Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Waterschap ScheldestromenStaatscourant 2020, 40003Verkeersbesluiten



Verkeersbesluit instellen van een onverplicht fietspad en het opheffen van de tonnagebeperking op de grintdijk van de Zuidpolderdijk te Oudelande gemeente Borsele

Logo Waterschap Scheldestromen

 

 

De programmamanager Waterkeringen, namens de programmamanager Wegen van waterschap Scheldestromen, gelet op de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW), het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb),

 

Overwegingen ten aanzien van het besluit

- dat de grintdijk van de Zuidpolderdijk gelegen is tussen de Vijfzooweg en de Everingse Binnendijk in een stiltegebied van de Zak van Zuid-Beveland, nabij Oudelande;

- dat in 2007 een tonnagebeperking op deze grintdijk is ingesteld, omdat de dijk vanwege de beperkte breedte en het bochtige tracé ongeschikt is voor het afwikkelen van zware voertuigen;

- dat de tonnagebeperking geldt voor voertuigen zwaarder dan 2,4 ton;

- dat sinds het instellen van de tonnagebeperking vrachtwagens zich niet meer hebben vastgereden op de grintdijk;

- dat de grintdijk in trek is bij wandelaars en sportieve fietsers vanwege de mooie ligging en de rust;

- dat de grintdijk ook onderdeel is geworden van quadroutes, buggyroutes en vaak gebruikt wordt tijdens solexritten;

- dat genoemde grintweg door deze verschillende groepen gebruikers onveilig is vanwege de ondergrond (slipgevaar), en het bochtig tracé (geen zicht op tegenliggers);

- dat door het berijden van de grintdijk door deze groepen ook de rust in het stiltegebied wordt verstoord;

- dat er voor de quad-, buggy- en solexrijders een alternatieve en veilige route beschikbaar is door gebruik te maken van de Vijfzooweg en de Everingse Binnendijk;

- dat door het instellen van een onverplicht fietspad voor de grintdijk Zuidpolderdijk tussen de Everingse Binnendijk en de Vijfzooweg het gebruik van dit wegvak alleen toegestaan is voor fietsers en wandelaars;

- dat door het instellen van een onverplicht fietspad de tonnagebeperking kan worden opgeheven;

- dat de bewoners van de woning aan de Zuidpolderdijk en de eigenaar van de boomgaard een ontheffing ontvangen om met een auto of trekker over de dijk naar de bestemming te rijden;

- dat gelet op het voorgaande, met het onderhavige verkeersbesluit de volgende doelstellingen worden beoogd:

-- het verzekeren van de veiligheid op de weg;

-- het beschermen van de weggebruikers en passagiers;

-- het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast of hinder;

-- het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden;

De huidige weggebruikers en aanwonenden hebben door het instellen van een onverplicht fietspad op dit wegvak geen overlast meer van hard rijdende quads of buggy’s. Wandelaars worden dan niet meer geconfronteerd met deze groepen die plotseling de bocht omkomen (er is geen zicht om vooruit te kijken). De gebruikers van de quads, buggy’s en solexen worden door deze maatregel ook beschermt, want uitwijken op het dijkje is niet mogelijk en plotseling afremmen kan resulteren in een valpartij of het afrijden van de dijk. Tot slot zorgt de maatregel ervoor dat de rust in de omgeving van de grintdijk hersteld wordt.

- dat ter zake ingevolge artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de korpschef van de politie Zeeland – West-Brabant, namens deze de beleidsadviseur verkeer (positief advies d.d. 17 juli 2020);

- dat de maatregel is voorgelegd aan de gemeente Borsele d.d. en dat de verkeerskundige van de gemeente d.d. 14 juli 2020 ingestemd heeft met het voorstel;

BESLUIT

Tot het instellen van een onverplicht fietspad op de Zuidpolderdijk tussen de Everingse Binnendijk en Vijfzooweg door het plaatsen van borden G13 (met onderbord “pas op ontheffinghouders”), zoals opgenomen in bijlage 1 van het RVV 1990 en tot het opheffen van de tonnagebeperking van 2,4 ton door het verwijderen van de borden C21, zoals opgenomen in bijlage 1 van het RVV 1990.

Middelburg 20 juli 2020

het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen

Namens deze,

Ir. G. van der Schelde

programmamanager Waterkeringen

Mededelingen

Bezwaar- of beroepsclausule

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekend gemaakt een bezwaarschrift worden ingediend.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen, Kanaalweg 1, 4337 PA Middelburg.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

 

  • 1.

    de naam en het adres van de indiener;

  • 2.

    de dagtekening;

  • 3.

    vermelding van de datum en het nummer of kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

  • 4.

    een opgave van redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

Indien een bezwaarschrift is ingediend is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West Brabant, Team Bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda.

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • 1.

    de naam en het adres van de verzoeker;

  • 2.

    de dagtekening;

  • 3.

    vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en datum en nummer of kenmerk van dat besluit;

  • 4.

    de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden gevoegd.

Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de Rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.