Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatscourant 2020, 36646Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2020, nr. WJZ/ 20044214, tot wijziging van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2020 in verband met de wijziging en openstelling van de subsidiemodule Beleidsexperiment menselijk kapitaal

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 4, 5 eerste lid, 16, 17, derde en vierde lid, 23 en 25 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.21.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De begripsbepaling van ‘gedragswetenschappelijke inzichten’ vervalt.

2. Het begrip ‘technische sectoren’ wordt vervangen door ‘technische en ICT sectoren’.

3. In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

leercultuur:

cultuur waarbij leren gedurende het werkende leven een vanzelfsprekendheid is en er continue aandacht bestaat voor het op peil houden van kennis en vaardigheden;

visserijactiviteit:

het zoeken naar vis, het te water laten, uitzetten, slepen en ophalen van vistuig, het aan boord halen van de vangst, het overladen, het aan boord houden, het verwerken aan boord, het overbrengen, het kooien, vetmesten en aanlanden van vis en visserijproducten;

visserijonderneming:

onderneming die zich bezighoudt met visserijactiviteiten;

visserijactiviteit:

het zoeken naar vis, het te water laten, uitzetten, slepen en ophalen van vistuig, het aan boord halen van de vangst, het overladen, het aan boord houden, het verwerken aan boord, het overbrengen, het kooien, vetmesten en aanlanden van vis en visserijproducten;

visserijonderneming:

onderneming die zich bezighoudt met visserijactiviteiten;

visserijonderneming:

onderneming die zich bezighoudt met visserijactiviteiten;

B

Artikel 3.21.2 komt te luiden:

Artikel 3.21.2. Subsidieverstrekking

  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor een project dat tot doel heeft belemmeringen weg te nemen bij MKB-ondernemers om te investeren in scholing en ontwikkeling van hun personeel, zodat de leercultuur in hun onderneming wordt versterkt.

  • 2. Subsidie wordt verleend aan een MKB-ondernemer of een deelnemer in een samenwerkingsverband bestaande uit ondernemers, kennisinstellingen, brancheorganisaties of andere organisaties, waarbij ten minste 65% van het totaal aan deelnemers aan het samenwerkingsverband MKB-ondernemer is.

  • 3. Subsidie wordt niet verleend aan een landbouwonderneming of een visserijonderneming.

C

In artikel 3.21.5 wordt ‘één jaar’ vervangen door ‘twee jaar’.

D

In artikel 3.21.6, onderdeel d, wordt na ‘genoemd in artikel 3.21.2’ toegevoegd ‘, eerste lid’.

E

Artikel 3.21.7 vervalt.

F

Artikel 3.21.8, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt na ‘genoemd in artikel 3.21.2’ toegevoegd ‘, eerste lid’.

2. In onderdeel b vervalt ‘of origineler is’.

3. In onderdeel c wordt na ‘het project vernieuwender’ ingevoegd ‘of origineler’.

4. Onderdeel d, komt te luiden:

  • d. de verwachte projectresultaten een grotere bijdrage leveren aan:

    • 1°. het oplossen van belemmeringen die leiden tot meer en beter inzetbaar personeel in technische en ICT sectoren;

    • 2°. menselijk kapitaal met betrekking tot digitalisering;

    • 3°. menselijk kapitaal met betrekking tot de klimaat- en energietransitie; of

    • 4°. het versterken van de leercultuur bij een kleine onderneming;

ARTIKEL II

De tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2020 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de rij van titel 3.9, Innovatiekredieten, artikel 3.9.2, Technische ontwikkelingsprojecten, wordt in kolom 6 ‘€ 30.000.000’ vervangen door ‘€ 40.000.000’.

B

Boven de bovenste rij met betrekking tot titel 3.23 een wordt rij ingevoegd, luidende:

Titel 3.21 Beleidsexperiment menselijk kapitaal

3.21.2

   

20-10-2020 t/m 15-12-2020

€ 10.000.000, waarvan ten minste € 2.700.00 voor aanvragen gedaan die gedaan zijn door een kleine onderneming of een samenwerkingsverband waarvan minstens een van de deelnemers een kleine onderneming is

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 28 juni 2020

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

TOELICHTING

Algemeen deel

1. Inleiding

Verhoging van de huidige en toekomstige arbeidsproductiviteit is belangrijk voor de Nederlandse economie. Eén van de manieren om een stijging van de productiviteit te realiseren is via investeringen in menselijk kapitaal.1 De huidige corona-crisis betekent een extra uitdaging waarbij investeren in menselijk kapitaal dringend noodzakelijk blijft. Bedrijven en werknemers zullen zich moeten aanpassen aan een nieuwe economische realiteit en goed voorbereid moeten zijn op de veranderingen die hen te wachten staan.

De subsidiemodule beleidsexperiment menselijk kapitaal (hierna: MKB!dee) heeft als doel oplossingen te bieden voor belemmeringen die mkb-ondernemers ervan weerhouden (meer) te investeren in menselijk kapitaal. Op deze manier wordt bijgedragen aan verhoging van de arbeidsproductiviteit en de duurzame inzetbaarheid van werkenden.

De doelgroep voor de subsidieregeling MKB!dee is voor de openstelling in 2020 verbreed. Elk idee om de leercultuur in het mkb te versterken is in principe subsidiabel. Er is extra aandacht voor MKB-bedrijven tot 50 werknemers die veelal door te weinig tijd, geld of capaciteit moeite hebben met het creëren van een goede leercultuur.2 Voor deze bedrijven is € 2,7 miljoen gereserveerd. Projecten die relevant zijn voor technische en ICT-sectoren, voor de klimaat- en energietransitie en voor de digitaliseringstransitie kunnen bij de beoordeling punten verdienen. Hiervoor zijn de rangschikkingscriteria aangepast.

Daarnaast wordt voorzien in de ophoging van het subsidieplafond van de subsidiemodule Innovatiekredieten, die is opgenomen in titel 3.9 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.

2. Inhoudelijke wijzigingen

2.1. Subsidieverstrekking

De subsidiemodule is verbreed door een aanpassing van artikel 3.21.2. De formulering van het artikel is vereenvoudigd, en het versterken van de leercultuur is expliciet opgenomen.

Met de herformulering is beoogd duidelijker te maken dat het moet gaan om knelpunten en oplossingen die liggen binnen het deelnemend mkb-bedrijf zelf, of, in het geval van een samenwerkingsverband, de deelnemende mkb-bedrijven. Het is een vereiste dat de leercultuur in de eigen onderneming wordt versterkt. Hieronder nog enkele voorbeelden van wat met de herformulering van art. 3.21.2 wordt beoogd.

Het project mag geen betrekking hebben op knelpunten en oplossingen die buiten de eigen onderneming liggen. Neem een idee dat als oogmerk heeft om via publiek-private samenwerking het onderwijsaanbod beter aan te laten sluiten bij de behoeften van een bedrijf. In dat geval word er een knelpunt bij een onderwijsinstelling aangepakt, en niet bij een bedrijf zelf. Er is geen effect op de leercultuur van de eigen onderneming.

Ook als het zou gaan om bijvoorbeeld het ontwikkelen van onderwijsmiddelen voor andere bedrijven, zonder dat er een knelpunt in de eigen onderneming wordt opgelost, komt het project niet voor subsidie in aanmerking. Het is wel toegestaan dat derden worden ingeschakeld om de oplossingen voor de eigen onderneming te helpen realiseren.

In de regeling wordt geëist dat 65% van de deelnemers in een samenwerkingsproject een mkb bedrijf is (artikel 3.21.2, tweede lid). Dit moeten de mkb-bedrijven zijn waar belemmeringen worden aangepakt. Een mkb-bedrijft dat bijvoorbeeld onderwijsmiddelen levert, maar waarbij geen knelpunt wordt opgelost, telt niet mee voor de 65%, maar mag wel deelnemen in het project.

Van de relatief kleinschalige projecten kan niet worden verwacht dat grotere maatschappelijke problemen zoals een tekort aan technisch personeel of een tekort aan docenten kunnen worden opgelost. Deze grote maatschappelijke problemen zijn geen belemmeringen als bedoeld in MKB!dee. Wat wel binnen de subsidiemodule valt zijn ideeën over hoe een onderneming met die grotere problemen om wil gaan, bijvoorbeeld door zelf docenten op te leiden voor het eigen personeel. Als een onderneming belemmeringen ondervindt bij het zelf opleiden van docenten, bijvoorbeeld door een gebrek aan kennis, wordt dat wel gezien als belemmering voor de onderneming.

Uit het duidelijker geformuleerde vereiste om in de eigen mkb-onderneming belemmeringen weg te nemen en de leercultuur te versterken volgt ook dat de subsidie niet is bedoeld om rechtstreeks te besteden aan scholing- en ontwikkeling, of aan wervingscampagnes.

De categorieën waarbinnen een project in de vorige tenders moest vallen zijn niet meer opgenomen (Technische en ICT Sectoren, Klimaat- en energietransitie, Digitalisering). Deze aspecten komen nu terug bij de rangschikkingscriteria.

2.2 Leercultuur voor het kleine mkb tot 50 werknemers

Werknemers in het midden- en kleinbedrijf nemen minder deel aan scholing dan werknemers in grotere organisaties.3 Daarvoor worden verschillende redenen aangegeven. Zo houden werkgevers in het midden- en kleinbedrijf zich minder bezig met de betekenis van de ontwikkelingen in hun sector voor de (toekomstige) competenties van hun werknemers. Daarnaast hebben zij vaak geen hr-adviseur in dienst en hebben zij minder kennis van het scholingsaanbod dan grotere bedrijven.

Het kabinet biedt sinds dit jaar aan het gehele mkb ondersteuning bij het creëren van een leerrijke werkomgeving middels de SLIM-regeling4. Om de kleine ondernemingen extra te ondersteunen, stelt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor deze tender MKB!dee € 2,7 miljoen budget beschikbaar.5 Dit bedrag is gereserveerd voor aanvragen die gedaan zijn door een kleine onderneming tot 50 werknemers of een samenwerkingsverband waarvan minstens een van de deelnemers een kleine onderneming is. Op deze manier wil het kabinet het kleine mkb tot 50 medewerkers uitdagen om te komen met innovatieve oplossingen voor de belemmeringen die specifiek zij ervaren bij het creëren of versterken van een leercultuur.6 De overheid verwacht zo verdere inzichten te krijgen in werkzame interventies of methodieken specifiek voor kleine ondernemingen.

Kleine mkb-ondernemingen kunnen alleen of in samenwerkingsverband een aanvraag indienen. Zo kunnen bijvoorbeeld ook grotere bedrijven meedenken en helpen bij het bedenken en uitvoeren van oplossingen voor het kleine mkb. Om gebruik te kunnen maken van het gereserveerde budget is het verplicht dat minimaal één kleine onderneming deelneemt in het samenwerkingsverband (artikel II, onderdeel B). In de rangschikking wordt rekening gehouden met de mate waarin de oplossingen toepasbaar zijn in andere kleine ondernemingen (artikel 3.21.8, eerste lid, onderdeel d, onder 4°).

De relatie SLIM-regeling tot het MKB!dee

De SLIM-regeling7 en MKB!dee dragen beide bij aan het stimuleren van leren en ontwikkelen in het MKB. MKB!dee is een experimentele regeling die MKB-ondernemers uitdaagt om te komen met (innovatieve) oplossingen voor belemmeringen, die hen verhinderen te investeren in scholing en ontwikkeling van werkenden. De SLIM-regeling biedt juist een structurele ondersteuning om een leerrijke werkomgeving te creëren waarin het up-to-date houden van vakkennis en vaardigheden vanzelfsprekend is. De SLIM-regeling en het MKB!dee versterken elkaar ook: zo kunnen projecten die zijn gestart vanuit het MKB!dee verder worden gebracht en opgeschaald met behulp van de SLIM-regeling.

2.3 Rangschikking

In de rangschikkingscriteria is het toepassen van relevante gedragswetenschappelijke inzichten als criterium komen te vervallen (artikel 3.21.8, eerste lid, onderdeel d). Uiteraard is het wel zo dat de regeling het doel heeft gedrag binnen de onderneming te veranderen met positief effect op de leercultuur. Dit aspect wordt meegenomen bij het rangschikkingscriterium: bijdrage aan het doel van de regeling (artikel 3.21.8, eerste lid, onderdeel a).

In 2019 gold de regeling uitsluitend voor de projecten met betrekking tot technische sectoren, energie en klimaat en digitalisering. Deze beperking is komen te vervallen in artikel 3.21.2. In plaats daarvan is in het artikel met rangschikkingscriteria opgenomen dat een project hoger wordt gerangschikt indien: de verwachte projectresultaten een grotere bijdrage leveren aan:

  • 1°. het oplossen van die leiden tot meer en beter inzetbaar personeel in technische sectoren;

  • 2°. menselijk kapitaal met betrekking tot digitalisering;

  • 3°. menselijk kapitaal met betrekking tot de klimaat- en energietransitie; of

  • 4°. het versterken van de leercultuur bij een kleine onderneming. De verschillende aspecten van dit criterium worden hierna toegelicht.

Technische en ICT-sectoren

Het tekort aan voldoende goed opgeleide technici en ICT’ers is een algemeen knelpunt voor mkb-ondernemers. MKB!dee beoogt via dit onderdeel van het rangschikkingscriterium projecten te vinden die eraan bijdragen dat technische MKB-ondernemers meer kunnen investeren in scholing en ontwikkeling van werkenden om zo bij te dragen aan meer en beter inzetbaar technisch opgeleid personeel.

Digitaliseringstransitie

Het is belangrijk om het arbeidspotentieel te versterken, met het oog op de snelle technologische ontwikkelingen, globalisering en maatschappelijke uitdagingen zoals de digitaliseringstransitie. Vanwege de corona-crisis is het belang van de digitaliseringstransitie verder toegenomen omdat meer online alternatieven ontwikkeld worden voor wat voorheen vooral offline diensten en producten waren.

Denk bijvoorbeeld aan het voorbereiden van het personeel op het gebruik van online sales en marketing, het gebruik van (big)data, de toepassing van artificial intelligence, en het omgaan met digitale veiligheid. Dit zijn vooral andere aspecten van digitalisering dan uitsluitend opleiding en ontwikkeling van gespecialiseerd ICT-personeel. Dit onderdeel van het rangschikkingscriterium is relevant voor scholing en opleiding van alle personeel in alle sectoren, voor wie het van belang is dat ze meekomen met de kansen en bedreigingen van de digitaliseringstransitie.

Klimaat- en energietransitie

De algemene bottleneck voor de energie- en klimaattransitie is geen tekort aan geld of ideeën, maar een tekort aan voldoende goed geschoolde mensen die de ideeën kunnen toepassen. De projecten die bijdragen aan voldoende goed geschoolde mensen die een van de grootste uitdagingen van de komende tijd kunnen tackelen, de klimaat- en energietransitie, worden hoger gerangschikt.

Het versterken van de leercultuur bij een kleine onderneming

Dit onderdeel is al toegelicht in paragraaf 2.2.

Kwaliteit, originaliteit en vernieuwendheid voor de eigen organisatie.

Het onderdeel originaliteit is geen onderdeel meer van het rangschikkingscriterium ‘kwaliteit’, maar is verplaatst naar het criterium ‘vernieuwendheid voor de aanvrager’. Zo zijn alle aspecten van vernieuwendheid in één criterium samengevoegd. Bij dit rangschikkingscriterium wordt naar drie aspecten gekeken, namelijk originaliteit ten opzichte van andere aanvragers, vernieuwendheid voor de eigen onderneming, en vernieuwendheid voor de samenleving.

Nu het onderdeel originaliteit niet meer is samengenomen met het onderdeel kwaliteit, verandert het rangschikkingscriterium kwaliteit enigszins van karakter. Een belangrijk aspect van dit rangschikkingscriterium is dat helder omschreven wordt welke concrete producten en tussenproducten een project oplevert, en wat het tijdpad daarbij is. Ook moet beschreven worden wat het verwachte effect daarvan is op toekomstige investeringen in menselijk kapitaal door de deelnemende partijen en waarom we dat mogen verwachten. Op deze manier kan na voltooiing van het project beter beoordeeld worden of de producten daadwerkelijk zijn opgeleverd, en of dat inderdaad het gewenste effect had of niet. Door van tevoren zo helder en concreet mogelijk te zijn kan beter bepaald worden of een idee inderdaad zo goed werkt dat het een kandidaat is voor opschaling.

De overige rangschikkingscriteria en informatieverplichtingen blijven ongewijzigd. De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan van maximaal zes A4.

3. Openstelling 2020

3.1 openstelling MKB!dee

In de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2020 zijn de openstelling en het subsidieplafond opgenomen. Het aanvragen van een subsidie voor een project is in 2020 mogelijk vanaf 20 oktober 2020 tot en met 15 december 2020. Voor deze subsidiemodule geldt een subsidieplafond van €10.000.000, waarvan ten minste € 2.700.000 voor aanvragen gedaan die gedaan zijn door een kleine onderneming of een samenwerkingsverband waarvan minstens een van de deelnemers een kleine onderneming is.

3.2 Innovatiekredieten

De subsidiemodule Innovatiekredieten, die is opgenomen in titel 3.9 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, is gericht op de ontwikkeling van veelbelovende en uitdagende innovaties met een uitstekend marktperspectief. Op grond van deze subsidiemodule wordt subsidie verstrekt in de vorm van een krediet voor risicovolle technische en klinische ontwikkelingsprojecten.

Voor de subsidiemodule Innovatiekredieten wordt het subsidieplafond opgehoogd voor een van de typen ontwikkelingsprojecten, waarvoor op grond van deze subsidiemodule subsidie wordt verstrekt. Het subsidieplafond voor Technische ontwikkelingsprojecten wordt namelijk met € 10.000.000 opgehoogd naar € 40.000.000. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de gestegen vraag naar innovatiekrediet voor dit type projecten.

4. Staatssteun

Op grond van de subsidiemodule beleidsexperiment menselijk kapitaal wordt subsidie verleend voor projecten die tot doel hebben MKB-ondernemers te stimuleren om te investeren in scholing en ontwikkeling van huidig en toekomstig personeel. Voor subsidie komen alle redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project. Subsidiëring van deze kosten zal (in ieder geval gedeeltelijk) kwalificeren als staatssteun. Er is sprake van steun die wordt bekostigd met overheidsmiddelen omdat er subsidie wordt verstrekt. De steun komt daarnaast ten goede aan een onderneming. De subsidieontvanger verricht namelijk (deels) economische activiteiten met de subsidie. Hierdoor heeft de subsidieaanvrager een selectief voordeel dat hij niet langs normale commerciële weg zou hebben verkregen. Tot slot kan de verkregen steun ertoe leiden dat de concurrentie vervalst wordt en daarmee mogelijk invloed hebben op de handel tussen landen in de interne markt. Besloten is deze steun te rechtvaardigen door middel van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352) (hierna: de algemene de-minimisverordening). Dit volgt ook uit artikel 3.21.11. Op grond van de algemene de-minimisverordening is het toegestaan om ondernemingen voor een bepaald bedrag te steunen zonder dat dit wordt aangemerkt als staatssteun. Het toegestane bedrag aan steun is zo minimaal (de-minimis) dat het weinig tot geen impact heeft op de interne markt en aldus niet als staatssteun wordt aangemerkt. De algemene de-minimisverordening staat toe dat aan een onderneming over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000 aan de-minimissteun wordt verstrekt. Als dit plafond is bereikt, mag in het desbetreffende jaar geen de-minimissteun meer worden verleend. Hiervoor moet de aanvrager voor alle deelnemers door middel van een de-minimisverklaring laten zien welke de-minimissteun in de twee voorafgaande belastingjaren is ontvangen. Dit volgt uit artikel 3.21.10, onderdeel e. De minister zal de subsidie op grond van artikel 22 van het Kaderbesluit afwijzen indien hij beoordeelt dat niet aan alle criteria van de algemene de-minimisverordening wordt voldaan. Voor de duidelijkheid wordt opgemerkt dat in geval van een samenwerkingsverband bij de subsidieaanvraag van alle deelnemers een de minimisverklaring ingediend moet worden teneinde voor alle afzonderlijke deelnemers te kunnen vaststellen of en hoeveel de minimis-steun in de twee voorafgaande belastingjaren is verleend.

De subsidiemodule Innovatiekredieten bevat staatssteun die wordt gerechtvaardigd door artikel 21 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

5. Regeldruk

Deze wijzigingen in de MKB!dee subsidiemodule leiden niet tot wijziging van informatieverplichtingen en daarom ook niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij de gebruikers van deze subsidiemodule. Dit geldt eveneens voor de ophoging van het budget voor de subsidiemodule Innovatiekredieten.

Artikelsgewijs

Artikel I

onderdeel A

Artikel 3.21.1 bevat begripsomschrijvingen die specifiek voor titel 3.21 gelden. Het begrip ‘gedragswetenschappelijke inzichten’ vervalt als gevolg van het vervallen van een rangschikkingscriterium waarin dit begrip werd gebruikt. ‘Leercultuur’, ‘visserijactiviteit’ en ‘visserijonderneming’ worden als begrippen toegevoegd.

onderdeel B

Uit artikel 3.21.2 volgt voor welke projecten subsidie kan worden aangevraagd.

Ondernemingen die actief zijn in de sectoren landbouw en visserij worden vanwege een lagere de minimis-grens (€ 15.000 resp. € 30.000) uitgesloten van deze subsidiemodule. Dit hangt samen met de ondergrens van € 25.000 voor de regeling. Ook voor de transportsector geldt een lagere de minimisgrens, maar met een maximum bedrag van € 100.000 is dit afhankelijk van het projectplan geen grote belemmering gezien het maximum subsidiebedrag van € 124,999. Voor verdere toelichting op dit artikel wordt verwezen naar paragraaf 2.1.

onderdeel C

Artikel 3.21.5 wijzigt de realisatietermijn. Om ondernemers meer tijd te geven hun plannen te realiseren is de realisatietermijn (de termijn waarbinnen een gesubsidieerd project moet kunnen worden uitgevoerd) verlengd van één naar twee jaar.

onderdeel D

Vanwege aanpassingen beschreven in onderdeel B moet een verwijzing naar artikel 2.21.2 aangepast worden naar artikel 2.21.2, eerste lid.

onderdeel E

Uit artikel 3.21.7 volgde dat er een Adviescommissie beleidsexperiment menselijk kapitaal is, die de minister adviseerde over de afwijzingsgronden en de rangschikkingscriteria. Dit artikel komt te vervallen omdat de werkzaamheden van de Adviescommissie beleidsexperiment menselijk kapitaal worden beëindigd. Het is voor deze subsidiemodule niet noodzakelijk dat de minister door een adviescommissie wordt geadviseerd. De beoordeling zal nu door RVO namens de minister worden gedaan.

onderdeel F

Artikel 3.21.8 bevat de rangschikkingscriteria, deze zijn aangepast vanwege een verbreding van de module. Voor een toelichting op dit artikel wordt verwezen naar paragraaf 2.3.

Artikel II

Dit artikel regelt de openstelling en het subsidieplafond voor de subsidiemodule MKB!dee in 2020. Daarnaast wordt het subsidieplafond voor de subsidiemodule Innovatiekredieten verhoogd. Dit is toegelicht in paragraaf 3.

Artikel III

Dit artikel regelt de inwerkingtreding. De regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Omdat deze regeling gepaard gaat met voordelen voor MKB-ondernemers, is besloten af te wijken van de vaste verandermomenten voor regelgeving. Opgemerkt wordt dat de subsidiemodule op 20 oktober 2020 wordt opengesteld. Aan potentiële aanvragers wordt daarmee gelegenheid geboden om een aanvraag voor te bereiden. Reden voor de tijdige openstellig van deze module is de wens dat zo snel mogelijk kan worden begonnen met de uitvoering van de te subsidiëren projecten. Ook de verhoging van het subsidieplafond van de subsidiemodule Innovatiekredieten gaat gepaard met voordelen voor ondernemers omdat er meer aanvragen gehonoreerd kunnen worden.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer


X Noot
1

CPB, Afzwakkende productiviteitsgroei: vertraagde loonontwikkeling in Nederland ontrafeld (Den Haag 2018).

X Noot
2

Zie o.a.: SER(2017).Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan. Een richtinggevend advies. Den Haag: Sociaal-Economische Raad.

X Noot
3

SER(2017).Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan. Een richtinggevend advies. Den Haag: Sociaal-Economische Raad.

X Noot
4

Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector

X Noot
5

In 2019 heeft de minister van SZW € 300.000 bijgedragen. In 2021 zal het er vanuit de minister SZW € 1,5 miljoen worden bijgedragen. Deze middelen komen uit het meerjarige actieprogramma LLO. Zie Kamerstukken II 2018–19, 30 012, nr. 92.

X Noot
6

Met kleine onderneming wordt bedoeld: een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal € 10 miljoen niet overschrijdt, berekend over het laatst afgesloten boekjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag. Artikel 1.1Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

X Noot
7

Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector