Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
EpeStaatscourant 2020, 3965Instelling gemeenschappelijke regelingen



Eerste wijziging Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking

Logo Epe

 

 

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen;

 

gelezen de brief van het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking d.d. 5 juli 2019;

 

gelet op:

– het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 29 van de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking;

 

gezien:

– de toestemming, als bedoeld in art. 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die van de gemeenteraden is verkregen voor dit besluit;

 

overwegende dat:

• de bevoegdheden die aan Tribuut zijn overgedragen, onvoldoende duidelijk in de Gemeenschappelijke Regeling zijn geformuleerd;

• dat daarom de Gemeenschappelijke Regeling moet worden gewijzigd;

 

 

BESLUITEN:

 

 

vast te stellen de navolgende (1e) wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking:

 

 

Artikel I Wijziging van de regeling

 

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3 Te behartigen belangen

 

De bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers op het gebied van:

  • a.

    de heffing en invordering van belastingen en rechten;

  • b.

    de uitvoering van kwijtschelding;

  • c.

    de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.

 

Artikel 3 Te behartigen belangen

 

De bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers op het gebied van:

  • a.

    de heffing en invordering van belastingen;

  • b.

    de uitvoering van kwijtschelding;

  • c.

    de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.

 

 

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5 Overdracht bevoegdheden

 

  • 1.

    De deelnemers dragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie en haar bestuur de bevoegdheden over die nodig zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de belangen genoemd in artikel 3.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

  • 2.

    De werkzaamheden worden nader omschreven in dienstverleningsovereenkomsten

  • 3.

    De Gemeentewet is in voorkomende gevallen van overeenkomstige toepassing, tenzij dit uitdrukkelijk is uitgesloten of hier van uitdrukkelijk is afgeweken.

 

Artikel 5 Overdracht bevoegdheden

 

  • 1.

    Aan de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt overgedragen de bevoegdheid tot

    • 1.

      de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen;

    • 2.

      de uitvoering van de kwijtscheldingsregels.

  • 2.

    De deelnemers dragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie en haar bestuur hun bevoegdheden over inzake:

    • 1.

      de Wet waardering onroerende zaken, en

    • 2.

      de gemeentelijke belastingen met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in:

      • i.

        artikel 63 van de Algemene wet rijksbelastingen;

      • ii.

        de artikelen 225, 234 en 235 van de Gemeentewet;

      • iii.

        de Wet op de bedrijveninvesteringszones ;

      • iv.

        de Verordening op de heffing en invordering van de haven-, kade- en opslaggelden van de gemeente Lochem.

  • 3.

    De werkzaamheden worden nader omschreven in dienstverleningsovereenkomsten.

 

 

Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 11 Taken en bevoegdheden

Aan het bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die in deze regeling niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder:

  • a.

    de benoeming, schorsing en het ontslag van het personeel;

  • b.

    de vaststelling van een regeling omtrent de ambtelijke organisatie van de bedrijfsvoeringsorganisatie alsmede de rechtspositieregelingen voor de directeur en het overige personeel;

  • c.

    de opstelling van een instructie voor de directeur die ten minste de taken van de directeur en de aansturing van het personeel betreft;

  • d.

    het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten;

  • e.

    de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de bedrijfsvoeringsorganisatie als heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, belastingambtenaar en belastingdeurwaarder;

  • f.

    het stellen van nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van belastingen en rechten;

  • g.

    het vaststellen van instructies en beleidsregels voor de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de belastingambtenaar en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden;

  • h.

    het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belasting;

 

 

Artikel 11 Taken en bevoegdheden

Aan het bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die in deze regeling niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder:

  • a.

    de benoeming, schorsing en het ontslag van de directeur en het overige personeel;

  • b.

    de vaststelling van een regeling omtrent de ambtelijke organisatie van de bedrijfsvoeringsorganisatie alsmede de rechtspositieregelingen voor de directeur en het overige personeel;

  • c.

    de opstelling van een instructie voor de directeur die ten minste de taken van de directeur en de aansturing van het personeel betreft;

  • d.

    het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten;

  • e.

    de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de bedrijfsvoeringsorganisatie als heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, belastingambtenaar en belastingdeurwaarder;

  • f.

    het stellen van nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van belastingen en rechten;

  • g.

    het vaststellen van instructies en beleidsregels voor de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de belastingambtenaar en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden;

  • h.

    het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belasting;

  • i.

    de vervanging van de directeur.

 

 

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 14 De directeur

 

  • 1.

    De directeur is het hoofd van de ambtelijke organisatie en fungeert als ambtelijk secretaris voor het bestuur.

  • 2.

    De directeur staat het bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak met raad en daad terzijde.

  • 3.

    De dagelijkse leiding van de bedrijfsvoeringsorganisatie berust bij de directeur.

  • 4.

    De directeur woont de vergaderingen van het bestuur bij en heeft in de vergadering een adviserende stem.

  • 5.

    De directeur is voor zijn handelen verantwoording verschuldigd aan het bestuur.

  • 6.

    Het bestuur regelt de vervanging van de directeur.

 

Artikel 14 De directeur

 

  • 1.

    De directeur is het hoofd van de ambtelijke organisatie en fungeert als ambtelijk secretaris voor het bestuur.

  • 2.

    De directeur staat het bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak met raad en daad terzijde.

  • 3.

    De dagelijkse leiding van de bedrijfsvoeringsorganisatie berust bij de directeur.

  • 4.

    De directeur woont de vergaderingen van het bestuur bij en heeft in de vergadering een adviserende stem.

  • 5.

    De directeur is voor zijn handelen verantwoording verschuldigd aan het bestuur.

 

 

 

De artikelen 33 en 34 worden geschrapt onder vernummering van de artikelen 35 tot en met 37 in 33 tot en met 35:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 33 Eerste aanwijzing bestuursleden

Binnen één maand na het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling wijzen de deelnemers op grond van artikel 7 de leden en plaatsvervangend leden van het bestuur aan.

 

Artikel 34 Eerste begroting

  • 1.

    De begroting wordt voor de eerste maal vastgesteld voor de periode die aanvangt op de dag waarop deze regeling in werking treedt, tot het einde van het kalenderjaar, dan wel, wanneer het bestuur dit bepaalt, tot het einde van het volgende kalenderjaar.

  • 2.

    De eerste jaarrekening heeft betrekking op de periode waarvoor de eerste begroting geldt.

 

--

 

 

 

 

 

--

 

Artikel II Inwerkintreding

Deze wijziging treedt in werking met ingang de eerste dag die volgt op die waarop de burgemeester en wethouders van Epe deze wijziging hebben bekendgemaakt.

 

 

Aldus vastgesteld door:

het college van burgemeester en wethouders van Epe in de vergadering van 1 oktober 2019

de secretaris, de loco-burgemeester,

het college van burgemeester en wethouders van Voorst in de vergadering van 1 oktober 2019

de secretaris, de burgemeester,

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn op 22 oktober 2019

de secretaris, de burgemeester,

het college van burgemeester en wethouders van Zutphen in de vergadering van 29 oktober 2019

de secretaris, de burgemeester,

het college van burgemeester en wethouders van Lochem in de vergadering van 17 december 2019

de secretaris, de burgemeester,