Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2020, 32113 | Convenanten |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2020, 32113 | Convenanten |
d.d. 8 juni 2020
nr. 24740521
De ondergetekenden:
1. De Staat der Nederlanden, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, de secretaris-generaal, mevrouw drs. M.J. Hammersma, hierna te noemen: OCW, en
2. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de voorzitter van de Raad van Bestuur, de heer prof. dr. C.C.A.M. Gielen, hierna te noemen: NWO.
tezamen aan te duiden als: partijen.
Overwegende dat:
– het kabinet streeft naar het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs door middel van een eenduidige, sterke en efficiënt werkende kennisinfrastructuur, en dit heeft verwoord in haar brief aan de Tweede Kamer d.d. 6 juli 2012,
– de commissie Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen1 in februari 2011 geconstateerd heeft dat de kennisinfrastructuur voor onderwijs-/leerwetenschappen in Nederland niet goed functioneert, en heeft aanbevolen om een regieorgaan voor onderwijs-/leerwetenschappen op te zetten,
– volgens de consultaties van twee kwartiermakers2 er groot draagvlak bestaat in het veld om de kennisinfrastructuur te verbeteren door het instellen van een regieorgaan voor onderwijsonderzoek en ter bevordering van kennisbenutting,
– beide partijen op advies van de commissie Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen in 2012 besloten hebben tot het oprichten van een Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek om de kennisinfrastructuur voor onderwijs in Nederland te verbeteren,
– een Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek de kennisinfrastructuur voor onderwijs verbetert door samenhang in het onderzoek, een vraaggestuurde programmering, goede disseminatie en het optimaal benutten van resultaten van onderwijsonderzoek te bevorderen,
– daartoe de in Nederland op onderwijsonderzoek gerichte activiteiten er baat bij hebben om in samenhang te worden bezien, zodat maximale coherentie, synergie en kwaliteit worden gerealiseerd,
– het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek in 2015 en 2018 positief is geëvalueerd,
– een nieuw convenant noodzakelijk is met het oog op het aflopen van de eerste termijn en de wijzigingen in taken en organisatiestructuur die voortvloeien uit de evaluatie, het Advies ‘Samen ten dienste van de school. Educatieve dienstverlening voor duurzame kwaliteit en innovatie’ (2019) van de Onderwijsraad en het advies ‘Slimme verbindingen. Naar een sterke kennisinfrastructuur voor het onderwijs’ (2019) van de sectorraden,
– daarbij de wens is uitgesproken om te komen tot een integrale programmering van onderzoek, die nog beter aansluit bij vragen vanuit praktijk en beleid,
– NWO tot taak heeft de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek te bevorderen en nieuwe ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek te initiëren en te stimuleren,
– de ingestelde Stuurgroep toeziet op het strategisch, inhoudelijk en bedrijfseconomisch functioneren van de organisatie,
– de voor de diverse onderzoeksoriëntaties beschikbare en ingebrachte financiële middelen worden ingezet voor fundamenteel onderzoek, praktijkgericht onderzoek en beleidsonderzoek – en combinaties daarvan,
– in alle lagen van de organisatie de tripartiete structuur – wetenschap, praktijk en beleid – tot uitdrukking wordt gebracht,
– de NWO-wet, de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs en het Controleprotocol van OCW van toepassing zijn.
Komen overeen:
1. NWO continueert het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (hierna: regieorgaan) en de inbedding ervan in haar eigen organisatie.
2. NWO draagt er zorg voor dat het regieorgaan wordt gehuisvest op het bureau van NWO te Den Haag.
3. NWO draagt de formele eindverantwoordelijkheid voor het regieorgaan.
4. NWO draagt het regieorgaan op het pakket van programma’s voor fundamenteel, praktijkgericht en beleidsgericht onderwijsonderzoek samenhangend en sectoroverstijgend uit te voeren, waarbij vraagsturing, disseminatie en valorisatie tot volwaardige onderdelen van het primaire proces worden uitgewerkt.
1. NWO draagt er zorg voor dat het regieorgaan een eigen herkenbare organisatie blijft.
2. NWO draagt er zorg voor dat het regieorgaan een goede verankering behoudt binnen de NWO-organisatie als een regieorgaan voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 5.1 van het Bestuursreglement NWO 2017. Daarbij blijft NWO het onafhankelijk functioneren van het regieorgaan ten opzichte van de domeinbesturen waarborgen.
3. OCW blijft de delegatie van bevoegdheden aan NWO bevorderen indien en voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de missie en de taken van het regieorgaan. De Raad van Bestuur van NWO mandateert deze bevoegdheden op haar beurt aan het regieorgaan.
NWO ziet er op toe dat het regieorgaan zelfstandig of in samenwerking met anderen:
a. een visie en strategie opstelt, inclusief een aanpak voor vraagsturing, disseminatie en valorisatie, voor het verbeteren van de kennisinfrastructuur, en deze visie en strategie uitvoert;
b. een meerjarig en evenwichtig financieringsprogramma voor onderzoek opstelt met aandacht voor alle onderwijssectoren;
c. aanvullende financieringsprogramma’s voor onderzoek opstelt wanneer daarvoor financiering beschikbaar is;
d. een programmaraad instelt gericht op de programmering van onderzoek dat goed aansluit op vragen vanuit praktijk en beleid;
e. het onderzoek op effectieve en efficiënte wijze uitzet, waarbij de Europese aanbestedingsregelgeving in acht wordt genomen;
f. de resultaten van onderzoek verspreidt en het benutten van onderzoek door het onderwijsveld en -beleid bevordert;
g. waar mogelijk en wenselijk als regisseur in het onderwijsonderzoek optreedt;
h. een huishoudelijk reglement heeft voor het uitvoeren van de programma’s;
i. de verwachte kosten inzichtelijk maakt in een meerjarenbegroting.
1. De Stuurgroep heeft een tripartite samenstelling. Onderwijsveld, onderwijsbeleid en wetenschap zijn hierin vertegenwoordigd.
2. De Stuurgroep beschikt over een onafhankelijk voorzitter.
3. De benoeming van de voorzitter en de leden van de Stuurgroep geschiedt bij samenstelling door de Raad van Bestuur van NWO na instemming van OCW. De tripartiete samenstelling blijft hierbij gehandhaafd.
4. De benoemingstermijn voor de leden van de Stuurgroep is vier jaar, met de mogelijkheid van een eenmalige herbenoeming voor maximaal twee jaar.
5. De Stuurgroep heeft tot taak:
a. het goedkeuren van het meerjarenplan dat een visie, een strategie en een meerjarenbegroting omvat;
b. het vaststellen van de meerjarenbegroting na instemming van de Raad van Bestuur van NWO;
c. het vaststellen van het beleid ten aanzien van kennisbenutting.
d. het opzetten van een interne organisatiestructuur waarbij een tripartiete samenstelling van commissies steeds het uitgangspunt vormt;
e. het accorderen van het meerjarige financieringsprogramma voor onderzoek;
1. Het regieorgaan beschikt over een programmaraad.
2. De programmaraad kent een onafhankelijk voorzitter en heeft een tripartite samenstelling. Onderwijsveld, onderwijsbeleid en wetenschap zijn hierin vertegenwoordigd.
3. De centrale taak van de raad is het inrichten van programma’s en procedures met inachtneming van de beschikbare financiering. De raad kan bepaalde taken delegeren aan ad hoc begeleidingscommissies en programmacommissies.
4. Bij een vacature voor een zetel in de programmaraad doet de directeur van het regieorgaan een voordracht, na consultatie van de Stuurgroep en de programmaraad, waarna benoeming door de Stuurgroep plaatsvindt.
5. De programmaraad heeft tot taak:
a. het doen opstellen en het vaststellen van een meerjarig en samenhangend financieringsprogramma voor onderzoek;
b. het (doen) opstellen van aanvullende programma’s als daarvoor financiering aanwezig is;
c. het uitschrijven van oproepen tot het indienen van onderzoeksvoorstellen;
d. het nemen van toe- en afwijzingsbesluiten ten aanzien van bij het regieorgaan ingediende onderzoeksvoorstellen, alsmede besluiten ten aanzien van door het regieorgaan gefinancierde onderzoeksprojecten;
e. Het instellen van beoordelingscommissies, programmacommissies en begeleidingscommissies, indien noodzakelijk.
1. NWO ziet er op toe dat het regieorgaan beschikt over een directeur en een bureau.
2. De directeur legt jaarlijks verantwoording af aan de Stuurgroep.
3. De directeur wordt benoemd door de Raad van Bestuur van NWO, op voordracht van de Stuurgroep en na instemming van OCW.
4. Voor de bedrijfsvoeringsaspecten (personeel, informatievoorziening, juridische zaken, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting) kan het NRO een beroep doen op het domein Sociale en Geesteswetenschappen en de afdeling Bedrijfsvoering van NWO. Over aangelegenheden met betrekking tot de bedrijfsvoering legt de directeur verantwoording af aan de portefeuillehouder bedrijfsvoering en financiën van de Raad van Bestuur.
5. De directeur heeft tot taak:
a. het opstellen van een meerjarenplan dat een visie, een strategie en een meerjarenbegroting omvat;
b. het opstellen van een meerjarig onderzoeksprogramma, in overleg met de Programmaraad;
c. het opstellen van een begroting;
d. het opzetten, bemensen en aansturen van het bureau;
e. het aansturen van de Programmaraad, en eventuele beoordelingscommissies, programmacommissies en begeleidingscommissies;
f. het ondersteunen bij en toezien op het op de juiste wijze uitvoeren van het meerjarig onderzoeksprogramma en de overige financieringsprogramma voor onderzoek;
g. het toezien op het nakomen van de afgesproken tripartiete werkwijze, inclusief de borging van de kwaliteitszorg;
h. het ondersteunen van de werkzaamheden van de Stuurgroep, de Programmaraad en andere commissies zoals beoordelings-, programma- en begeleidingscommissies.
NWO ziet er op toe dat hoofdaanvragers van de subsidies enkel kunnen zijn: (onderzoekers van) universiteiten, niet-universitaire onderzoeksinstituten, hbo-instellingen, ve-, po-, vo- en mbo-onderwijsinstellingen in het Koninkrijk der Nederlanden’.
1. OCW stelt middelen voor het onderzoek en het bevorderen van de kennisbenutting daarvan beschikbaar, en partijen maken separate afspraken over de besteding hiervan.
2. Subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
3. In de meerjarenbegroting expliciteert het NRO de apparaatskosten. Bij additionele financiering ter grootte van één miljoen euro of meer mag maximaal 6% van het budget aan apparaatskosten worden besteed. Bij financiering beneden één miljoen euro treden OCW en NRO over de middelen voor apparaatskosten met elkaar in overleg.
NWO ziet er op toe dat het functioneren van het regieorgaan in 2024 en in 2028 wordt geëvalueerd. Partijen maken hierover nadere afspraken.
1. Partijen voeren minimaal één keer per jaar formeel overleg op initiatief van de portefeuillehouder NRO in de Raad van Bestuur. Partijen voeren in ieder geval formeel overleg over het meerjarenplan en de evaluaties.
2. Het formeel overleg over de evaluatie(s) is gericht op een besluit over eventuele wijziging of voortzetting van dit convenant.
1. Dit convenant kan tussentijds worden gewijzigd of opgezegd indien en voor zover:
a. er zich omstandigheden voordoen die van dien aard zijn dat het voortzetten van het convenant niet langer wenselijk wordt geacht, of
b. de evaluaties zoals genoemd in artikel 9 hier aanleiding toe geven.
2. Partijen brengen elkaar schriftelijk op de hoogte indien zich een situatie voordoet die aanleiding geeft tot het wijzigen of opzeggen van dit convenant.
3. Opzegging vindt schriftelijk plaats met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar.
4. Partijen streven ernaar binnen de opzegtermijn overeenstemming te bereiken over de wijze waarop alle met het opzeggen samenhangende aspecten worden afgehandeld. Indien partijen tijdens de opzegtermijn gezamenlijk van mening zijn dat een deugdelijke afhandeling niet binnen de opzegtermijn haalbaar is, dan maken partijen afspraken over verlenging van de opzegtermijn.
1. Dit convenant is niet in rechte afdwingbaar.
2. Indien partijen van mening zijn dat geschillen in verband met dit convenant, of met afspraken die daarmee samenhangen, niet in onderling overleg kunnen worden beslecht, dan wordt de volgende procedure gevolgd. Elk der partijen wijst één adviseur aan waarna beide adviseurs gezamenlijk een derde adviseur aanwijzen die tevens als voorzitter optreedt. Aan de adviseurs wordt de opdracht gegeven een voor beide partijen bindend advies uit te brengen waarbij het oordeel van de voorzitter bepalend is ingeval de door partijen aangewezen adviseurs niet tot een gelijkluidend oordeel kunnen komen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-32113.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.