Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2020, 36969Besluiten van algemene strekking

Regeling van het College voor Toetsen en Examens van 3 juli 2020, nummer CvTE-20.01310 houdende wijziging van het examenreglement staatsexamens vo 2020 in verband met het afgelasten van de centrale examens in 2020

Het College voor Toetsen en Examens,

Gelet op artikel 2, derde lid onderdeel a, van de Wet College voor toetsen en examens, artikel 13 Staatsexamenbesluit VO en artikel 12 Staatsexamenbesluit VO BES;

Besluit:

ARTIKEL I

A

De Regeling examenreglement staatsexamens vo 2020 wordt als volgt gewijzigd:

Bijlagen 1 en 2 van de regeling worden vervangen door de bijlagen 1 en 2 bij deze regeling.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Het College voor Toetsen en Examens, de voorzitter, P.J.J. Hendrikse

BIJLAGE 2. HET EXAMENREGLEMENT STAATSEXAMENS VO 2020 ALS BEDOELD IN ARTIKEL 1 VAN DE REGELING EXAMENREGLEMENT STAATSEXAMENS VO 2020

Examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs 2020

Volgens artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de Wet College voor toetsen en examens stelt het College bij regeling het examenreglement vast. Het examenreglement omvat procedurele en organisatorische regelingen voor de uitvoering van het college-examen en inhoudelijke bepalingen.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit Reglement wordt verstaan onder:

Centraal examen:

het centraal examen bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Staatsexamenbesluit VO;

College-examen:

het college-examen bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Staatsexamenbesluit VO;

College:

het College genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;

Commissie staatsexamens vo:

commissie namens het College belast met het organiseren en afnemen van staatsexamens voortgezet onderwijs;

Deelstaatsexamen:

het examen in één of meer van de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken;

DUO:

Dienst Uitvoering Onderwijs, de uitvoeringsdienst van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Examenonderdeel:

het centraal examen of het college-examen;

Onze Minister:

onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Staatsexamen:

het staatsexamen ter verkrijging van een diploma vwo, havo of vmbo.

Artikel 2. Aanmelden

  • 1. Kandidaten die geen leerling zijn van een vso-school dienen zich aan te melden vóór 1 januari 2020. Wijzigingen op de aanmelding kunnen worden doorgegeven tot uiterlijk 1 februari 2020.

    Een afwijkende wijze van examineren als bedoeld in artikel 6 dient voor 1 februari 2020 per mail of brief bij DUO te worden aangevraagd.

  • 2. VSO-scholen dienen hun leerlingen aan te melden voor 1 december 2019; wijzigingen op de vso-aanmelding en voor kandidaten die verblijven in een penitentiaire inrichting, kunnen worden doorgegeven tot uiterlijk 1 februari 2020.

    Een afwijkende wijze van examineren als bedoeld in artikel 6 dient voor 1 februari 2020 per mail aan DUO te worden doorgegeven.

  • 3. Een kandidaat mag zich aanmelden voor zowel meerdere vakken als meerdere examensoorten, met de volgende randvoorwaarden:

    • a. Een kandidaat mag zich per examensoort aanmelden voor maximaal één vak meer dan nodig voor het behalen van een diploma in elk van de profielen.

    • b. Het is niet toegestaan dat een kandidaat:

      • 1°. zich bij de staatsexamens aanmeldt voor één en hetzelfde vak voor meerdere examensoorten;

      • 2°. zich aanmeldt voor één en hetzelfde vak, al dan niet voor dezelfde examensoort, bij de staatsexamens en elders;

      • 3°. zich aanmeldt voor twee verschillende vakken van verschillende examensoorten waarvan de examens in het eerste tijdvak samenvallen.

    • c. Als een kandidaat zich bij de staatsexamens aanmeldt voor twee vakken waarvan de schriftelijke examens samenvallen, krijgt hij voor één van deze vakken uitstel naar het tweede tijdvak.

Artikel 3. Indeling examen

  • 1. Het staatsexamen bestaat uit een aantal vakken. Daaraan wordt voor havo, vwo, vmbo theoretische leerweg en vmbo gemengde leerweg een profielwerkstuk toegevoegd.

  • 2. Een staatsexamenvak bestaat uit een college-examen dat bestaat uit:

    • a. een schriftelijke toets en een mondeling examen, of

    • b. een schriftelijke toets, of

    • c. een mondeling examen, of

    • d. een praktisch examen.

  • 3. Het staatsexamen wordt afgenomen overeenkomstig het desbetreffende examenprogramma, vastgesteld op grond van artikel 7 van het Eindexamenbesluit VO.

  • 4. Ten aanzien van het college-examen geldt dat:

    • a. keuzes die ingevolge het in het derde lid bedoelde examenprogramma moeten of kunnen worden gemaakt door de school, worden gemaakt door het College, en

    • b. het College kan afwijken van de voorschriften met betrekking tot het schoolexamen die om praktische redenen in het college-examen niet uitvoerbaar zijn, rekening houdend dat het college-examen zo veel mogelijk gelijkwaardig blijft aan het schoolexamen.

  • 5. Het College stelt jaarlijks op grond van artikel 2 lid 4 sub a van de Wet College voor toetsen en examens voor elk vak een programma van toetsing en afsluiting vast in de vorm van vakinformatie.

  • 6. De vakinformatie bevat, naast de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen voor het centraal examen, regels omtrent alle onderdelen van het college-examen.

    In de vakinformatie wordt in elk geval aangegeven:

    • a. welke onderdelen tijdens het college-examen worden getoetst;

    • b. de wijze waarop het college-examen plaatsvindt;

    • c. welke hulpmiddelen tijdens het college-examen zijn toegestaan (zie vakinformatie Regeling toegestane hulpmiddelen);

    • d. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het college-examen en het eindcijfer tot stand komt.

Artikel 4. Vakken staatsexamen

Artikel 8 van het Staatsexamenbesluit heeft betrekking op de vakken voor het behalen van het diploma vwo, havo en/of vmbo.

Zie de bijlagen 1, 2, 3 en 4

Artikel 5. Examendossier, werkstukken

  • 1. Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het college-examen, zoals dit in de vakinformatie is vastgelegd.

    Werkstukken, boekenlijsten, artikelen, songteksten/gedichten, onderwerpen van presentaties (zie de vakinformatie) dienen vóór 1 juni 2020 in tweevoud opgestuurd te worden naar DUO, staatsexamens vo, Postbus 30158, 9700 LK Groningen.

    Van het tijdig ingezonden materiaal ontvangt de kandidaat een ontvangstbevestiging.

    Een uitzondering vormen de werkstukken voor tekenen en handvaardigheid: deze dienen te worden meegebracht naar het college-examen.

    Voor vso-schoolkandidaten liggen de werkstukken op de afgesproken datum klaar ter controle door de plaatselijk voorzitter mondeling.

  • 2. Wanneer het op te sturen materiaal niet tijdig door DUO (afdeling staatsexamens vo) is ontvangen, wordt de kandidaat voor het betreffende vak niet opgeroepen voor het college-examen of wordt de reeds verstuurde oproep ingetrokken.

    De kandidaat wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Artikel 6. Afwijkende wijze van examineren

Het College kan toestaan dat een kandidaat met een beperking het eindexamen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van de kandidaat. Tenzij sprake is van een objectief waarneembare - lichamelijke - beperking dient de kandidaat een deskundigenverklaring te overleggen als beschreven in artikel 33 van het Staatsexamenbesluit VO.

Artikel 7. Onregelmatigheden

  • 1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan het College maatregelen nemen. De kandidaat krijgt daarvan schriftelijk bericht.

  • 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar kunnen worden genomen, zijn:

    • a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen;

    • b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer toetsen van het college-examen van het betreffende vak;

    • c. het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen;

    • d. minder vergaande maatregelen dan die bedoeld onder a tot en met c.

  • 3. Indien de ontzegging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking heeft op een kandidaat die in meer dan één vak examen aflegt, kan de ontzegging betrekking hebben op de toetsen van alle vakken.

  • 4. Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het College de kandidaat het betreffende diploma of certificaat en de cijferlijst onthouden, of kan het College bepalen dat aan de betrokken kandidaat dat diploma of certificaat en die cijferlijst, slechts kunnen worden uitgereikt nadat opnieuw examen is afgelegd in de door het College aan te wijzen onderdelen en op de door het College te bepalen wijze.

  • 5. Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat.

  • 6. De kandidaat kan tegen een besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, bezwaar maken bij het College. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt vijf dagen nadat het besluit aan de kandidaat is bekendgemaakt op de voorgeschreven wijze. Het College beslist binnen 14 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift, tenzij het deze termijn gemotiveerd verlengt met ten hoogste 14 dagen. Het College stelt bij zijn beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. Het College deelt zijn beslissing op het bezwaar mee aan de kandidaat, aan de wettelijke vertegenwoordigers indien de kandidaat minderjarig is en aan de inspectie.

  • 7. De kandidaat die zonder een door het College aanvaarde reden afwezig is bij enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen in een vak, is uitgesloten van verdere deelname aan het college-examen in dit vak. Een eventueel al afgelegd onderdeel of eventueel al afgelegde onderdelen van het college-examen in dit vak wordt of worden ongeldig verklaard.

Artikel 8. Examenafname schriftelijk, digitaal, praktisch en mondeling

  • 1. Een kandidaat wordt alleen toegelaten tot het examen indien hij de examenoproep en een geldig identiteitsbewijs kan tonen.

  • 2. Bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen, dient de kandidaat 30 minuten voor aanvang van het examen in de examenzaal aanwezig te zijn.

  • 3. Een kandidaat die te laat komt bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen of bij een praktisch examen, mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de examenzitting tot het examenlokaal worden toegelaten. Zijn examen eindigt uiterlijk op het aangegeven eindtijdstip van deze examenzitting.

    Indien de kandidaat meer dan een half uur te laat komt bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen, of bij een praktisch examen, komt het examen(onderdeel) te vervallen.

  • 4. Bij alle vakken van vwo en havo, met uitzondering van het profielwerkstuk, en bij alle talen bij het vmbo krijgt de kandidaat 20 minuten voorbereidingstijd. Daarvoor wordt de kandidaat 25 minuten voor aanvang van het mondeling examen verwacht in het voorbereidingslokaal om zich op het examen voor te bereiden. Deze voorbereiding is een verplicht onderdeel van het examen. De precieze aard van deze voorbereiding staat in de vakinformatie.

    Indien een kandidaat zich te laat voor de voorbereiding meldt, wordt de tijd die de kandidaat te laat is, niet gecompenseerd. Zijn examen begint op het in het rooster aangegeven tijdstip.

  • 5. Als de kandidaat zich minder dan 5 minuten na het in het rooster aangegeven begintijdstip van zijn mondeling examen meldt bij de examinatoren, dan wordt het examen gewoon afgenomen. De door de kandidaat gemiste tijd wordt aan het eind van het examen toegevoegd. Bij de beoordeling wordt geen rekening gehouden met het feit dat de kandidaat zich niet of te kort heeft kunnen voorbereiden.

    Als de kandidaat zich 5 minuten of meer na het in het rooster aangegeven begintijdstip van zijn mondeling examen meldt bij de examinatoren, dan komt dit examen te vervallen.

  • 6. Een kandidaat die tijdens een zitting onwel wordt, kan onder begeleiding het examenlokaal verlaten. In overleg met de kandidaat beoordeelt de plaatselijk voorzitter of de door hem aangewezen vervanger, of de kandidaat het werk mag hervatten. Indien dat zo is, kan de gemiste tijd aan het eind van de zitting worden ingehaald. Indien de kandidaat het werk niet kan hervatten, overlegt de plaatselijk voorzitter met de algemeen examenleider. Wanneer het examen ongeldig wordt verklaard, wordt de kandidaat, indien mogelijk, op een ander moment in de gelegenheid gesteld het examen opnieuw afleggen.

  • 7. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College,

    • a. in het eerste tijdvak verhinderd is bij één of meer schriftelijke toetsen of examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het tweede of derde tijdvak de gemiste toetsen of examens alsnog af te leggen. Het uitstel wordt verleend voor niet meer vakken dan die nodig zijn voor een profiel, met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere examensoorten, slechts voor één examensoort uitstel kan krijgen.

    • b. in het eerste tijdvak verhinderd is bij een of meer mondelinge of praktische examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde of vierde tijdvak de gemiste examens alsnog af te leggen. Het uitstel wordt verleend voor niet meer vakken dan die nodig zijn voor een profiel, met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere examensoorten, slechts voor één examensoort uitstel kan krijgen.

    • c. In één examenjaar kan een kandidaat slechts eenmaal uitstel worden verleend voor onderdelen van het college-examen naar een volgend tijdvak.

  • 8. Om in aanmerking te komen voor uitstel naar een ander examenmoment, meldt de kandidaat binnen 8 dagen zijn afwezigheid per mail via stexvo@duo.nl of schriftelijk bij DUO, afdeling staatsexamens vo, Postbus 30158, 9700 LK Groningen. In de berichtgeving dient te worden vermeld:

    • a. Naam en adres van de kandidaat;

    • b. Datum van de gemiste proef en het desbetreffende vak;

    • c. De reden van de absentie/verhindering;

    • d. Bij ziekte of ongeval: naam, adres en telefoonnummer van de geconsulteerde arts.

    In geval van een andere dringende reden voor de absentie dan ziekte of ongeval dient de kandidaat of dienen wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat bewijzen te leveren van de onmogelijkheid om deel te nemen aan het examen. Zonder deze bewijzen kan de afwezigheid als een onregelmatigheid worden beschouwd (zie artikel 7 van dit reglement).

  • 9. Wanneer de kandidaat in het staatsexamenjaar een examenvak niet afrondt, komen de reeds behaalde resultaten voor het betreffende vak te vervallen.

Artikel 9. Gang van zaken tijdens het examen

  • 1. Tenzij anders is bepaald, dient schriftelijk werk te worden gemaakt op papier van de staatsexamens. De kandidaat voorziet elk papier van zijn naam, examennummer en vermeldt, indien van toepassing, het type grafische rekenmachine.

  • 2. Voor het gebruik van hulpmiddelen en schrijfmaterialen: zie vakinformatie en Regeling toegestane hulpmiddelen op Examenblad.nl.

  • 3. Het examenwerk mag niet met potlood worden gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing op tekeningen.

  • 4. De kandidaat mag geen papier, andere hulpmiddelen of informatiedragers, tabellen en boeken dan voorgeschreven, apparatuur waaronder begrepen digitale hulpmiddelen, horloges en middelen met een telefoon- of camerafunctie, jassen en tassen meenemen in de examenzaal.

  • 5. De toezichthouders mogen materialen en hulpmiddelen tijdens de zitting controleren en algemene aanwijzingen geven.

  • 6. De kandidaat die iets wil vragen steekt een hand op en wacht op een reactie van de toezichthouder. Tijdens het examen mag de kandidaat alleen met toestemming van de toezichthouder de examenruimte verlaten.

  • 7. Na het verstrijken van de examentijd stopt het examen. Nadat al het examenwerk is ingenomen of de apparatuur is afgesloten bij digitale afnames, mag de kandidaat de examenruimte verlaten.

  • 8. Eenmaal ingeleverd werk mag niet worden gewijzigd of aangevuld.

  • 9. Examenwerk dat door de kandidaat buiten de examenruimte is gebracht, verliest zijn geldigheid.

  • 10. Alle opgaven en verstrekte papieren blijven tijdens de zitting in de examenruimte.

Artikel 10. Beoordeling mondeling of praktisch college-examen

  • 1. In de vakinformatie is aangegeven waarop de kandidaat tijdens het college-examen wordt beoordeeld en is de weging van de cijfers voor de verschillende onderdelen vastgelegd.

  • 2. Inhoudelijke toetsing van een werkstuk of boekenlijst gebeurt tijdens de afname van het mondeling of het praktisch gedeelte van het college-examen. In de vakinformatie is aangegeven welke invloed de beoordeling van het werkstuk, de bijbehorende presentatie en de beantwoording van daarover gestelde vragen heeft bij de bepaling van het cijfer voor het college-examen.

Artikel 11. Profielwerkstuk vwo/havo

Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn voor het betreffende profiel. Het profielwerkstuk heeft betrekking op ten minste één vak dat bij de uitslagbepaling is betrokken. Dit vak dient een studielast te hebben van minimaal 320 uur voor havo en minimaal 400 uur voor vwo. De beoordelingscriteria worden binnen de vakinformatie omschreven.

Artikel 12. Profielwerkstuk vmbo

Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel. Derhalve is het profielwerkstuk naar de inhoud een vakoverstijgend werkstuk, dat betrekking heeft op een thema uit het profiel waarbinnen de kandidaat het examen doet. De beoordelingscriteria worden binnen de vakinformatie omschreven.

Artikel 13. Rekentoets

Vervalt per 2020.

Artikel 14. Uitslag

  • 1. De uitslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld op grond van (voor zover van toepassing):

    • a. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte cijferlijsten;

    • b. één of meer door het College uitgereikte cijferlijsten;

    • c. één of meer cijferlijsten van scholen voor voortgezet onderwijs;

    • d. één of meer cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;

    • e. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte bewijzen van ontheffing;

    • f. één of meer door het College uitgereikte bewijzen van ontheffing.

    Vakken met een onvoldoende eindcijfer mogen bij de uitslag worden betrokken. De uitslagregeling geldt ook als de examens voor de bij de uitslag betrokken vakken in verschillende jaren zijn afgenomen.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde cijferlijsten en bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het kalenderjaar van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de cijferlijst of de ontheffing berust, nog geen 10 jaren zijn verstreken.

  • 3. Niet alle op de door de kandidaat ingeleverde documenten vermelde vakken hoeven bij de uitslagbepaling te worden betrokken. De overgebleven vakken dienen een staatsexamen te vormen.

  • 4. In dit jaar behaalde resultaten van vakken die bij de uitslagbepaling betrokken zijn, mogen niet worden vervangen door eerder voor deze vakken behaalde resultaten.

  • 5. De uitslag luidt ‘geslaagd ’ of ‘afgewezen’.

Artikel 15a. Uitslagregeling vmbo

  • 1. De kandidaat die het staatsexamen theoretische of gemengde leerweg in het vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

    • a. hij voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en

    • b. hij onverminderd onderdeel a:

      • voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of

      • 2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of

      • 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; en

    • c. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald;

    • d. hij voor het profielwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald, en

    • e. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is, tenzij bij de uitslag een in 2020 behaald eindcijfer van een vak is betrokken waarvan het centraal examen, als geregeld in het Rooster voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens voortgezet onderwijs in 2020, is komen te vervallen.

  • 2. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel b, wordt in de theoretische leerweg het eindcijfer van een profielvak of beroepsgericht keuzevak behorende tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 25 van het Eindexamenbesluit VO niet betrokken, tenzij deze vakken samen tenminste een volledig beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel d, van dat besluit vormen. In dat geval is het vierde lid van overeenkomstige toepassing. Het beroepsgerichte programma van de gemengde leerweg bestaat uit een profielvak en minimaal twee beroepsgerichte keuzevakken.

  • 3. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel b, wordt in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak. De kandidaat in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg heeft ten minste vier beroepsgerichte keuzevakken.

  • 4. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid, onderdeel b, wordt in de gemengde leerweg het gemiddelde van de eindcijfers van het profielvak en alle beroepsgerichte keuzevakken aangemerkt als het eindcijfer van één vak, met dien verstande dat het eindcijfer voor het profielvak daarbij net zo vaak meetelt als het aantal eindcijfers van beroepsgerichte keuzevakken dat in de berekening wordt betrokken.

  • 5. Het eindcijfer, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt bepaald als het gewogen gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende onderdelen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

  • 6. De kandidaat die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, is afgewezen voor het staatsexamen.

  • 7. Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt het College deze schriftelijk aan de kandidaat bekend. Indien de kandidaat is afgewezen voor het staatsexamen, wordt bij de bekendmaking mededeling gedaan van het in artikel 17 bepaalde. De in de eerste volzin bedoelde uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 17, tweede lid, geen toepassing vindt.

Artikel 15b. Uitslagregeling havo / vwo

  • 1. De kandidaat die staatsexamen havo of vwo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

    • a. hij voor een van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, B of C als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor het andere vak dan wel andere hier genoemde vakken als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;

    • b. hij:

      • 1°. voor een van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;

      • 2°. voor een van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;

      • 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; of

      • 4°. voor een van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor een van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; en

    • c. hij voor geen van de onderdelen genoemd in het derde lid een eindcijfer lager dan 4 heeft behaald, en

    • d. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is, tenzij bij de uitslag een in 2020 behaald eindcijfer van een vak is betrokken waarvan het centraal examen, als geregeld in het Rooster voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens voortgezet onderwijs in 2020, is komen te vervallen.

  • 2. Bij de uitslagbepaling voor volgens het eerste lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van tenminste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, genaamd het combinatiecijfer, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald:

    • a. maatschappijleer en het profielwerkstuk.

    Daaraan kan via inwisseling worden toegevoegd:

    • b. culturele kunstzinnige vorming,

    • c. literatuur,

    • d. klassieke culturele vorming,

    • e. algemene natuurwetenschappen,

    • f. godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.

  • 3. Het College bepaalt het combinatiecijfer als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende delen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt deze uitkomst indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

  • 4. De kandidaat die niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, is afgewezen voor het staatsexamen.

  • 5. Zodra de uitslag ingevolge het eerste, tweede en vierde lid, is vastgesteld, maakt het College voor toetsen en examens deze samen met de eindcijfers schriftelijk aan de kandidaat bekend. Indien de kandidaat is afgewezen voor het staatsexamen, wordt bij de bekendmaking mededeling gedaan van het in artikel 17 bepaalde. De uitslag is definitief indien artikel 17, tweede lid, geen toepassing vindt.

Artikel 16. Cum laude

  • 1. Op het diploma vwo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij:

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en

    • b. ten minste het eindcijfer 7 heeft behaald voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 2. Op het diploma havo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,

    • b. ten minste het eindcijfer 6 heeft behaald voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 3. Op het diploma vmbo gl en tl van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld, en

    • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie ‘voldoende’ heeft behaald voor het profielwerkstuk en alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 4. Op het diploma vmbo bb/kb van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van:

      • 1°. de eindcijfers voor het profielvak en de twee algemene vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het eindcijfer berekend op grond van artikel 15 lid 3, en

    • b. ten minste het eindcijfer 6 heeft behaald voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15.

Artikel 17. Herkansing

  • 1. Onverminderd artikel 6 van het Staatsexamenbesluit vo heeft de kandidaat die in het examenjaar 2020 met toepassing van de artikelen 7 of 8 is afgewezen voor het staatsexamen, recht op herkansing in het derde tijdvak van dat examenjaar, mits hij daardoor alsnog kan slagen voor het staatsexamen in dit jaar.

  • 2. Herkansing houdt in dat de kandidaat voor maximaal twee door hem te kiezen vakken waarin hij in dat jaar door het College voor Toetsen en Examens is geëxamineerd, opnieuw deel mag nemen aan het college-examen of onderdelen daarvan.

  • 3. Indien de kandidaat nog niet is geslaagd na de herkansing, bedoeld in het tweede lid, wordt hem gelegenheid geboden om voor één vak, waarin hij dit jaar examen heeft gedaan, opnieuw aan het college-examen of onderdelen daarvan mondeling deel te nemen, mits hij daardoor alsnog kan slagen voor het staatsexamen in dit examenjaar.

  • 4. Indien de kandidaat nog niet is geslaagd na hernieuwde deelname aan het college-examen of onderdelen daarvan, als bedoeld in het derde lid, wordt hem gelegenheid geboden om voor één vak, waarin hij dit jaar examen heeft gedaan, opnieuw aan het college-examen of onderdelen daarvan mondeling deel te nemen, mits hij daardoor alsnog kan slagen voor het staatsexamen in dit kalenderjaar.

  • 5. De vmbo-kandidaat die voor het profielwerkstuk de kwalificatie 'niet afgerond' heeft gekregen maar bij een beoordeling 'voldoende' of 'goed' in hetzelfde examenjaar in aanmerking komt voor een diploma vmbo, krijgt in het derde of vierde tijdvak één keer de gelegenheid opnieuw een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren. Dit beperkt niet het recht van de kandidaat op herkansing voor een college-examen in een bepaald vak.

  • 6. Herkansing voor deelstaatsexamens is niet mogelijk.

Artikel 18. Rechtsverwerking herkansing

  • 1. De kandidaat die recht heeft op de in artikel 17, tweede lid, bedoelde herkansing, is alsnog afgewezen voor het staatsexamen indien hij niet binnen acht dagen na de in artikel 15a, zevende lid, of artikel 15b, vijfde lid, bedoelde bekendmaking het College voor Toetsen en Examens ervan in kennis stelt dat hij aan de herkansing wenst deel te nemen en daarbij schriftelijk opgeeft in welke onderdelen van welke vakken hij opnieuw wil deelnemen aan het college-examen. Het College voor Toetsen en Examens bevestigt zo spoedig mogelijk aan de kandidaat schriftelijk de ontvangst van deze kennisgeving.

  • 2. De kandidaat die recht heeft op de mogelijkheid tot hernieuwde deelname aan het college-examen of onderdelen daarvan, bedoeld in artikel 17, derde of vierde lid, is alsnog afgewezen voor het staatsexamen, indien hij niet binnen 8 dagen na mededeling dat hij gebruik kan maken van deze mogelijkheid, het College voor Toetsen en Examens ervan in kennis stelt dat hij daarvan gebruik wil maken en daarbij schriftelijk opgeeft in welke vak of welke onderdelen daarvan hij opnieuw wil deelnemen aan het college-examen. Het College voor Toetsen en Examens bevestigt zo spoedig mogelijk aan de kandidaat schriftelijk de ontvangst van deze kennisgeving.

Artikel 19. Uitreiking diploma en cijferlijst

  • 1. Aan een voor een staatsexamen vwo, havo of vmbo geslaagde kandidaat wordt een diploma uitgereikt. Op het diploma wordt/worden vermeld: het behaalde profiel / de behaalde profielen. Bij het vmbo wordt tevens de leerweg vermeld. Bij het diploma wordt voor vwo en havo per behaald profiel een cijferlijst uitgereikt; bij het diploma vmbo wordt één cijferlijst uitgereikt waarop de leerweg en alle behaalde profielen staan beschreven.

    Op een cijferlijst wordt/worden vermeld, voor zover van toepassing:

    • a. het profiel waarin het examen is afgelegd (vwo en havo);

    • b. het profiel (de profielen) waarin het examen is afgelegd en de leerweg (vmbo);

    • c. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • d. de vakken waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover zij bij de uitslag zijn betrokken;

    • e. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • f. het combinatiecijfer;

    • g. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;

    • h. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo en vwo en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft

    • i. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk voor het vmbo en de beoordeling daarvan;

    • j. de uitslag ‘geslaagd’.

    Vakken waarin de kandidaat wel examen heeft gedaan en die niet bij de uitslag zijn betrokken, kunnen op verzoek van de kandidaat weggelaten worden op de cijferlijst.

  • 2. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een staatsexamen vwo, havo of vmbo en daarvoor, ook na een eventuele herkansing, niet is geslaagd, wordt een cijferlijst uitgereikt met daarop vermeld, voor zover van toepassing:

    • a. het profiel waarin het examen is afgelegd (vwo en havo);

    • b. het profiel (de profielen) waarin het examen is afgelegd en de leerweg (vmbo);

    • c. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • d. de cijfers voor het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • e. het combinatiecijfer;

    • f. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;

    • g. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo en vwo en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft,

    • h. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk vmbo en de beoordeling daarvan;

    • i. de uitslag ‘afgewezen’.

  • 3. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een deelstaatsexamen vwo, havo of vmbo, wordt een cijferlijst deelstaatsexamen uitgereikt met, zover van toepassing, daarop vermeld:

    • a. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • b. de leerweg (vmbo);

    • c. de cijfers voor het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • d. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo en vwo en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft,

    • e. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk vmbo en de beoordeling daarvan;

Artikel 20. Certificaat

Aan een kandidaat die een staatsexamen heeft gedaan en is afgewezen en aan een kandidaat die deelstaatsexamen heeft gedaan, wordt per examensoort één certificaat uitgereikt voor, indien van toepassing,

  • 1. het vak of de vakken waarvoor hij een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,

  • 2. het profielwerkstuk bij het vwo en het havo indien hij hiervoor het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,

  • 3. het profielwerkstuk bij het vmbo indien dit beoordeeld is met «goed» of «voldoende».

met dien verstande dat indien een examen in een vak dat op een certificaat voorkomt uit meerdere onderdelen bestaat, alle onderdelen in hetzelfde jaar dienen te zijn afgelegd.

Artikel 21. Ontheffingen/vrijstellingen

  • 1. Op basis van een diploma of getuigschrift, niet zijnde een diploma of certificaat vwo, havo, vmbo en mavo kan een kandidaat een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken indienen.

  • 2. Een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken zoals bedoeld in lid 1, dient voor 1 januari van het kalenderjaar waarin men examen wil afleggen, te worden ingediend. Als het College positief beslist, wordt aan de kandidaat een ‘Bewijs van ontheffing’ uitgereikt.

  • 3. Vrijstelling van rechtswege op basis van certificaten en cijferlijsten vwo, havo, vmbo en mavo is geregeld in de vrijstellings- en overgangsregeling aanpassing profielen vwo-havo 2007.

  • 4. Een kandidaat die in het bezit is van een havodiploma, heeft op grond daarvan ontheffing voor de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel van het vwo: maatschappijleer. In dit geval wordt dit vak niet op de cijferlijst vermeld.

Artikel 22. Bewaren en inzien van schriftelijk examenwerk

Het schriftelijk examenwerk en de protocollen van de mondelinge examens worden gedurende ten minste zes maanden na afloop van het examen bewaard. Een kandidaat kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen. Op ten minste twee data in het examenjaar wordt kandidaten de mogelijkheid geboden, centraal in het land, hun schriftelijk examenwerk in te zien. Voor deze inzage moeten kandidaten zich uiterlijk 14 dagen voor de gewenste datum per mail bij DUO aanmelden. De data worden op de site van DUO gepubliceerd. Inzage op andere momenten vindt, na afspraak, uitsluitend bij DUO in Groningen plaats.

Voor de rekentoets geldt een afwijkende inzagetermijn. De mogelijkheid tot inzage start direct na de afnameperiode en loopt tot uiterlijk vier weken daarna. Omdat de opgaven na de afname niet direct openbaar zijn, moet inzage plaatsvinden in een besloten zitting. De kandidaat krijgt desgewenst inzage in de opgaven, het correctievoorschrift/antwoordmodel, zijn eigen antwoorden en de scores die per opgave zijn toegekend.

Artikel 23. Geheimhouding

Iedereen die betrokken is bij de examinering en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan.

Artikel 24. Aansprakelijkheid

Examenfunctionarissen, aangesteld door het ministerie van OCW of benoemd door het College, zijn nimmer aansprakelijk voor schade en/of letsel van de kandidaat en derden veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.

De kandidaat vrijwaart de examenfunctionarissen tegen aanspraken van derden ter zake van schade en/of letsel veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.

Artikel 25. Klachten en bezwaar

  • Een klacht kan digitaal (klachten@duo.nl) of schriftelijk (DUO staatsexamens vo, Antwoordnummer 392, 9700 LK Groningen) worden ingediend, onder vermelding van naam- en adresgegevens en het telefoonnummer van de kandidaat.

  • Als de kandidaat het niet eens bent met een besluit waarbij hij persoonlijk in zijn belang wordt getroffen dan kan hij een bezwaarschrift indienen.Hij moet altijd digitaal of schriftelijk bezwaar maken (een bezwaarschrift indienen). Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Bij elk besluit is vermeld of hij bezwaar kan maken, bij wie hij dat kunt doen en binnen welke termijn.

Artikel 26. Gevallen onvoorzien

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist, namens het College, de manager staatsexamens VO.

BIJLAGE 1 EINDEXAMEN VWO

Algemene informatie

Het vwo kent vier profielen:

  • Natuur en techniek

  • Natuur en gezondheid

  • Economie en maatschappij

  • Cultuur en maatschappij

Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.

Examenvakken (met studielasturen):

Het gemeenschappelijk deel vwo van elk profiel bestaat uit:

• Nederlandse taal en literatuur,

480

• Engelse taal en literatuur,

400

• (atheneum) Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Chinese taal en cultuur of Friese taal en cultuur,

480

• (gymnasium) of Latijnse taal en cultuur of Griekse taal en cultuur1)

760

• maatschappijleer,

120

Profieldelen:

Profiel natuur en techniek

• wiskunde B

600

• natuurkunde

480

• scheikunde

440

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

440

 

– informatica

440

 

– biologie

480

 

– wiskunde D

440

Profiel natuur en gezondheid

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

520

• scheikunde

440

• biologie

480

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

440

 

– aardrijkskunde

440

 

– natuurkunde

480

Profiel economie en maatschappij

• economie

480

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

520

• geschiedenis

440

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– management en organisatie

440

 

– aardrijkskunde

440

 

– maatschappijwetenschappen

440

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Chinese taal en cultuur, Friese taal en cultuur

480

Profiel cultuur en maatschappij

• wiskunde C (mag vervangen worden door wiskunde A of wiskunde B)

480

• geschiedenis

480

• één van de volgende culturele profielkeuzevakken:

 
 

– kunst (beeldende vormgeving), kunst (muziek), kunst (drama), kunst (dans), muziek, tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving

480

 

– filosofie

480

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Chinese taal en cultuur, Friese taal en cultuur

480

 

– Latijnse taal en cultuur of Griekse taal en cultuur2

760

• één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:

 
 

– aardrijkskunde

440

 

– maatschappijwetenschappen

440

 

– economie

480

Het vrije deel vwo van elk profiel bestaat uit tenminste één vak met een minimale studielast van 440 uur.

Een kandidaat kan kiezen uit:

de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij

 

– van de vakken wiskunde A, wiskunde B en wiskunde C slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien ook wiskunde B deel uitmaakt van het profiel;

 

– kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek;

 

– van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel;

Spaanse taal en literatuur (elementair)

480

 

Russische taal en literatuur (elementair)

480

 

Italiaanse taal en literatuur (elementair)

480

 

Arabische taal en literatuur (elementair)

480

 

Turkse taal en literatuur (elementair)

480

 

Chinese taal en cultuur (elementair):

480

voor zover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel;

 

kunst (algemeen)

200

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.

Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen vwo aangeboden:

  • kunst (beeldende vormgeving)

  • kunst (muziek)

  • kunst (drama)

  • kunst (dans)

  • textiele vormgeving

BIJLAGE 2 EINDEXAMEN HAVO

Algemene informatie

Het havo kent vier profielen:

  • Natuur en techniek

  • Natuur en gezondheid

  • Economie en maatschappij

  • Cultuur en maatschappij

Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.

Examenvakken (met studielasturen):

Het gemeenschappelijk deel havo van elk profiel bestaat uit:

• Nederlandse taal en literatuur,

400

• Engelse taal en literatuur,

360

• maatschappijleer

120

Profieldelen:

Profiel natuur en techniek

• wiskunde B

360

• natuurkunde

400

• scheikunde

320

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

320

 

– informatica

320

 

– biologie

400

 

– wiskunde D

320

Profiel natuur en gezondheid

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

320

• scheikunde

320

• biologie

400

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

320

 

– aardrijkskunde

320

 

– natuurkunde

400

Profiel economie en maatschappij

• economie

400

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

320

• geschiedenis

320

• één van de volgende profielkeuzevakken

 
 

– management en organisatie

320

 

– aardrijkskunde

320

 

– maatschappijwetenschappen

320

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

400

Profiel cultuur en maatschappij

• geschiedenis

320

• Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, of Friese taal en cultuur

400

• één van de volgende culturele profielkeuzevakken:

 
 

– kunst (beeldende vormgeving), kunst (muziek), kunst (drama), kunst (dans), muziek, tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving

320

 

– filosofie

320

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

400

• één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:

 
 

– aardrijkskunde

320

 

– maatschappijwetenschappen

320

 

– economie

400

Het vrije deel havo van elk profiel bestaat uit tenminste één vak met een minimale studielast van 320 uur.

Een kandidaat kan kiezen uit:

de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij van de vakken wiskunde A en wiskunde B er slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien wiskunde B deel uitmaakt van het profiel,

 

– kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek,

 

– van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel

Spaanse taal en literatuur (elementair)

320

 

Russische taal en literatuur (elementair)

320

 

Italiaanse taal en literatuur (elementair)

320

 

Arabische taal en literatuur (elementair)

320

 

Turkse taal en literatuur (elementair),

320

 

voor zover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel.

 

algemene natuurwetenschappen

120

kunst (algemeen)

120

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.

Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen havo aangeboden:

  • kunst (beeldende vormgeving)

  • kunst (muziek)

  • kunst (drama)

  • kunst (dans)

  • textiele vormgeving

BIJLAGE 3 EINDEXAMEN VMBO TL (THEORETISCHE LEERWEG)

  • 1. Het gemeenschappelijk deel

    Onafhankelijk van het profiel zijn de volgende gemeenschappelijke vakken verplicht:

    • Nederlandse taal,

    • Engelse taal,

    • maatschappijleer.

  • 2. Het profieldeel

    Er kan gekozen worden uit vier verschillende profielen, elk met verschillende verplichte vakken.

    • a. profiel Techniek

      • wiskunde

      • natuur- en scheikunde 1

    • b. profiel Zorg en welzijn

      • biologie

      • één van de vakken: wiskunde, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde

    • c. profiel Economie

      • economie

      • één van de vakken: Franse taal, Duitse taal, wiskunde

    • d. profiel Landbouw

      • wiskunde

      • één van de vakken: biologie, natuur- en scheikunde 1

  • 3. Het vrije deel

    Twee algemene vakken, te kiezen uit (voor zover deze vakken geen onderdeel zijn van het profieldeel):

    • talen: Fries, Frans, Duits, Spaans, Turks, Arabisch3;

    • maatschappijvakken: economie, aardrijkskunde, geschiedenis en staatsinrichting, maatschappijkunde;

    • exacte vakken: wiskunde, natuur- en scheikunde 1, natuur- en scheikunde 2, biologie;

    • beeldende vakken 2: handenarbeid, tekenen, textiele werkvormen4;

    • muziek.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk te maken, in te leveren en te presenteren.

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.

BIJLAGE 4 VMBO GL, BB, KB

Bij de staatsexamens worden geen examens afgenomen uit het beroepsgerichte examenprogramma. Kandidaten die in de beroepsgerichte vakken al examen hebben gedaan, kunnen via de staatsexamens hun pakket met algemene vakken aanvullen om alsnog een diploma te behalen.

BIJLAGE 2. HET EXAMENREGLEMENT STAATSEXAMENS VO BES 2020 ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2 VAN DE REGELING EXAMENREGLEMENT STAATSEXAMENS VO 2020

Examenreglement staatsexamens voortgezet onderwijs BES

Volgens artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de Wet College voor toetsen en examens stelt het College bij regeling het examenreglement vast. Het examenreglement omvat procedurele en organisatorische regelingen voor de uitvoering van het college-examen en inhoudelijke bepalingen.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit Reglement wordt verstaan onder:

Centraal examen:

het centraal examen bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Staatsexamenbesluit VO BES;

College-examen:

het college-examen bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Staatsexamenbesluit VO BES;

College:

het College voor Toetsen en Examens genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens;

Commissie staatsexamens vo:

commissie namens het College belast met het organiseren en afnemen van staatsexamens Voortgezet Onderwijs;

Deelstaatsexamen:

het examen in één of meer van de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken;

DUO:

Dienst Uitvoering Onderwijs, de uitvoeringsdienst van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Examenonderdeel:

het centraal examen of het college-examen;

Onze Minister:

onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Staatsexamen:

het staatsexamen ter verkrijging van een diploma vwo, havo of vmbo.

Artikel 2. Aanmelden

  • 1. Kandidaten dienen zich aan te melden vóór 1 januari 2020. Een afwijkende wijze van examineren als bedoeld in artikel 6 dient voor 1 februari 2020 per mail of brief bij DUO te worden aangevraagd.

  • 2. Wijzigingen op de aanmelding kunnen per mail of brief worden doorgegeven tot uiterlijk 1 februari 2020.

  • 3. Een kandidaat mag zich aanmelden voor zowel meerdere vakken als meerdere examensoorten, met de volgende randvoorwaarden:

    • a. Een kandidaat mag zich per examensoort aanmelden voor maximaal één vak meer dan nodig voor het behalen van een diploma in elk van de profielen.

    • b. Het is niet toegestaan dat een kandidaat:

      • 1°. zich bij de staatsexamens aanmeldt voor één en hetzelfde vak voor meerdere examensoorten;

      • 2°. zich aanmeldt voor één en hetzelfde vak, al dan niet voor dezelfde examensoort, bij de staatsexamens en elders;

      • 3°. zich aanmeldt voor twee verschillende vakken van verschillende examensoorten waarvan de examens in het eerste tijdvak samenvallen.

    • c. Als een kandidaat zich bij de staatsexamens aanmeldt voor twee vakken waarvan de schriftelijke examens samenvallen, krijgt hij voor één van deze vakken uitstel naar het tweede tijdvak.

Artikel 3. Indeling examen

  • 1. Het staatsexamen vwo, havo en vmbo, theoretische leerweg, bestaat uit een aantal vakken en een profielwerkstuk.

  • 2. Een staatsexamenvak bestaat uit een college-examen dat bestaat uit:

    • a. een schriftelijke toets en een mondeling examen, of

    • b. een schriftelijke toets, of

    • c. een mondeling examen, of

    • d. een praktisch examen.

  • 3. Het staatsexamen wordt afgenomen overeenkomstig het desbetreffende examenprogramma, vastgesteld op grond van artikel 6 van het Eindexamenbesluit VO BES

  • 4. Ten aanzien van het college-examen geldt dat:

    • a. keuzes die ingevolge het in het derde lid bedoelde examenprogramma moeten of kunnen worden gemaakt door de school, worden gemaakt door het College, en

    • b. het College kan afwijken van de voorschriften met betrekking tot het schoolexamen die om praktische redenen in het college-examen niet uitvoerbaar zijn, er rekening mee houdend dat het college-examen zo veel mogelijk gelijkwaardig blijft aan het schoolexamen.

  • 5. Het College stelt jaarlijks op grond van artikel 2, vierde lid, onderdeel a, van de Wet College voor toetsen en examens voor elk vak een programma van toetsing en afsluiting vast in de vorm van vakinformatie.

  • 6. De vakinformatie bevat, naast de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen voor het centraal examen, regels omtrent alle onderdelen van het college-examen.

    In de vakinformatie wordt in elk geval aangegeven:

    • a. welke onderdelen tijdens het college-examen worden getoetst;

    • b. de wijze waarop het college-examen plaatsvindt;

    • c. welke hulpmiddelen tijdens het college-examen zijn toegestaan (zie vakinformatie Regeling toegestane hulpmiddelen);

    • d. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het college-examen en het eindcijfer tot stand komen.

Artikel 4. Vakken staatsexamen

Artikel 7 van het Staatsexamenbesluit BES heeft betrekking op de vakken voor het behalen van het diploma vwo, havo of vmbo.

Zie de bijlagen 1, 2 en 3.

Artikel 5. Examendossier, werkstukken

  • 1. Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het college-examen, zoals dit in de vakinformatie is vastgelegd. Werkstukken, boekenlijsten, artikelen, songteksten/gedichten, onderwerpen van presentaties (zie de vakinformatie) moeten op de eerste dag van het schriftelijk examen worden ingeleverd bij de plaatselijk voorzitter van de schriftelijke examens. Een uitzondering vormen de werkstukken voor tekenen en handvaardigheid: deze dienen te worden meegebracht naar het college-examen.

  • 2. Wanneer het in te leveren materiaal niet tijdig is ingeleverd, wordt de kandidaat voor het betreffende vak niet opgeroepen voor het college-examen of wordt de reeds verstuurde oproep ingetrokken. De kandidaat wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Artikel 6. Afwijkende wijze van examineren

Het College kan toestaan dat een kandidaat met een beperking het eindexamen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van de kandidaat. Tenzij sprake is van een objectief waarneembare - lichamelijke - beperking dient de kandidaat een deskundigenverklaring te overleggen als beschreven in artikel 43 van het Eindexamenbesluit VO BES.

Artikel 7. Onregelmatigheden

  • 1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan het College maatregelen nemen. De kandidaat krijgt daarvan schriftelijk bericht.

  • 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar kunnen worden genomen, zijn:

    • a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen;

    • b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer toetsen van het college-examen van het betreffende vak;

    • c. het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen;

    • d. minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onder a tot en met c.

  • 3. Indien de ontzegging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking heeft op een kandidaat die in meer dan één vak examen aflegt, kan de ontzegging betrekking hebben op de toetsen van alle vakken.

  • 4. Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het College de kandidaat het betreffende diploma of certificaat en de cijferlijst onthouden, of kan het College bepalen dat aan de betrokken kandidaat dat diploma of certificaat, en die cijferlijst, slechts kunnen worden uitgereikt nadat opnieuw examen is afgelegd in de door het College aan te wijzen onderdelen en op de door het College te bepalen wijze.

  • 5. Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat.

  • 6. De kandidaat kan tegen een besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, bezwaar maken bij het College. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt vijf dagen nadat het besluit aan de kandidaat is bekendgemaakt op de voorgeschreven wijze. Het College beslist binnen 14 dagen na ontvangst van het bezwaarschrift, tenzij hij deze termijn gemotiveerd verlengt met ten hoogste 14 dagen. Het College stelt bij zijn beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. Het College deelt zijn beslissing op het bezwaar mee aan de kandidaat, aan de wettelijke vertegenwoordigers indien de kandidaat minderjarig is en aan de inspectie.

  • 7. De kandidaat die zonder een door het College aanvaarde reden afwezig is bij enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen in een vak, is uitgesloten van verdere deelname aan het college-examen in dit vak. Eventueel al afgelegde onderdelen van het college-examen in dit vak wordt/worden ongeldig verklaard.

Artikel 8. Examenafname schriftelijke, digitaal, praktisch en mondeling

  • 1. Een kandidaat wordt alleen toegelaten tot het examen indien hij de examenoproep en een geldig identiteitsbewijs kan tonen.

  • 2. Bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen, dient de kandidaat 30 minuten voor aanvang van het examen in de examenzaal aanwezig te zijn.

  • 3. Een kandidaat die te laat komt bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen of bij een praktisch examen, mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de examenzitting tot het examenlokaal worden toegelaten. Zijn examen eindigt uiterlijk op het aangegeven eindtijdstip van deze examenzitting.

    Indien de kandidaat meer dan een half uur te laat komt bij een examenonderdeel dat digitaal of schriftelijk wordt afgenomen, of bij een praktisch examen, komt het examen(onderdeel) te vervallen.

  • 4. Bij alle vakken van vwo en havo, met uitzondering van het profielwerkstuk, en bij alle talen bij het vmbo krijgt de kandidaat 20 minuten voorbereidingstijd. Daarvoor wordt de kandidaat 25 minuten voor aanvang van het mondeling examen verwacht in het voorbereidingslokaal om zich op het examen voor te bereiden. Deze voorbereiding is een verplicht onderdeel van het examen. De precieze aard van deze voorbereiding staat in de vakinformatie.

    Indien een kandidaat zich te laat voor de voorbereiding meldt, wordt de tijd die de kandidaat te laat is, niet gecompenseerd. Zijn examen begint op het in het rooster aangegeven tijdstip.

  • 5. Als de kandidaat zich minder dan 5 minuten na het in het rooster aangegeven begintijdstip van zijn mondeling examen meldt bij de examinatoren, dan wordt het examen gewoon afgenomen. De door de kandidaat gemiste tijd wordt aan het eind van het examen toegevoegd. Bij de beoordeling wordt geen rekening gehouden met het feit dat de kandidaat zich niet of te kort heeft kunnen voorbereiden.

    Als de kandidaat zich 5 minuten of meer na het in het rooster aangegeven begintijdstip van zijn mondeling examen meldt bij de examinatoren, dan komt dit examen te vervallen.

  • 6. Een kandidaat die tijdens een zitting onwel wordt, kan onder begeleiding het examenlokaal verlaten. In overleg met de kandidaat beoordeelt de plaatselijk voorzitter of de door hem aangewezen vervanger, of de kandidaat het werk mag hervatten. Indien dat zo is, kan de gemiste tijd aan het eind van de zitting worden ingehaald. Indien de kandidaat het werk niet kan hervatten, overlegt de plaatselijk voorzitter met de algemeen examenleider. Wanneer het examen ongeldig wordt verklaard, wordt de kandidaat, indien mogelijk, op een ander moment in de gelegenheid gesteld het examen opnieuw afleggen.

  • 7. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College,

    • a. in het eerste tijdvak verhinderd is bij één of meer schriftelijke toetsen of examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het tweede of derde tijdvak de gemiste toetsen of examens alsnog af te leggen. Het uitstel wordt verleend voor niet meer vakken dan die nodig zijn voor een profiel, met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere schoolsoorten, slechts voor één schoolsoort uitstel kan krijgen.

    • b. in het eerste tijdvak verhinderd is bij een of meer mondelinge of praktische examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde of vierde tijdvak de gemiste examens alsnog af te leggen, met dezelfde beperkende voorwaarde als in lid a.

    • c. In één examenjaar wordt een kandidaat niet vaker dan één keer uitstel verleend naar een volgend tijdvak.

  • 8. Om in aanmerking te komen voor uitstel naar een ander tijdvak, meldt de kandidaat binnen acht dagen na zijn afwezigheid deze schriftelijk bij DUO, afdeling staatsexamens VO, Postbus 30158, 9700 LK Groningen. In de berichtgeving dient te worden vermeld:

    • a. Naam en adres van de kandidaat;

    • b. Datum van de gemiste proef en het desbetreffende vak;

    • c. De reden van de absentie/verhindering;

    • d. Bij ziekte of ongeval: naam, adres en telefoonnummer van de geconsulteerde arts.

    In geval van een andere dringende reden voor de absentie dan ziekte of ongeval, dient de kandidaat of dienen zijn wettelijke vertegenwoordigers bewijzen te leveren van de onmogelijkheid om deel te nemen aan het examen. Zonder deze bewijzen kan de afwezigheid als een onregelmatigheid worden beschouwd (zie artikel 7 van dit reglement).

  • 9. Wanneer de kandidaat in het staatsexamenjaar een examenvak niet afrondt, komen de reeds behaalde resultaten voor het betreffende vak te vervallen.

Artikel 9. Gang van zaken tijdens het examen

  • 1. Tenzij anders is bepaald, dient schriftelijk werk te worden gemaakt op papier van de staatsexamens. De kandidaat voorziet elk papier van zijn naam, examennummer en vermeldt, indien van toepassing, het type grafische rekenmachine.

  • 2. Voor het gebruik van hulpmiddelen en schrijfmaterialen: zie vakinformatie en Regeling toegestane hulpmiddelen op Examenblad.nl.

  • 3. Het examenwerk mag niet met potlood worden gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing op tekeningen.

  • 4. De kandidaat mag geen papier, andere hulpmiddelen of informatiedragers, tabellen en boeken dan voorgeschreven, apparatuur waaronder begrepen digitale hulpmiddelen, horloges en middelen met een telefoon- of camerafunctie, jassen en tassen meenemen in de examenzaal.

  • 5. De toezichthouders mogen materialen en hulpmiddelen tijdens de zitting controleren en algemene aanwijzingen geven.

  • 6. De kandidaat die iets wil vragen steekt een hand op en wacht op een reactie van de toezichthouder. Tijdens het examen mag de kandidaat alleen met toestemming van de toezichthouder de examenruimte verlaten.

  • 7. Na het verstrijken van de examentijd stopt het examen. Nadat al het examenwerk is ingenomen of de apparatuur is afgesloten bij digitale afnames, mag de kandidaat de examenruimte verlaten.

  • 8. Eenmaal ingeleverd werk mag niet worden gewijzigd of aangevuld.

  • 9. Examenwerk dat door de kandidaat buiten de examenruimte is gebracht, verliest zijn geldigheid.

  • 10. Alle opgaven en verstrekte papieren blijven tijdens de zitting in de examenruimte.

Artikel 10. Beoordeling mondeling of praktisch college-examen

  • 1. In de vakinformatie is aangegeven waarop de kandidaat tijdens het college-examen wordt beoordeeld en is de weging van de cijfers voor de verschillende onderdelen vastgelegd.

  • 2. Inhoudelijke toetsing van een werkstuk of boekenlijst gebeurt tijdens de afname van het mondeling of het praktisch gedeelte van het college-examen. In de vakinformatie is aangegeven welke invloed de beoordeling van het werkstuk, de bijbehorende presentatie en de beantwoording van daarover gestelde vragen heeft bij de bepaling van het cijfer voor het college-examen.

Artikel 11. Profielwerkstuk vwo/havo

Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn voor het betreffende profiel. Het profielwerkstuk heeft betrekking op ten minste één vak dat bij de uitslagbepaling is betrokken. Dit vak dient een studielast te hebben van minimaal 320 uur voor havo en minimaal 400 uur voor vwo. De beoordelingscriteria worden binnen de vakinformatie beschreven.

Artikel 12. Profielwerkstuk vmbo

Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel. Derhalve is het profielwerkstuk naar de inhoud een vakoverstijgend werkstuk, dat betrekking heeft op een thema uit het profiel waarbinnen de kandidaat het examen doet. De beoordelingscriteria worden binnen de vakinformatie omschreven.

Artikel 13. Rekentoets

De rekentoets is in 2020 geen onderdeel van de staatsexamens VO BES.

Artikel 14. Uitslag

  • 1. De uitslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld op grond van (voor zover van toepassing):

    • a. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte cijferlijsten;

    • b. één of meer door het College uitgereikte cijferlijsten;

    • c. één of meer cijferlijsten van scholen voor voortgezet onderwijs;

    • d. één of meer cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;

    • e. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte bewijzen van ontheffing;

    • f. één of meer door het College uitgereikte bewijzen van ontheffing.

    Vakken met een onvoldoende eindcijfer mogen bij de uitslag worden betrokken. De uitslagregeling geldt ook als de examens voor de bij de uitslag betrokken vakken in verschillende jaren zijn afgenomen.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde cijferlijsten en bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het kalenderjaar van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de cijferlijst of de ontheffing berust, nog geen 10 jaren zijn verstreken.

  • 3. Niet alle op de door de kandidaat ingeleverde documenten vermelde vakken hoeven bij de uitslagbepaling te worden betrokken. De overgebleven vakken dienen een staatsexamen te vormen.

  • 4. In dit jaar behaalde resultaten van vakken die bij de uitslagbepaling betrokken zijn, mogen niet worden vervangen door eerder voor deze vakken behaalde resultaten.

  • 5. De uitslag luidt ‘geslaagd’ of ‘afgewezen’.

Artikel 15a. Uitslagregeling vmbo tl en gl

  • 1. De kandidaat die staatsexamen theoretische of gemengde leerweg in het vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

    • a. hij:

      • 1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald; of

      • 2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of

      • 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; en

    • b. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in het derde of vierde lid, lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald;

    • c. hij, als het een staatsexamen gemengde of theoretische leerweg betreft, voor het profielwerkstuk of sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald, en

    • d. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is, tenzij bij de uitslag een in 2020 behaald eindcijfer van een vak is betrokken waarvan het centraal examen, als geregeld in het Rooster voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens voortgezet onderwijs in 2020, is komen te vervallen.

  • 2. Zodra de eindcijfers en indien mogelijk de uitslag zijn vastgesteld, maakt het College deze schriftelijk aan de kandidaat bekend. Indien de kandidaat is afgewezen voor het staatsexamen, wordt bij de bekendmaking mededeling gedaan van het in artikel 17 bepaalde. De in de eerste volzin bedoelde uitslag is de definitieve uitslag indien artikel 17, tweede lid, geen toepassing vindt.

Artikel 15b. Uitslagregeling havo / vwo

  • 1. De kandidaat die staatsexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

    • a. hij:

      • 1°. voor alle vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of

      • 2°. voor één van de vakken het eindcijfer 5 en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of

      • 3°. voor één van de vakken het eindcijfer 4 en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, of

      • 4°. voor twee van de vakken het eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken het eindcijfer 4 en voor één van de vakken het eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt,

    • b. hij voor de vakken Nederlandse taal (en literatuur), Engelse taal (en literatuur) en Wiskunde A, Wiskunde B dan wel Wiskunde C ten hoogste één maal het eindcijfer 5 en verder eindcijfer(s) 6 of hoger heeft behaald,

    • c. hij voor geen van de onderdelen genoemd in het derde lid een eindcijfer lager dan 4 heeft behaald, en

    • d. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is, tenzij bij de uitslag een in 2020 behaald eindcijfer van een vak is betrokken waarvan het centraal examen, als geregeld in het Rooster voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens voortgezet onderwijs in 2020, is komen te vervallen.

  • 2. Kandidaten die bij de uitslagbepaling cijfers voor de in het eerste lid onder b genoemde vakken willen laten meetellen die behaald zijn voor 2013, hoeven niet te voldoen aan de eis, verwoord in het eerste lid onder b. Deze overgangsbepaling geldt tot en met het examenjaar 2016.

  • 3. Bij de uitslagbepaling volgens het eerste lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van in ieder geval de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, genaamd het combinatiecijfer, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald:

    • a. maatschappijleer en het profielwerkstuk,

    Daaraan kan via inwisseling worden toegevoegd:

    • b. culturele kunstzinnige vorming,

    • c. literatuur,

    • d. klassieke culturele vorming,

    • e. algemene natuurwetenschappen,

    • f. godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.

  • 4. Het College bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het derde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende delen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt deze uitkomst indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

  • 5. De kandidaat die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, is afgewezen voor het staatsexamen.

  • 6. Zodra de uitslag ingevolge het eerste, derde en vierde lid, is vastgesteld, maakt het College voor Toetsen en Examens deze samen met de eindcijfers schriftelijk aan de kandidaat bekend. Indien de kandidaat is afgewezen voor het staatsexamen, wordt bij de bekendmaking mededeling gedaan van het in artikel 17 bepaalde. De uitslag is definitief indien artikel 17, tweede lid, geen toepassing vindt.

Artikel 16. Cum laude

  • 1. Op het diploma vwo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,

    • b. ten minste het eindcijfer 7 heeft behaald voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 2. Op het diploma havo van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de vakken in het gemeenschappelijk deel van het profiel, het combinatiecijfer en de vakken van het profieldeel, en

      • 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,

    • b. ten minste het eindcijfer 6 heeft behaald voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

  • 3. Op het diploma vmbo gl en tl van een kandidaat wordt ‘cum laude’ vermeld, indien hij

    • a. ten minste het gemiddelde eindcijfer 8,0 heeft behaald, berekend op basis van de eindcijfers voor:

      • 1°. de vakken Nederlandse taal, Engelse taal en maatschappijleer, en de vakken van het sectordeel, en

      • 2°. het vak uit het vrije deel waarvoor het hoogste eindcijfer is vastgesteld,

    • b. ten minste het eindcijfer 6 of ten minste de kwalificatie ‘voldoende’ heeft behaald voor het sectorwerkstuk of profielwerkstuk en voor alle vakken die meetellen bij de uitslagbepaling op grond van artikel 15, en

    • c. alle centrale examens heeft afgelegd binnen de periode van een jaar voorafgaand aan de diplomering.

Artikel 17. Herkansing

  • 1. Onverminderd artikel 6 van het Staatsexamenbesluit vo heeft de kandidaat die in het examenjaar2020 met toepassing van de artikelen 7 of 8 is afgewezen voor het staatsexamen, recht op herkansing in het derde tijdvak van dat examenjaar, mits hij daardoor alsnog kan slagen voor het staatsexamen in dit jaar.

  • 2. Herkansing houdt in dat de kandidaat voor maximaal twee door hem te kiezen vakken waarin hij in dat jaar door het College voor Toetsen en Examens is geëxamineerd, opnieuw deel mag nemen aan het college-examen of onderdelen daarvan.

  • 3. Indien de kandidaat nog niet is geslaagd na de herkansing, bedoeld in het tweede lid, wordt hem gelegenheid geboden om voor één vak, waarin hij dit jaar examen heeft gedaan, opnieuw aan het college-examen of onderdelen daarvan mondeling deel te nemen, mits hij daardoor alsnog kan slagen voor het staatsexamen in dit examenjaar.

  • 4. Indien de kandidaat nog niet is geslaagd na hernieuwde deelname aan het college-examen of onderdelen daarvan, als bedoeld in het derde lid, wordt hem gelegenheid geboden om voor één vak, waarin hij dit jaar examen heeft gedaan, opnieuw aan het college-examen of onderdelen daarvan mondeling deel te nemen, mits hij daardoor alsnog kan slagen voor het staatsexamen in dit kalenderjaar.

  • 5. De vmbo-kandidaat die voor het profielwerkstuk de kwalificatie 'niet afgerond' heeft gekregen maar bij een beoordeling 'voldoende' of 'goed' in hetzelfde examenjaar in aanmerking komt voor een diploma vmbo, krijgt in het derde of vierde tijdvak één keer de gelegenheid opnieuw een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren. Dit beperkt niet het recht van de kandidaat op herkansing voor een college-examen in een bepaald vak.

  • 6. Herkansing voor deelstaatsexamens is niet mogelijk.

Artikel 18. Rechtsverwerking herkansing

  • 1. De kandidaat die recht heeft op de in artikel 17, tweede lid, bedoelde herkansing, is alsnog afgewezen voor het staatsexamen indien hij niet binnen acht dagen na de in artikel 15a, zevende lid, of artikel 15b, vijfde lid, bedoelde bekendmaking het College voor Toetsen en Examens ervan in kennis stelt dat hij aan de herkansing wenst deel te nemen en daarbij schriftelijk opgeeft in welke onderdelen van welke vakken hij opnieuw wil deelnemen aan het college-examen. Het College voor Toetsen en Examens bevestigt zo spoedig mogelijk aan de kandidaat schriftelijk de ontvangst van deze kennisgeving.

  • 2. De kandidaat die recht heeft op de mogelijkheid tot hernieuwde deelname aan het college-examen of onderdelen daarvan, bedoeld in artikel 17, derde of vierde lid, is alsnog afgewezen voor het staatsexamen, indien hij niet binnen 8 dagen na mededeling dat hij gebruik kan maken van deze mogelijkheid, het College voor Toetsen en Examens ervan in kennis stelt dat hij daarvan gebruik wil maken en daarbij schriftelijk opgeeft in welke vak of welke onderdelen daarvan hij opnieuw wil deelnemen aan het college-examen. Het College voor Toetsen en Examens bevestigt zo spoedig mogelijk aan de kandidaat schriftelijk de ontvangst van deze kennisgeving.

Artikel 19. Uitreiking diploma en cijferlijst

  • 1. Aan een voor een staatsexamen vwo, havo of vmbo geslaagde kandidaat wordt een diploma uitgereikt. Op het diploma wordt het behaalde profiel / worden de behaalde profielen (vwo en havo) vermeld en bij het vmbo de behaalde sector / sectoren en de leerweg.

    Bij het diploma wordt voor vwo en havo per behaald profiel een cijferlijst uitgereikt; bij het diploma vmbo wordt één cijferlijst uitgereikt waarop de leerweg en alle behaalde profielen of sectoren staan beschreven.

    Op een cijferlijst wordt/worden vermeld, voor zover van toepassing:

    • a. het profiel waarin het examen is afgelegd (voor vwo en havo);

    • b. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • c. de vakken waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover zij bij de uitslag zijn betrokken;

    • d. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • e. het combinatiecijfer;

    • f. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;

    • g. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk of profielwerkstuk en de beoordeling daarvan;

    • h. de uitslag ‘geslaagd’.

    Vakken waarin de kandidaat wel examen heeft gedaan en die niet bij de uitslag zijn betrokken, kunnen op verzoek van de kandidaat weggelaten worden op de cijferlijst.

  • 2. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een staatsexamen vwo, havo of vmbo en daarvoor, ook na een eventuele herkansing, niet is geslaagd, wordt een cijferlijst uitgereikt met daarop vermeld, voor zover van toepassing:

    • a. het profiel waarin het examen is afgelegd (voor vwo en havo);

    • b. het profiel (de profielen) of de sector (de sectoren) en de leerweg (vmbo);

    • c. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • d. de cijfers voor het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • e. het combinatiecijfer (vwo en havo);

    • f. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;

    • g. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;

    • h. de uitslag ‘afgewezen’.

  • 3. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een deelstaatsexamen vwo, havo of vmbo, wordt een cijferlijst deelstaatsexamen uitgereikt met, zover van toepassing, daarop vermeld:

    • a. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;

    • b. de leerweg (vmbo);

    • c. de cijfers voor het college-examen en het eindcijfer per vak;

    • d. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk havo en vwo en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft;

    • e. het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk of profielwerkstuk vmbo en de beoordeling daarvan.

Artikel 20. Certificaat

Aan een kandidaat die een staatsexamen heeft gedaan en is afgewezen en aan een kandidaat die deelstaatsexamen heeft gedaan, wordt per examensoort één certificaat uitgereikt voor, indien van toepassing,

  • 1. het vak of de vakken waarvoor hij een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,

  • 2. voor het vwo en het havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk indien hij hiervoor het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,

  • 3. voor het vmbo het onderwerp van het sectorwerkstuk of profielwerkstuk, indien dit beoordeeld is met ‘goed’ of ‘voldoende’,

met dien verstande dat indien een examen in een vak dat op een certificaat voorkomt uit meerdere onderdelen bestaat, alle onderdelen in hetzelfde jaar dienen te zijn afgelegd.

Artikel 21. Ontheffingen/vrijstellingen

  • 1. Op basis van een diploma of getuigschrift, niet zijnde een diploma of certificaat vwo, havo, vmbo en mavo, kan een kandidaat een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken indienen.

  • 2. Een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken zoals bedoeld in lid 1, dient voor 1 januari van het kalenderjaar waarin men examen wil afleggen, te worden ingediend. Als het College positief beslist, wordt aan de kandidaat een ‘Bewijs van ontheffing’ uitgereikt.

  • 3. Vrijstelling van rechtswege op basis van certificaten en cijferlijsten vwo, havo, vmbo en mavo is geregeld in de vrijstellings- en overgangsregeling aanpassing profielen vwo-havo 2007.

  • 4. Een kandidaat die in het bezit is van een havodiploma, heeft op grond daarvan ontheffing voor de volgende vakken van het gemeenschappelijk deel van het vwo: maatschappijleer en algemene natuurwetenschappen. In dit geval worden deze vakken niet op de cijferlijst vermeld.

Artikel 22. Bewaren en inzien van schriftelijk examenwerk

Het schriftelijk examenwerk en de protocollen van de mondelinge examens worden gedurende ten minste zes maanden na afloop van het examen bewaard. Een kandidaat kan omtrent zijn werk gedurende genoemde periode van zes maanden inlichtingen inwinnen bij het College. Het College regelt voor de kandidaten de mogelijkheid hun schriftelijk examenwerk in te zien op een nader te bepalen datum in het derde tijdvak op Bonaire. De datum zal op de site van DUO worden gepubliceerd. Kandidaten die van deze mogelijkheid gebruik willen maken, moeten zich uiterlijk 14 dagen voor aanvang van het derde tijdvak per mail in Groningen (DUO) aanmelden.

Artikel 23. Geheimhouding

Iedereen die betrokken is bij de examinering en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan.

Artikel 24. Aansprakelijkheid

Examenfunctionarissen, aangesteld door het ministerie van OCW of benoemd door het College, zijn nimmer aansprakelijk voor schade en/of letsel van de kandidaat en derden veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.

De kandidaat vrijwaart de examenfunctionarissen tegen aanspraken van derden ter zake van schade en/of letsel veroorzaakt tijdens een examenonderdeel van het staatsexamen, behalve als er sprake is van grove schuld of nalatigheid.

Artikel 25. Klachten en bezwaar

  • Een klacht kan digitaal (klachten@duo.nl) of schriftelijk (DUO staatsexamens vo, Antwoordnummer 392, 9700 LK Groningen) worden ingediend, onder vermelding van naam- en adresgegevens en het telefoonnummer van de kandidaat.

  • Als de kandidaat het niet eens bent met een besluit waarbij hij persoonlijk in zijn belang wordt getroffen dan kan hij een bezwaarschrift indienen.Hij moet altijd digitaal of schriftelijk bezwaar maken (een bezwaarschrift indienen). Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Bij elk besluit is vermeld of hij bezwaar kan maken, bij wie hij dat kunt doen en binnen welke termijn.

Artikel 26. Gevallen onvoorzien

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist, namens het College, de manager staatsexamens VO.

BIJLAGE 1 EINDEXAMEN VWO

Algemene informatie

Het vwo kent vier profielen:

  • Natuur en techniek

  • Natuur en gezondheid

  • Economie en maatschappij

  • Cultuur en maatschappij

Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.

Examenvakken (met studielasturen):

Het gemeenschappelijk deel vwo van elk profiel bestaat uit:

• Nederlandse taal en literatuur

480

• Engelse taal en literatuur

400

• (atheneum) Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur of Chinese taal en cultuur

480

• (gymnasium) Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur5

600

• maatschappijleer

120

Profieldelen:

Profiel natuur en techniek

• wiskunde B

600

• natuurkunde

480

• scheikunde

440

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

440

 

– informatica

440

 

– biologie

480

 

– wiskunde D

440

Profiel natuur en gezondheid

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

520

• scheikunde

440

• biologie

480

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

440

 

– aardrijkskunde

440

 

– natuurkunde

480

Profiel economie en maatschappij

• economie

480

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

520

• geschiedenis

440

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– management en organisatie

440

 

– aardrijkskunde

440

 

– maatschappijwetenschappen

440

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur, Chinese taal en cultuur

480

Profiel cultuur en maatschappij

• wiskunde C (mag vervangen worden door wiskunde A of wiskunde B)

480

• geschiedenis

480

• één van de volgende culturele profielkeuzevakken:

 
 

– kunst (beeldende vormgeving), kunst (muziek), kunst (drama), kunst (dans), muziek, tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving

480

 

– filosofie

480

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur, Chinese taal en cultuur

480

 

– Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur6

600

• één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:

 
 

– aardrijkskunde

440

 

– maatschappijwetenschappen

440

 

– economie

480

Het vrije deel vwo van elk profiel bestaat uit tenminste één vak met een minimale studielast van 440 uur.

Een kandidaat kan kiezen uit:

de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij

 

– van de vakken wiskunde A, wiskunde B en wiskunde C slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien ook wiskunde B deel uitmaakt van het profiel;

 

– kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek;

 

– van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel;

Spaanse taal en literatuur (elementair)

480

 

Russische taal en literatuur (elementair)

480

 

Italiaanse taal en literatuur (elementair)

480

 

Arabische taal en literatuur (elementair)

480

 

Turkse taal en literatuur (elementair)

480

 

Chinese taal en cultuur (elementair),

480

 

voor zover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel;

 

kunst (algemeen)

200

algemene natuurwetenschappen

120

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.

Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen vwo aangeboden:

  • Kunst (beeldende vormgeving)

  • Kunst (muziek)

  • Kunst (drama)

  • Kunst (dans)

  • Textiele vormgeving

BIJLAGE 2 EINDEXAMEN HAVO

Algemene informatie

Het havo kent vier profielen:

  • Natuur en techniek

  • Natuur en gezondheid

  • Economie en maatschappij

  • Cultuur en maatschappij

Elke kandidaat die een diploma wil behalen, moet één of meer van deze profielen kiezen.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk in te leveren en te presenteren voor het verwerven van een diploma.

Examenvakken (met studielasturen):

Het gemeenschappelijk deel havo van elk profiel bestaat uit:

• Nederlandse taal en literatuur

400

• Engelse taal en literatuur

360

• maatschappijleer

120

Profieldelen:

Profiel natuur en techniek

• wiskunde B

360

• natuurkunde

400

• scheikunde

320

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

320

 

– informatica

320

 

– biologie

400

 

– wiskunde D

320

Profiel natuur en gezondheid

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B

320

• scheikunde

320

• biologie

400

• één van de volgende profielkeuzevakken:

 
 

– natuur, leven en technologie

320

 

– aardrijkskunde

320

 

– natuurkunde

400

Profiel economie en maatschappij

• economie

400

• wiskunde A (mag vervangen worden door wiskunde B)

320

• geschiedenis

320

• één van de volgende profielkeuzevakken

 
 

– management en organisatie

320

 

– aardrijkskunde

320

 

– maatschappijwetenschappen

320

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

400

Profiel cultuur en maatschappij

• geschiedenis

320

• Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, of Friese taal en cultuur

400

• één van de volgende culturele profielkeuzevakken:

 
 

– kunst (beeldende vormgeving), kunst (muziek), kunst (drama), kunst (dans), muziek, tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving

320

 

– filosofie

320

 

– Franse taal en literatuur, Duitse taal en literatuur, Spaanse taal en literatuur, Russische taal en literatuur, Italiaanse taal en literatuur, Arabische taal en literatuur, Turkse taal en literatuur, Friese taal en cultuur

400

• één van de volgende maatschappelijke profielkeuzevakken:

 
 

– aardrijkskunde

320

 

– maatschappijwetenschappen

320

 

– economie

400

Het vrije deel havo van elk profiel bestaat uit tenminste één vak met een minimale studielast van 320 uur.

Een kandidaat kan kiezen uit:

de vakken die zijn vermeld bij de profieldelen en die nog niet als examenvak zijn opgenomen in het gekozen profiel, waarbij

 

– van de vakken wiskunde A en wiskunde B er slechts één deel kan uitmaken van het profiel en wiskunde D uitsluitend kan worden gekozen indien wiskunde B deel uitmaakt van het profiel,

 

– kunst (beeldende vormgeving) niet gekozen kan worden in combinatie met tekenen, handvaardigheid of textiele vormgeving en kunst (muziek) niet gekozen kan worden in combinatie met muziek, van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving er slechts één deel kan uitmaken van het profiel

Spaanse taal en literatuur (elementair)

320

 

Russische taal en literatuur (elementair)

320

 

Italiaanse taal en literatuur (elementair)

320

 

Arabische taal en literatuur (elementair)

320

 

Turkse taal en literatuur (elementair),

320

 

voor zover de betreffende taal geen deel uitmaakt van het profiel.

 

algemene natuurwetenschappen

120

kunst (algemeen)

120

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.

Voor de volgende kunstzinnige vakken wordt geen staatsexamen havo aangeboden:

  • Kunst (beeldende vormgeving)

  • Kunst (muziek)

  • Kunst (drama)

  • Kunst (dans)

  • Textiele vormgeving

BIJLAGE 3 EINDEXAMEN VMBO TL

  • 1. Het gemeenschappelijk deel

    Onafhankelijk van het profiel zijn de volgende gemeenschappelijke vakken verplicht:

    • Nederlandse taal

    • Engelse taal

    • maatschappijleer

  • 2. Het profiel- of sectordeel

    Er kan gekozen worden uit vier verschillende sectoren, elk met verschillende verplichte vakken

    • a. profiel/sector Techniek

      • wiskunde

      • natuur- en scheikunde 1

    • b. profiel/sector Zorg en welzijn

      • biologie

      • één van de vakken: wiskunde, maatschappijkunde (voorheen maatschappijleer 2), geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde

    • c. profiel/sector Economie

      • economie

      • één van de vakken: Franse taal, Duitse taal, wiskunde

    • d. profiel/sector Landbouw

      • wiskunde

      • één van de vakken: biologie, natuur- en scheikunde 1

  • 3. Het vrije deel

    Twee algemene vakken, te kiezen uit (voor zover deze vakken geen onderdeel zijn van het profieldeel):

    • talen: Fries, Frans, Duits, Spaans, Turks, Arabisch7;

    • maatschappijvakken: economie, aardrijkskunde, geschiedenis en staatsinrichting, maatschappijkunde (voorheen maatschappijleer 2);

    • exacte vakken: wiskunde, natuur- en scheikunde 1, natuur- en scheikunde 2, biologie;

    • beeldende vakken 2: handenarbeid, tekenen, textiele werkvormen8;

    • muziek.

Profielwerkstuk

Elke examenkandidaat dient een profielwerkstuk te maken, in te leveren en te presenteren.

Opmerking:

Voor de examenprogramma's wordt verwezen naar de vakinformatie.

TOELICHTING

Algemeen

Met deze wijziging worden de gevolgen geregeld voor het eindexamenreglement staatsexamen vo 2020 en het eindexamenreglement staatsexamens vo 2020 BES, van het Besluit staatsexamens voortgezet onderwijs 2020. Dat besluit werd eerder aangekondigd in de Kamerbrief van 24 maart 2020, waarin aangekondigd is dat het centraal examen voor het schooljaar 2019-2020 komt te vervallen en examenkandidaten op basis van hun schoolexamens een volwaardig diploma met recht op doorstroom naar het vervolgonderwijs kunnen behalen.

Deze unieke situatie is ontstaan doordat het coronavirus COVID-19 zowel de voorbereiding op het centraal examen door de kandidaten, als de organisatie van het centraal examen door de scholen, heeft doorkruist. Het staatsexamen bestaat normaal gesproken uit een college-examen en een centraal examen. Het schrappen van de centrale examens betekent weliswaar een afwijking van de bestaande regels, maar vindt wel plaats op een wijze die de inspanningen van kandidaten op het behalen en afgeven van een volwaardig diploma zo veel mogelijk recht doet. Een soortgelijke regeling wordt getroffen voor het eindexamen. Ook de examenregels voor Caribisch Nederland zijn aangepast.

Artikelsgewijs

De belangrijkste wijzigingen in de eindexamenreglementen vo en vo BES 2020, zijn die met betrekking tot de toepassing van de ‘5,5-regel’ die voor dit jaar is komen te vervallen, en de regeling voor de herkansingen.

Artikelen 15a en 15b, Uitslagregeling vmbo en havo/vwo

In deze artikelen is geregeld wanneer kandidaten zijn geslaagd voor het staatsexamen in een van de leerwegen in het vmbo, respectievelijk voor vwo en havo. Normaliter moet het rekenkundig gemiddelde van de bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 zijn. In het examenjaar 2020 vervalt deze eis, omdat de centrale examens niet plaatsvinden. Ook hoeft de rekentoets niet te zijn afgelegd. De wijze waarop aan de hand van de eindcijfers wordt vastgesteld of een kandidaat al dan niet is geslaagd verandert verder niet.

Als een kandidaat dit jaar geen enkel college-examen heeft afgelegd waarvan het resultaat bij de uitslagbepaling is betrokken, geldt de 5,5-regel wel. Deze uitzondering is opgenomen om te voorkomen dat kandidaten die het afgelopen jaar zijn gezakt op de 5,5-regel dit jaar zouden kunnen slagen zonder daarvoor enig examen te maken. Ook voor kandidaten die in 2020 alleen deelnemen aan college-examens in vakken die geen centraal examen kennen blijft de 5,5-regel van kracht.

Artikel 17 Herkansing

In examenjaar 2020 kunnen staatsexamenkandidaten die niet zijn geslaagd twee college-examens herkansen in het derde tijdvak. Het aantal herkansingen is daarmee uitgebreid ten opzichte van de reguliere herkansingsregeling van het staatsexamen. Staatsexamenkandidaten kunnen alle onderdelen van de college-examens van maximaal twee vakken herkansen in het derde tijdvak. Herkanst kan worden in de vakken waarin examen is gedaan in het examenjaar 2020. Daarbij hebben kandidaten de volgende mogelijkheden:

  • herkansing van twee mondelinge en/of twee schriftelijke onderdelen (van maximaal twee vakken), of

  • herkansing van één mondeling, één schriftelijk en/of één praktisch onderdeel (van maximaal twee vakken).

Alleen kandidaten die zijn afgewezen en door middel van herkansing alsnog het diploma in dit examenjaar kunnen halen, hebben de mogelijkheid tot herkansing. Dat betekent dat het net als andere jaren niet mogelijk is om de college-examens te herkansen voor kandidaten die dit examenjaar niet opgaan voor het volledige diploma, of die via herkansing geen mogelijkheid meer hebben om alsnog te slagen. De herkansingen worden afgenomen in het voor dit examenjaar geplande derde tijdvak, dat plaatsvindt van 17 t/m 29 augustus 2020. Is de kandidaat na het doen van herkansing nog niet geslaagd, dan kan hij op een later moment, dat door het College wordt vastgesteld, voor één vak nogmaals deelnemen aan het college-examen, of onderdelen daarvan. Het mag gaan om een vak dat hij al heeft herkanst. Mocht dat ook niet leiden tot een diploma, dan heeft hij nog één laatste kans voor 31 december 2020.

Een kandidaat die in 2020 een staatsexamen heeft afgelegd en daarvoor niet geslaagd is, mag een herkansing doen, bestaande uit enkele of alle onderdelen van de college-examens van maximaal twee vakken waarin hij in 2020 staatsexamen heeft gedaan, mits hij daardoor kan slagen. Is de kandidaat na het doen van deze herkansing niet geslaagd, dan mag hij van één vak waarin hij in 2020 staatsexamen heeft gedaan, het mondelinge deel van het college-examen herkansen, mits hij daardoor kan slagen. Is de kandidaat na deze tweede herkansingsronde niet geslaagd, dan mag hij van één vak waarin hij in 2020 staatsexamen heeft gedaan, het mondelinge deel van het college-examen herkansen, mits hij daardoor kan slagen.

Bij de uitreiking van de cijferlijst na vaststelling van de uitslag wordt aan de kandidaat die voor een herkansing in aanmerking komt, een herkansingsformulier uitgereikt. De kandidaat kan, binnen de daarvoor gestelde termijn, aangeven of hij aan de herkansing wenst deel te nemen en voor welk(e) vak(ken). De gestelde termijn staat ook vermeld op het herkansingsformulier.

Het College voor Toetsen en Examens, de voorzitter, P.J.J. Hendrikse


X Noot
1

Als een kandidaat een volledig pakket doet met Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur, is het vak Klassieke Culturele Vorming (160 uur) verplicht. Hiermee wordt tevens voldaan aan de eisen die gesteld worden voor het behalen van een gymnasiumdiploma.

X Noot
2

Als een kandidaat een volledig pakket doet met Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur, is het vak Klassieke Culturele Vorming (160 uur) verplicht. Hiermee wordt tevens voldaan aan de eisen die gesteld worden voor het behalen van een gymnasiumdiploma.

X Noot
3

Het profieldeel en het vrije deel moeten tezamen tenminste twee vakken omvatten die geen moderne vreemde taal zijn.

X Noot
4

Van de vakken handenarbeid, tekenen en textiele werkvormen kan er slechts één bij de uitslagbepaling betrokken worden.

X Noot
5

Als een kandidaat een volledig pakket doet met Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur, is het vak Klassieke Culturele Vorming (160 uur) verplicht. Hiermee wordt tevens voldaan aan de eisen die gesteld worden voor het behalen van een gymnasiumdiploma.

X Noot
6

Als een kandidaat een volledig pakket doet met Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur, is het vak Klassieke Culturele Vorming (160 uur) verplicht. Hiermee wordt tevens voldaan aan de eisen die gesteld worden voor het behalen van een gymnasiumdiploma.

X Noot
7

Het profieldeel en het vrije deel moeten tezamen tenminste twee vakken omvatten die geen moderne vreemde taal zijn.

X Noot
8

Van de vakken handenarbeid, tekenen en textiele werkvormen kan er slechts één bij de uitslagbepaling betrokken worden.