Regeling Vind elkaar in erfgoed. Verken de Faro-werkwijze

Het bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,

gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;

met goedkeuring van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2020

besluit:

vast te stellen de: Regeling Vind elkaar in erfgoed. Verken de Faro-werkwijze

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. actieve erfgoedparticipatie:

activiteiten uitgevoerd door een erfgoedgemeenschap of door een organisatie samen met een erfgoedgemeenschap, gericht op de omgang met cultureel erfgoed. ‘Omgang met’ verwijst naar het waarderen, vormgeven en benutten van erfgoed voor maatschappelijke doeleinden;

b. Algemeen Subsidiereglement:

Algemeen Subsidiereglement Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

c. cultureel erfgoed:

uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden;

d. erfgoedgemeenschap:

een groep mensen die een bijzondere waarde hecht aan specifieke aspecten van cultureel erfgoed en die deze aspecten op basis van vrijwillige inzet wil doorgeven aan toekomstige generaties;

e. Fonds:

het bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

f. Nederland:

het Europese deel van Nederland.

Artikel 2. Doel

Met deze regeling stimuleert het Fonds de doorontwikkeling van actieve erfgoedparticipatie, in de lijn van het Verdrag van Faro binnen de erfgoedsector en daarbuiten.

Artikel 3. Wie kan aanvragen

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door:

  • a. een in Nederland gevestigde stichting of vereniging met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, die zich inzet voor actieve erfgoedparticipatie of die een erfgoedgemeenschap vertegenwoordigt; of

  • b. het bestuur van een in Nederland gevestigde hogeschool of universiteit, zoals bedoeld in artikel 1.3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of

  • c. een in Nederland gevestigde professional die minimaal drie jaar werkzaam is als erfgoedprofessional en zich inzet voor actieve participatie binnen de omgang met cultureel erfgoed.

Artikel 4. Waarvoor kan worden aangevraagd

  • 1. De aanvrager kan twee soorten subsidie aanvragen, te weten:

    • a. een ontwikkelsubsidie: om de toepassing van het Verdrag van Faro te verkennen en te komen tot een plan van aanpak, proces of methode waarmee erfgoedgemeenschappen een actieve en volwaardige rol vervullen in de omgang met cultureel erfgoed; of

    • b. een participatiesubsidie: voor de voorbereiding en uitvoering van activiteiten waarmee de uitgangspunten van het Verdrag van Faro in de praktijk worden gebracht en waarmee erfgoedgemeenschappen een actieve en volwaardige rol vervullen in de omgang met cultureel erfgoed.

  • 2. Projecten starten uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverlening.

  • 3. Projecten starten niet eerder dan 8 weken na indiening van de aanvraag.

  • 4. Zowel een project met een ontwikkelsubsidie als een project met een participatiesubsidie heeft een maximale looptijd van één jaar.

Artikel 5. Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond is € 500.000.

  • 2. Het Fonds kan de hoogte van het subsidieplafond wijzigen. Een wijziging van het subsidieplafond wordt bekendgemaakt op de website van het Fonds.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

  • 1. De hoogte van een ontwikkelsubsidie is minimaal € 1.000 en maximaal € 7.500 per project.

  • 2. De hoogte van een participatiesubsidie is minimaal € 1.000 en maximaal € 25.000 per project.

Artikel 7. Weigeringsgronden

  • 1. Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds subsidie ontvangt of gaat ontvangen:

    • a. op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid,

    • b. van het Fonds, of

    • c. van één van de andere rijkscultuurfondsen.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in de artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie geweigerd als:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten tijde van de aanvraag reeds worden uitgevoerd;

    • b. de aanvraag gericht is op activiteiten die kunnen worden aangemerkt als reguliere of terugkerende activiteiten dan wel redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere (taakstellings)budget van de aanvrager, tenzij het gaat om het onderzoeken hoe Faro-uitgangspunten een plek kunnen krijgen in deze reguliere werkzaamheden;

    • c. ten tijde van de aanvraag een voorafgaand project van dezelfde aanvrager, waarvoor het Fonds op basis van deze regeling subsidie heeft verleend, nog niet is afgerond.

  • 3. Subsidie kan worden geweigerd als een aanvrager in voorgaande jaren subsidie van het Fonds heeft ontvangen en niet of niet geheel heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 4. Subsidie wordt geweigerd als het plan niet, of niet voldoende aansluit bij het doel van de regeling.

Artikel 8. Voorwaarden en beperkingen

  • 1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover:

    • a. er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan ondersteuning door het Fonds wordt aangetoond; en

    • b. de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.

  • 2. Voor ontwikkelsubsidies kan de subsidie maximaal 100% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten bedragen.

  • 3. Voor participatiesubsidies kan de subsidie maximaal 75% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten bedragen.

  • 4. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.

  • 5. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking.

  • 6. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.

  • 7. Maximaal 20% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.

  • 8. Als de aanvrager een in Nederland gevestigde hogeschool of universiteit is, zoals bedoeld in artikel 3, onderdeel b, dient in het projectplan duidelijk te staan met welke culturele dan wel erfgoedinstellingen of -gemeenschappen verbindingen worden gelegd.

Artikel 9. Bijzondere verplichtingen

  • 1. Met het aanvragen van de subsidie stemt de aanvrager in met de volgende vereisten:

    • a. de gegevens van aanvrager worden gedeeld met het programma Faro binnen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;

    • b. de aanvrager werkt mee aan de kennisdeling met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in het kader van het Programma Faro;

    • c. de aanvrager werkt mee aan kennisdeling met het Fonds en neemt deel aan de door het Fonds georganiseerde uitwisselingsbijeenkomsten.

  • 2. Indien de subsidieontvanger een rechtspersoon is, werkt deze volgens de principes van de Governance Code Cultuur.

HOOFDSTUK 2. AANVRAAG

Artikel 10 Indieningstermijnen

  • 1. De indieningstermijnen worden vóór maandag 11 mei 2020 bekendgemaakt op de website van het Fonds: www.cultuurparticipatie.nl.

  • 2. De indieningstermijnen gelden onder voorbehoud van het bereiken van het subsidieplafond.

  • 3. Een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen, totdat de aanvraag is aangevuld. Het moment dat de aanvraag volledig is, wordt beschouwd als het moment waarop de aanvraag is ingediend.

Artikel 11. Indieningsvereisten

  • 1. Een aanvraag wordt ingediend via de website van het Fonds door middel van een digitaal aanvraagformulier.

  • 2. Een aanvraag bevat ten minste een projectplan voor de hele looptijd van het project en een sluitende begroting.

  • 3. Als het gaat om een zelfstandig werkende erfgoedprofessional maken een curriculum vitae en uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel onderdeel uit van de aanvraag. Dit is in aanvulling op het eerste en tweede lid.

Artikel 12. Beoordelingscriteria

  • 1. Aanvragen voor een ontwikkelsubsidie worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a. inhoudelijke kwaliteit;

    • b. organisatorische kwaliteit.

  • 2. Aanvragen voor een participatiesubsidie worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a. inhoudelijke kwaliteit;

    • b. organisatorische kwaliteit;

  • 3. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient een aanvraag op alle criteria als voldoende te zijn beoordeeld. De wijze waarop aan de criteria wordt getoetst, is terug te vinden in de toelichting bij deze regeling.

Artikel 13. Beoordelen aanvragen

Het Fonds beoordeelt en neemt een besluit over de aanvragen.

Artikel 14. Beoordelingswijze

Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij alleen volledige aanvragen in behandeling worden genomen.

Artikel 15. Beslistermijn

Het Fonds beslist binnen 8 weken nadat een aanvraag is ontvangen.

HOOFDSTUK 3. SLOTBEPALINGEN

Artikel 16. Hardheidsclausule

Het Fonds kan in zeer uitzonderlijke gevallen ten gunste van een aanvrager van bepalingen in deze regeling afwijken als het gevolg van toepassing van deze regeling tot een onvoorzien en onredelijk benadelend gevolg zou leiden voor de betreffende aanvrager.

Artikel 17. Algemeen subsidiereglement

Voor zover deze regeling daar niet in voorziet, zijn de bepalingen uit het Algemeen Subsidiereglement van toepassing.

Artikel 18. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag nadat deze in de Staatscourant is gepubliceerd.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024. Op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond blijft het bepaalde in deze regeling van toepassing.

Artikel 19. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Vind elkaar in erfgoed. Verken de Faro-werkwijze

Het bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, namens deze, O. Westerhof directeur-bestuurder

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Aanleiding

Het Fonds voor Cultuurparticipatie (hierna: het Fonds) gelooft in de kracht van cultuur. Het geeft mensen de mogelijkheid om zichzelf te laten zien en horen, om vorm en betekenis te geven aan een veranderende omgeving. De kracht van cultuur zit ook in erfgoed. Zoals de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) benadrukt in de cultuurbrieven Cultuur in een open samenleving (maart 2018) en Erfgoed telt (juni 2018), is cultureel erfgoed van waarde voor de samenleving. Erfgoed wordt als een gemeenschappelijk goed beschouwd en gewaardeerd vanwege de verbindende kracht; het kan een schakel vormen tussen jong en oud, tussen verschillende groepen in de maatschappij en tussen bewoners en hun omgeving. Dit gedachtengoed wordt gedeeld binnen en toegepast door de erfgoedsector. Toch is het nog niet altijd vanzelfsprekend dat erfgoedgemeenschappen een actieve en volwaardige rol vervullen in het waarderen, vormgeven en benutten van de waarde van cultureel erfgoed. Met erfgoedgemeenschappen bedoelen we een groep mensen die een bijzondere waarde hecht aan specifieke aspecten van cultureel erfgoed en die deze aspecten op basis van vrijwillige inzet wil doorgeven aan toekomstige generaties.

Het Verdrag van Faro (Convention on the Value of Cultural Heritage for Society, Raad van Europa, 2005) biedt een kader met richtlijnen voor het centraal stellen van burgerparticipatie binnen de omgang met cultureel erfgoed, zoals in het proces van het identificeren, managen en beslissen over erfgoed. De sociale waarde van erfgoed vormt daarbij het uitgangspunt van dit verdrag. Het verdrag sluit aan bij de beweging in de samenleving, waarbij erfgoed steeds vaker een rol vervult binnen maatschappelijke doeleinden.

Zoals aangekondigd in de cultuurbrief Cultuur in een open samenleving, wordt de mogelijkheid tot ratificatie van het Verdrag van Faro door Nederland onderzocht. Het ministerie van OCW en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geven uitvoering aan het onderzoek. De RCE doet dit via het Programma Faro. Binnen dit programma nodigt de RCE partijen uit om binnen hun eigen praktijk te onderzoeken hoe ze invulling kunnen geven aan de richtlijnen van het verdrag en krijgen zij de ruimte om hier kennis en ervaring mee op te doen. Met de regeling ‘Vind elkaar in erfgoed. Verken de Faro-werkwijze’ biedt het Fonds ondersteuning aan diegenen die deze stap willen zetten.

Zoals de Erfgoedbalans (2017) van het ministerie van OCW al inzichtelijk maakte, is de manier waarop we als samenleving met erfgoed omgaan aan het veranderen. Erfgoed wordt steeds meer gezien als bron van inspiratie en reflectie, als iets dat meerdere waarden en betekenissen kan representeren binnen de hedendaagse maatschappij en omgeving. Met deze regeling stimuleren we daarom de erfgoedsector om erfgoedgemeenschappen te faciliteren in het vervullen van een actieve rol binnen erfgoedmanagementprocessen, de erfgoedpraktijk. Aanvragers buiten de erfgoedsector moedigen we aan om maatschappelijke projecten te initiëren waarbij een centrale rol is weggelegd voor actieve erfgoedparticipatie.

2. Inhoud van de regeling

Met de regeling ‘Vind elkaar in erfgoed. Verken de Faro-werkwijze’ willen we het gedachtengoed van het Verdrag van Faro verder helpen uitdragen binnen de erfgoedsector en daarbuiten. Dit doen we door initiatieven te ondersteunen die aansluiten bij de uitgangspunten van het Verdrag van Faro, door de activiteiten die de erfgoedsector hierin onderneemt zichtbaar te maken en de opgedane kennis en ervaring met het centraal stellen van erfgoedgemeenschappen binnen de erfgoedpraktijk helpen te delen en verspreiden.

Met de regeling stimuleert het Fonds verkenningen naar en activiteiten waarmee de uitgangspunten van het Verdrag van Faro in de praktijk worden gebracht en actieve erfgoedparticipatie wordt gerealiseerd. De regeling richt zich op degenen die actieve participatie van erfgoedgemeenschappen in de omgang met de cultureel erfgoed faciliteren en die hun werkwijzen, methoden, processen en/of draagvlak hiertoe willen (door)ontwikkelen. Tevens staat de regeling open voor projecten waarmee erfgoed als middel wordt ingezet voor maatschappelijke doeleinden, op basis van actieve erfgoedparticipatie.

II. Artikelsgewijs

Artikel 2

Met deze regeling stimuleert het Fonds projecten binnen en buiten de erfgoedsector waarin een actieve en volwaardige rol wordt vervuld door erfgoedgemeenschappen in de omgang met cultureel erfgoed. Hierdoor dragen we eraan bij dat erfgoedgemeenschappen als initiatiefnemers dan wel als participanten meer zeggenschap hebben in de erfgoedpraktijk. Tevens dragen we eraan bij dat de sociale waarde van erfgoed wordt benut. Op deze manier stimuleert het Fonds de doorontwikkeling van actieve erfgoedparticipatie en het benutten van erfgoed als middel voor maatschappelijke doeleinden.

Artikel 3

Subsidies kunnen worden aangevraagd door stichtingen en verenigingen zonder winstoogmerk, die zich inzetten voor actieve erfgoedparticipatie of die een erfgoedgemeenschap vertegenwoordigen. Deze stichtingen en verenigingen kunnen culturele- of erfgoedorganisaties zijn, of erfgoedgemeenschappen die zich hebben verenigd middels een rechtspersoonlijkheid. Net zo goed staat de regeling open voor aanvragen uit andere domeinen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan maatschappelijke organisaties die door middel van actieve erfgoedparticipatie als onderdeel van hun initiatief bijdragen aan het versterken van de sociale cohesie. Op deze manier wordt erfgoed als middel ingezet voor maatschappelijke doeleinden.

Deze regeling staat ook open voor aanvragen van een in Nederland gevestigde school of vestiging van een school voor hoger onderwijs. Instellingen binnen het hoger onderwijs, zoals universiteiten, voeren onder meer praktijkonderzoek uit naar methodieken die ten goede kunnen komen aan de inbedding van burgerparticipatie binnen erfgoedmanagementprocessen.

Eveneens kunnen er aanvragen worden ingediend door zelfstandig werkende erfgoedprofessionals met minimaal drie jaar relevante werkervaring binnen de erfgoedsector. Het gaat hierbij om een significant deel van de werkzaamheden. Het Fonds baseert zich daarvoor op het cv en een afschrift van de KvK inschrijving.

Artikel 4

Deze regeling biedt twee aanvraagmogelijkheden: een ontwikkelsubsidie en een participatiesubsidie. Het is bij beide subsidiemogelijkheden van belang dat de projecten leiden tot actieve erfgoedparticipatie; tot activiteiten waarbij een erfgoedgemeenschap – als initiatiefnemer dan wel als participant – een actieve rol vervult binnen de omgang met cultreel erfgoed. Het Verdrag van Faro dient hierbij als uitgangspunt te worden genomen.

Voor de ontwikkelsubsidie kunnen er aanvragen worden ingediend gericht op het uitvoeren van een verkenning naar de toepassing van het Verdrag van Faro. Deze verkenning heeft als doel om te komen tot een plan van aanpak, proces of methode waarmee actieve erfgoedparticipatie concreet en uitvoerbaar kan worden gemaakt, en daarmee actieve erfgoedparticipatie bevordert. Hierbij kan worden gedacht aan projecten waarbij nieuwe werkvormen, processen en methodieken worden verkend en ontwikkeld om actieve erfgoedparticipatie een betere plek te geven in de huidige praktijk van de erfgoedzorg en het erfgoedbeleid.

Voor de participatiesubsidie kunnen er aanvragen worden ingediend voor projecten waarmee de uitgangspunten van het Verdrag van Faro in de praktijk worden gebracht. Binnen de projecten vervullen erfgoedgemeenschappen een actieve rol in de omgang met cultureel erfgoed en de participanten hebben in de activiteiten zeggenschap. Denk bijvoorbeeld aan projecten die door middel van actieve erfgoedparticipatie zich richten op het bevorderen van de sociale cohesie tussen verschillende gemeenschappen, het creëren van meerstemmigheid binnen de programmering van een museum, of op het ontwikkelen van een kwalitatieve leefomgeving.

Het gaat bij deze regeling nadrukkelijk niet om activiteiten die enkel gericht zijn op publieksbereik of op educatie.

Projectactiviteiten starten op z’n vroegst de dag na toekenning van de subsidie, en niet later dan 6 maanden na de toekenningsdatum.

Artikel 5

Het subsidieplafond is € 500.000. Dit is het totaalbedrag voor alle indieningstermijnen waarnaar wordt verwezen in artikel 10 tweede lid.

Artikel 7

Wanneer voor dezelfde activiteiten door een ander rijksfonds subsidie wordt verleend, is aanvragen niet mogelijk. Ook kan er tijdens de looptijd van een gehonoreerd project niet gelijktijdig een andere aanvraag worden ingediend binnen deze regeling. Het is in deze regeling wel mogelijk om na afronding van een project opnieuw subsidie aan te vragen.

Artikel 8

Bij de ontwikkelsubsidie bedraagt de subsidie van het Fonds maximaal 100% van de subsidiabele projectkosten. Voor participatiesubsidies bedraagt de subsidie van het Fonds maximaal 75% van de subsidiabele projectkosten.

Voor subsidie komen alleen projectkosten in aanmerking die relevant zijn in het licht van het doel van deze regeling. Tot deze projectkosten behoren alleen de investeringen die direct op de realisatie van het project zijn gericht, zoals de inzet van organisatorisch personeel en experts om relevante werkwijzen en methodieken te ontwikkelen, of de huur van apparatuur en specifieke ruimtes om projectactiviteiten te realiseren. Lasten die op enigerlei wijze tot de normale exploitatiekosten kunnen worden gerekend, zoals vaste huur, aanschaf van inventaris en investeringen die niet direct op de realisatie van de activiteiten zijn gericht, komen niet voor ondersteuning in aanmerking.

Maximaal 20% van de subsidie van het Fonds mag worden besteed aan materiële investeringen.

Artikel 9

De subsidieontvanger is verplicht mee te weken aan kennisdeling en uitwisselingsbijeenkomsten van het Fonds.

In het kader van het Programma Faro worden de gegevens van de aanvrager gedeeld met de RCE en is de subsidieontvanger verplicht mee te werken aan kennisdeling. Deze kennisdeling bestaat uit het geven van minimaal een interview aan een onderzoeker van de RCE, het medewerking verlenen aan communicatie-uitingen en eventueel deelname aan een praktijkwerkplaats. Omgekeerd heeft de RCE een Faro-helpdesk en stelt zij haar kennis ter beschikking om projecten te ondersteunen.

Artikel 10

Het moment waarop een aanvraag kan worden ingediend, wordt binnen enkele weken na het publiceren van deze regeling bekendgemaakt. Het Fonds richt zich hierbij op de periode tussen 11 mei 2020 en 18 december 2020. Een tweede tijdvak is beoogd binnen de periode van 1 februari 2021 en vrijdag 27 augustus 2021. De exacte start- en einddata voor het indienen van een aanvraag verschijnen op www.cultuurparticipatie.nl.

Artikel 11

De subsidieaanvraag bestaat uit de volgende documenten:

  • 1. Een volledig ingevuld digitaal aanvraagformulier

  • 2. Een projectplan en een volledig ingevulde (model)begroting

Eerste lid:

Aanvraagformulier

Via ons digitaal aanvraagsysteem MijnFonds dient het aanvraagformulier regeling ‘Vind elkaar in erfgoed. Verken de Faro-werkwijze’ te worden ingevuld.

Tweede lid:

Projectplan

Het projectplan van maximaal 5.000 woorden dient in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten:

Inhoud, doelstellingen en doelgroep van het project

  • Beschrijf de inhoud, de doelstelling(en) en de opzet van het project. Daarbij wordt duidelijk gemaakt wat de relevantie is voor het verkennen of toepassen van het Verdrag van Faro en hoe met het project invulling wordt gegeven aan de uitgangspunten van het verdrag.

  • Geef bij een aanvraag voor een ontwikkelsubsidie aan hoe een werkwijze, methode, proces en/of draagvlak wordt verkend waardoor een erfgoedgemeenschap in staat wordt gesteld een actieve en volwaardige rol te vervullen binnen de omgang met cultureel erfgoed.

  • Geef bij een aanvraag voor een participatiesubsidie aan hoe de activiteiten eraan bijdragen dat een erfgoedgemeenschap in staat wordt gesteld een actieve en volwaardige rol te vervullen binnen de omgang met cultureel erfgoed en/of hoe erfgoed als middel wordt ingezet voor maatschappelijke doeleinden.

  • Geef inzicht in de betrokken erfgoedgemeenschap; geef aan wie de betrokken erfgoedgemeenschap is (of middels het project wordt), wat de behoefte van de erfgoedgemeenschap is en hoe de verkenning of het project daarop aansluit.

  • Onderbouw wat de sociaal maatschappelijke meerwaarde is van het project.

  • Geef eventueel aan met welke partners wordt samengewerkt en waarom. (Als de aanvrager een in Nederland gevestigde hogeschool of universiteit is, dient in het projectplan duidelijk te staan met welke culturele dan wel erfgoedinstellingen of -gemeenschappen verbindingen worden gelegd).

Organisatorische werkwijze

  • Beschrijf de projectstructuur en de taak- en rolverdeling.

  • Geef aan wat de planning is van het project.

  • Geef een toelichting op de begroting (de begroting is een bijlage bij de aanvraag). Geef een overzicht van de inkomsten en uitgaven en maak een verbinding met de activiteiten in het projectplan.

  • Geef eventueel aan op welke manier wordt samengewerkt met partners.

Begroting

Aanvragers kunnen een eigen begroting indienen. We verzoeken om de modelbegroting te gebruiken. Deze modelbegroting is beschikbaar op www.cultuurparticipatie.nl. De begroting moet sluitend zijn.

Artikel 12

Aanvragen voor een ontwikkelsubsidie worden getoetst aan de volgende criteria:

  • Inhoudelijke kwaliteit van het project in relatie tot het doel van de regeling: binnen dit criterium beoordeelt het Fonds hoe de verkenning bijdraagt aan de doorontwikkeling van actieve erfgoedparticipatie. Hierbij wordt duidelijk wat de relevantie is voor de aanvrager om de toepassing van het Verdrag van Faro te verkennen. De aanpak voor de verkenning maakt helder hoe de aanvrager een werkwijze of methode gaat ontwikkelen. Uit de aanvraag wordt duidelijk wie de erfgoedgemeenschap is, wat hun behoefte is en hoe de verkenning hierop aansluit.

  • Organisatorische kwaliteit: binnen dit criterium wordt beoordeeld of sprake is van een helder en realistisch uitvoerbare verkenning, met een duidelijke doelstelling en activiteiten die zijn gericht op het bereiken van het doel en een haalbare planning. Ook wordt beoordeeld of de rollen, taken en verantwoordelijkheden voor de uitvoering helder worden belegd en hoe wordt omgegaan met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving dan wel afspraken zijn gemaakt over het gebruik van erfgoedmateriaal waarbij dit nodig is. Daarnaast wordt beoordeeld of de begroting inzichtelijk, redelijk en dekkend is, en aansluit bij de activiteiten.

Aanvragen voor een participatiesubsidie worden getoetst aan de volgende criteria:

  • Inhoudelijke kwaliteit van het project in relatie tot het doel van de regeling: binnen dit criterium beoordeelt het Fonds of de inhoud en aanpak van het project bijdraagt aan de doorontwikkeling van actieve erfgoedparticipatie. De aanvrager maakt hierbij duidelijk op welke manier de uitgangspunten van het Verdrag van Faro worden toegepast. De aanpak voor het project maakt helder hoe de activiteiten eraan bijdragen dat een erfgoedgemeenschap in staat wordt gesteld een actieve en volwaardige rol te vervullen binnen de omgang met cultureel erfgoed en/of hoe erfgoed als middel wordt ingezet voor maatschappelijke doeleinden. Uit de aanvraag wordt duidelijk wie de erfgoedgemeenschap is, wat hun behoefte is en hoe de activiteiten uit het projectplan hierop aansluit.

  • Organisatorische kwaliteit: binnen dit criterium wordt beoordeeld of sprake is van een helder en realistisch plan van aanpak, met een duidelijke doelstelling en activiteiten die zijn gericht op het bereiken van het doel en een haalbare planning. Ook wordt beoordeeld of de rollen, taken en verantwoordelijkheden voor de uitvoering helder worden belegd en hoe wordt omgegaan met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving dan wel afspraken zijn gemaakt over het gebruik van erfgoedmateriaal waarbij dit nodig is. Daarnaast wordt beoordeeld of de begroting inzichtelijk, redelijk en dekkend is, en aansluit bij de activiteiten.

Alleen aanvragen die voldoen aan elk van de beoordelingscriteria, komen in aanmerking voor subsidie. Indien het subsidieplafond nog niet is bereikt, wordt de subsidie toegewezen. Aanvragen die niet aan alle beoordelingscriteria voldoen, worden afgewezen.

Artikel 14

De aanvragen worden beoordeeld op volgorde van ontvangst. Op basis van volgorde van binnenkomst (datum en tijdstip) worden de aanvragen opgenomen in een lijst. Een onvolledige aanvraag kan binnen een redelijke termijn worden aangevuld. De datum van aanvulling geldt dan als de datum van binnenkomst van de aanvraag.

Artikel 17

In het Algemeen Subsidiereglement zijn regels opgenomen die van toepassing zijn op alle subsidies die het Fonds verstrekt. Deze regels gaan bijvoorbeeld over de subsidieverlening, verantwoording en bevoorschotting.

Naar boven