Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2020, 36799Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 2 juli 2020, nr. VO/24955301, houdende wijziging van de Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s 2020–2021 in verband met het aanpassen van een aantal subsidieplafonds voor het voortgezet onderwijs en overige educatie

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluiten:

ARTIKEL I. WIJZIGING SUBSIDIEREGELING INHAAL- EN ONDERSTEUNINGSPROGRAMMA’S 2020–2021

Artikel 5 van de Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s 2020–2021 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 32.500.000,–’ vervangen door ‘43.204.500,00’.

2. In het eerste lid, onderdeel e, wordt ‘€ 900.000,–’ vervangen door ‘1.367.100,00’.

3. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘€ 32.500.000,–’ vervangen door ‘21.795.500,00’.

4. In het tweede lid, onderdeel e, wordt ‘€ 900.000,–’ vervangen door ‘432.900,00’.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 2 juni 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

TOELICHTING

Wijziging verdeling totale subsidieplafond voorgezet onderwijs over het eerste en tweede tijdvak

VO-scholen konden op grond van artikel 4 van de Regeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020 in het eerste tijdvak van de regeling (2 juni tot en met 21 juni) aanvragen indienen voor subsidie voor dergelijke programma’s. Ruim 350 VO-scholen hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De meeste van deze aanvragers beogen in of (kort) na de zomervakantie te beginnen met een inhaal- en ondersteuningsprogramma. Het totaal in het eerste tijdvak aangevraagde subsidiebedrag overschrijdt het voor het eerste tijdvak in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de regeling vastgestelde subsidieplafond.

Het is waarschijnlijk dat veel scholen ervoor gekozen hebben om reeds in het eerste tijdvak subsidie aan te vragen en niet te wachten tot het tweede tijdvak, dat loopt van 18 augustus tot en met 18 september. Zo zouden zij leerlingen die dit nodig zouden hebben al voor de zomervakantie perspectief kunnen bieden op de mogelijkheid om in of na de zomervakantie een inhaal- en ondersteuningsprogramma te volgen. Dit heeft er evenwel toe geleid dat het subsidieplafond voor het eerste tijdvak (fors) is overschreden. Het is aannemelijk dat de wens om leerlingen zo snel mogelijk perspectief en helderheid te bieden over de mogelijkheid een inhaal- en ondersteuningsprogramma te volgen impliceert dat de aanvragen niet gelijkelijk (50%/50%) over de twee tijdvakken worden ingediend (wat zou passen in de 50%/50%-verdeling van het totale budget over de eerste twee tijdvakken op grond van artikel 5), maar dat naar verwachting het merendeel van de aanvragen al in het eerste tijdvak is ingediend.

Om alle aanvragers die in het eerste tijdvak een aanvraag hebben ingediend in de gelegenheid te stellen de beoogde inhaal- en ondersteuningsprogramma te organiseren en geen aanvragen uit het eerste tijdvak te moeten afwijzen, is daarom besloten de verdeling het totale subsidieplafond anders over de twee tijdvakken te verdelen. Het met deze wijzigingsregeling gewijzigd vastgestelde subsidieplafond voor het eerste tijdvak is exact toereikend om alle aanvragen in het eerste tijdvak te honoreren. Het opnieuw vastgestelde subsidieplafond voor het tweede tijdvak is wat er na aftrek van het subsidieplafond uit het eerste tijdvak nog beschikbaar is uit het (niet gewijzigde) totale budget van deze regeling voor de sector voortgezet onderwijs. Op deze manier kunnen alle leerlingen die aanvragers middels het organiseren van een inhaal- en ondersteuningsprogramma perspectief wilden bieden op het kunnen inhalen van achterstanden vanwege de schoolsluiting door de coronamaatregelen in 2020, daadwerkelijk zo’n programma volgen. Ook voor het tweede tijdvak is nog een substantieel budget beschikbaar voor nieuwe aanvragen, die na de vaststellingdatum van de subsidies voor het tweede tijdvak (16 oktober 2020) verzorgd worden.

Wijziging verdeling totale subsidieplafond overige educatie over het eerste en tweede tijdvak

Ook voor de overige educatie is in het eerste tijdvak meer subsidie aangevraagd dan dat er op grond van het subsidieplafond voor het eerste tijdvak voor overige educatie beschikbaar was (artikel 5, eerste lid, onder e). Om dezelfde reden als hierboven voor de sector voortgezet onderwijs wordt daarom met deze wijzigingsregeling ook de verdeling van het totale subsidieplafond voor overige educatie anders verdeeld over het eerste en tweede tijdvak, zodat alle aanvragen die in het eerste tijdvak zijn ingediend kunnen worden gehonoreerd, zodat deelnemers zo snel mogelijk perspectief geboden kan worden.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob