Regeling tweejarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024

Het bestuur van het Nederlands Letterenfonds,

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,

gelet op artikel 10, lid 4, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

gelet op het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds,

besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

andere overheden:

provincies, gemeenten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of de landen Aruba, Curaçao of Sint Maarten;

auteurs:

professionele literaire makers, waaronder schrijvers en vertalers;

het bestuur:

het bestuur van de Stichting Nederlands Letterenfonds;

bezoekers:

betalende en niet betalende bezoekers van de activiteiten die zijn geteld op een, naar het oordeel van het Letterenfonds, duidelijk kenbare en controleerbare wijze;

deelnemers:

betalende en niet betalende participanten aan literair educatieve activiteiten of talentontwikkelingsprogramma’s die zijn geteld op een, naar het oordeel van het Letterenfonds, duidelijk kenbare en controleerbare wijze;

eigen inkomsten:

het deel van de baten in de jaarrekening dat bestaat uit:

  • a. publieksinkomsten;

  • b. overige inkomsten, te weten:

    • directe opbrengsten: sponsorinkomsten en overige inkomsten;

    • indirecte opbrengsten en

    • overige bijdragen.

    Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:

    • subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;

    • overige bijdragen uit publieke middelen;

    • rentebaten;

    • bijdragen in natura;

    • kapitalisatie van vrijwilligers;

    • waardering vrijkaarten en

    • overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap;

Letterenfonds:

Stichting Nederlands Letterenfonds;

literatuur:

Nederlandstalige en/of Friestalige literatuur;

literatuur-educatie:

activiteiten gericht op het binnen- of buitenschools stimuleren van het lezen van literatuur en/of creatief schrijven;

literair:

de Nederlandstalige en/of Friestalige literatuur betreffende;

manifestatie:

een reeks van onderling samenhangende activiteiten die jaarlijks onder een gemeenschappelijke noemer worden georganiseerd op het terrein van literatuur in de volle breedte ten behoeve van een breed en divers publiek;

Nederland:

het Koninkrijk der Nederlanden;

structurele subsidie:

subsidie voor een periode van tenminste twee jaar, die tevens voor een substantieel deel bestemd is voor de dekking van de vaste kosten van de organisatie;

subsidieperiode:

de twee opeenvolgende kalenderjaren 2021 en 2022 of de twee opeenvolgende kalenderjaren 2023 en 2024;

talentontwikkeling:

activiteiten gericht op:

  • de ontwikkeling van meer gevorderde auteurs op andere dan doorgaans door hen beoefende literaire terreinen;

  • het ontwikkelen van talenten (waaronder programmeurs) die zich bezig houden met literaire activiteiten binnen de instelling van de aanvrager, of,

  • het begeleiden van talentvolle beginnende auteurs naar de professionele literaire praktijk -waaronder niet wordt begrepen het bevorderen of begeleiden van amateurschrijvers, educatieve doelstellingen of het stimuleren van cultuurparticipatie van jongeren;

totale baten:

het totaal aan financiële middelen waarover de aanvrager jaarlijks beschikt om de voornemens met betrekking tot zijn activiteiten te verwezenlijken en de kosten van de organisatie te dekken.

Artikel 2. Doel

Het Letterenfonds beoogt door tweejarige subsidieverlening op grond van deze regeling een bijdrage te leveren aan de kwaliteit en diversiteit van het literaire landschap en bij een breed publiek belangstelling te wekken voor en kennis te vergroten van literatuur.

Artikel 3. Aanvraag

  • 1. Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend met behulp van het aanvraagformulier op de website van het Letterenfonds.

  • 2. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Letterenfonds en vergezeld gaat van de vereiste bijlagen.

  • 3. In de aanvraag wordt onderbouwd dat het niveau van de totale baten, genoemd in artikel 4, derde lid, onderdeel c, gedurende de subsidieperiode gehandhaafd blijft.

  • 4. Een aanvraag die niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling wordt afgewezen.

Artikel 4. Formele toetsing en weigeringsgronden

  • 1. Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen als het aanvraagformulier onjuist of onvolledig is ingevuld of de vereiste bijlagen ontbreken, nadat de aanvrager gedurende een periode van twee weken in staat is gesteld de benodigde gegevens alsnog te verstrekken.

  • 2. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd, indien:

    • a. aan de aanvrager een subsidie is of wordt verleend op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;

    • b. aan de aanvrager een meerjarige subsidie is toegekend op grond van de Regeling vierjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024;

    • c. de kosten van de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd, door een andere subsidie worden gedekt;

    • d. de aanvrager in de peiljaren 2019 respectievelijk 2021 geen of voor minder dan € 20.000,– jaarlijks aan subsidie heeft ontvangen voor literaire activiteiten, literatuur-educatie of talentontwikkeling van het Letterenfonds;

    • e. aanvrager niet gedurende ten minste de twee aan de subsidieperiode voorafgaande kalenderjaren gelijksoortige activiteiten heeft uitgevoerd als waarvoor hij subsidie aanvraagt;

    • f. voor zover de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat hij de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft en dat hij aansluit bij bestaande afspraken over honorering en de sociale dialoog tussen werkgevers-opdrachtgevers en werknemers-opdrachtnemers;

  • 3. Het bestuur kan subsidie weigeren:

    • a. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;

    • b. als de aanvrager een algemene onderwijsinstelling is, zich voornamelijk bezighoudt met wetenschap, een organisatie is met winstoogmerk of als kerntaak een bibliotheekvoorziening verzorgt;

    • c. als de totale baten van de aanvrager minder dan een nader door het Letterenfonds te publiceren omvang hadden. Met betrekking tot een aanvraag voor de subsidieperiode vanaf 2021 betreft het de totale baten in peiljaar 2019 en met betrekking tot een aanvraag voor de subsidieperiode vanaf 2023 gaat het om de totale baten in peiljaar 2021;

    • d. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan één of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;

    • e. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;

    • f. als de aanvrager niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

Artikel 5. Beoordelingscriteria

De adviescommissie beoordeelt de ingediende aanvragen op grond van de volgende criteria:

  • a. artistieke visie, missie en profiel;

  • b. artistieke kwaliteit (onderscheidendheid) en omvang activiteiten;

  • c. publieksbereik en regionale inbedding;

  • d. kwaliteit organisatie en professionaliteit bedrijfsvoering.

Artikel 6. Adviescommissie

  • 1. Aanvragen die in aanmerking komen voor een inhoudelijke beoordeling worden voor advies voorgelegd aan de adviescommissie.

  • 2. De adviescommissie beoordeelt de aanvragen op basis van de beoordelingscriteria genoemd in artikel 5 en adviseert over al dan niet toewijzing van de aanvragen.

  • 3. De adviescommissie plaatst bij zijn beoordeling de aanvragen in een rangorde aan de hand een puntensysteem.

  • 4. Voor toekenning van de aanvraag dient het oordeel over de in artikel 5 genoemde criteria aan de hand van het puntensysteem gemiddeld voldoende te zijn, waarbij er sowieso een positief oordeel moet zijn over het criterium genoemd in artikel 5, onderdeel b.

Artikel 7. Hoogte subsidiebedrag en subsidieplafond

  • 1. Het bestuur verstrekt subsidies met een maximum van € 800.000,– in totaal over een beleidsperiode en een maximum van € 400.000,– per ronde. Deze maxima gelden als subsidieplafond. Het bestuur kan dit subsidieplafond verhogen of verlagen.

  • 2. Het bestuur verstrekt op basis van de rangorde genoemd in artikel 6, derde lid, per ronde vaste subsidiebedragen.

  • 3. Het bestuur verstrekt drie subsidies van jaarlijks € 60.000,– aan de aanvragers wier aanvragen het hoogst in de rangorde zijn geplaatst.

  • 4. Het bestuur kan aan maximaal één van de in het derde lid bedoelde aanvragers een toeslag van € 15.000,– verlenen indien de aanvrager sterk regionaal is ingebed in de regio, blijkend uit een aanzienlijke en structurele subsidie van andere overheden in de twee jaar voorafgaand aan de subsidieperiode en waaraan structurele subsidie is toegezegd door andere overheden voor de subsidieperiode waarvoor wordt aangevraagd.

  • 5. De aanvragers van de overige gehonoreerde aanvragen krijgen een subsidie van jaarlijks € 50.000,– toegekend.

  • 6. Het bestuur verleent niet een bedrag dat meer is dan het subsidiebedrag zoals aangevraagd.

  • 7. Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt op de website van het Letterenfonds.

Artikel 8. Rondes

  • 1. Het bestuur behandelt de aanvragen in één ronde per twee jaar.

  • 2. Het Letterenfonds publiceert de sluitingsdata van rondes op zijn website.

Artikel 9. Verdeling budget

  • 1. Indien het budget tekortschiet om alle aanvragen te honoreren, worden de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen, onderverdeeld in drie groepen:

    • A. A: honoreren;

    • B. B: honoreren voor zover het budget dat toelaat en

    • C. C: niet honoreren.

  • 2. Als het subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen in de groepen A en B die voor subsidie in aanmerking komen te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst.

  • 3. Het bestuur honoreert eerst de aanvragen in groep A voor de conform artikel 7 geadviseerde subsidiebedragen. Vervolgens worden de aanvragen in groep B voor het geadviseerde subsidiebedrag gehonoreerd in volgorde van de rangorde, totdat toewijzing van de gevraagde subsidie het subsidieplafond te boven gaat dan wel indien een bedrag resteert dat lager is dan € 50.000,–. Die aanvraag en de volgende worden afgewezen.

  • 4. Indien het bestuur het subsidieplafond verhoogt, worden de subsidiebedragen van de aanvragen in groep B die wegens ontoereikendheid van het budget waren afgewezen, toegewezen voor het geadviseerde subsidiebedrag in volgorde van de rangorde, tot de aanvraag waarvan toewijzing van de gevraagde subsidie het subsidieplafond te boven gaat. Die aanvraag en de volgende worden afgewezen.

Artikel 10. Vaststelling van de subsidie

  • 1. Het bestuur stelt de subsidie vast na ontvangst van de complete verantwoording over de twee jaren waarover subsidie is verstrekt.

  • 2. Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan de subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur de subsidie binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

  • 3. Als het bestuur overweegt de subsidie lager vast te stellen wordt de aanvrager hierover uiterlijk binnen vier maanden na de datum waarop de jaarverantwoording moest worden ingediend geïnformeerd.

Artikel 11. Verantwoording bij subsidieverlening

  • 1. De aanvrager stuurt jaarlijks voor 1 april een verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.

  • 2. De verantwoording omvat een inhoudelijk en een financieel deel. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

  • 3. De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting en gaat bij subsidies die voor twee jaar tezamen een bedrag van € 125.000,– overstijgen vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol.

  • 4. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst en verliesrekening van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo. De Afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de jaarrekening.

  • 5. Het bestuur kan nadere voorwaarden aan de inrichting van de verantwoording stellen.

  • 6. De subsidieontvanger werkt mee aan dan wel draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden door een door het bestuur van het fonds aan te wijzen partij. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie.

Artikel 12. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 13. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1. De subsidieontvanger plaatst op alle publieksuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten het logo van het Letterenfonds.

  • 2. De subsidieontvanger bewaart alle publicaties en documenten die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten gedurende ten minste zeven jaar en nodigt het Letterenfonds uit voor de openbare activiteiten.

  • 3. De subsidieontvanger doet onverwijld een melding bij het Letterenfonds van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.

  • 4. Aan het vorige lid wordt in ieder geval toepassing gegeven, indien het voor de aanvrager aannemelijk is of had moeten zijn dat:

    • a. de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zijn verricht of zullen worden verricht;

    • b. er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt, en,

    • c. niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidieverplichtingen wordt voldaan of zal worden voldaan.

  • 5. De subsidieontvanger levert eventuele auteursrechtelijke verplichtingen jegens derden na.

  • 6. Het bestuur kan in de beschikking nadere verplichtingen aan de subsidieontvanger opleggen.

Artikel 14. Hardheidsclausule

Het bestuur kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, een artikel buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15. Intrekking, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

  • 1. Van de Regeling literaire manifestaties en projecten, incidenteel en tweejarig vervallen per 1 juli 2020:

    • a. artikel 2, laatste zin;

    • b. artikel 4, onderdeel a;

    • c. de artikelen 2.1 en 2.2.

  • 2. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2020 en vervalt op een bij besluit door het Letterenfonds te bepalen tijdstip.

Artikel 16. Slotbepalingen en citeertitel

  • 1. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur.

  • 2. Deze regeling wordt aangehaald als Regeling tweejarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2021–2024.

  • 3. Deze regeling is op 23 juni 2020 vastgesteld door het vigerende bestuur van het Letterenfonds.

Deze regeling zal na goedkeuring door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in de Staatscourant worden geplaatst.

Het Nederlands Letterenfonds, T.R.F.M. Perez, directeur-bestuurder

TOELICHTING REGELING TWEEJARIGE SUBSIDIES NEDERLANDS LETTERENFONDS 2021–2024

Algemeen

Met deze regeling worden, gelet op artikel 10 vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de voorschriften vastgelegd voor de verstrekking door het Letterenfonds van de tweejarige subsidie op het gebied van literaire manifestaties en literaire jeugdeducatie.

Het Algemeen reglement van het Letterenfonds is van toepassing, onder andere de artikelen over de verklaring over de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager bij de aanvraag, beslistermijnen en over wijziging of intrekking van subsidie.

Met de verstrekking van een tweejarige subsidie beoogt het Letterenfonds een structurele bijdrage te leveren aan organisaties die zorgen voor vernieuwing van het literaire landschap in Nederland en dynamiek daarin aanbrengen, zodat zij samen met de literaire organisaties die een vierjarige subsidie ontvangen zorgen voor een landelijk gespreid en evenwichtig palet aan literaire en literair-educatieve activiteiten. De organisaties tonen nieuwe ontwikkelingen en bereiken gezamenlijk een breed en divers publiek. Literaire organisaties brengen literaire interdisciplinaire podiumproducties tot stand waarbij auteurs en andere makers betrokken zijn. Literair-educatieve activiteiten leveren een bijdrage aan een literair-educatief aanbod op diverse onderwijsniveaus, zowel binnen- als buitenschools. In een groter en samenhangend leesbeleid spelen zij een belangrijke rol bij het vergroten van leesmotivatie van jongeren en het stimuleren tot het geconcentreerd kunnen lezen van boeken en langere teksten, waaronder literatuur. Met een tweejarige exploitatiesubsidie kan er gewerkt worden aan de verdere ontwikkeling en professionalisering van de organisatie. Het gaat om een versterking van het middenveld van literaire en literair-educatieve organisaties met een goede regionale inbedding. Onder een literaire activiteit wordt in deze regeling niet verstaan de productie van boeken, tijdschriften, kranten of een website. Hiervoor kan dus geen subsidie worden aangevraagd.

Artikel 1. Definities

Onder literatuur wordt eveneens literatuur in Nederlandse vertaling verstaan.

Artikel 2. Doel

De tweejarige exploitatiesubsidie is bedoeld voor instellingen die activiteiten organiseren van bewezen kwaliteit en (boven)regionale uitstraling om hen in staat te stellen zich inhoudelijk en organisatorisch verder te ontwikkelen en professionaliseren.

Artikel 4. Formele toetsing en weigeringsgronden

Een drempelnorm is dat de aanvrager in het peiljaar in 2019 respectievelijk 2021 tenminste € 20.000,– aan subsidie heeft ontvangen van het Letterenfonds voor literaire activiteiten, literatuur-educatie of talentontwikkeling. De aanvrager dient gedurende twee kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieperiode gelijksoortige activiteiten te hebben uitgevoerd als waarop de subsidie betrekking heeft. Ook dient de aanvrager de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie te onderschrijven.

Voorts moet de aanvrager om voor subsidie in aanmerking te komen met betrekking tot een aanvraag in de eerste subsidieperiode (2021 en 2022) dan wel tweede subsidieperiode (2023 en 2024) in het peiljaar een nader bekend te maken bedrag aan baten hebben gehad. Voor de eerste subsidieperiode geldt het peiljaar 2019 en is dit bedrag vastgesteld op € 200.000,–. Met betrekking tot de tweede subsidieperiode maakt het bestuur de minimaal vereiste baten tijdig bekend.

Een bibliotheekvoorziening kan niet subsidie op grond van deze regeling aanvragen. Wel is het mogelijk dat een instelling die als aanvrager op grond van deze regeling kwalificeert een samenwerking aangaat met een bibliotheekvoorziening.

Indien de aanvrager kan aantonen redelijkerwijs niet te hebben kunnen voldoen aan de vereisten genoemd in het derde lid, bijvoorbeeld doordat de omvang van de gesubsidieerde activiteiten in de twee aan de subsidieperiode voorafgaande jaren vanwege overheidsmaatregelen in verband met de bestrijding van het SARS-CoV-2 virus minder is dan in de aanvraag toegezegd, kan het bestuur besluiten op grond van de hardheidsclausule van deze vereisten af te wijken.

Artikel 5. Beoordelingscriteria

a. visie, missie en profiel

Bij de beoordeling van dit criterium wordt gekeken naar de visie van de organisatie op de eigen activiteiten. Welke doelen worden nagestreefd en hoe wordt getracht deze te bereiken? Hoe verhoudt de organisatie zich ten opzichte van andere in het literaire landschap in de regio of zelfs landelijk? Op welke wijze krijgen visie, missie en profiel gestalte in activiteiten en samenwerkingen? Bij de beoordeling van literair-educatieve activiteiten wordt gekeken naar de visie van de organisatie op literatuur-educatie en hoe deze is uitgewerkt voor verschillende leeftijdscategorieën en onderwijsniveaus.

b. artistieke kwaliteit (onderscheidendheid) en omvang activiteiten

Bij de beoordeling van dit criterium gaat het om de kwaliteit en omvang de activiteiten in de voorgaande jaren en in de periode waarvoor wordt aangevraagd. De beoordeling van de kwaliteit wordt onder meer gebaseerd op de kwaliteit van de programmering, waaronder de kwaliteit van de ingezette auteurs, moderatoren en begeleiders. Zowel van de activiteiten in het verleden als die in de toekomst wordt gekeken naar het (boven) regionaal belang; op welke manier onderscheidt de organisatie zich daarmee ten opzichte van andere instellingen? De commissie vormt zich daarbij ook een oordeel over de mate van vernieuwing. Voorts wordt gekeken in hoeverre activiteiten voor jongeren, met name de literair-educatieve activiteiten, de belangstelling voor literatuur en de literaire competenties bevorderen en hoe dat effect wordt gemeten door aanvragers. Ook wordt gelet op de mate waarin de educatieve activiteiten aansluiten op het niveau van de literaire competenties van de deelnemers.

c. publieksbereik en regionale inbedding

Van de aanvrager wordt verwacht dat hij actief beleid voert op bereik en binding van publiek of deelnemers. In de beoordeling wordt tevens meegewogen welke doelgroepen worden bereikt en hoe breed het publiek of de deelnemersgroep is, ook in geografisch opzicht en zowel offline als online. De aanvrager geeft aan welke inspanningen hij verricht om de activiteiten onder de aandacht van de doelgroepen te brengen en hoe hij de zichtbaarheid van de activiteiten vergroot (marketing). De gegevens over het bereik van publiek of deelnemers worden controleerbaar bijgehouden en aangeboden. Beoordeeld wordt hoe het bereik zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, zowel kwantitatief als kwalitatief. Bij literair-educatieve activiteiten wordt ook gekeken in hoeverre nieuwe opdrachtgevers en onderwijsinstellingen worden bereikt.

De aanvrager maakt aannemelijk dat tenminste eenzelfde aantal bezoekers of deelnemers per jaar zal worden gehaald als in het peiljaar. Voor de eerste subsidieperiode geldt het peiljaar 2019, bij de tweede subsidieperiode 2021.

Het bereik zal als niet voldoende worden beoordeeld als het aantal bezoekers en/of deelnemers aan de te subsidiëren activiteiten naar verwachting lager is dan 1.000 per jaar. Daarbij past de kanttekening dat negatieve effecten op het publieksbereik ten gevolge van eventuele strengere overheidsmaatregelen ter bestrijding van het Coronavirus dan die gelden per 1 juli 2020 een disculpatiegrond zullen vormen.

Onder regionale inbedding wordt ook stedelijke inbedding verstaan.

Bij de beoordeling van de regionale verankering wordt in beginsel uitgegaan van een structurele subsidie van gemeente en/of provincie voor de subsidieperiode. Als dat niet het geval is, dient overtuigend te worden uitgelegd op welke manier de regionale inbedding is verzekerd voor de komende subsidieperiode. De regionale inbedding van met name literair-educatieve organisaties wordt ook beoordeeld in de mate waarop er samenwerkingen met andere instellingen wordt aangegaan.

d. kwaliteit organisatie en professionaliteit bedrijfsvoering

Bij de beoordeling van dit criterium wordt bepaald in hoeverre er sprake is van een gezonde bedrijfsvoering. Aan de hand van het activiteitenplan, de begroting, de prestatiegegevens en de financiële gegevens wordt beoordeeld in hoeverre de organisatie in staat is de geplande activiteiten uit te voeren. De organisatiekosten dienen in een redelijke verhouding te staan tot de activiteitenlasten. Ook wordt beoordeeld hoe de organisatie is ingericht in relatie tot de geleverde en geplande activiteiten en het bereik. De aanvrager streeft naar een gezonde financieringsmix en maakt een risicoanalyse voor bij onverhoopt tegenvallende inkomsten en uitgaven. Bij de beoordeling is ook relevant hoe de verhouding is tussen de gevraagde subsidie en het totaal aan baten. De aanvrager geeft aan hoe de groei en professionalisering van de organisatie vorm zal gaan krijgen. Aanvragers dienen een substantieel deel aan eigen inkomsten binnen het totaal aan baten ten behoeve van de exploitatie te hebben behaald.

Aanvragers dienen in beginsel uit te gaan van een percentage van 20% in het peiljaar. Indien de aanvrager kan aantonen dat de financiële dekking van zijn organisatie en activiteiten gedurende de subsidieperiode zal bestaan uit een diverse en evenwichtige financieringsmix dan wel dat hij effectieve samenwerkingen is aangegaan, kan het bestuur van dit percentage afwijken.

Weging criteria in beoordelingsprocedure

Binnen dit kader wordt de aanvraag getoetst aan de criteria in het licht van de door de instelling beschreven artistieke visie en profiel en gerelateerd aan de algemene doelstelling van de regeling. De weging van verschillende deelaspecten binnen de vier criteria kan daardoor per aanvrager verschillen.

De adviescommissie plaatst bij zijn beoordeling de aanvragen in een rangorde aan de hand van een puntensysteem, uiteenlopend van zeer goed, goed, ruim voldoende, voldoende, zwak en onvoldoende Voor alle aanvragers geldt dat de aanvraag op het criterium artistieke kwaliteit minimaal positief met andere andere woorden: ‘voldoende’; dient te zijn. Bij een lagere beoordeling wordt de aanvraag afgewezen. Daarnaast geldt dat de aanvraag ook gemiddeld ‘voldoende’ moet worden beoordeeld. Het kan dus zijn dat een aanvraag op een criterium (behalve criterium b) als zwak wordt beoordeeld maar dit dient dan gecompenseerd te worden door een goede score op een van de andere beoordelingscriteria. De drie aanvragers die bovenaan in de rangorde eindigen komen in aanmerking voor een subsidie van 60.000 euro, tenzij door de instelling een lagere subsidie is aangevraagd.

Artikel 7. Hoogte subsidiebedrag en subsidieplafond

Het Letterenfonds beoogt de continuïteit in het literaire landschap te borgen en kent aanvragers daarom in beginsel, en prijscompensatie in acht nemend, niet een substantieel hoger subsidiebedrag toe dan zij in voorgaande subsidieperiodes van het bestuur hebben ontvangen. Indien aanvragers toch een substantieel hoger bedrag aanvragen dienen zij de noodzaak daarvan overtuigend te motiveren en onderbouwen. Het bestuur kan een bedrag toekennen dat lager is dan het bedrag dat aan aanvrager ten behoeve van voorgaande subsidieperiodes is toegekend en dan is aangevraagd.

De subsidiebedragen genoemd in artikel 7 zijn maximale standaardbedragen. Het bestuur kan aan de drie aanvragers die het hoogste scoren op basis van het puntensysteem een subsidie van € 60.000,– toekennen. Aan maximaal één daarvan kan een toeslag van € 15.000,– worden verleend indien de betreffende aanvrager sterk regionaal is ingebed in de regio, blijkend uit een aanzienlijke en structurele subsidie van andere overheden in de twee jaar voorafgaand aan de subsidieperiode en indien aan deze aanvrager structurele subsidie is toegezegd door andere overheden voor de subsidieperiode waarvoor wordt aangevraagd. Indien twee aanvragers voor deze toeslag in aanmerking komen, wordt de toeslag verleend aan de aanvrager die naar het oordeel van het bestuur het meest aan deze aanvullende criteria voldoet.

Indien meerdere aanvragen op eenzelfde puntental uitkomen waardoor meer dan drie aanvragers op de drie hoogste posities in de rangorde staan, wordt de subsidie van € 60.000,– toegekend aan de aanvrager die het hoogst scoort op het criterium b en indien dit geen uitsluitsel geeft, de hoogste score op criterium d.

Gezien de (korte) duur van de subsidieperiode kan door organisaties die tot deze regeling zijn toegelaten géén beroep worden gedaan op de Regeling voor incidentele literaire projecten. Aangenomen kan worden dat alle activiteiten, ook de in de komende twee jaar nieuw te ontwikkelen, deel uitmaken van het activiteitenplan van de aanvrager.

Artikel 14. Hardheidsclausule

Op de datum van vaststelling van deze regeling zijn ingrijpende overheidsmaatregelen van kracht in verband met de Covid-19 crisis. Het bestuur kan van deze regeling afwijken in geval deze of vergelijkbare overheidsmaatregelen, waar de subsidieverlening op grond van deze regeling betreft, tot onbillijke uitkomsten zullen leiden die ingaan tegen het belang dat deze regeling beoogt te beschermen.

Artikel 15. Intrekking, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

De bepalingen in de Regeling literaire manifestaties en activiteiten die betrekking hebben op tweejarige subsidies zijn vervallen. Vanaf 1 juli 2020 is deze regeling van toepassing op verlening en vaststelling van tweejarige subsidies. In deze regeling is geen overgangsrecht opgenomen waardoor deze onmiddellijke werking heeft. Dat betekent dat tweejarige subsidies die zijn verleend op basis van de Regeling literaire manifestaties en activiteiten worden afgehandeld op grond van deze regeling. De bepalingen in deze regeling ten aanzien van verantwoording en vaststelling zijn identiek aan de bepalingen dienaangaande in de Regeling literaire manifestaties en activiteiten waardoor er met betrekking tot de verantwoording en vaststelling van tweejarige subsidies verleend in de beleidsperiode 2017–2020 met de toepassing van deze regeling geen sprake is van wijzigingen of verzwaringen.

Naar boven