Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
PolitieStaatscourant 2020, 37600Interne regelingen

Beleidsregel sociaal plannen

Kenmerk: 2020-0030080

De korpschef van politie

Overwegende dat:

  • in het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2018-2020 sector Politie van 1 november 2018 de invoering van een sociaal maximum is afgesproken waarbij de Beleidsregel landelijke arbeidstijdenregeling politie 2017 vervalt;

  • tevens is afgesproken dat regels worden gesteld ten aanzien van het inroosteren van gebroken diensten en gesplitste pauzes en het naar rato van de betrekkingsomvang opdragen van diensten met belastende elementen aan deeltijders;

  • door het vervallen van de Beleidsregel landelijke arbeidstijdenregeling politie 2017 opnieuw bepaald moet worden dat ten aanzien van de vrijwillig politieambtenaar gebruik wordt gemaakt van het bepaalde in artikel 5.11:3, vierde lid, van het Arbeidstijdenbesluit;

  • over deze beleidsregel overeenstemming is bereikt in het overleg GOKB van 6 februari 2020.

Besluit:

Definities

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a) Medewerker:
  • 1°– voor de toepassing van de artikelen 2 en 3: de ambtenaar, met uitzondering van de ambtenaar van de rijksrecherche, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie die is ingedeeld in salarisschaal 12 of lager.

  • 2°– voor de toepassing van artikel 4: de ambtenaar, met uitzondering van de ambtenaar van de rijksrecherche, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie.

b) Vrijwilliger:

de ambtenaar van politie bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012.

c) Nachtdienst:

de gewerkte uren in het tijdvak van 23:00 tot 07:00 uur.

d) Weekenduren:

de gewerkte uren in het tijdvak van zaterdag 00.00 tot zondag 24:00 uur.

e) Consignatie nacht:

consignatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel qq, van het Besluit algemene rechtspositie politie gedurende de uren in het tijdvak van 23:00 tot 07:00 uur.

f) Consignatie overig:

consignatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel qq, van het Besluit algemene rechtspositie politie gedurende de uren in het tijdvak van 07:00 tot 23:00 uur.

g) Overuren:

de uren bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Besluit bezoldiging politie.

h) Verschuivingsuren:

de uren die aanspraak geven op de vergoeding bedoeld in artikel 27b, van het Besluit bezoldiging politie.

i) Belastende elementen:

de in de onderdelen c tot en met h genoemde begrippen.

j) Periode:

een van de 13 periodes waarin een kalenderjaar in het urenregistratiesysteem BVCM is onderverdeeld.

k) Levensfase-uren:

de uren bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel rr, van het Besluit algemene rechtspositie politie.

Sociaal maximum

Artikel 2

  • 1. Voor de medewerker wordt per gefiatteerde periode het aantal punten aan belastende elementen berekend, waarbij per element de volgende waarde geldt:

    Belastend element

    Punten per uur

    Nachtdienst

    10

    Weekenduren

    5

    Consignatie nacht

    1,6

    Consignatie overig

    0,8

    Overuren

    2

    Verschuivingsuren

    1

  • 2. De belastende elementen worden bij de in het eerste lid bedoelde berekening meegenomen indien zich in de desbetreffende periode ten minste twee verschillende belastende elementen hebben voorgedaan.

  • 3. Op een uur kunnen meerdere belastende elementen met de daarbij behorende waarde van toepassing zijn.

  • 4. Het aantal punten per periode wordt als volgt berekend: (A/B) x 28 = C, waarbij

    A = de op grond van het eerste lid vastgestelde aantal punten;

    B = het aantal dagen van de periode, en

    C = het totaal aantal punten voor die periode.

  • 5. Voor de medewerker die in twee of meer deelbetrekkingen werkzaam is, worden per periode de punten uit die deelbetrekkingen samengeteld.

  • 6. De vaststelling van het aantal punten aan belastende elementen vindt plaats 90 dagen na afloop van een periode.

  • 7. Het op grond van het vierde en vijfde lid berekende aantal punten wordt rekenkundig op gehele punten afgerond.

Artikel 3

De medewerker bij wie op grond van artikel 2 in een periode meer dan 800 punten is berekend, heeft aanspraak op levensfase-uren overeenkomstig de volgende tabel:

Aantal punten boven 800

Compensatie per punt overschrijding

1 tot en met 300 punten

2 minuten

301 tot en met 500 punten

3 minuten

501 punten of meer

4 minuten

Afspraken omtrent roosters

Artikel 4

  • 1. Een dienst wordt slechts onderbroken door een aaneengesloten pauze van:

    • a. 30 minuten indien de dienst een tijdvak van meer dan 5,5 uur beslaat;

    • b. 45 minuten indien de dienst een tijdvak van meer dan 10 uur beslaat.

  • 2. Bij een deelbetrekking wordt de medewerker naar rato van een volledige betrekking ingeroosterd voor diensten met belastende elementen.

  • 3. Van het in de voorgaande leden bepaalde kan op verzoek van de medewerker en met instemming van de leidinggevende worden afgeweken. Het verzoek en de instemming worden vastgelegd in een verslag in het kader van de Resultaat en Ontwikkelcyclus.

Vrijwilligers

Artikel 5

Artikel 5.11:3 van het Arbeidstijdenbesluit is van toepassing op de vrijwilliger.

Landelijke arbeidstijdenregeling 2017

De Beleidsregel Landelijke arbeidstijdenregeling politie 2017 van 1 oktober 2017 (Stcrt. 2017, nr. 57437) wordt met ingang van 5 september 2020 ingetrokken.

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel wordt met de toelichting gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking met ingang van 5 september 2020.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel sociaal plannen.

Aldus vastgesteld te Den Haag, 30 juni 2020

H.P. van EssenKorpschef

TOELICHTING

In het Arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie 2018-2020 hebben partijen geconstateerd dat het bewaken van de juiste balans tussen werk en privé en het voorkomen van overbelasting belangrijk is voor een verantwoorde uitvoering van de taken van de politieorganisatie en het behoud van inzetbaarheid en gezondheid van medewerkers op de lange termijn. Om dit te bereiken is afgesproken een instrument te ontwikkelen om de belasting van medewerkers door inzet in onregelmatige diensten te meten en te vervatten in een zogenoemd sociaal maximum. Het sociaal maximum is de per periode geldende grens van het aantal punten aan belastende elementen bij overschrijding waarvan voor de medewerker aanspraak op levensfase-uren ontstaat. De uitkomsten van het sociaal maximum kunnen door leidinggevenden worden gebruikt om te sturen op een evenwichtige verdeling van het werk. De afspraak over het sociaal maximum biedt enerzijds flexibiliteit, maar dient anderzijds overbelasting van de medewerkers te voorkomen en de duurzame inzetbaarheid te bevorderen. Belastende elementen in het politiewerk zijn bijvoorbeeld overwerk, werken in de nacht en consignatie. Door cumulatie van belastende elementen kan een hoge belasting optreden bij medewerkers, ook al blijft de inzet binnen de normen van de Arbeidstijdenwet (ATW).

Werkbelasting is subjectief: de ene medewerker kan fysiek beter omgaan met nachtdienst dan een andere medewerker. Persoonlijke omstandigheden en leeftijd spelen ook een rol. Persoonlijke omstandigheden en het type mens laten meewegen in het sociaal maximum is te complex. Om die reden wordt uitgegaan van in BVCM objectief meetbare, belastende roosterelementen. Het sociaal maximum kan de leidinggevende ondersteunen bij het monitoren van de werkbelasting van de individuele medewerker.

Voorts is in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2018-2020 afgesproken dat met de invoering van het zogenoemde sociaal maximum, de Beleidsregel Landelijke arbeidstijdenregeling politie 2017 (LAR) komt te vervallen. Partijen hebben wel afgesproken regels te stellen ten aanzien van het inroosteren van gebroken diensten en gesplitste pauzes en het naar rato van de betrekkingsomvang opdragen van onregelmatige diensten aan deeltijders. Om versplintering van informatie te voorkomen, zijn voornoemde afspraken eveneens in deze beleidsregel opgenomen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Onderdeel a bevat twee definities van het begrip medewerker omdat de artikelen 2 en 3 alleen van toepassing zijn op politieambtenaren ingedeeld in salarisschaal 12 of lager en artikel 4 geldt voor alle politieambtenaren. De ambtenaar van de rijksrecherche valt niet onder de definitie van medewerker opgenomen in onderdeel a, omdat de korpschef niet het bevoegd gezag van die ambtenaar is.

Voorts vallen vrijwilligers niet onder de afspraak inzake het sociaal maximum, maar is de vrijwilliger wel in onderdeel b opgenomen vanwege het vervallen van de LAR. De bepaling hieruit die zag op de vrijwilliger is in deze beleidsregel opgenomen.

Voorts staan in dit artikel de begrippen gedefinieerd (onderdelen c tot en met h) die tezamen de belastende elementen vormen op basis waarvan wordt vastgesteld of het sociaal maximum is overschreden. De definities kunnen afwijken van de praktijk of het spraakgebruik. Zo kan het voor de nachtdienst gedefinieerde tijdvak van 8 uur (23:00 tot 07:00 uur) afwijken van een feitelijk ingeroosterde nachtdienst, omdat voor het sociaal maximum alleen de gewerkte uren in het genoemde tijdvak worden meegenomen. Het tijdvak 23:00 tot 07:00 uur is voorts ruimer dan de uren die in de Arbeidstijdenwet en de Regeling nachtdienstontheffing politie tot een nachtdienst worden gerekend. Daarnaast worden voor verschuivingen in het rooster alleen de uren geteld die aanspraak op de verschuivingsvergoeding geven. Nu op grond van artikel 27b, zesde lid, van het Besluit bezoldiging politie (Bbp) eerst aanspraak op deze vergoeding bestaat indien meer dan 8 uur zijn verschoven, tellen per periode de eerste 8 verschuivingsuren niet mee voor het sociaal maximum.

Artikel 2

Op basis van het oordeel van experts en medewerkers is er per belastend element een ‘waarde per uur’ bepaald. In dit artikel staat hoeveel punten de verschillende belastende elementen opleveren. Omdat wordt uitgegaan van het door de leidinggevende gefiatteerde rooster wordt achteraf beoordeeld of hierin belastende elementen voor komen. In het tweede lid is bepaald dat voor de in het eerste lid opgenomen berekening geldt dat de belastende elementen alleen meegenomen worden als zich in een gefiatteerde periode ten minste twee belastende elementen hebben voorgedaan. Dit is omdat cumulatie van die elementen extra belastend voor de medewerker is.

In het vierde lid is een formule opgenomen om per periode het aantal punten van de medewerker te berekenen. Nagenoeg alle 13 BVCM-periodes kennen een vast aantal van 28 dagen. Alleen periodes 1 en 13 kennen doorgaans een afwijkend aantal dagen. Periode 1 start op 1 januari van een kalenderjaar en eindigt na afloop van de vierde daaropvolgende vrijdag. Aansluitend volgen 11 periodes van 28 dagen waarna periode 13 de resterende dagen van een kalenderjaar omvat. Door de gehanteerde formule wordt het op grond van het eerste lid berekende aantal punten voor de periodes 1 en 13 gecorrigeerd.

Een uur kan op meer elementen ‘scoren’. Denk bijvoorbeeld aan de uren nachtdienst (23:00-07:00 uur) in een weekend. Die uren tellen zowel mee bij ‘nachtdienst’ als bij ‘weekend’. N.B.: Bij een oproep tijdens consignatie tellen de uren waarop daadwerkelijk dienst wordt verricht niet meer als consignatie-uren, maar betreffen het overuren. De zogenoemde betaalde pauzes tellen voor het sociaal maximum als arbeid.

De regel is dat 90 dagen na afloop van een periode de door de medewerker verantwoorde uren over die periode door de leidinggevende zijn gefiatteerd. Voor de vaststelling van het aantal punten aan belastende elementen is bij deze termijn aangesloten. De punten worden vastgesteld naar de stand van zaken van dat moment. Latere aanpassingen in de urenverantwoording worden niet meegenomen en kunnen dan ook niet leiden tot een correctie van een al berekend aantal punten.

Artikel 3

Het aantal van 800 punten aan belastende elementen per periode vormt de grens die door werkgever en bonden acceptabel wordt geacht. Dit mede op basis van input van medewerkers over hoeveel diensten met belastende elementen in een periode door hen als redelijk wordt ervaren en in afstemming met de Centrale Ondernemingsraad. Er is sprake van één sociaal maximum: Er is geen differentiatie naar functie, vakgebied of betrekkingsomvang. Dit is omdat is vastgesteld dat voor een individu, ongeacht de betrekkingsomvang, een zwaardere belasting optreedt bij overschrijding van de 800-punten grens. Deeltijders worden beschermd door de afspraak dat zij naar rato van hun dienstverband worden ingeroosterd voor diensten met bezwarende elementen. Wordt de grens van 800 punten overschreden, dan ontvangt de medewerker hiervoor een compensatie in de vorm van levensfase-uren. Die komt naast de reeds in het Bbp opgenomen vergoedingen voor de belastende elementen (bijv. operationele toelage en verschuivingsvergoeding). Dit artikel regelt hoe bij overschrijding van het maximum de aanspraak op levensfase-uren wordt berekend. Per punt overschrijding ontvangt de medewerker een aantal minuten, waarbij een staffel wordt toegepast.

Rekenvoorbeelden

  • 1. Een medewerker heeft in periode 4 de volgende belastende elementen gewerkt:

    Er is sprake van een overschrijding van het sociaal maximum van 67 punten. De compensatie bedraagt 2 uur en 14 minuten LFU (67 punten x 2 minuten).

  • 2. Een medewerker heeft in periode 1 de volgende belastende elementen gewerkt:

    Nu de periode 26 dagen kent, wordt het puntentotaal van 876 door de in artikel 3, derde lid, opgenomen berekeningswijze verhoogd naar 943,38 [(876/26) x 28]. Dit zijn - afgerond - 943 punten wat een overschrijding van het sociaal maximum oplevert van 143 punten. De compensatie bedraagt 4 uur en 46 minuten LFU (143 punten x 2 minuten).

  • 3. Een medewerker heeft in periode 10 de volgende belastende elementen gewerkt:

    Er is sprake van een overschrijding van het sociaal maximum van 322 punten. De compensatie bedraagt 11 uur en 6 minuten LFU (300 punten x 2 minuten + 22 punten x 3 minuten).

Artikel 4

In dit artikel zijn de afspraken omtrent gebroken diensten, gesplitste pauzes en het naar rato van de betrekkingsomvang opdragen van belastende diensten aan deeltijders opgenomen. Er is sprake van een gebroken dienst als de onderbreking (niet zijnde de pauze) tussen twee werkperiodes korter is dan 8 uur en de totale arbeidstijd van deze twee werkperiodes niet meer dan 12 uur bedraagt. Het inroosteren van gebroken diensten is niet toegestaan evenals het splitsen van de pauze. Daarom bepaalt het eerste lid dat een dienst alleen onderbroken kan worden door een aaneengesloten te genieten pauze. Wat betreft het naar rato van de betrekkingsomvang opdragen van belastende diensten aan deeltijders is het team waarin de medewerker is geplaatst van belang. De door dat team te verrichten diensten met belastende elementen worden per element voor deeltijders naar rato van de betrekkingsomvang verdeeld. Het is niet de bedoeling dat voor de deeltijder een verschuiving tussen de diensten plaatsvindt waardoor deze bijvoorbeeld naar rato meer nachtdiensten krijgt opgedragen, maar minder weekenddiensten.

Op verzoek van de medewerker en met instemming van de leidinggevende, blijkend uit een gespreksverslag op grond van de R&O-cyclus, kan wel van het in het eerste en tweede lid bepaalde worden afgeweken. Het gaat dan om een structurele afwijking. Afwijken bijvoorbeeld wegens een plotselinge noodzaak voor een verhoogde inzet blijft mogelijk en opname hiervan in een gespreksverslag kan achterwege blijven.

Artikel 5

In voorkomende situaties is de ATW van toepassing op vrijwilligers binnen de politie. Ten aanzien van de rusttijd en de maximum arbeidstijd per nachtdienst biedt artikel 5.11:3 van het Arbeidstijdenbesluit een ruimer kader voor deze vrijwilligers ten opzichte van de ATW. In het vierde lid van voornoemd artikel is echter bepaald dat toepassing ervan uitsluitend mogelijk is bij collectieve regeling. Voorheen was dit de LAR, maar vanwege de intrekking van die regeling is nu in artikel 5 opgenomen dat het bepaalde in artikel 5.11:3, van het Arbeidstijdenbesluit van toepassing is op de politievrijwilliger.