De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet
Onderwijs en Media,
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies, de artikelen 1.3 en
2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, de artikelen 70 van de Wet op
het primair onderwijs, 71 van de Wet op de expertisecentra, 75a van de Wet op het
voortgezet onderwijs en 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluiten:
ARTIKEL I
De Subsidieregeling LerarenOntwikkelFonds wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a vervalt ‘en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied
van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Minister van Economische Zaken’.
2. In onderdeel c wordt ‘of artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs’ vervangen
door ‘, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 1.1.1 van de Wet
educatie en beroepsonderwijs’.
3. Onderdeel g komt te luiden:
- g. instelling:
-
instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
4. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
- h. middelbaar beroepsonderwijs:
-
onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
B
In artikel 1.2, eerste lid, wordt ‘leraren’ telkens vervangen door ‘leraren of docenten’.
C
In artikel 2.1, onder d, wordt ‘leraren’ telkens vervangen door ‘leraren of docenten’.
D
In artikel 3.1 wordt ‘leraren’ telkens vervangen door ‘leraren of docenten’.
E
Artikel 3.2 komt te luiden:
Artikel 3.2. Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor het schooljaar 2020–2021 wordt vastgesteld op € 825.000,–,
waarvan een derde bestemd is voor activiteiten in het primair onderwijs, een derde
voor activiteiten in het voortgezet onderwijs en een derde voor activiteiten in het
middelbaar beroepsonderwijs.
F
Artikel 3.3. komt te luiden:
Artikel 3.3. Aanvraag
-
1. De aanvraagronde voor het schooljaar 2020–2021 vangt aan op 13 mei 2020 om 7.00 uur
en loopt tot en met 27 mei 2020.
-
2. Een leraar of docent kan in deze aanvraagronde eenmaal een subsidieaanvraag indienen.
-
3. Voor de indiening van een aanvraag wordt gebruik gemaakt van het hiervoor bestemde
aanvraagformulier dat wordt gepubliceerd op de website van DUS-I.
-
4. De subsidie wordt door een leraar of docent aangevraagd met goedkeuring van en namens
het bevoegd gezag van de school of instelling waar hij werkzaam is.
-
5. Aanvragen van leraren of docenten aan wie op grond van deze regeling of vanwege het
programma Onderwijs Pioniers MBO eerder subsidie is verleend, worden afgewezen.
-
6. Aanvragen die na sluiting van het aanvraagmoment zijn ontvangen, worden afgewezen.
G
Artikel 3.5 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel b wordt ’de leraar’ vervangen door ‘de leraar of de docent’.
b. In onderdeel c wordt ‘de leraar en de leraren’ vervangen door ‘de leraar of de docent
en de leraren of de docenten’.
c. In onderdeel e wordt ‘leraren’ vervangen door ‘leraren of docenten’.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
H
In artikel 3.9 wordt ‘€ 75.000,–’ vervangen door ‘€ 30.000,–’.
I
In artikel 3.10 komt de eerste volzin te luiden: De activiteiten, bedoeld in artikel
3.1, worden uitgevoerd in het schooljaar 2020–2021.
J
In artikel 3.11 wordt ‘de leraar’ telkens vervangen door ‘de leraar of de docent’.
K
Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel b, wordt
aan artikel 3.12 een onderdeel toegevoegd, luidende:
L
In artikel 4.1, tweede lid, wordt ‘1 augustus 2020’ vervangen door ‘1 januari 2022’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
De subsidieregeling LerarenOntwikkelFonds (LOF) ondersteunt de ontwikkeling van de
leraar in het primair onderwijs (po), waaronder het (voortgezet) speciaal onderwijs,
en het voortgezet onderwijs (vo) en met deze wijziging ook van de docent in het middelbaar
beroepsonderwijs (mbo). Verder wordt met deze subsidieregeling het onderwijs ondersteund
door het subsidiëren van vervangingsuren voor leraren of docenten van wie de projectaanvraag
is goedgekeurd. De subsidieregeling LOF wordt verlengd voor het schooljaar 2020–2021.
Tevens wordt het programma Onderwijs Pioniers MBO hierin opgenomen.
De aanleiding voor de verlenging van deze subsidieregeling is een amendement van Tweede
Kamerleden Van Meenen (D66) en Rog (CDA) van 7 november 2019, dat op 3 december 2019
door de Tweede Kamer is aangenomen.1 De indieners van het amendement willen hiermee bereiken dat leraren of docenten in
het po, vo en mbo een meer ondernemende rol krijgen bij de vernieuwing van het onderwijs.
Het LOF levert daar volgens hen een succesvolle bijdrage aan. Dit amendement strekt
ertoe om meer middelen voor het LOF beschikbaar te stellen, zodat meer leraren of
docenten zelf aan de slag kunnen met onderwijsvernieuwingen.
Over de verlenging van de subsidieregeling LOF zijn de doelgroepen onder andere in
maart 2020 geïnformeerd door middel van een bericht van het Ministerie van OCW in
de reguliere nieuwsbrieven voor de sectoren po, vo en mbo. In de nieuwsbrieven is
een link geplaatst naar de website van het LOF, waarop informatie staat over de verlenging
van de regeling LOF, de wijze waarop men zich kan voorbereiden voor het indienen van
een aanvraag en achtergrondinformatie over het LOF. Ook zijn door het Ministerie van
OCW en het CAOP social posts geplaatst met actuele informatie, die ook op leraar.nl,
leraar24.nl en LinkedIn van OCW is gezet.
Wijzigingen als gevolg van verlenging van de subsidieregeling LOF
De verlenging van de subsidieregeling LOF geldt alleen voor het schooljaar 2020–2021.
Er is één aanvraagronde, die loopt in de periode van 13 mei 7.00 uur tot en met 27 mei
2020. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Alleen complete projectaanvragen
worden in behandeling genomen. Aanvragen van leraren of docenten, die al eerder een
subsidie van LOF of Onderwijs Pioniers MBO hebben ontvangen, komen niet in aanmerking
voor subsidie. Een project duurt maximaal 1 jaar, te weten het schooljaar 2020–2021.
Het maximumbedrag dat een leraar of docent kan aanvragen is € 30.000.
In de sectoren po en vo zal per school (BRIN) maximaal 1 aanvraag gehonoreerd worden.
Gezien het relatief geringe aantal leerlingen van scholen in de sectoren po en vo
(ten opzichte van de sector mbo) en het totaal beschikbare subsidiebedrag per sector
is ervoor gekozen dat zoveel mogelijk scholen in de sectoren po en vo kunnen meedoen.
Deze maximering van het aantal aanvragen per BRIN geldt niet voor de sector mbo, waar
de omvang van het leerlingenaantal in de ROC’s vaak vele malen groter is.
De voorwaarde dat een leraar of docent die een subsidieaanvraag indient, is geregistreerd
in het Lerarenregister is komen te vervallen. Het lerarenregister heeft vooralsnog
een optioneel karakter, en wordt in de communicatie in deze vorm het Lerarenportfolio
genoemd.
Het CAOP verzorgt voor de deelnemende leraren of docenten in de periode van verlenging
een ondersteunend programma met leraar-coaches en drie intervisiebijeenkomsten (LOF-labs).
In het najaar van 2021 vindt een brede, afsluitende kennisdelingsbijeenkomst plaats.
De regeling loopt daarom door tot en met 31 december 2021.
Het programma Onderwijs Pioniers MBO in de subsidieregeling LOF
Het programma Onderwijs Pioniers MBO is een voortzetting van het programma Onderwijs
Pioniers. Onderwijs Pioniers is destijds als programma door de voormalige Onderwijscoöperatie
opgezet voor leraren en docenten uit de sectoren po, vo en mbo. Nadat voor leraren
in het po en vo in 2015 de subsidieregeling LOF was geïntroduceerd, ging de Onderwijscoöperatie
met het programma Onderwijs Pioniers door voor alleen docenten mbo, onder de naam
Onderwijs Pioniers MBO. De doelstelling van voorheen Onderwijs Pioniers, LOF en Onderwijs
Pioniers MBO is dezelfde, met dien verstande dat zij zich richten op leraren of docenten
uit verschillende sectoren.
De reden voor het incorporeren van het programma Onderwijs Pioniers MBO in de subsidieregeling
LOF is het ophogen van het subsidiebedrag voor docenten in het mbo, waardoor zij voor
hun project in het schooljaar 2020–2021 hetzelfde maximum subsidiebedrag kunnen aanvragen
als leraren in het po en vo. De projecten in het mbo werden voorheen door de Onderwijscoöperatie
en later door het CAOP gesubsidieerd, waarbij het een relatief laag bedrag betrof
dat niet werd teruggevorderd in het geval dat activiteiten niet werden verricht. Deze
wijziging in het maximum bedrag noopt ertoe om ook de procedures voor aanvraag, afhandeling
en verantwoording van de subsidie in de drie sectoren gelijk te trekken. Zo handelen
docenten in het mbo, evenals leraren in het po en vo, hun aanvraag via de uitvoeringsorganisatie
DUS-I af. DUS-I kan uitbetaalde subsidie geheel dan wel ten dele terugvorderen als
activiteiten niet of ten dele uitgevoerd worden.
Uitvoerings- en ondersteuningskosten en financiële dekking van de regeling
De uitvoerings- en ondersteuningskosten gemaakt door respectievelijk de overheidsdienst
DUS-I en het CAOP worden uit het beschikbaar gekomen bedrag van € 999.000 gefinancierd.
Er blijft voor de projecten in totaal € 825.000 over die gelijkelijk over de drie
sectoren verdeeld wordt.
De dekking wordt gehaald uit de lumpsumbekostiging voor het po, vo en mbo. De middelen
komen beschikbaar op grond van een wijziging in de departementale begrotingsstaat:
de artikelen 1 Primair onderwijs, 3 Voortgezet onderwijs en 4 Beroepsonderwijs en
volwasseneneducatie worden elk verlaagd met € 333.000 en in artikel 9 Arbeidsmarkt-
en personeelsbeleid worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd
met € 999.000. Het amendement betreft het begrotingsjaar 2020.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob