Buiten toepassing laten rijkscoördinatieregeling verdere ontwikkeling van het Sprang voorkomen, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Datum: 25 juni 2020

Nummer: DGKE-WO/20151165

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT,

Overwegende:

  • dat de bevoegdheid op grond van artikel 141a, derde lid Mijnbouwwet om af te wijken van de rijkscoördinatieregeling kan worden toegepast indien, in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van het desbetreffende mijnbouwwerk, alsmede het aantal voor de verdere ontwikkeling van het Sprang voorkomen door het boren en in productie nemen van de put SPG-01-ST benodigde besluiten, redelijkerwijze niet valt te verwachten dat toepassing van rijkscoördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening, de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden;

  • dat niet valt te verwachten dat toepassing van rijkscoördinatieregeling de besluitvorming in betekende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden zich bij dit project voordoet, omdat het project past binnen het vigerende bestemmingsplan;

  • dat er ook overigens geen bijzondere belemmeringen zijn die in de weg staan aan een voorspoedig verloop van de benodigde procedures, zonder dat de rijkscoördinatieregeling wordt toegepast;

  • dat, gelet op het voorgaande, Vermilion mij in het meldingsformulier van 15 april 2020 heeft verzocht de rijkscoördinatieregeling buiten toepassing te laten;

  • dat geen andere bestuursorganen dan de Minister bevoegd gezag zijn voor de te nemen besluiten;

  • dat in de Algemene wet bestuursrecht in afdeling 3.5 een regeling is opgenomen om samenhangende besluiten gecoördineerd te behandelen. In de Mijnbouwwet is deze regeling rechtstreeks van toepassing verklaard op het besluit tot instemming met een winningsplan voor koolwaterstoffen. Gelet op de nauwe samenhang tussen benodigde besluiten zal de Minister van EZK de benodigde besluiten met betrekking tot de verdere ontwikkeling van het gasveld Sprang met sidetrack SPG-01-ST op grond van artikel 34, zevende lid Mijnbouwwet gecoördineerd behandelen;

Gelet op:

Artikel 141a, derde lid, onder a, Mijnbouwwet,

Besluit:

Artikel 1

Geen van de procedures, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening is van toepassing op de verdere ontwikkeling van het Sprang voorkomen door het boren en in productie nemen van de put SPG-01-ST.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking de dag na die waarop het bekend is gemaakt. Dit besluit wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, namens deze: J.L. Rosch MT-lid Directie Warmte en Ondergrond

Tegen dit besluit staat geen bezwaar of beroep open (artikel 7.1 in samenhang met artikel 8.5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1 van bijlage 2 bij deze zelfde wet).

Naar boven