Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2020, 26438Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 18 mei 2020, nr. WJZ/ 20134755, tot wijziging van de Regeling identificatie en registratie van dieren in verband met het chippen van paarden conform COVID-19 maatregelen

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 12, eerste lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/262 van de Commissie van 17 februari 2015 tot vaststelling van voorschriften overeenkomstig de Richtlijnen 90/427/EEG en 2009/156/EG van de Raad met betrekking tot de methoden voor de identificatie van paardachtigen (PbEU L 59) en artikel 3, eerste lid, van het Besluit identificatie en registratie van dieren;

Besluit:

ARTIKEL I

In artikel 38v, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren wordt ‘zes maanden’ vervangen door ‘negen maanden’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 18 mei 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

TOELICHTING

Verordening 2015/262 (verordening paardenpaspoort) regelt in artikel 12, eerste lid, dat paarden in ieder geval binnen twaalf maanden van een chip en een paspoort dienen te worden voorzien. Lidstaten kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen deze termijn om praktische redenen te verkorten tot zes maanden (tweede lid). Nederland heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt middels artikel 38v, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren.

Door de COVID-19 epidemie hebben de werkzaamheden van paspoortconsulenten enige tijd stilgelegen. Onduidelijk is namelijk of in alle gevallen de afstand van anderhalve meter van de COVID-19 richtlijnen van het RIVM kan worden gewaarborgd. Dit heeft tot gevolg dat sommige paarden niet op tijd konden worden gechipt en om die reden worden uitgesloten van humane consumptie.

Dat is zeer nadelig voor fokkers van veulens, omdat deze veel minder waard worden.

Om deze werkzaamheden toch mogelijk te maken wordt momenteel een protocol opgesteld waardoor tijdens het chippen en schetsen van een veulen aan de RIVM-richtlijnen op een veilige manier kan worden voldaan.

Daarom heb ik besloten om de termijn voor het chippen van veulens in het kader van corona te verruimen van zes maanden naar negen maanden. Door die verlengde termijn kunnen veulens alsnog gechipt worden zonder uitgesloten te worden van humane consumptie. Het systeem van de RVO kan hierop gemakkelijk worden aangepast. Zo kunnen de nadelige effecten van de COVID-19 epidemie voor fokkers worden opgeheven.

Onderhavige wijzigingsregeling voorziet hierin. In artikel 38v, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren, wordt de termijn van zes maanden gewijzigd in een termijn van negen maanden. De aanpassing geldt tot nader order. De regeling wordt weer gewijzigd op het moment dat de situatie is genormaliseerd.

Regeldruk

De regeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor burgers of het bedrijfsleven. Dit houdt verband met het feit dat in de uitvoeringsverordening geen nieuwe verplichtingen zijn opgenomen.

Uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets

Aangezien het hier enkel gaat om een termijnverlenging waarbinnen een bestaande (Europese) verplichting dient te zijn uitgevoerd, is afgezien van een uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets met betrekking tot onderhavige regeling.

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt gepubliceerd. Hiermee wordt afgeweken van het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309). Het kabinetsbeleid biedt de mogelijkheid af te wijken van vaste verandermomenten indien het spoed- of noodregelgeving betreft, hetgeen hier het geval is.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten