Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2020, 32776Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 juni 2020, 2018-0000813461, tot wijziging van de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren en de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen in verband met de invoering van het aanvullend geboorteverlof

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 1a van de Werkloosheidswet, 3:48, achtste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 58, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 44, achtste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en 1a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

Besluit:

ARTIKEL I

In artikel 1, onderdeel h, van de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren wordt ‘op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg’ vervangen door ‘op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wet arbeid en zorg’.

ARTIKEL II

In artikel 1, onderdeel f, van de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen wordt voor de puntkomma aan het slot ingevoegd ‘, met uitzondering van verlof als bedoeld in artikel 4:2a van de Wet arbeid en zorg’.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 8 juni 2020

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

TOELICHTING

Algemeen

Vanaf 1 juli 2020 krijgen werknemers op grond van de Wet arbeid en zorg (Wazo), zoals gewijzigd door de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG), na de geboorte van een kind recht op 5 weken aanvullend geboorteverlof. Dit recht geldt voor de werknemer die echtgeno(o)t(te) of geregistreerde partner van de moeder is, ongehuwd met haar samenwoont of haar kind erkend heeft. Tijdens dit verlof bestaat geen wettelijk recht op loondoorbetaling. Wel heeft men recht op een uitkering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ter hoogte van 70% van het dagloon met als maximum 70% van het maximumdagloon.

Als gevolg van de invoering van het aanvullend geboorteverlof wordt in het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) en in het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (Dagloonbesluit) geregeld wat onder inkomen wordt verstaan als de betrokkene aanvullend geboorteverlof geniet op grond van de WIEG (Stb. 2019, 463). Naast voornoemde algemene maatregelen van bestuur zijn er ook enkele ministeriële regelingen die aangepast moeten worden als gevolg van de invoering van het aanvullend geboorteverlof. Het gaat om de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkeringen met inkomen (Regeling samenloop) en de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren. Deze wijzigingsregeling voorziet in de nodige aanpassingen.

Gelijkstellingsregeling arbeidsuren

Om te voorkomen dat het aanvullend geboorteverlof bij de berekening van uitkeringen leidt tot een vertekend beeld van het arbeidspatroon van een werknemer, is een aanvulling van de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren nodig. Met deze wijzigingsregeling wordt de nieuwe uitkering (artikel 4:2b Wazo) toegevoegd in artikel 1, onderdeel h, van de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren. Daarmee wordt geregeld dat een arbeidsuur waarover een werknemer een uitkering op grond van artikel 4:2b van de Wazo heeft ontvangen, wordt gelijkgesteld met een arbeidsuur als bedoeld in artikel 1a van de Werkloosheidswet (WW) en artikel 1a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Hiermee wordt voorkomen dat het aanvullend geboorteverlof bij de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren en het aantal gewerkte weken voor de WW en de WIA leidt tot een vertekend beeld van het arbeidspatroon van een werknemer.

Regeling samenloop

In de Regeling samenloop is geregeld wat onder inkomen wordt verstaan als er sprake is van samenloop tussen een arbeidsongeschiktheidsuitkering en inkomen. Een uitkering op grond van artikel 4:2b van de Wazo wordt aangemerkt als inkomen (uit arbeid). De uitkering valt namelijk onder het loonbegrip van artikel 16 Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). In de Regeling samenloop zal de uitkering op grond van artikel 4:2b van de Wazo dus worden aangemerkt als inkomen. Op dit punt is geen wijziging van de regeling nodig.

Er is wel een wijziging nodig in het verlof-begrip. Dit is nodig om te zorgen dat de Regeling samenloop aansluit bij de systematiek die is gekozen in het AIB. Als gevolg van de invoering van het aanvullend geboorteverlof wordt per 1 juli 2020 in het AIB geregeld dat het aanvullend geboorteverlof niet wordt aangemerkt als verlof (Stb. 2019, 463). Deze systematiek is gekozen om te voorkomen dat bij het aanvullend geboorteverlof tweemaal een inkomen (uit arbeid) wordt verrekend (één maal omdat de betrokkene een uitkering ontvangt en één maal omdat de betrokkene met verlof is).1 Om aan te sluiten bij deze systematiek wordt de Regeling samenloop op dezelfde wijze aangepast. In artikel 1, onderdeel f, van de Regeling samenloop wordt het aanvullend geboorteverlof (artikel 4:2a Wazo) uitgezonderd van het verlof-begrip. Dat wil zeggen dat het aanvullend geboorteverlof bij de samenloop tussen een arbeidsongeschiktheidsuitkering en inkomen (uit arbeid) niet wordt aangemerkt als verlof. De genoten uitkering wordt verrekend als inkomen (uit arbeid).

De opname van het aanvullend geboorteverlof kan tot de situatie leiden dat het in die periode verdiende inkomen lager wordt waardoor de uitkering van een WAO-gerechtigde in een lagere WAO-klasse uitbetaald kan worden. Zoals in de memorie van toelichting bij de WIEG is aangegeven zal in de voorlichting over het (aanvullend) geboorteverlof aandacht besteed worden aan het belang van een tijdige oriëntatie op de financiële aspecten van deze verlofopname.

Artikelsgewijs

Artikel I

De arbeidsuren waarover een uitkering is genoten op grond van artikel 4:2b van de Wazo worden gelijkgesteld met arbeidsuren als bedoeld in artikel 1a van de WW en artikel 1a van de WIA. De uitkering op grond van artikel 4:2b van de Wazo wordt toegevoegd in artikel 1, onderdeel h, van de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren. Als een werknemer aanvullend geboorteverlof opneemt en een uitkering geniet op grond van artikel 4:2b van de Wazo, worden de arbeidsuren waarover hij deze uitkering geniet, gelijkgesteld met arbeidsuren als bedoeld in de WW en de WIA.

Artikel II

In artikel 1, onderdeel f, van de Regeling samenloop wordt verlof als bedoeld in artikel 4:2a van de Wazo uitgezonderd van het verlof-begrip. Dat wil zeggen dat het aanvullend geboorteverlof bij de samenloop tussen een arbeidsongeschiktheidsuitkering en inkomen niet wordt aangemerkt als verlof. De uitkering die wordt genoten op grond van artikel 4:2b van de Wazo wordt aangemerkt als inkomen (uit arbeid).

Artikel III

Het recht op aanvullend geboorteverlof geldt vanaf 1 juli 2020. Daarom zal deze wijzigingsregeling ook op 1 juli 2020 in werking treden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Besluit van 2 december 2019 tot wijziging van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten en het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met de invoering van het aanvullend geboorteverlof en een andere berekeningswijze van het WW-dagloon in het geval van ziekte in de referteperiode. Stb. 2019, 463, p. 5.