*100%)*58.000*0,7 = 406 te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar
na aanvraag.
|
| |
|
Het marktonderzoek voldoet aan de vereisten voor het minimale aantal positieve reacties
en het minimale aantal reacties op het onderzoek. De stichtingsnorm bij deze gemeente
ligt op 300. De school uit dit voorbeeld voldoet met 406 te verwachten leerlingen
in het elfde kalenderjaar na aanvraag aan de stichtingsnorm.
|
Voorbeeld 5. Basisschool, marktonderzoek, kleine onderzoekspopulatie
|
Bij het marktonderzoek gelden aanvullende vereisten ten aanzien van de omvang van
de y en x in de formule. Voor een geldig marktonderzoek is tenminste een reactie van
10% van de onderzoekspopulatie nodig, tenzij dit uitkomt op meer dan 500 reacties.
Dit is de x uit de wettelijke formule. De onderzoekspopulatie in dit voorbeeld omvat
in totaal 3.400 kinderen in het voedingsgebied in de leeftijd van 2 t/m 4 jaar. Als
10% daarvan moet reageren, komt dat uit op 340 reacties.
|
| |
|
Voor de y van de wettelijke formule is voorgeschreven dat dit ten minste 5 is. Dat
betekent dat er ten minste 5 positieve reacties voor het aan te vragen initiatief
moeten zijn gegeven. In dit voorbeeld zijn er 10 positieve reacties gegeven.
|
| |
|
Dit ziet er als volgt uit in de formule:
Te verwachten aantal leerlingen op 1 januari in elfde kalenderjaar na indiening van
de aanvraag =(y/x*100%)*w*z
In de formule wordt vermenigvuldigd met 100%, dit is gelijk aan het vermenigvuldigen
met 1. De uitkomst van de formule wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.
|
| |
|
Aantal 2- t/m 4-jarigen voor wie in het marktonderzoek is aangegeven dat er belangstelling
is voor de school (y): 10
Totaal aantal 2- t/m 4-jarigen voor wie is deelgenomen aan het marktonderzoek (x):
340
Totaal aantal 4- t/m 11-jarigen plus 30% van het aantal 12-jarigen op 1 januari in
het elfde kalenderjaar na aanvraag (w): 7.000 + 2.500 = 9.500
Correctiefactor (z): 0,7
|
| |
|
(10/340*100%)*9.500*0,7 = 196 te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar
na aanvraag.
|
| |
|
De stichtingsnorm in deze gemeente is 200. Het marktonderzoek voldoet aan de vereisten
voor het minimale aantal positieve reacties en het minimale aantal reacties op het
onderzoek. Het is te verwachten aantal leerlingen in het elfde kalenderjaar na aanvraag
is echter lager dan de stichtingsnorm. Om de stichtingsnorm te halen zal er in dit
voorbeeld een groter aantal positieve reacties nodig zijn.
|
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,
A. Slob