Instellingsbesluit Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken

29 mei 2020

Nr. 2020-0000098814

Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken/Directie Directe Belastingen

De Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Ministerie:

het Ministerie van Financiën;

b. Staatssecretaris:

de Staatssecretaris van Financiën;

c. commissie:

de adviescommissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2. Instelling

Er is een Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken.

Artikel 3. Taak

  • 1. De commissie heeft tot taak: het uitbrengen van advies over de wijze waarop de Belastingdienst in belastingzaken uitvoering geeft aan de bestaande middelen van rechtsbescherming, om binnen de wettelijke kaders en de grenzen van de uitvoering de rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers zo goed mogelijk te waarborgen.

  • 2. De adviesaanvraag valt uiteen in drie deelvragen:

    • a. Hoe is het volgens de commissie in algemene zin met de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken gesteld;

    • b. Welke mogelijkheden tot verbetering van de praktische rechtsbescherming zijn er volgens de commissie, binnen het bestaande wettelijke kader; en

    • c. Kan extern toezicht op de Belastingdienst volgens de commissie van toegevoegde waarde zijn voor de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken en zo ja, op welke wijze(n).

  • 3. In aanvulling op het tweede lid is de commissie bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en te beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.

  • 4. Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies is de commissie bevoegd aanbevelingen te doen.

Artikel 4. Samenstelling, benoeming

  • 1. De commissie bestaat uit de voorzitter, prof. mr. dr. M.B.A. van Hout, en twee leden, dr. A. Zuurmond en prof. dr. M.L.M. Hertogh.

  • 2. De benoeming geschiedt voor de duur van de adviescommissie.

  • 3. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een lid kan de Staatssecretaris een andere voorzitter of lid benoemen.

Artikel 5. Instellingsduur

De commissie wordt met terugwerkende kracht ingesteld met ingang van 22 april 2020.

Artikel 6. Secretariaat

  • 1. De Staatssecretaris voorziet in het secretariaat van de commissie, bestaande uit twee secretarissen.

  • 2. Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan (de voorzitter van) de commissie.

  • 3. Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.

  • 4. De ambtenaren, in dienst van het Ministerie van Financiën, die tot secretaris worden benoemd, zijn tegenover anderen dan de commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het verband van de werkzaamheden van de adviescommissie bekend is geworden.

  • 5. De Staatssecretaris draagt, op verzoek van de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.

Artikel 7. Werkwijze

  • 1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2. De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding op basis van artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. De commissie verstrekt desgevraagd aan de Staatssecretaris de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Staatssecretaris kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 4. De commissie verantwoordt haar werkwijze in het eindrapport.

Artikel 8. Inwinnen van inlichtingen adviescommissie

  • 1. De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

  • 2. Het Ministerie van Financiën verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van de taakopdracht zoals beschreven in artikel 3 van dit besluit.

  • 3. Ambtenaren van het Ministerie van Financiën zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.

Artikel 9. Vergoeding

  • 1. Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren en de arbeidsduurfactor op 16/36.

  • 2. Aan de andere leden, wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren en de arbeidsduurfactor op 8/36.

Artikel 10. Kosten van de adviescommissie

  • 1. De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde raming, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en

    • c. de kosten voor oplevering van het rapport.

Artikel 11. Eindrapport

De commissie brengt voor 30 november 2020 haar eindrapport uit aan de Staatssecretaris. In verband met de omstandigheden door de Corona crisis is uitstel tot 31 januari 2021 mogelijk.

Artikel 12. Openbaarmaking adviescommissie

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Staatssecretaris uitgebracht of overgedragen.

Artikel 13. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie.

Artikel 14. Inwerkingtreding

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 22 april 2020.

  • 2. Dit besluit vervalt met ingang van de dag na de datum waarop de commissie haar eindrapport heeft uitgebracht.

Artikel 15. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief

Naar boven