Verkeersbesluit voor het instellen van een vaarverbod in het werkgebied ten behoeve van de zandwinning in de vaarweg nabij Kornwerderzand en zandtransport naar de natuurvoorziening en westflank vismigratierivier in het IJsselmeer, Rijkswaterstaat

Datum 26 mei 2020

Kenmerk RWS-2020/31801

Zaaknummer RWSZ2020-00006039

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Begripsbepaling

In deze beschikking wordt verstaan onder:

“Het hoofd afdeling vergunningverlening”:

het hoofd afdeling vergunningverlening, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht;

“De waterbeheerder”:

de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, per adres Rijkswaterstaat Midden-Nederland, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht, per e-mail adres handhaving-middennederland@rws.nl;

“Verkeer- en Watermanagement afdeling Noord-Oost ”:

het hoofd van de afdeling Noord-Oost van Verkeer- en Watermanagement van Rijkswaterstaat, tel. 088-7973300;

“District Noord, Midden Nederland”:

het hoofd van het district Midden-Nederland Noord, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht;

“scheepvaartverkeer”:

verkeer van schepen en andere vaartuigen, overeenkomstig de bepalingen in de Scheepvaartverkeerswet;

“CMIJ”:

de Centrale Meldpost IJsselmeergebied van de Rijkswaterstaat te Lelystad telefoonnummer 088-7973300, email cmij@rws.nl, bereikbaar per VHF op kanaal 1;

“Scheepvaartbegeleidingsvaartuig”:

Orion bereikbaar per VHF kanaal 10

“BABS”:

Besluit administratieve bepalingen inzake het Scheepvaartverkeer;

“Svw”:

Scheepvaartverkeerswet;

“Bpr”:

Binnenvaartpolitiereglement;

“Awb”

Algemene wet bestuursrecht.

OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT

Bij besluit van 22 september 2016, met kenmerk RWS-2016/39174, is aan Windpark Fryslân op grond van de Waterwet een vergunning verleend voor realisatie van een windpark in het IJsselmeer.

Bij besluit van 14 januari 2020, met kenmerk RWS-2020/1068, is aan provinsje Fryslân op grond van de Ontgrondingenwet een vergunning verleend voor zandwinning in de vaarweg Kornwerderzand in het IJsselmeer.

Van Oord Nederland B.V. is voornemens om, namens Windpark Fryslân en de provinsje Fryslân, op korte termijn te starten met de werkzaamheden ten behoeve van het verdiepen van de Vaargeul Kornwerderzand – Workum met een profielzuiger. Het gebaggerde materiaal wordt toegepast in de Natuurvoorziening die wordt aangelegd voor het Windpark Fryslân en de Westflank van de Vismigratierivier voor de provinsje Fryslân.

Voor het veilig uitvoeren van deze werkzaamheden is het wenselijk het werkgebied af te sluiten voor overig scheepvaartverkeer middels werkbetonning voorzien van toptekens. Het tijdelijk afsluiten van dit werkgebied middels betonning kan mogelijk worden gemaakt door het nemen van een Verkeersbesluit. Hiervoor heeft Van Oord Offshore Wind B.V. op 30 april 2020 een verzoek ingediend.

Deze aanvraag is geregistreerd onder zaaknummer RWSZ2020-000006039.

Ten behoeve van de realisatie van een natuurvoorziening als onderdeel van Windpark Fryslân in het IJsselmeer is op 25 september 2019, met RWS-2019/34702, een separaat Verkeersbesluit voor het instellen van een werkgebied afgegeven.

Juridisch kader

Op grond van artikel 2 Svw ben ik bevoegd een Verkeersbesluit te nemen. In artikel 3 Svw is opgenomen dat ik de belangen van onder andere een vlotte en veilige doorvaart, schade en veiligheidsrisico’s hierbij in acht moet nemen.

Op grond van artikel 5 Svw kan ik beslissen een verkeersteken aan te brengen en op grond van artikel 7 Svw kan ik besluiten, al dan niet onder voorwaarden, een ontheffing te verlenen van een Verkeersbesluit.

In bijlage 7 van het Bpr zijn de verkeerstekens opgenomen. Onder A van deze bijlage de verbodstekens. In bijlage 8 van het Bpr zijn regels opgenomen ten aanzien van de markering van vaarwater.

Op grond van artikel 2 van het BABS mag het bevoegd gezag bij het nemen van een Verkeersbesluit uitsluitend gebruik maken van verkeerstekens, die een gebod of verbod bevat zoals is opgenomen in bijlage 7 en 8 van het Bpr.

Op grond van artikel 10, onder a van het BABS kan door het bevoegd gezag voor het uitvoeren van werken verkeerstekens die een gebod of een verbod dan wel de opheffing van een gebod of een verbod aangeven, worden aangebracht zonder verkeersbesluit. Indien dit langer duurt dan 13 weken of regelmatig terugkeert is op grond van artikel 12 van het BABS alsnog een Verkeersbesluit nodig.

Er worden werken geplaatst in onderhavige situatie die vallen onder artikel 10, lid a van het BABS en dus zonder verkeersbesluit kunnen worden geplaatst. Echter de werken blijven langer dan 13 weken aanwezig, waardoor er een verkeersbesluit genomen moet worden op grond van artikel 12 van het BABS.

Belangenafweging en motivering

Van Oord Nederland B.V. is voornemens om, namens Windpark Fryslân en de provinsje Fryslân, op korte termijn te starten met de werkzaamheden ten behoeve van het verdiepen van de Vaargeul Kornwerderzand – Workum met een profielzuiger. Het gebaggerde materiaal wordt toegepast in de Natuurvoorziening die wordt aangelegd voor het Windpark Fryslân en de Westflank van de Vismigratierivier voor de provinsje Fryslân. Het zandtransport vindt plaats middels zinkerleidingen en drijvende leidingen. Om de nautische veiligheid van het scheepvaartverkeer en het uitvoeren van de werkzaamheden te waarborgen is een werkgebied ingesteld.

Binnen dit werkgebied is voldoende ruimte is voor de profielzuiger om te kunnen werken. De oostelijke ankerdraden van de profielzuiger vallen buiten het werkgebied, echter deze lopen via de profielzuiger langs ankerpalen over de bodem en geven geen belemmering voor de scheepvaart. De ankers liggen buiten de omleidingsroute, graven zichzelf in en worden daarbij nog voorzien met een gele neurington, voorzien van verlichting en radarreflector. Het verzetten van de ankers, waarbij draden (tijdelijk) boven nautisch profiel van de tijdelijke vaargeul uitkomen vindt alleen plaats onder verkeersbegeleiding, op verkeersluwe momenten en niet tijdens donker of slecht zicht.

Tevens zal de vaargeul tijdelijk verlegd worden. Deze vaargeul heeft een minimale diepte van 3,20 meter.

De globale locatie van het ingestelde werkgebied in relatie tot de omgeving is weergegeven op onderstaande figuur (rode cirkel).

In de verlegde vaargeul kunnen schepen met een diepgang van minder dan 2,80 meter zonder begeleiding langs het werkgebied varen. Tijdens de werkzaamheden is er een verkeersbegeleidingsvaartuig aanwezig. Deze waarschuwt ook ongeautoriseerde vaartuigen als zij binnen het werkgebied zijn of dreigen te komen.

Het begeleidingsvaartuig wordt per marifoon door de Lorentzsluizen geïnformeerd wanneer er een schip aankomt dat dieper steekt dan 2,80 meter. Op de sluis wordt aanvullend een informatiebord geplaatst inzake de werkzaamheden en planning, met communicatiekanaal VHF 10. De diepere schepen worden actief begeleid door het begeleidingsvaartuig over de diepere delen van de omgelegde vaargeul. Indien dit niet mogelijk is zal een diep liggend schip onder verkeersbegeleiding door de gebaggerde vaargeul in het werkgebied langs de profielzuiger geloodst worden. Scheepvaart verkeer komende vanaf de IJsselmeerzijde wordt actief door de verkeersbegeleider benaderd door het begeleidingsvaartuig om de diepteligging te bepalen en het mogelijk omleiden in te zetten. Hiermee kan het overige scheepvaartverkeer veilig het werkgebied passeren.

Indien binnen een deel van het werkgebied geen werkzaamheden plaatsvinden en de nautische veiligheid van het scheepsvaartverkeer niet in het geding is, is toegang tot (het desbetreffende deel van) het werkgebied voor beroepsvissers en werkverkeer voor de versterking van de Afsluitdijk of realisatie Vismigratierivier mogelijk.

Om de nautische veiligheid van het scheepvaartverkeer in het gebied waar werkzaamheden plaatsvinden te garanderen dienen de beroepsvissers, de schepen die betrokken zijn bij de realisatie van de Versterking Afsluitdijk en de Vismigratierivier zich ten alle tijden te melden bij het scheepvaartbegeleidingsvaartuig om na te gaan of toegang veilig mogelijk is. Toegang tot (het desbetreffende deel van) het werkgebied is dan ook slechts mogelijk indien er geen werkzaamheden binnen het desbetreffende deel van het werkgebied plaatsvinden. Verder is toegang tot het werkgebied door de gebaggerde vaargeul voor doorgaande scheepvaart dieper dan 2,80 meter alleen mogelijk met toestemming en onder begeleiding van de verkeersleider aan boord van het begeleidingsvaartuig.

Beroepsvissers, scheepvaart dieper dan 2,80 meter, de schepen die betrokken zijn bij de realisatie van de Versterking Afsluitdijk en de Vismigratierivier worden toegelaten tot het verboden vaargebied na afstemming met de scheepvaartbegeleidingsvaartuig en/of de hoofduitvoerder. Beroepsvissers, scheepvaart dieper dan 2,80 meter, de schepen die betrokken zijn bij de realisatie van de Versterking Afsluitdijk en de Vismigratierivier kunnen hiertoe contact opnemen met Van Oord via de hoofduitvoerder of door zich te melden bij het scheepvaartbegeleidingsvaartuig Orion via VHF kanaal 10.

Onderhavig Verkeerbesluit, sluit aan op het Verkeersbesluit voor realisatie de van de Natuurvoorziening. In bijlage 1 is onderhavig Verkeerbesluit in het geel weergegeven en het Verkeersbesluit voor de Natuurvoorziening in het rood. Er vindt geen overlap plaats en onderhavig Verkeersbesluit wordt verleend voor een korte duur. Daarom wordt een separaat Verkeersbesluit afgegeven.

Het werkgebied wordt ter plaatse gemarkeerd met het plaatsen van betonning voorzien van een topteken met het verbodsteken A.1 (in-, uit- of doorvaren verboden) uit bijlage 7 van het BPR. In bijlage 1 van dit besluit zijn de maximale contouren van dit werkgebied (gele gebied) opgenomen.

Overleg

Bij de voorbereiding van het besluit is aan de gemeente Súdwest-Fryslân en de provincie Friesland de mogelijkheid geboden tot het geven van een reactie. Geen van deze overheden hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

De Beroepsvissers, Hiswa, Watersportverbond, Beroepschartervaart en de Schuttevaer zijn tevens de mogelijkheid geboden tot het geven van een reactie. Het Watersportverbond heeft een vraag gesteld over de planning. De planning is dat de zandwinactiviteiten in augustus zijn beëindigd en het gebied in september wordt opgeleverd, waarmee het gebied in oktober weer toegankelijk zal zijn. Zodra de werkzaamheden zijn afgerond zal het gebied zo snel mogelijk weer worden opengesteld. De overige partijen hebben van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Alle belanghebbenden ontvangen een (digitaal) afschrift van onderhavig Verkeersbesluit.

Procedure

Er kan redelijkerwijs van worden uitgegaan dat andere belanghebbenden door het nemen van dit besluit niet in hun rechten worden aangetast. Derhalve is de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht achterwege gelaten en is de procedure als bedoeld in artikel 4.1 van dezelfde wet gevolgd.

BESLUIT:

Op grond van vorenstaande overwegingen besluit ik op grond van artikelen 2, 3, 5 en 7 van de Scheepvaartverkeerswet, juncto bijlage 7 en 8 Binnenvaartpolitiereglement en juncto de artikelen 2, 10a en 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het Scheepvaartverkeer:

  • 1. Dat het verboden is om het gemarkeerde werkgebied ten behoeve van de zandwinning in de vaarweg nabij Kornwerderzand en zandtransport naar de natuurvoorziening en westflank vismigratierivier in het IJsselmeer, met vaartuigen in-, uit- of door te varen;

  • 2. Dat het een gemarkeerd werkgebied betreft, met maximale afmetingen van de betonning in en nabij het werkgebied (gele gebied) conform Bijlage 1 van dit Verkeersbesluit;

  • 3. Dat deze verboden kenbaar worden gemaakt door het verkeersteken A1 (bijlage 7 Bpr), inhoudende een algeheel vaarverbod geplaatst als topteken op de aanwezige werkbetonning;

  • 4. Dat ontheffing van dit verbod wordt verleend aan:

    • a. Vaartuigen die deel uitmaken van het werkverkeer dat betrokken is bij de realisatie van zandwinning in de vaarweg nabij Kornwerderzand en zandtransport naar de natuurvoorziening en westflank vismigratierivier in het IJsselmeer;

    • b. Vaartuigen die deel uitmaken van het werkverkeer dat betrokken is bij de versterking van de Afsluitdijk (LevveL) zover geen werkzaamheden ten behoeve van de zandwinning en zandtransport binnen het desbetreffende deel van het werkgebied plaatsvinden en na aanmelding bij Scheepvaartbegeleidingsvaartuig;

    • c. Vaartuigen die deel uitmaken van het werkverkeer dat betrokken is bij de realisatie Vismigratierivier zover geen werkzaamheden ten behoeve van zandwinning en zandtransport binnen het desbetreffende deel van het werkgebied plaatsvinden en na aanmelding bij Scheepvaartbegeleidingsvaartuig;

    • d. Beroepsvissers voor zover geen werkzaamheden ten behoeve van zandwinning en zandtransport binnen het desbetreffende deel van het werkgebied plaatsvinden en na aanmelding bij Scheepvaartbegeleidingsvaartuig;

    • e. Scheepvaart dieper dan 2,80 meter na aanmelding bij en onder begeleiding van de verkeersleider aan boord van het begeleidingsvaartuig,

    • f. Overheidsvaartuigen bezig met de uitoefening van de hun toegewezen taken;

    • g. Vaartuigen namens de overheid bezig met de uitoefening van de hun toegewezen taken;

  • 5. Dat onderhavig Verkeersbesluit van kracht is tot en met 1 oktober 2020.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, hoofd van de afdeling Vergunningverlening Rijkswaterstaat Midden-Nederland J.J.A. Stammen

BIJLAGE MEDEDELINGEN

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekend gemaakt, een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan Rijkswaterstaat Midden-Nederland, afdeling Werkenpakket, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit, waartegen het bezwaar is gericht en

  • d. de gronden van het bezwaar.

Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen het rechtsgebied, waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de verzoeker;

  • b. de dagtekening;

  • c. de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd. Naar aanleiding van het verzoek kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Indien het bezwaar- en/of verzoekschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het verzoek noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling.

BIJLAGE 1. SITUATIETEKENING

Behorende bij het Verkeersbesluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van heden.

Naar boven