Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 15 mei 2020, nr. WJZ 20137482, tot wijziging van de Beleidsregel tegemoetkoming getroffen ondernemers COVID-19 BES zodat gedupeerde ondernemingen tevens voor een kleinere tegemoetkoming in aanmerking kunnen komen

De Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Besluiten:

ARTIKEL I

De Beleidsregel tegemoetkoming getroffen ondernemers COVID-19 BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2 (verstrekking en hoogte tegemoetkoming)

  • 1. De minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een gedupeerde onderneming BES die verwacht in de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020:

    • a. ten minste USD 2200 maar minder dan USD 4400 aan omzetverlies te lijden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19; en

    • b. ten minste USD 2200 aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 2. De minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan een gedupeerde onderneming BES die verwacht in de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020:

    • a. ten minste USD 4400 aan omzetverlies te lijden als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19; en

    • b. ten minste USD 4400 aan vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

  • 3. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt USD 2200 per gedupeerde onderneming BES.

  • 4. De tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, bedraagt USD 4400 per gedupeerde onderneming BES.

B

Artikel 4, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel d wordt ‘een omzetverlies verwacht te lijden van ten minste USD 4400’ vervangen door ‘verwacht een omzetverlies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk een omzetverlies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, te lijden’.

2. In onderdeel e wordt ‘ten minste USD 4400 aan vaste lasten’ vervangen door ‘de vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk de vaste lasten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b,’.

ARTIKEL II

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 14 mei 2020.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 mei 2020

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

TOELICHTING

Op 25 april 2020 is, met terugwerkende kracht tot en met 23 april 2020, de Beleidsregel getroffen ondernemers COVID-19 BES (hierna: de beleidsregel) in werking getreden. Getroffen ondernemers kunnen hiermee, net als in Europees Nederland, aanspraak maken op een eenmalige tegemoetkoming van USD 4400 (€ 4.000) om de vaste lasten te kunnen dekken. Voorwaarde voor tegemoetkoming is dat de onderneming verwacht gedurende de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 een omzetverlies van ten minste USD 4400 te zullen lijden, en in diezelfde periode ten minste USD 4400 aan vaste lasten verwachten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19.

Gebleken is echter dat in Caribisch Nederland relatief veel kleine ondernemers actief zijn, die vanwege de hoogte van het drempelbedrag niet in aanmerking kwamen voor een tegemoetkoming. In overleg met de Kamers van Koophandel en Nijverheid van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de uitvoerende RCN-unit SZW is gezocht naar een oplossing voor deze kleine ondernemingen. Onderhavige wijziging van de beleidsregel is de uitwerking van die oplossing. Hiermee wordt de beleidsregel uitgebreid met een mogelijkheid voor een lagere tegemoetkoming van USD 2200, met een lager drempelbedrag van USD 2200. Ondernemingen in Caribisch Nederland die gedurende de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020 verwachten een omzetverlies tussen de USD 2200 en USD 4400 te lijden en vaste lasten van ten minste USD 2200 verwachten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19, kunnen daarmee in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van USD 2200, mits zij eveneens voldoen aan de overige voorwaarden uit de beleidsregel. Dit doet recht aan de lokale situatie in Caribisch Nederland, waar het bbp per hoofd van de bevolking ongeveer de helft van dat in Europees Nederland bedraagt.

De mogelijkheid om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming van USD 4400 bij een verwacht omzetverlies van ten minste USD 4400 en ten minste USD 4400 aan verwachte vaste lasten gedurende de periode van 13 maart 2020 tot en met 12 juni 2020, blijft eveneens bestaan. Ondernemingen zullen bij aanvraag moeten aanvinken voor welke tegemoetkoming zij in aanmerking willen komen, en verklaren dat zij voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarden, zoals het minimale te verwachten omzetverlies en de minimaal te verwachten vaste lasten.

Deze wijziging is niet van invloed op de totale kosten van de regeling. Van de, naar schatting, 2.250 getroffen ondernemingen hebben sinds openstelling slechts 500 ondernemingen een aanvraag ingediend. De hoogte van het drempelbedrag is hier de vermoedelijke oorzaak. De totale kosten voor de regeling zullen derhalve vermoedelijk lager uitvallen dan de begrote € 9 miljoen.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en werkt terug tot en met 14 mei 2020. Er is gekozen om terugwerkende kracht aan deze wijziging te verlenen om het mogelijk te maken dat de lagere tegemoetkoming zo spoedig mogelijk kan worden aangevraagd. In dit verband wordt opgemerkt dat deze wijzigingsbeleidsregel een begunstigend karakter heeft.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

Naar boven