overwegende,
dat het fietsbeleid van de gemeente Rotterdam erop gericht is fietsverkeer te stimuleren en waar mogelijk de verkeersveiligheid te verbeteren;
dat de Keyenburg, Pauwenburg, Engelenburg en Poelenburg gelegen zijn in een verblijfsgebied en dus onderdeel zijn van een 30 km/h-zone;
dat het “Burgenpad” een verplicht fietspad is en intensief wordt gebruikt door fietsers tussen Rotterdam-Zuid en Barendrecht;
dat het Burgenpad wordt doorgetrokken naar het fietspad Poelenburg;
dat dit voor de hoge intensiteit fietsverkeer een snelle – en verkeersveilige doorgaande verbinding biedt;
dat het Burgenpad een oversteek krijgt ter hoogte van de Keijenburg;
dat het hier gaat om een oversteek waar fietsverkeer op het Burgenpad het overige gemengde verkeer kruist;
dat de Keijenburg ter hoogte van het kruispunt enkel toegang biedt tot de volkstuinverenigingen;
dat de Keijenburg ter hoogte van het kruispunt geen doorgaande verbinding is en daarmee van ondergeschikt belang is ten opzichte van de fietsverbinding;
dat het daarom wenselijk is om een voorrangsregeling te treffen waarbij verkeer (vooral gemotoriseerd) op de Keijenburg voorrang dient te verlenen aan het fietsverkeer op het Burgenpad;
dat het instellen van de voorrangsregeling is besproken in het Verkeersoverleg Charlois op 19 oktober 2019, waarbij het Verkeersoverleg Charlois positief heeft geadviseerd op deze maatregel;
dat de maatregel, gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw, besluit van 21 april 1994, Staatsblad (Stb.) 1994, 475, zoals nadien gewijzigd), strekt tot:
- •
het verzekeren van veiligheid op de weg;
- •
het beschermen van weggebruikers en passagiers;
- •
het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
dat de weg onder beheer is van de gemeente Rotterdam;
dat in het kader van artikel 24 sub a. van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW, besluit van 26 juli 1990, 460, of zoals nadien gewijzigd) wel overleg heeft plaatsgevonden met de Politie, eenheid Rotterdam en dat de Politie, eenheid Rotterdam, positief heeft geadviseerd;
Gelet op artikel 18 aanhef en onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nr. 475, zoals nadien gewijzigd), het bepaalde in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer en daartoe bevoegd krachtens door het college van Burgemeester en Wethouders verleend mandaat in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2016 (gemeenteblad 2016-6556, zoals nadien gewijzigd);
Besluit:
namens het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
- •
het doortrekken van het vrij liggende fietspad “Burgenpad” tussen de Keijenburg en de Poelenburg door middel van het plaatsen van drie borden G11 (fietspad) als bedoeld in bijlage I van het RVV 1990 , aan het begin en aan het eind van deze verbinding en halverwege de doorsteek vanaf de Pauwenburg;
- •
het instellen van een voorrangsregeling bij de fietsoversteek Keijenburg – Burgenpad, waarbij fietsers in de voorrang worden gezet, door het plaatsen van 2 borden B06 (verleen voorrang) en het plaatsen van haaientanden als bedoeld in bijlage I van het RVV 1990 met onderborden OB503 +04 (kruising (brom)fietspad) aan weerszijden van de oversteek;
- •
te bepalen dat de bij dit besluit behorende bordenplan integraal onderdeel uitmaakt van dit verkeersbesluit.
De directeur van Cluster Stadsbeheer wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Dit besluit wordt zowel in de Staatcourant als op de voor de gemeente gebruikelijke wijze gepubliceerd.
Namens het college van Burgemeester en Wethouders
de directeur van het cluster Stadsontwikkeling,
voor deze, het hoofd Mobiliteit,
Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit binnen zes weken na datum van publicatie in de Staatscourant, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders.
Dit bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet ten minste bevatten:
- naam en adres van de indiener
- datum bezwaarschrift
- de gronden van het bezwaar
- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt.
Het bezwaarschrift moet worden gezonden naar:
Het college van burgemeester en wethouders,
t.a.v. de Algemene Bezwaarschriftencommissie, postbus 1011, 3000 BA te ROTTERDAM.
Faxnummer Algemene Bezwaarschriftencommissie: (010) 2676300.
U kunt uw bezwaarschrift ook digitaal indienen op: www.rotterdam.nl/bezwaar
U kunt, indien u een bezwaarschrift bij het college heeft ingediend, een verzoek om voorlopige voorziening (o.a. schorsing) indienen bij:
Rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, postbus 50951, 3007 BM te ROTTERDAM.
Voor een dergelijk verzoek is griffiegeld verschuldigd.