Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichting Nederlands Letterenfonds | Staatscourant 2020, 36616 | Besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichting Nederlands Letterenfonds | Staatscourant 2020, 36616 | Besluiten van algemene strekking |
Het bestuur van het Nederlands Letterenfonds,
gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,
gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,
gelet op de artikelen 2, lid 1, onderdeel b, onder 1°, en 21 van de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19,
gelet op het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds,
Besluit:
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
bestuur van het Letterenfonds;
Stichting Nederlands Letterenfonds;
vrij besteedbaar vermogen, behorend tot:
a. de algemene reserve; en
b. het stichtingskapitaal.
lopende subsidie: subsidie verleend op grond van de Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017-2020 of de Regeling literaire manifestaties en activiteiten, incidenteel en tweejarig, voor zover het betreft subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, van die regeling.
2. Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde:
1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
3. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
1. Deze regeling is van toepassing op aanvullende subsidies die door het bestuur worden verstrekt aan instellingen die een vier- of tweejarige subsidie ontvingen van het Nederlands Letterenfonds in 2020 op grond van:
– Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017-2020; of
– Regeling literaire manifestaties en activiteiten, incidenteel en tweejarig, voor zover het betreft subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, van die regeling.
2. De aanvullende subsidie is een gedeeltelijke tegemoetkoming in de gederfde inkomsten van de instelling vanwege belemmering van publieksactiviteiten als gevolg van de uitbraak van het virus SARS-CoV-2 en de maatregelen ter bestrijding daarvan.
1. De ontvanger is een instelling die door het bestuur een subsidie werd verleend op grond van de Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017-2020 of de Regeling literaire manifestaties en activiteiten, incidenteel en tweejarig, voor zover het betreft subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, van die regeling.
2. De ontvanger verkeert niet in surseance van betaling of aangevraagd faillissement.
1. De subsidie bedraagt 45 procent van de gemiddeld over de jaren 2017 en 2018 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren, onder aftrek van een bedrag dat gelijk is aan 25 procent van de reserves van de instelling per ultimo 2018.
2. De uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt:
a. gemaximeerd op een bedrag dat gelijk is aan 300 procent van het totaal aan structurele subsidies van bestuursorganen die aan de instelling zijn verstrekt ten behoeve van haar exploitatie in 2018; en
b. naar boven afgerond op honderd euro’s.
3. In afwijking van het eerste lid, wordt bij de daar bedoelde berekening 20 procent van de gemiddeld over de jaren 2017 en 2018 verworven eigen inkomsten van de instelling in aanmerking genomen, voor zover het instellingen betreft waarvan de hoofdpublieksactiviteit niet in 2020 zou plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden voor 13 maart 2020.
1. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt uitsluitend subsidie verstrekt, voor zover de eigen inkomsten van de instelling over het jaar 2018, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar, ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling.
2. Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet een geheel getal is, wordt dat getal naar beneden afgerond, indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, en naar boven afgerond, indien dat cijfer een 5 of hoger is.
3. Het bestuur kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die tot oneigenlijk gebruik van deze regeling zou leiden.
1. Het subsidieplafond is € 1.365.500. Eventuele wijzigingen van dit plafond worden bekendgemaakt op de website van het Letterenfonds.
2. Indien het subsidieplafond door toepassing van het bepaalde in artikel 5 zou worden overschreden, worden de te verlenen subsidiebedragen naar rato verlaagd tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut.
1. De subsidie wordt door de subsidieontvanger besteed aan het opvangen van derving van eigen inkomsten uit publieksactiviteiten van de instelling in 2020 of aan te maken kosten in 2020 voor een heropstart van publiekactiviteiten binnen de te volgen richtlijnen van de overheid.
2. De subsidieontvanger komt de financiële verplichtingen na die ontvanger ten behoeve van de geplande publieksactiviteiten in 2020 is aangegaan, in het bijzonder ook voor zover die verplichtingen voortvloeien uit afspraken tussen ontvanger en zzp’ers.
3. De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan het bestuur van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidieverstrekking. Bij de melding worden de stukken overgelegd die betrekking hebben op de gemelde feiten en omstandigheden en wordt de oorzaak van de gemelde feiten en omstandigheden toegelicht.
4. Het onverwijld melding doen is niet vereist, voor zover het omstandigheden betreft die verband houden met de uitbraak van het virus SARS-CoV-2. Alsdan gaat de subsidieontvanger zo snel mogelijk over tot het doen van een melding, zij het uiterlijk in de verantwoording van de subsidie.
5. De subsidieontvanger verantwoordt de subsidie tegelijk met de verantwoording van de lopende subsidie, en zoveel mogelijk op de wijze die in de beschikking tot verlening van de lopende subsidie is bepaald. Echter, indien er eind 2020 subsidie niet werd besteed, vormt ontvanger hiervan een apart bestemmingsfonds met de naam Covid-19.
1. Het bestuur betaalt het verleende subsidiebedrag als voorschot.
2. Het bestuur betaalt het voorschot zo spoedig mogelijk na de verlening van de subsidie.
1. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie geschiedt in de aanvraag tot vaststelling van de lopende subsidie.
2. Artikel 18, derde lid, van het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de subsidie.
1. Het bestuur kan de subsidievaststelling intrekken of wijzigen als de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
3. Het bedrag waarmee de subsidie eventueel wordt verlaagd, wordt verrekend met eventueel nog te betalen gedeelten van de subsidie of teruggevorderd.
Het bestuur kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen of onderdelen daarvan buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2022.
1. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur.
2. Naast deze regeling zijn de bepalingen uit het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds van toepassing.
3. Deze regeling is vastgesteld op 8 juni 2020 door het op die datum vigerende bestuur van de Stichting Nederlands Letterenfonds.
4. Deze regeling wordt aangehaald als Regeling aanvullende ondersteuning meerjarig gesubsidieerde instellingen Nederlands Letterenfonds Covid-19.
Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Letterenfonds (www.letterenfonds.nl).
Deze regeling is een deelreglement van het Nederlands Letterenfonds en is gebaseerd op de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de minister). In deze laatste regeling is een aantal sporen uitgewerkt om 300 miljoen euro te verdelen die op 15 april 2020 door het kabinet aanvullend ter beschikking is gesteld als steunmaatregel voor de culturele en creatieve sector in verband met de uitbraak van het virus SARS-CoV-2.
Het Nederlands Letterenfonds heeft van de minister een budget van € 1.379.200 toegekend gekregen om de subsidies te kunnen verhogen van de literaire festivals en literair-educatieve instellingen die het Nederlands Letterenfonds in de periode 2017-2020 heeft ondersteund met een vier- of tweejarige subsidie op grond van één van de twee door het bestuur van het Letterenfonds vastgestelde reglementen, te weten:
– de Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017-2020 of
– de Regeling literaire manifestaties en activiteiten, incidenteel en tweejarig, voor zover het betreft subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, van die regeling.
Deze literaire festivals en literatuur educatieve instellingen zijn essentieel voor literaire infrastructuur in Nederland, en de minister en het bestuur van het Letterenfonds zijn van oordeel dat deze organisaties tegemoet moet worden gekomen voor zover ze substantiële inkomsten zijn misgelopen uit publieksactiviteiten die geen doorgang konden vinden of zullen vinden in 2020 vanwege de overheidsmaatregelen die moesten worden genomen om het virus SARS-CoV-2 in te dammen.
De minister heeft in de regeling de belangrijkste bepalingen waaraan de regeling van het bestuur van het Letterenfonds moest voldoen voorgeschreven in artikel 21. Aan deze voorschriften is in de onderhavige regeling voldaan. Voor een nadere toelichting op de aanleiding en doelstelling van de steun en de toelichting op de artikelen 4, 5, 6 en 7 wordt verwezen naar de toelichting bij ‘ spoor 1: verhogen subsidie producerende BIS-instellingen en meerjarige fondsinstellingen’ respectievelijk artikel 4, 9, 10 en 11 van de ministeriële regeling.
Voor de verantwoording van de aanvullende subsidies door de instellingen is zo veel als mogelijk aangesloten bij verantwoordingverplichtingen en systematiek ten aanzien van de eerder door het Letterenfonds verleende subsidies.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-36616.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.