Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)Staatscourant 2020, 26964Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 15 mei 2020, nummer WBV 2020/12, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C1/2.13 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

2.13 Het geven van de beschikking

Beslistermijn

De IND neemt binnen 6 maanden na indiening van de aanvraag voor verlening of verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een beslissing op de aanvraag. Deze termijn kan op grond van artikel 42 Vw worden verlengd.

Met de inwerkingtreding van WBV 2020/12 maakt de IND gebruik van de in artikel 42, vierde lid, onder b, Vw neergelegde bevoegdheid om in individuele zaken de termijn met 6 maanden te verlengen. Dat betekent dat van alle aanvragen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet is verstreken op datum inwerkingtreding van WBV 2020/12 de wettelijke beslistermijn met 6 maanden wordt verlengd. Blijkens de op 16 april 2020 gepubliceerde Richtsnoeren Asiel en Migratie van de Europese Commissie is een dergelijke verlenging gerechtvaardigd.

Daarnaast blijft de IND gebruikmaken van de mogelijkheid om, in de gevallen waarin dat nodig is, de beslistermijnen te verlengen op grond van artikel 42, vierde lid, onder a of c, Vw.

Er is sprake van een nog niet verstreken wettelijke beslistermijn bij:

  • Asielaanvragen ingediend minder dan zes maanden voor de inwerkingtreding van WBV 2020/12; of

  • Asielaanvragen die minder dan zes maanden voor de inwerkingtreding van WBV 2020/12 zijn opgenomen in de nationale procedure;

  • Asielaanvragen die langer dan zes maanden geleden zijn ingediend of opgenomen in de nationale procedure en ten aanzien waarvan op andere gronden verlenging op grond van artikel 42, vierde lid, Vw, artikel 43 Vw of opschorting van de beslistermijn op grond van artikel 4:15, tweede lid, onder c, Awb heeft plaatsgevonden, waardoor de beslistermijn nog niet is verlopen.

De verlenging van de termijn vindt plaats op grond van de algemene kennisgeving in onderhavige paragraaf en de publicatie daarvan in de Staatscourant. De IND stuurt geen individuele kennisgevingen om de beslistermijn op grond van artikel 42, vierde lid, onder b, Vw te verlengen.

Onder complexe feitelijke en juridische kwesties zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder a, Vw kan in ieder geval worden verstaan dat onderzoek moet worden gedaan door of advies moet worden gevraagd aan:

  • een Nederlands ministerie;

  • het Openbaar Ministerie;

  • de autoriteiten van derde landen;

  • de UNHCR;

  • het BMA, voor zover zij voor het onderzoek gebruik maakt van externe deskundigen;

  • Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (Toelt), voor zover zij voor het onderzoek gebruik maakt van externe deskundigen; en

  • het NFI.

Er is ook sprake van een complexe feitelijke en juridische kwestie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder a, Vw als er 1F-indicaties zijn.

De IND neemt in de verlengde asielprocedure in ieder geval aan dat de vertraging van de behandeling van de aanvraag aan de vreemdeling is toe te schrijven als bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder c, Vw, wanneer:

  • het (eventuele) aanvullend gehoor op verzoek of door toedoen van de vreemdeling verzet wordt;

  • er bepaalde omstandigheden in het leven van de vreemdeling spelen, zoals langdurige ziekte;

  • de vreemdeling een contra-expertise laat uitvoeren;

  • of de vreemdeling kort voor het verstrijken van de beslistermijn met omvangrijke nieuwe stukken komt.

Wijze van bekendmaken

In de beschikking vermeldt de IND naast de wettelijk vereiste gegevens, de termijn waarin de vreemdeling Nederland moet verlaten (indien van toepassing).

Als de IND de beschikking aan de vreemdeling bekend maakt vermeldt de IND in de verzendopdracht in INDIGO of op het bij de beschikking gevoegde aanbiedingsformulier:

  • de datum en het tijdstip van bekend maken; en

  • de naam van de ambtenaar die de beschikking uitreikt (indien van toepassing).

De beschikking in de algemene asielprocedure

De IND zendt de beschikking aan de gemachtigde van de vreemdeling.

In de volgende situaties reikt de IND de beschikking aan de vreemdeling uit:

  • van de vreemdeling is geen gemachtigde bekend;

  • indien het een afwijzing van een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd betreft die binnen de ééndagstoets asiel wordt behandeld, geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is en de vreemdeling aanwezig is op het aanmeldcentrum (zie paragraaf C1/2.9);

  • in de afwijzende beschikking wordt tevens een inreisverbod uitgevaardigd met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw;

  • de DT&V, COA, Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee en/of IND hebben wanneer dit nodig is in onderlinge samenspraak vastgesteld dat uitreiking in persoon aangewezen is, bijvoorbeeld omdat onmiddellijk vertrek uit Nederland wordt aangezegd.

Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, en het niet mogelijk is de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken, wordt op de daarvoor bestemde plek in het aanmeldcentrum een melding van terinzagelegging opgehangen. De IND stelt een rapport van bevindingen op waarin wordt vastgelegd welke handelingen zijn verricht om de beschikking bekend te maken.

De beschikking in de verlengde asielprocedure

De IND stuurt de beschikking aan de gemachtigde van de vreemdeling. Als er bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, stuurt de IND de beschikking aangetekend naar het laatst bekende adres van de vreemdeling.

Als de IND er niet in slaagt de beschikking aan de vreemdeling kenbaar te maken, geeft de IND in een rapport van bevindingen aan welke handelingen zijn verricht om de beschikking aan de vreemdeling kenbaar te maken.

De inwilliging

Als de IND de aanvraag inwilligt op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw, motiveert de IND waarom niet is ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw. Als de IND de aanvraag inwilligt op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, motiveert de IND waarom niet is ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a en b, Vw. De IND beperkt deze motivering tot het benoemen van de (on)geloofwaardige relevante elementen en, indien van toepassing, de redenen waarom deze niet kwalificeren voor vluchtelingenstatus en/of de subsidiaire beschermingsstatus. De IND brengt in deze situatie geen voornemen uit, maar motiveert dit in de inwilligende beschikking.

Als de vreemdeling uitsluitend een adres in het buitenland heeft, stuurt de IND de beschikking door tussenkomst van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in dat land naar het buitenlandse adres van de vreemdeling.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 mei 2020

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, namens deze, C. Riezebos wnd. directeur-generaal Migratie

TOELICHTING

ALGEMEEN

Bij brief van 17 april jl. heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in reactie op vragen van de Tweede Kamer in het kader van het schriftelijk overleg meegedeeld dat wordt onderzocht wat alternatieve mogelijkheden zijn om procedures doorgang te laten vinden binnen het uitgangspunt van zo veilig mogelijk werken (TK 2019–2020, 19 637, nr. 2601). Daarbij is ook aangegeven dat desalniettemin de verwachting is dat de effecten van de noodzakelijke coronamaatregelen op de procedures en beslistermijnen substantieel zullen zijn.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft vervolgens bij brief van 15 mei 2020 de Tweede Kamer geïnformeerd dat zij heeft besloten de wettelijke beslistermijn voor aanvragen asiel voor bepaalde tijd te verlengen met 6 maanden. De onderhavige wijziging van paragraaf C1/2.13 Vc is een uitwerking van dit besluit.

Voor asielzaken geldt een wettelijke beslistermijn van 6 maanden. Deze termijn komt voort uit de Procedurerichtlijn (2013/32/EU) en is ook in artikel 42, eerste lid, Vw vastgelegd. Vanwege de genomen maatregelen in verband met het coronavirus ondervinden de lidstaten problemen om binnen de termijn van 6 maanden te kunnen beslissen. De Europese Commissie heeft in de op 16 april 2020 gepubliceerde richtsnoeren ruimte geboden de beslistermijn voor asielzaken te verlengen met ten hoogste 9 maanden (COVID-19: Richtsnoeren betreffende de uitvoering van de relevante EU-bepalingen op het gebied van de asiel- en terugkeerprocedures en betreffende hervestiging (2020/C 126/02). De Procedurerichtlijn kent geen specifieke bepaling die in een verlenging voorziet van de beslistermijn op basis van de huidige crisis. De Europese Commissie stelt echter dat de wetgever de huidige situatie niet heeft kunnen voorzien en stelt dat de coronamaatregelen dezelfde impact hebben als moeilijkheden die zich voordoen wanneer een groot aantal personen tegelijk een verzoek indient, hetgeen wel een grond is voor verlenging van de beslistermijn. Op grond hiervan kan de wettelijke beslistermijn voor asielzaken op grond van artikel 42, vierde lid, onder b, Vw worden verlengd. De procedures hebben grotendeels stilgelegen vanaf 15 maart en de komende periode zal door de IND worden gebruikt om aangepaste werkwijzen te introduceren, zodat de procedures weer op veilige wijze kunnen worden hervat. Daarom is in de voornoemde brief van 15 mei aan de Tweede Kamer gemeld dat een verlenging van de beslistermijn van – in eerste instantie – 6 maanden als redelijk wordt beschouwd.

In de regel informeren bestuursorganen die aanleiding zien beslistermijnen te verlengen de betreffende aanvragers individueel per brief. Uit een inventarisatie door de IND is gebleken dat het verzenden van uitstelbrieven in elke individuele zaak vele weken in beslag zal nemen omdat het een groot aantal zaken betreft. Indien sprake is van een overmachtssituatie die alle lopende aanvragen raakt, is individuele berichtgeving evenwel niet de aangewezen wijze van bekendmaking. De publicatie van een WBV kan dan gelden als een meer geschikte wijze om mededeling te doen van de opschorting van de beslistermijn. Hiervoor kan steun worden gevonden in de eerdere verlenging van beslistermijnen middels een algemene kennisgeving (WBV 2016/3) en de jurisprudentie daarover van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1. In aanvulling op de publicatie van het WBV zal de IND ook andere kanalen gebruiken om de belanghebbende te informeren. Zo zal hier de aandacht op worden gevestigd via de website van de IND, social media, het informeren van de advocatuur en middels een brief aan de Tweede Kamer. In de gevallen waarin op basis van de individuele zaak wordt besloten de beslistermijn te verlengen op grond van artikel 42, vierde lid, onder a of c, Vw, zal hiervan overigens nog steeds een individuele kennisgeving worden verzonden.

Tenslotte is van deze aanpassing in deze paragraaf gebruik gemaakt om de tekst over de vorige verlenging van de wettelijke beslistermijn voor asielzaken in 2016 te verwijderen nu deze niet meer relevant is.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, namens deze, C. Riezebos wnd. directeur-generaal Migratie


X Noot
1

ABRvS 8 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3232