Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatscourant 2020, 42359Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 18 augustus 2020, nr. IENW/BSK-2020/47195, tot wijziging van de Regeling eisen geschiktheid 2000 in verband met aanpassing van de medische beoordeling van diabetespatiënten

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 111, vierde lid, en 134, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De bijlage behorende bij de Regeling eisen geschiktheid 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

In paragraaf 5.2 wordt na punt ‘iii’ de volgende begripsbepaling toegevoegd:

  • iv. diabetesverpleegkundige: een verpleegkundige met een BIG-registratie waaruit blijkt dat men een afgeronde aanvullende opleiding heeft in de diabeteszorg.

B

In paragraaf 5.2.2 wordt zowel onder a als onder b ‘de aantekening van de keurend arts’ vervangen door ‘de aantekening van de keurend arts of de diabetesverpleegkundige’.

C

In paragraaf 5.2.3, onder a, wordt ‘de aantekening van de keurend arts’ vervangen door ‘de aantekening van de keurend arts of de diabetesverpleegkundige’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

TOELICHTING

Algemeen

De onderhavige ministeriële regeling wijzigt de bijlage van de Regeling eisen geschiktheid 2000 (hierna: de Regeling). Met deze wijziging wordt het advies van de Gezondheidsraad van 16 december 20191 over de rol van de diabetesverpleegkundige in de medische beoordeling overgenomen in de regelgeving.

Het advies van de Gezondheidsraad volgt op het voorstel van het CBR om paragraaf 5.2 van de bijlage bij de Regeling zodanig aan te passen dat de diabetesvragenlijst ook door een gespecialiseerd diabetesverpleegkundige mag worden ingevuld. Deze procedure is voor mensen met diabetes mellitus minder belastend, omdat ze in de praktijk meestal niet (alleen) door de arts worden behandeld, maar vooral door de diabetesverpleegkundige. De Gezondheidsraad heeft in zijn advies aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het voorstel. De desbetreffende verpleegkundige moet een BIG-registratie hebben met een aantekening diabetes mellitus.

In deze wijziging wordt gesproken over rijbewijzen van groep 1 en 2. Het gaat hierover de rijbewijscategorieën zoals omschreven in artikel 1 van de Regeling eisen geschiktheid 2000.

De wijziging heeft betrekking op houders van een rijbewijs van groep 1 met diabetes mellitus. Voor houders van een rijbewijs van groep 2 geldt het alleen voor personen met diabetes mellitus die geen middelen gebruiken die hypoglykemieën kunnen veroorzaken.

Houders van een rijbewijs van groep 1 met diabetes mellitus en houders van een rijbewijs van groep 2 met diabetes mellitus die geen middelen gebruiken die hypoglykemieën kunnen veroorzaken, moesten voorheen de diabetesvragenlijst laten invullen door een arts. Met deze wijziging van de Regeling mag dit ook de diabetesverpleegkundige zijn, mits deze een BIG-registratie heeft met een aantekening diabetes mellitus.

Voor de volledigheid wordt nog opgemerkt dat de volgende zaken niet wijzigen.

Houders van een groep 2 rijbewijs die middelen gebruiken die hypoglykemieën kunnen veroorzaken, krijgen een verwijzing naar een internist die het rapport ‘internist DM’ van het CBR moet invullen. Personen die ongeschikt zijn verklaard en opnieuw een aanvraag indienen, krijgen een verwijzing naar een internist die het rapport ‘internist DM’ van het CBR moet invullen. En tot slot wijzigt evenmin dat personen die naar het CBR verwezen zijn na een mededeling van de politie, een verwijzing krijgen naar een internist die het rapport ‘internist DM’ van het CBR moet invullen.

Administratieve lasten

Diabetesverpleegkundigen zijn verpleegkundigen met een BIG-registratie waaruit blijkt dat men een afgeronde aanvullende opleiding heeft gevolgd in de diabeteszorg. Zij beschikken dan over de zogenoemde 'voorschrijfbevoegdheid diabetes mellitus'. Deze aanvullende opleiding maakt deel uit van de huidige opleiding tot diabetesverpleegkundige. Personen die deze opleiding de afgelopen jaren hebben voltooid staan als zodanig geregistreerd in het BIG-register. Voor hen leidt deze verplichting niet tot nieuwe administratieve lasten.

Verpleegkundigen die langer geleden de opleiding hebben voltooid, hebben in de meeste gevallen een aparte module pharmacologie gevolgd. Zij beschikken daarmee wel over de voorschrijfbevoegdheid, maar dit blijkt niet uit de inschrijving van het BIG-register. Als deze personen de diabetesvragenlijst willen kunnen invullen, kunnen zij hun specialisatie aanvullend laten registreren. Dit kan door de diploma's in te sturen en gaat gepaard met een eenmalige kostenpost van 85 euro. Het is lastig in te schatten om hoeveel personen dit gaat.

De verandering van de administratieve lasten als gevolg van de wijziging van de Regeling eisen geschiktheid heeft derhalve geen omvangrijke regeldrukeffecten. Om deze reden is de onderhavige wijzigingsregeling niet voor advies voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk.

Internetconsultatie

Er heeft geen internetconsultatie plaatsgevonden over deze regeling. De aanpassing van de regelgeving brengt geen ingrijpende veranderingen teweeg in de rechten en plichten van burgers en bedrijven. Op grond van het kabinetsstandpunt inzake internetconsultatie kon internetconsultatie daarom achterwege blijven.

Inwerkingtreding

De onderhavige regeling treedt met ingang van 1 oktober 2020 in werking. De datum van inwerkingtreding is het eerstvolgende vaste verandermoment. Van de in het systeem van vaste verandermomenten opgenomen minimale invoeringstermijn van twee maanden tussen publicatie en inwerkingtreding wordt afgeweken. De reden daarvoor is dat de doelgroep vanwege een versoepeling van de geschiktheidseisen bijzonder gebaat is bij een spoedige inwerkingtreding van de regeling (uitzonderingsgrond a van het systeem van vaste verandermomenten, zie Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309).

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga