Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot wijziging van de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Gezien de aanvraag van AWVN namens Bouwend Nederland (vakgroep Glas), de Vereniging van verfgroothandelaren in Nederland, FNV en CNV Vakmensen, daartoe strekkende dat de verplichtstelling tot deelneming in de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf, ingevolge de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, wordt gewijzigd voor de in de aanvraag bedoelde groepen van personen in de bedrijfstak voor de groothandel in vlakglas, de groothandel in verf, het glasbewerkings- en het glazeniersbedrijf;

Gelet op de artikelen 10, eerste lid en 16 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

Gezien het overleg met De Nederlandsche Bank;

BESLUIT:

I.

Wijzigt het besluit van 2 april 1959, nr. 2073, Stcrt. 1959, nr. 64 (laatstelijk gewijzigd bij besluit van 20 augustus 2015, Stcrt. 2015, nr. 27053) waarin werd overgegaan tot het verplicht stellen van de deelneming in de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf.

De verplichtstelling tot deelneming komt na wijziging te luiden als volgt:

De deelneming in de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf is verplicht gesteld voor werknemers in de leeftijd tot en met 66 jaar, in dienstbetrekking werkzaam in de groothandel in vlakglas, de groothandel in verf, het glasbewerkings- of het glazeniersbedrijf, wordende ten deze verstaan onder:

  • A. de groothandel in vlakglas, het glasbewerkings- en het glazeniersbedrijf: de ondernemingen of afdelingen daarvan, welke zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighouden met:

    • 1. de groothandel in vlakglas, al dan niet in combinatie met het plaatsen van bewerkt en/of onbewerkt vlakglas; en/of

    • 2. de bedrijfsmatige bewerking en/of verwerking van vlakglas (zoals de productie van isolerend dubbelglas, gelaagd glas en voorgespannen/gehard glas), waaronder niet begrepen het plaatsen van vlakglas; en/of

    • 3. het vervaardigen van glas in metaal (waaronder begrepen maar niet beperkt tot geëtst en gebrandschilderd glas);

    De verplichtstelling tot deelneming geldt ook voor ondernemingen of afdelingen daarvan, die reeds voor 28 mei 2018 lid zijn van Bouwend Nederland Vakgroep GLAS en die vallen onder de werkingssfeer van de bedrijfstakpensioenregeling voor het schilders-, afwerkings- en glaszetbedrijf in Nederland (Bpf-SAG) en ten behoeve van wie de aansluiting bij Bpf-SAG krachtens een bestuursbesluit is beëindigd.

  • B. de groothandel in verf de ondernemingen of afdelingen daarvan, welke zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighouden met de groothandel in verf;

Voor de toepassing van het gestelde onder A en B wordt verstaan onder:

  • 1. in hoofdzaak: indien de onder A en/of B bedoelde onderneming of afdeling welke zich in hoofdzaak bezig houdt met de activiteiten als bedoeld onder A en/of B, dan zal bepalend zijn de omzet die wordt behaald met de activiteiten als bedoeld onder A en/of B ten opzichte van de omzet die wordt behaald met eventuele andere activiteiten van de onderneming of afdeling daarvan;

  • 2. groothandel in vlakglas: de bedrijfsuitoefening waarbij de onderneming voor eigen rekening en risico goederen betrekt, naar behoefte in voorraad houdt dan wel in bestelling heeft, en verkoopt aan bedrijfsmatige ge- en/of verbruikers of verwerkers dan wel groot- of kleinhandelaren.

  • 3. groothandel in verf: de bedrijfsuitoefening waarbij de onderneming voor eigen rekening en risico, anders dan voor eigen gebruik, producten van producenten betrekt, naar behoefte in voorraad houdt en voor eigen rekening en risico distribueert over een veelheid van professionele verbruikers, be- en verwerkers dan wel wederverkopers;

de verplichtstelling geldt niet voor:

  • 1. de onder B bedoelde afdelingen van ondernemingen, voor zover deze vallen onder de werkingssfeer van de verplichtstelling van een vóór 6 april 1959 reeds bestaand bedrijfstakpensioenfonds;

  • 2. bestuurders van naamloze vennootschappen en van besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid die in het bezit zijn van 50% of meer van het aandelenkapitaal van de vennootschap;

  • 3. verfimporteurs; De onderneming die zich in hoofdzaak bezig houdt met de invoer van verfproducten vanuit het buitenland naar Nederland met het doel om deze verfproducten van buitenlandse fabrikanten als eerste in Nederland af te zetten.

II.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 19 augustus 2020

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, de Directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving, M.H.M. van der Goes

Naar boven