Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Justitie en VeiligheidStaatscourant 2020, 28300Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Justitie en Veiligheid van 15 april 2020, nummer 2859548, houdende wijziging van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op de artikelen 48a, 48s en 48t van de Wet Justitie-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 komt de begripsomschrijving van ‘uitgezonden medewerker’ te luiden:

uitgezonden medewerker:

van 1 juli 2019 tot 1 januari 2020 de ambtenaar die valt onder het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018 en vanaf 1 januari 2020 de ambtenaar die valt onder de Aanvullende Cao Rijk Uitzendingen 2020–2024;.

B

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 4, onderdeel o, door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • p. het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie, nader uitgewerkt in bijlage Hj, behorende bij deze regeling;

  • q. het Schengen Informatiesysteem, nader uitgewerkt in bijlage Hk, behorende bij deze regeling.

C

In artikel 12, eerste lid, onderdeel c, wordt ‘het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007’ vervangen door ‘het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018 en de Aanvullende Cao Rijk Uitzendingen 2020–2024’.

D

In bijlage H, artikel H3, wordt ‘€ 30.388.515’ vervangen door ‘€ 32.677.312,13’ en wordt ‘€ 9.276.917’ vervangen door € 11.565.714,13.

E

Bijlage Ha, artikel Ha3, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘€ 44.380.000’ vervangen door ‘€ 47.380.000’;

2. In onderdeel c wordt ‘€ 7.470.000’ vervangen door ‘€ 5.670.000’;

3. In onderdeel d wordt ‘€ 25.855.000’ vervangen door ‘€ 28.855.000’.

F

In bijlage Ha, artikel Ha5, wordt na het vijfde lid een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Bij herintegratieondersteuning van vreemdelingen die vertrekken vanuit een in de specifieke maatregel ‘ERRIN’ participerende lidstaat kan, in afwijking van de in artikel C7, derde lid, onderdelen b en c, genoemde bedragen, worden aangesloten bij de in die lidstaat vastgelegde maximum vergoedingen.

G

Na Bijlage Hi worden twee bijlagen toegevoegd, die luiden als aangegeven in de bijlagen 1 en 2 bij deze regeling.

ARTIKEL II

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Artikel I, onderdelen A en C, werkt terug tot en met 1 juli 2019 ten aanzien van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018 en tot en met 1 januari 2020 ten aanzien van de Aanvullende Cao Rijk Uitzendingen 2020–2024.

  • 3. Artikel I, onderdelen B, D en G, werkt terug tot en met 26 november 2019.

  • 4. Artikel I, onderdeel E, onder 2, werkt terug tot en met 4 september 2019.

  • 5. Artikel I, onderdeel F, werkt terug tot en met 13 juli 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage, 15 april 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol

BIJLAGE 1, BEHOREND BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL B

Bijlage Hj, behorende bij artikel 4, onderdeel p

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel p, Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie.

Artikel Hj1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Artikel Hj2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen tot en met 31 december 2020, 17.00 uur.

Artikel Hj3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel Hj2, € 3.216.666,66.

Artikel Hj4. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Projecten zijn gericht op te maken kosten met betrekking tot de ontwikkeling en implementatie van het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie conform artikel 85, eerste lid, van Verordening (EU) 2018/1240.

  • 2. Andere kosten, inclusief de kosten waaraan wordt gerefereerd in artikel 85, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van Verordening (EU) 2018/1240 evenals de functioneringskosten van het Europees systeem voor reisinformatie en – autorisatie zijn niet subsidiabel.

Artikel Hj5. Specifieke eisen aan het project

  • 1. Het project is uiterlijk op 31 december 2022 afgerond.

  • 2. In plaats van de datum van ontvangst van de volledige aanvraag kan door de minister in de beschikking tot subsidieverlening een andere startdatum van het project worden vermeld.

Artikel Hj6. Hoogte van de subsidie

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 100% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

BIJLAGE 2, BEHOREND BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL B

Bijlage Hk, behorende bij artikel 4, onderdeel q

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel q Schengen Informatiesysteem.

Artikel Hk1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Artikel Hk2. Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen tot en met 31 december 2020, 17.00 uur.

Artikel Hk3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel Hk2, € 1.227.000,00.

Artikel Hk4. Subsidiabele activiteiten

Projecten zijn uitsluitend gericht op de snelle en doeltreffende opwaardering van de betrokken nationale systemen, overeenkomstig de vereisten van verordening (EU) 2018/1861 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem.

Artikel Hk5. Specifieke eisen aan het project

  • 1. Het project is uiterlijk op 31 december 2022 afgerond.

  • 2. In plaats van de datum van ontvangst van de volledige aanvraag kan door de minister in de beschikking tot subsidieverlening een andere startdatum van het project worden vermeld.

Artikel Hk6. Hoogte van de subsidie

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 100% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling tot wijziging van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 bevat onder andere toegevoegde acties voor het Intern Veiligheidsfonds (ISF) Grenzen en Visa en aanpassingen in het budget van de specifieke maatregelen met betrekking tot terugkeer.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdelen A en C (artikelen 1 en 12)

In de definitie ‘uitgezonden medewerker’ in artikel 1 en artikel 12, eerste lid, onderdeel c, wordt verwezen naar het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007. Dit stelsel is vervallen en vervangen door het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018 dat op 1 juli 2019 van kracht is geworden. Als gevolg van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren zijn de rechtspositionele regelingen voor rijksambtenaren per 1 januari 2020 vervallen. Het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018 is vervangen door de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen 2020–2024.

Onderdelen B en G (artikel 4 en bijlagen Hj en Hk)

In augustus 2019 heeft de Europese Commissie meegedeeld in een notitie aan het AMIF-ISF Comité (AMIF-ISF/2019/06) dat Nederland € 3.216.666,66 aan extra middelen ontvangt voor ISF (Grenzen en Visa) voor het Europees systeem voor reisinformatie- en autorisatie (ETIAS) en € 1.227.000,00 voor het Schengen Informatiesysteem (SIS). Deze extra middelen zijn verwerkt in de subsidieregeling door de toevoeging acties aan artikel 4 en de bijlagen Hj en Hk.

Conform artikel 79 van de ETIAS verordening (EU) 2018/1240 van 12 september 2018 en de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/946 van 12 maart 2019 krijgt iedere lidstaat die deelneemt aan het ISF (Grenzen en Visa) € 3.216.666,66 als tegemoetkoming voor te maken kosten met betrekking tot de ontwikkeling van ETIAS. Er is namelijk vastgelegd dat over de lidstaten die deelnemen aan het ISF (Grenzen en Visa) € 96.500.000 in gelijke delen moet worden verdeeld.

In artikel 5, vierde lid, van de verordening (EU) 2018/1861 (SIS verordening) van 28 november 2018 is vastgelegd dat over de lidstaten die deelnemen aan het ISF (Grenzen en Visa) € 36.810.000 in gelijke delen moet worden verdeeld. Dat betekent dat iedere deelnemende lidstaat € 1.227.000 aan extra middelen ontvangt die volledig bestemd zijn voor de snelle en doeltreffende opwaardering van de betrokken nationale systemen, overeenkomstig de vereisten van de SIS verordening.

Welke kosten precies voor subsidie in aanmerking komen is nader door de Europese Commissie toegelicht in Annex II van notitie AMIF-ISF/2019/06 en in antwoorden op veel gestelde vragen en wordt in Nederland door de Verantwoordelijke Autoriteit voor AMIF en ISF afgestemd met de begunstigde.

Om de middelen als lidstaat daadwerkelijk te kunnen ontvangen was het nodig om het nationale programma ISF aan te passen. Het aangepaste programma is in augustus 2019 ingediend en op 26 november 2019 door de Europese Commissie goedgekeurd. Deze wijziging van de subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 werkt dan ook terug tot en met 26 november 2019.

De Europese Commissie heeft met betrekking tot de extra te ontvangen middelen voor de ontwikkeling van IT systemen ten behoeve van grensmanagement (ETIAS, SIS) en de eerder al ontvangen extra middelen ten behoeve van het EES aangegeven dat conform de van toepassing zijnde regelgeving kosten met terugwerkende kracht mogen worden gefinancierd vanuit het nationaal programma. Dit betekent dat ook kosten gemaakt vóór de herziening van het ISF nationaal programma in aanmerking komen voor subsidiëring, zolang zij voldoen aan de subsidieregels. Dit is in lijn met EU-regelgeving. Artikel 130, eerste lid,van Verordening (EU,EURATOM) nr. 966/2012 maakt uitzonderingen mogelijk op het verbod van terugwerkende kracht en bepaalt dat de Commissie bevoegd is gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende nadere bepalingen inzake het verbod op terugwerkende kracht. Daarin is voorzien in artikel 10, derde lid, van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1042/2014 waarin staat: ‘In de regel wordt de subsidieovereenkomst ondertekend voordat de projectactiviteiten ten laste van het nationale programma beginnen’.

In lijn met artikel 85, eerste lid, van Verordening (EU) 2018/1240 en artikel 5, vierde lid, van Verordening (EU) 2018/1861 bedraagt de bijdrage uit de Uniebegroting aan de gemaakte kosten 100% van de totale in aanmerking komende kosten voor ETIAS onderscheidenlijk SIS.

De Europese Commissie zal de wijze waarop deze extra allocaties in de lidstaat worden benut nauwgezet monitoren om er zeker van te zijn dat de gelden worden gebruikt voor respectievelijk ETIAS en SIS.

De ISF financiering voor het ETIAS en voor het SIS zal worden toegekend aan het ‘Programma Grenzen en Veiligheid’ dat hiertoe binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid is ingericht en dat zich met name richt op het, in samenwerking met de betrokken overheidsorganisaties en de lucht- en zeehavens, implementeren van de Europese voorstellen in het kader van slimme grenzen, waaronder het EES. Vanwege de specifieke aard van het project en de deskundigheid die binnen het programma bij elkaar wordt gebracht is er geen andere keuze dan het project door voornoemd programma te laten uitvoeren.

Onderdeel D (bijlage H, artikel H3)

In augustus 2019 heeft de Europese Commissie meegedeeld in een notitie aan het AMIF-ISF Comité (AMIF-ISF/2019/06) dat Nederland € 2.288.797,13 aan extra middelen ontvangt voor ISF (Grenzen en Visa) voor de ontwikkeling van IT systemen ten behoeve van grensmanagement zoals bedoeld in artikel 15 van Verordening (EU) 515/2014. Deze extra middelen zijn verwerkt in bijlage H, artikel H3. Deze middelen zullen in Nederland worden toegevoegd aan het project dat wordt uitgevoerd onder artikel H5, onderdeel f, van bijlage H met betrekking tot management van de externe EU-grenzen, zowel op visa als op grenzen. Het betreft investeringen en activiteiten in verband met het voorbereiden, ontwikkelen en onderhouden van de nationale systemen ten behoeve van de uitvoering van slimme grenzen.

Om de middelen als lidstaat daadwerkelijk te kunnen ontvangen was het nodig om het nationale programma ISF aan te passen. Het aangepaste programma is in augustus 2019 ingediend en op 26 november 2019 door de Europese Commissie goedgekeurd. Deze wijziging van de subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 werkt dan ook terug tot 26 november 2019.

De Europese Commissie heeft in een document met antwoorden op veel gestelde vragen door lidstaten met betrekking tot de extra te ontvangen middelen voor de ontwikkeling van IT systemen ten behoeve van grensmanagement (het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS) en het Schengen Informatiesysteem (SIS)) en de eerder al ontvangen extra middelen ten behoeve van het Inreis- en uitreissysteem (EES) aangegeven dat conform de van toepassing zijnde regelgeving kosten met terugwerkende kracht mogen worden gefinancierd vanuit het nationaal programma. Dit betekent dat ook kosten gemaakt vóór de herziening van het ISF nationaal programma in aanmerking komen voor subsidiëring, zolang zij voldoen aan de subsidieregels. Dit is in lijn met EU-regelgeving. Artikel 130, eerste lid, van Verordening (EU, EURATOM) nr. 966/2012 maakt uitzonderingen mogelijk op het verbod van terugwerkende kracht en bepaalt dat de Commissie bevoegd is gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende nadere bepalingen inzake het verbod op terugwerkende kracht. Daarin is voorzien in artikel 10, derde lid, van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1042/2014 waarin staat: ‘In de regel wordt de subsidieovereenkomst ondertekend voordat de projectactiviteiten ten laste van het nationale programma beginnen’.

Welke kosten precies voor subsidie in aanmerking komen wordt in Nederland door de Verantwoordelijke Autoriteit voor AMIF en ISF afgestemd met de begunstigde.

De ISF financiering voor de ontwikkeling van IT systemen ten behoeve van grensmanagement zoals bedoeld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 515/2014 zal worden toegekend aan het ‘Programma Grenzen en Veiligheid’ dat hiertoe binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid is ingericht en dat zich met name richt op het, in samenwerking met de betrokken overheidsorganisaties en de lucht- en zeehavens, implementeren van de Europese voorstellen in het kader van slimme grenzen, waaronder het EES, het ETIAS en de noodzakelijke aanpassingen van het SIS. Vanwege de specifieke aard van het project en de deskundigheid die binnen het programma bij elkaar wordt gebracht is er geen andere keuze dan het project door voornoemd programma te laten uitvoeren.

Onderdeel E (bijlage Ha, artikel Ha3)

Deze wijzigingen betreffen aanpassingen in het budget van de specifieke maatregelen. Ter versterking van de operationele behoeften van de specifieke maatregel met betrekking tot gezamenlijke terugkeer en re-integratie heeft de Europese Commissie voor het project ERRIN additionele middelen van € 3.000.000 ter beschikking gesteld. Deze extra middelen zijn verwerkt in artikel Ha3, aanhef en onderdeel d.

Op 18 oktober 2017 heeft de Europese Commissie € 1.800.000 additionele middelen toegekend aan de Specifieke maatregel Eurint vallend onder de Specifieke doelstelling 3 – Terugkeer, van het Nationaal Programma AMIF. Deze middelen bleken echter niet nodig en zijn door middel van de wijziging van de regeling, d.d. 4 september 2019, ingezet voor de Specifieke maatregelen MedCOI en ERRIN, die ook vallen onder de Specifieke doelstelling 3 – Terugkeer, van het Nationaal Programma AMIF. In die wijziging was het maximaal beschikbare bedrag voor onderdeel c, het project Eurint, echter niet naar beneden bijgesteld. Deze bijstelling wordt nu alsnog verwerkt en werk terug tot en met 5 september 2019. Deze bijstelling heeft geen gevolgen voor de uitgevoerde projecten.

Onderdeel F (bijlage Ha, artikel Ha5)

Aan artikel Ha5 wordt een zesde lid toegevoegd op grond waarvan het mogelijk wordt dat de aan ERRIN participerende lidstaten de in die lidstaat vastgelegde maximale bedragen die rechtstreeks ten goede komen aan de terugkeerder als subsidiabele kosten opvoeren. De in artikel C7, derde lid, onder b en c, vermelde bedragen zijn specifiek voor de Nederlandse situatie en kunnen voor andere lidstaten niet van toepassing of te beperkt zijn. Alle aan een specifieke actie participerende lidstaten dienen te voldoen aan de regels van de leidende lidstaat van die specifiek actie. Nederland is de leidende lidstaat van de specifieke actie ERRIN. Deze wijziging ziet erop dat terugkeervergoedingen vanuit een aan ERRIN participerende lidstaat in aanmerking komen voor Europese AMIF subsidie indien die vergoedingen in lijn zijn met de afspraken die gelden in die betreffende lidstaat.

Artikel II

Zoals hierboven vermeld werken de onderdelen B, D en G van artikel I van deze regeling terug tot en met 26 november 2019, de datum waarop het aangepaste nationale programma ISF door de Europese Commissie is goedgekeurd. Dit zodat er zoveel mogelijk subsidiabele kosten kunnen worden opgevoerd door de projecten die de geoormerkte gelden voor ETIAS, SIS en IT systemen ten behoeve van grensbewaking zullen besteden en onderbesteding van het fonds zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Artikel I, onderdeel F, werkt terug tot en met 13 juli 2018, de datum waarop het project ERIN werd uitgebreid met activiteiten gericht op gezamenlijke terugkeer. Door deze wijziging werd deze activiteit op zowel gezamenlijke terugkeer als re-integratie gericht. Daarnaast werd de projectnaam gewijzigd naar ERRIN.

De invoeringstermijn bedraagt minder dan twee maanden en de inwerkingtreding valt niet op een vast verandermoment. Daarmee wijkt de inwerkingtreding af van de minimuminvoeringstermijn en de vaste verandermomenten. Deze regeling betreft een aantal gunstige aanpassingen, waarvoor afwijking is toegestaan op grond van artikel 4.17, vijfde lid, onder a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving, omdat daarmee onderbesteding van het Intern Veiligheidsfonds (Grenzen en Visa) wordt voorkomen en er met de extra ontvangen middelen Europese regelgeving kan worden geïmplementeerd.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol