Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Mondriaan FondsStaatscourant 2020, 24800Besluiten van algemene strekking

Deelregeling Kunstpodia

Het bestuur van het Mondriaan Fonds

Gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

PARAGRAAF 1 ALGEMEEN

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. het fonds:

het Mondriaan Fonds;

b. het bestuur:

de directeur-bestuurder van het fonds;

c. kunstpodium:

een organisatie al dan niet met rechtspersoonlijkheid gevestigd in Nederland, zonder collectie, die een publiekstoegankelijk podium biedt voor de presentatie van vernieuwend of experimenteel aanbod van hedendaagse beeldende kunst en tot primair doel heeft hedendaagse beeldende kunst te presenteren waarbij winst niet het primair oogmerk is;

d. programma:

een serie van inhoudelijk samenhangende activiteiten gericht op presentatie, experiment, opinie en debat, zoals tentoonstellingen, discussiebijeenkomsten en lezingen;

e. beeldend kunstenaar:

degene die op professionele wijze werk maakt binnen het kader van de beeldende kunsten;

f. beeldende kunst:

hedendaagse en actuele vormen van verbeelding die door beeldend kunstenaars worden vervaardigd binnen één of meer van de volgende terreinen:

  • teken-, schilder- en grafische kunsten,

  • beeldhouwkunst, (sociale) sculptuur en installatiekunst,

  • conceptuele kunst, performancekunst, artistiek onderzoek,

  • niet-traditionele vormen van beeldende kunst,

  • fotografie,

  • audiovisuele, digitale, geluids- en (nieuwe) mediakunst,

  • beeldende kunsttoepassingen,

  • kunst in de openbare ruimte;

g. aanvrager:

een kunstpodium dat een aanvraag doet;

h. Nederland:

het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten inclusief de bijzondere gemeentes Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;

i. bevoegd adviesorgaan:

een onder welke benaming dan ook door het bestuur aangewezen adviseur of adviescommissie aan wie is opgedragen aanvragen op grond van een of meer deelregelingen te beoordelen;

j. pluriformiteit:

culturele, geografische en andere vormen van diversiteit.

Artikel 1.2. Doel

Het Mondriaan Fonds kan op grond van deze regeling subsidies verstrekken aan kunstpodia die met hun programma bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardig en pluriform aanbod van hedendaagse beeldende kunst in Nederland en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor.

Artikel 1.3. Subsidievormen

  • 1. Een aanvrager kan op grond van deze regeling subsidie aanvragen voor één van onderstaande categorieën:

    • a) Kunstpodium Start, subsidie wordt verstrekt voor een periode van één kalenderjaar,

    • b) Kunstpodium Basis, subsidie wordt verstrekt voor een periode van twee kalenderjaren;

    • c) Kunstpodium Pro, subsidie wordt verstrekt voor een periode van drie kalenderjaren;

    • d) Kunstpodium Breed, subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier kalenderjaren.

  • 2. Een instelling kan slechts één aanvraag indienen. Een instelling vraagt aan voor één van de bovenstaande categorieën.

Artikel 1.4. Subsidieplafond

  • 1. Het bestuur stelt jaarlijks bij bestuursbesluit een subsidieplafond in voor de vier categorieën als bedoeld in artikel 1.3 eerste lid.

  • 2. In dit besluit worden de aantallen per categorie en de hoogte van de bedragen per categorie vastgelegd.

  • 3. De besluiten, zoals bedoeld in het eerste lid, worden bekendgemaakt op de website van het fonds.

Artikel 1.5. Weigeringsgronden

  • 1. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd, aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van een andere regeling van het Mondriaan Fonds dan wel op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid.

  • 2. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd, voor zover de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat het de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft.

  • 3. Het bestuur kan subsidie weigeren:

    • a. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;

    • b. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;

    • c. als de aanvrager niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

PARAGRAAF 2 PROCEDURE

Artikel 2.1. Indieningsperiode en termijn

  • 1. Het bestuur stelt jaarlijks een aanvraagronde vast. De bijbehorende indiendata worden tijdig bekend gemaakt.

  • 2. Bij de openstelling van een aanvraagronde kan het bestuur voor die ronde nadere voorwaarden stellen.

Artikel 2.2. Aanvraagformulier

  • 1. De aanvraag wordt digitaal ingediend.

  • 2. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende periode en categorie als bedoeld in artikel 1.3 eerste lid.

  • 3. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraag formuliertijdig is ontvangen door het Mondriaan Fonds en vergezeld gaat van de vereiste bijlagen.

  • 4. De aanvrager kan voor niet meer dan één categorie subsidie aanvragen en dient in zijn aanvraag te vermelden voor welke subsidie, zoals bedoeld in artikel 1.3 eerste lid, het een aanvraag indient.

Artikel 2.3. Adviescommissie

  • 1. Aanvragen worden voorgelegd aan een adviescommissie, mits zij voldoen aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen.

  • 2. De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de per categorie bepaalde beoordelingscriteria.

  • 3. De adviescommissie kan daarbij gebruik maken van eerder aan het Mondriaan Fonds uitgebrachte adviezen en rapportages.

  • 4. De adviescommissie kan adviseren over de indeling van de aanvragen waarover het een positief advies heeft uitgebracht in één van de vier categorieën, zoals bedoeld in artikel 1.3 eerste lid.

  • 5. Bij de advisering wordt pluriformiteit van de totale groep te honoreren kunstpodia meegewogen.

Artikel 2.4. Honorering en verdeling budget

  • 1. De adviescommissie verdeelt de aanvragen per categorie onder in twee groepen: de Groep Honoreren en de Groep Niet Honoreren.

  • 2. Als de subsidieplafonds ontoereikend zijn om alle subsidiabele aanvragen te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.

  • 3. Het bestuur verdeelt de beschikbare subsidies per categorie volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen, totdat het in artikel 1.4 eerste lid bedoelde subsidieplafond is bereikt of het in het in artikel 1.4 tweede lid bedoelde aantal is bereikt.

  • 4. Indien het subsidieplafond en het aantal in een bepaalde categorie niet bereikt wordt, kan het bestuur besluiten het subsidieplafond uit een andere categorie te verhogen.

  • 5. Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt steeds de eerstvolgende aanvraag in de Groep Honoreren toegewezen voor het geadviseerde subsidiebedrag totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 6. De resterende aanvragen worden afgewezen.

Artikel 2.5. Besluit

  • 1. Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterlijke indieningsdatum schriftelijk over zijn besluit.

  • 2. Een subsidie kan alleen worden toegekend als de adviescommissie een positief advies heeft uitgebracht over de aanvraag.

  • 3. Indien een aanvrager in de komende beleidsplanperiode wordt opgenomen in de Basisinfrastructuur, dan komt het toegekende bedrag voor die periode te vervallen.

  • 4. Als het besluit samenhangt met een subsidiebeslissing van de rijksoverheid, dan kan het bestuur een ontbindende voorwaarde in zijn besluit opnemen.

  • 5. De bij wijze van voorschot uitgekeerde subsidie als bedoeld in dit artikel bedraagt maximaal 90 procent van de het subsidiebedrag. De resterende 10 procent zal na goedkeuring van de in paragraaf zeven bedoelde verantwoording worden uitbetaald.

PARAGRAAF 3 KUNSTPODIUM START

Artikel 3.1. De aanvrager

De aanvrager is een klein kunstinitiatief, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, zoals samenwerkingsverbanden, collectieven, al dan niet tijdelijk of nomadisch, met een al dan niet regelmatig programma van experimentele presentaties en activiteiten.

Artikel 3.2. Subsidieduur

De subsidie wordt verstrekt voor een periode van één kalenderjaar.

Artikel 3.3 Drempelnorm

  • 1. De aanvrager die in aanmerking wil komen voor een Subsidie Kunstpodium Start:

    • toont aan dat minimaal 10 procent van de begroting is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten voor de structurele kosten van de organisatie;

    • onderschrijft de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • 2. Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan de drempelnormen in behandeling te nemen als de aanvrager hieraan in zeer beperkte mate niet voldoet. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit de aanvraag te honoreren. Het besluit voorwaarden te stellen is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de drempelnormen.

Artikel 3.4. Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop bevat de aanvraag:

  • Een korte beschrijving van het initiatief, betrokken personen, de activiteiten in het recente verleden en de ambities voor de nabije toekomst;

  • Een toelichting waarom op dit moment een bijdrage van belang is en op welke manier de bijdrage ook op langere termijn een impuls voor het initiatief kan betekenen;

  • Een toelichting op het lokale belang van het initiatief, zoals ook kan blijken uit bijdragen van de lokale overheid;

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Artikel 3.5. Beoordelingscriteria

De adviescommissie beoordeelt of het initiatief van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland aan de hand van de volgende criteria in onderlinge samenhang:

  • a) artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden;

  • b) artistiek/inhoudelijke kwaliteit van de activiteiten uit het plan;

  • c) publieksbereik;

  • d) lokale en regionale inbedding.

PARAGRAAF 4 KUNSTPODIUM BASIS

Artikel 4.1. De aanvrager

De aanvrager is een instelling met een kleine professionele organisatie met rechtspersoonlijkheid met een jaarprogramma met presentaties en activiteiten.

Artikel 4.2. Subsidieduur

De subsidie wordt verstrekt voor een periode van twee kalenderjaren.

Artikel 4.3. Drempelnormen

  • 1. De aanvrager die in aanmerking wil komen voor een Subsidie Kunstpodium Basis:

    • voerde in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een programma uit, zoals bedoeld in artikel 1 sub d;

    • toont aan dat minimaal 30 procent van de begroting is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten voor de structurele kosten van de organisatie;

    • beschikt over een basis voor beleid op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • 2. Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan de drempelnormen in behandeling te nemen als de aanvrager hieraan in zeer beperkte mate niet voldoet. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit de aanvraag te honoreren. Het besluit voorwaarden te stellen is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de drempelnormen.

Artikel 4.4. Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop bevat de aanvraag:

  • Een beschrijving van de instelling, de daarbij betrokken personen, de activiteiten in recente jaren met nadruk op innovatieve ontwikkelingen op artistiek en organisatorisch vlak.

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • Een programma met een overtuigende artistiek inhoudelijke basis;

    • Een presentatieplan waarin toegelicht wordt hoe een passend publiek wordt bereikt en een strategie tot publieksverbreding voorbij het professionele publiek;

    • Een reflectie op de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie;

    • Een toelichting op de lokale inbedding van de instelling, zoals ook kan blijken uit bijdragen van de lokale overheid;

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Artikel 4.5. Beoordelingscriteria

De adviescommissie beoordeelt of het kunstpodium van belang is of naar verwachting van belang zal worden voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland en of de regio aan de hand van de volgende criteria in onderlinge samenhang:

  • a. artistieke visie;

  • b. artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden;

  • c. artistiek/inhoudelijke kwaliteit van de activiteiten uit het plan;

  • d. innovatieve kwaliteiten;

  • e. publieksbereik;

  • f. lokale en regionale inbedding.

PARAGRAAF 5 KUNSTPODIUM PRO

Artikel 5.1. De aanvrager

Een instelling met een professionele organisatie van lokaal tot (inter)nationaal niveau kan een bijdrage aanvragen voor een regelmatig jaarprogramma van presentaties aangevuld met een uitgebreid activiteitenprogramma.

Artikel 5.2. Subsidieduur

De subsidie wordt verstrekt voor een periode van drie kalenderjaren.

Artikel 5.3. Drempelnormen

  • 1. De aanvrager die in aanmerking wil komen voor een Subsidie Kunstpodium Pro:

    • voerde in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een programma, zoals bedoeld in artikel 1 sub d;

    • toont aan dat minimaal 50 procent van de begroting is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten voor de structurele kosten van de organisatie;

    • beschikt over beleid op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • 2. Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan de drempelnormen in behandeling te nemen als de aanvrager hieraan in zeer beperkte mate niet voldoet. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit de aanvraag te honoreren. Het besluit voorwaarden te stellen is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de drempelnormen.

Artikel 5.4. Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop bevat de aanvraag:

  • Een beschrijving van de missie, visie en het profiel van de instelling, de daarbij betrokken personen, een reflectie op de activiteiten in recente jaren met nadruk op innovatieve ontwikkelingen op artistiek en organisatorisch vlak.

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • Een doordacht artistiek inhoudelijk breed programma;

    • Een presentatieplan waarin toegelicht wordt hoe naast een passend ook een breder publiek wordt bereikt en een strategie tot publieksverbreding voorbij het professionele publiek, waarbij ook aandacht is voor publieksvriendelijke voorzieningen;

    • Een duidelijke strategie met betrekking tot de lokale en nationale context;

    • Een heldere en overtuigende visie op marketing en communicatie;

    • Een uitgebreide en actief geïmplementeerde beleidsvisie op de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Artikel 5.5. Beoordelingscriteria

De adviescommissie beoordeelt of het kunstpodium van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland en de regio waar het is gevestigd aan de hand de volgende criteria in onderlinge samenhang:

  • a. artistieke visie, missie, profiel;

  • b. artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden;

  • c. kwaliteit van de activiteiten uit het plan;

  • d. innovatieve kwaliteiten;

  • e. publieksbereik;

  • f. lokale en regionale inbedding;

  • g. kwaliteit organisatie en professionaliteit bedrijfsvoering.

PARAGRAAF 6 KUNSTPODIUM BREED

Artikel 6.1. De aanvrager

Een instelling met een volwaardige professionele organisatie van lokaal tot internationaal niveau kan een subsidie aanvragen voor een regelmatig jaarprogramma van presentaties aangevuld met een uitgebreid activiteitenprogramma.

Artikel 6.2. Subsidieduur

De subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier kalenderjaren.

Artikel 6.3. Drempelnormen

  • 1. De aanvrager die in aanmerking wil komen voor een Subsidie Kunstpodium Breed:

    • voerde in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag een programma, zoals bedoeld in artikel 1 sub d;

    • toont aan dat minimaal 50 procent van de begroting is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten voor de structurele kosten van de organisatie;

    • beschikt over een ondersteunende functie met betrekking tot de productie en realisatie van nieuwe producties van kunstenaars;

    • beschikt over een uitgebreid en voorbeeldstellend beleid en actief geïmplementeerde visie op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • 2. Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan de drempelnormen in behandeling te nemen als de aanvrager hieraan in zeer beperkte mate niet voldoet. Het bestuur kan in dat geval voorwaarden verbinden aan het besluit de aanvraag te honoreren. Het besluit voorwaarden te stellen is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag niet voldoet aan de drempelnormen.

Artikel 6.4. Aanvraag

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop bevat de aanvraag:

  • Een beschrijving van de missie, visie en het profiel van de instelling, de daarbij betrokken personen, een reflectie op de activiteiten in recente jaren met nadruk op innovatieve ontwikkelingen op artistiek en organisatorisch vlak.

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • Een doordacht artistiek inhoudelijk breed programma, van hoge productionele kwaliteit;

    • Een presentatieplan waarin toegelicht wordt hoe naast een passend publiek een nieuw en breder publiek wordt bereikt, waarin rekenschap gegeven wordt hoe de beleving rond het programma aansluit bij nieuwe doelgroepen en een duidelijke strategie tot publieksverbreding ver voorbij het professionele publiek;

    • Een duidelijke strategie met betrekking tot de lokale, nationale en internationale context;

    • Een heldere en overtuigende visie op marketing, communicatie en publieksparticipatie en een overtuigende financiële inzet gericht op publieksinformatie en publieksverbreding die onder meer blijkt uit de publieksvriendelijke voorzieningen

    • Een uitgebreide en actief geïmplementeerde beleidsvisie op de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Artikel 6.5. Beoordelingscriteria

De adviescommissie beoordeelt of het kunstpodium van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland en de regio waar het is gevestigd aan de hand van de volgende criteria in onderlinge samenhang:

  • a. artistieke visie, missie, profiel;

  • b. artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden;

  • c. kwaliteit van de activiteiten uit het plan;

  • d. innovatieve kwaliteiten;

  • e. publieksbereik;

  • f. lokale en regionale inbedding;

  • g. kwaliteit organisatie en professionaliteit bedrijfsvoering.

PARAGRAAF 7 VERPLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 7.1. Aan het subsidie verbonden verplichtingen

  • 1. De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het bestuur als:

    • a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;

    • b. niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

    • c. er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

  • 2. De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Mondriaan Fonds op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de gesubsidieerde activiteiten aan het Mondriaan Fonds.

  • 3. Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.

Artikel 7.2. Verantwoording

  • 1. De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 juni een inhoudelijke en financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.

  • 2. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

  • 3. De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting.

  • 4. De financiële verantwoording van aanvragers die een subsidie van meer dan 125.000 euro per jaar ontvangen, dient vergezeld te gaan van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.

  • 5. Voor het bepalen van het toepasselijke verantwoordingsregime geldt als peildatum de datum waarop het besluit op de aanvraag is genomen.

  • 6. Het bestuur kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.

Artikel 7.4. Vaststelling subsidie

  • 1. Het bestuur beoordeelt aan het einde van de subsidieperiode op basis van de inhoudelijke en financiële verantwoordingen over de respectievelijke jaren de gerealiseerde activiteiten.

  • 2. Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan het subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur het subsidiebedrag binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

  • 3. Als aannemelijk is dat gesubsidieerde activiteiten niet geheel, niet tijdig of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen zullen worden of zijn verricht of dat de daadwerkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan begroot, kan het bestuur de subsidie verlagen dan wel de toekenning intrekken. Reeds betaalde bedragen inclusief wettelijke rente kunnen worden verrekend dan wel worden teruggevorderd.

PARAGRAAF 8 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 8.1. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 8.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8.3. Hardheidsclausule

Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen ten gunste van een belanghebbende van bepalingen in dit reglement afwijken indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 8.4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Kunstpodia 2020–2024.

Deze regeling zal na goedkeuring door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in de Staatscourant worden geplaatst.

TOELICHTING

PARAGRAAF 1 ALGEMEEN

Met deze deelregeling worden, gelet op artikel 10 vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de voorschriften vastgelegd voor de verstrekking door het Mondriaan Fonds voor kunstpodia op het gebied van de hedendaagse beeldende kunst.

Het Algemeen reglement van het Mondriaan Fonds is van toepassing, onder andere de bepalingen over de bezwaarprocedure.

Het Mondriaan Fonds wil met deze deelregeling bijdragen aan een gezond en flexibel landelijk circuit van kunstinstellingen die presentaties en activiteiten organiseren op het gebied van hedendaagse beeldende kunst in de brede zin. Uitgangspunt is dat kunstpodia een essentiële bijdrage leveren aan een landelijk en regionaal gespreid aanbod van hedendaagse beeldende kunst.

Binnen de Deelregeling Kunstpodia van het Mondriaan Fonds zijn vier mogelijkheden van op elkaar aansluitende pakketten mogelijk. De insteek is dat instellingen kunnen groeien in hun ontwikkeling van een klein experimenteel gericht initiatief tot een volwaardige culturele instelling van lokaal tot internationaal belang met publieksvriendelijke voorzieningen.

In alle gevallen beoordeelt de commissie of het kunstpodium bijdraagt aan een kwalitatief sterk en pluriform aanbod van hedendaagse beeldende kunst. Zij hanteert daarbij een inclusief kwaliteitsbegrip waarbij rekening wordt gehouden met de eigen context waarbinnen elke aanvraag is ingediend of uitgevoerd.

Naarmate een instelling in een grotere categorie valt, worden de voorwaarden en criteria waaraan het kunstpodium moet voldoen strenger.

PARAGRAAF 2 OPZET DEELREGELING

In de eerste en tweede paragraaf staan de artikelen die voor alle aanvragen gelden. De derde paragraaf heeft betrekking op de Kunstpodia Start, de vierde paragraaf op de Kunstpodia Basis, de vijfde paragraaf op de Kunstpodia Pro en de zesde paragraaf op de Kunstpodia Breed. De zevende en achtste paragraaf hebben betrekking op alle subsidieaanvragen.

Ad 1.1 Definities

In artikel 1.1 zijn de definities opgenomen.

Ad 1.2 Doel

De doelstelling is in het tweede lid geformuleerd.

Ad 1.3 Subsidievormen

In dit artikel zijn de verschillende categorieën kunstpodia omschreven. De verdeling in de periode 2021–2024 zal in principe als volgt zijn:

  • a) Kunstpodium Start, subsidie wordt verstrekt voor een periode van één kalenderjaar, jaarlijks zijn in principe 13 plekken beschikbaar.

  • b) Kunstpodium Basis, subsidie wordt verstrekt voor een periode van twee kalenderjaren, tweejaarlijks zijn in principe 15 plekken beschikbaar.

  • c) Kunstpodium Pro, subsidie wordt verstrekt voor een periode van drie kalenderjaren; driejaarlijks zijn in principe 10 plekken beschikbaar.

  • d) Kunstpodium Breed, subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier kalenderjaren, vierjaarlijks zijn 2 plekken beschikbaar.

Ad 1.4 Subsidieplafond

De Deelregeling Kunstpodia kent jaarlijkse aanvraagronden. Daarom zal het subsidieplafond jaarlijks worden vastgesteld en op de website worden gepubliceerd.

Ad 1.5 Weigeringsgronden

In de regelingen van het Mondriaan Fonds wordt opgenomen dat eventuele activiteiten buiten de kernactiviteit alleen kunnen worden gefinancierd door middel van projectsubsidies, mits dergelijke activiteiten al niet worden uitgevoerd door andere instellingen die meerjarig door het Mondriaan Fonds worden ondersteund en slechts indien sprake is van uitzonderlijke kwaliteit en de potentie om een groot en/of passend publiek te bereiken. Verder zijn in dit artikel algemene weigeringsgronden opgenomen.

Ad 2.1 Indieningsperiode en termijn

In artikel 2.1 wordt de indieningsperiode en termijn van de aanvraag bepaald. In 2020 wordt de regeling op 1 mei opengesteld en is de deadline 1 juli 2020. In de volgende jaren kunnen deze termijnen anders zijn. Zo kan behoefte ontstaan aan een langere periode tussen het openstellen van de regeling voor aanvragers en de deadline voor het indienen van een aanvraag. Door de termijnen jaarlijks te bepalen kan rekening worden gehouden met de wensen uit het veld.

Ad 2.2 Aanvraagformulier

In dit artikel wordt de wijze van aanvragen bepaald. Een aanvrager kan slechts voor één categorie kunstpodia een aanvraag indienen.

Ad 2.3 Adviescommissie

De adviescommissie kan adviseren een aanvrager in een andere categorie te plaatsen dan waarvoor is aangevraagd. Als bijvoorbeeld is aangevraagd voor Kunstpodium Breed, maar de adviescommissie meent dat de aanvrager niet voldoende voldoet aan de criteria hiervan, maar wel heel goed voldoet aan de criteria van Kunstpodium Pro, kan de adviescommissie adviseren de aanvrager te honoreren in de categorie Kunstpodium Pro.

Om te voorkomen dat uitsluitend aanvragen van eenzelfde kwalitatief karakter met een vergelijkbare doelgroep worden gehonoreerd, speelt bij de advisering ook de pluriformiteit van de totale groep te honoreren kunstpodia een rol. Met pluriformiteit wordt culturele, geografische en andere vormen van diversiteit bedoeld.

Ad 2.4 Honorering en verdeling budget

In dit artikel is bepaald hoe de adviescommissie adviseert. Als het subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen waarover de commissie positief heeft geadviseerd te honoreren, rangschikt de commissie de ‘te honoreren’ aanvragen in volgorde van prioriteit.

Het bestuur kan in het geval van onderbesteding binnen de ene categorie beslissen het resterende budget toe te voegen aan een of meer andere categorieën.

Ad 2.5 Besluit

In dit artikel is de termijn bepaald, en de voorwaarden die in een positieve beschikking kunnen worden opgenomen.

PARAGRAAF 3 KUNSTPODIUM START

Ad 3.1 De aanvrager

Kunstpodium Start is bedoeld voor kleine kunstinitiatieven en collectieven met een al dan niet regelmatig programma van experimentele presentaties en activiteiten.

Ad 3.3 Drempelnormen

Naast de algemene weigeringsgronden in artikel 1.5 zijn er per categorie een aantal specifieke voorwaarden die als drempel dienen. De aanvrager van Kunstpodium Start moet aantonen dat minimaal 10 procent van de begroting voor de exploitatie kosten van de organisatie is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten. Ook moet de aanvrager verklaren de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie te onderschrijven.

Ad 3.4 Aanvraag

De aanvraag wordt op basis van de volgende stukken beoordeeld:

  • Een korte beschrijving van het initiatief, betrokken personen, de activiteiten in het recente verleden en de ambities voor de nabije toekomst;

  • Een toelichting waarom op dit moment een bijdrage van belang is en op welke manier de bijdrage ook op langere termijn een impuls voor het initiatief kan betekenen;

  • Een toelichting op het lokale belang van het initiatief. In Nederlandse regio’s bestaat een grote variatie aan culturele samenstelling, sociale context, arbeidsmarkt en binding met de historische leefomgeving. Het lokale belang van een kunstpodium verschilt dan ook per regio en tussen een stedelijke of landelijke omgeving. Om hier recht aan te doen houdt het Mondriaan Fonds bij de beoordeling rekening met de lokale context en regionale spreiding. Lokale cofinanciering laat verder zien dat er maatschappelijk draagvlak en betrokkenheid bestaat bij een organisatie;

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Ad 3.5 Beoordelingscriteria:

Alle aanvragen die op tijd zijn ingediend, compleet zijn en aan alle voorwaarden voldoen, worden voorgelegd aan de adviescommissie als bedoeld in artikel 2.3. Deze adviescommissie beoordeelt de aanvragen voor Kunstpodia Start aan de hand van onderstaande criteria in onderlinge samenhang:

  • a) Artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden: de adviescommissie beoordeelt de rol, positie en de werkwijze van het initiatief in het recente verleden en de manier waarop deze zich verhouden tot de actuele context in brede zin, maar met name binnen de beeldende kunsten en/of andere disciplines, waarbij ook het curriculum van de bij het initiatief betrokken personen een rol speelt.

  • b) Artistiek/inhoudelijke kwaliteit van de activiteiten uit het plan: hierbij worden de mogelijkheden die het plan bieden voor de ontwikkeling van het initiatief gewogen.

  • c) Publieksbereik en lokale en regionale inbedding: de adviescommissie beoordeelt daarbij wat een productie, presentatie of onderzoek bijdraagt aan de aanwezige culturele infrastructuur en wat relevant is voor het publiek waartoe het zich gaat verhouden.

PARAGRAAF 4 KUNSTPODIUM BASIS

Ad 4.1 De aanvrager

Kunstpodium Basis is bedoeld voor kleine professionele organisaties die minimaal twee jaar een jaarprogramma hebben van presentaties en activiteiten voor hedendaagse beeldende kunst.

Ad 4.3 Drempelnormen

Naast de algemene weigeringsgronden in artikel 1.5 zijn er per categorie een aantal specifieke voorwaarden die als drempel dienen. De aanvrager van Kunstpodium Basis moet in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een programma hebben uitgevoerd, zoals bedoeld in artikel 1 sub d van de deelregeling. Daarnaast moet de aanvrager aantonen dat minimaal 30 procent van de begroting voor de exploitatie kosten van de organisatie is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten en moet beschikken over een basis voor beleid op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

Het tweede lid biedt de mogelijkheid een aanvraag in behandeling te nemen als deze in heel beperkte mate niet aan de drempelnorm voldoet. Bijvoorbeeld als een aanvrager op het moment van aanvragen 1 jaar en 11 maanden actief is en verder wel aan alle voorwaarden en criteria voldoet.

Ad 4.4 Aanvraag

De aanvraag wordt op basis van de volgende stukken beoordeeld:

  • Een beschrijving van de instelling, de daarbij betrokken personen, de activiteiten in recente jaren met nadruk op innovatieve ontwikkelingen op artistiek en organisatorisch vlak.

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • Een programma met een overtuigende artistiek inhoudelijke basis;

    • Een presentatieplan waarin toegelicht wordt hoe het beoogde publiek wordt bereikt en een strategie tot publieksverbreding voorbij het professionele publiek;

    • Een reflectie op de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie;

    • Een toelichting op de lokale inbedding van de instelling, zoals ook kan blijken uit bijdragen van de lokale overheid.

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Ad 4.5 Beoordelingscriteria:

Alle aanvragen die op tijd zijn ingediend, compleet zijn en aan alle voorwaarden voldoen worden voorgelegd aan de adviescommissie als bedoeld in artikel 2.3. Deze adviescommissie beoordeelt de aanvragen voor Kunstpodia Basis aan de hand van onderstaande criteria in onderlinge samenhang:

  • a) Artistieke visie: De adviescommissie beoordeelt de samenhang tussen de artistiek-inhoudelijke uitgangspunten van het kunstpodium en de manier waarop deze tot uitdrukking komen in de activiteiten artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden. De adviescommissie beoordeelt de rol, positie en de werkwijze van het initiatief in het recente verleden en de manier waarop deze zich verhouden tot de actuele context in brede zin, maar met name binnen de beeldende kunsten en/of andere disciplines, waarbij ook het curriculum van de bij het kunstpodium betrokken personen een rol speelt.

  • b) Artistiek/inhoudelijke kwaliteit van de activiteiten uit het plan: de adviescommissie beoordeelt of het programmaplan onderscheidend is of om een andere reden bijzonder. Hierbij worden ook de mogelijkheden die het plan bieden voor de ontwikkeling van het kunstpodium gewogen.

  • c) Innovatieve kwaliteiten: de adviescommissie beoordeelt hoe het programma zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de maatschappij. Draagt het bij aan artistiek inhoudelijke ontwikkeling en vernieuwing?

  • d) Publieksbereik: de adviescommissie beoordeelt de manier waarop het kunstpodium naar buiten treedt en niet alleen een professioneel publiek maar ook een breder publiek voor zijn activiteiten probeert te vinden en aan zich weet te binden.

  • e) Lokale en regionale inbedding: de adviescommissie beoordeelt wat het programma bijdraagt aan de aanwezige culturele infrastructuur en wat relevant is voor het publiek waartoe het zich gaat verhouden.

PARAGRAAF 5 KUNSTPODIUM PRO

Ad 5.1 De aanvrager

Kunstpodium Pro is bedoeld is bedoeld voor professionele organisaties van lokaal tot (inter)nationaal niveau.

Ad 5.3 Drempelnormen

Naast de algemene weigeringsgronden in artikel 1.5 zijn er per categorie een aantal specifieke voorwaarden die als drempel dienen. De aanvrager van Kunstpodium Pro moet in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een programma uitgevoerd hebben, zoals bedoeld in artikel 1 sub d. Daarnaast toont de aanvrager aan dat minimaal 50 procent van de begroting voor de exploitatie kosten van de organisatie is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten en beschikt over een basis voor beleid op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie. Aanvragers beschikken over publieksvriendelijke voorzieningen.

Het tweede lid biedt de mogelijkheid een aanvraag in behandeling te nemen als een deze in heel beperkte mate niet aan de drempelnorm voldoet. Bijvoorbeeld als een aanvrager op het moment van aanvragen 1 jaar en 11 maanden actief is en verder wel aan alle voorwaarden en criteria voldoet.

Ad 5.4 Aanvraag

De aanvraag wordt op basis van de volgende stukken beoordeeld:

  • Een beschrijving van de missie, visie en het profiel van de instelling, de daarbij betrokken personen, een reflectie op de activiteiten in recente jaren met nadruk op innovatieve ontwikkelingen op artistiek en organisatorisch vlak.

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • Een doordacht artistiek inhoudelijk breed programma;

    • Een presentatieplan waarin toegelicht wordt hoe naast een passend ook een breder publiek wordt bereikt en een strategie tot publieksverbreding voorbij het professionele publiek, waarbij ook voorzieningen voor het publiek zijn opgenomen;

    • Een duidelijke strategie met betrekking tot de lokale en nationale context;

    • Een heldere en overtuigende visie op marketing en communicatie;

    • Een uitgebreide en actief geïmplementeerde beleidsvisie op de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Ad 5.5 Beoordelingscriteria

Alle aanvragen die op tijd zijn ingediend, compleet zijn en aan alle voorwaarden voldoen, worden voorgelegd aan de adviescommissie als bedoeld in artikel 2.3. Deze adviescommissie beoordeelt de aanvragen voor Kunstpodia Pro aan de hand van onderstaande criteria in onderlinge samenhang:

De adviescommissie hanteert daarbij onderstaande criteria in onderlinge samenhang:

  • a) Artistieke visie, missie, profiel: de adviescommissie beoordeelt de samenhang tussen de artistiek-inhoudelijke uitgangspunten van het kunstpodium en de manier waarop deze tot uitdrukking komen in de activiteiten. Welke doelen worden in de missie verwoord en hoe wordt getracht die doelen te bereiken? Hoe profileert en positioneert aanvrager zijn organisatie zowel landelijk als in de stad of regio? Op welke wijze krijgen visie, missie en profiel gestalte in de activiteiten en samenwerkingen?

  • b) Artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden: de adviescommissie beoordeelt de rol, positie en de werkwijze van het kunstpodium in het recente verleden en de manier waarop deze zich verhouden tot de actuele context in brede zin, maar met name binnen de beeldende kunsten en/of andere disciplines.

  • c) Artistiek/inhoudelijke kwaliteit van de activiteiten uit het plan: de adviescommissie beoordeelt de samenhang tussen de artistiek-inhoudelijke uitgangspunten van het kunstpodium en de manier waarop deze tot uitdrukking komen in de activiteiten. Is het programmaplan op een overtuigende manier voorbeeldstellend, onderscheidend of om een andere reden bijzonder?

  • d) Innovatieve kwaliteiten: de commissie beoordeelt hoe het programma zich tot de ontwikkelingen in de maatschappij verhoudt. Draagt het programma bij aan artistiek inhoudelijke ontwikkeling en vernieuwing?

  • e) Publieksbereik: de commissie beoordeelt de manier waarop het kunstpodium naar buiten treedt en niet alleen een professioneel publiek maar ook een breder publiek voor zijn activiteiten probeert te vinden en aan zich weet te binden. Dit kan ook door het bieden van publieksvriendelijke voorzieningen die kunnen bestaan uit de mogelijkheid koffie te drinken en publieksvriendelijke zaalteksten.

  • f) Lokale en regionale inbedding: de adviescommissie beoordeelt wat het programma bijdraagt aan de aanwezige culturele infrastructuur en wat relevant is voor het publiek waartoe het zich gaat verhouden.

  • g) Kwaliteit organisatie en professionaliteit bedrijfsvoering: de adviescommissie beoordeelt of sprake is van een professionele bedrijfsvoering en kwalitatief sterke organisatie. Hierbij beoordeelt de adviescommissie ook het beleid van het Kunstpodium op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

PARAGRAAF 6 KUNSTPODIUM BREED

Ad 6.1 De aanvrager

Kunstpodium Breed is bedoeld voor volwaardig professionele organisaties van lokaal tot internationaal niveau.

Ad 6.3 Drempelnormen

Naast de algemene weigeringsgronden in artikel 1.5 zijn er per categorie een aantal specifieke voorwaarden die als drempel dienen. De aanvrager van Kunstpodium Breed moet in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag een programma uitgevoerd hebben, zoals bedoeld in artikel 1 sub d. Daarnaast toont de aanvrager aan dat minimaal 50 procent van de begroting voor de exploitatie kosten van de organisatie is gedekt door financiële bijdragen van andere overheden en/of andere partijen en/of eigen inkomsten. Verder beschikt de aanvrager over een ondersteunende functie met betrekking tot de productie en realisatie van nieuwe producties van kunstenaars en beschikt de aanvrager over een uitgebreid en voorbeeldstellend beleid en actief geïmplementeerde visie op het gebied van de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

Het tweede lid biedt de mogelijkheid een aanvraag in behandeling te nemen als deze in heel beperkte mate niet aan de drempelnorm voldoet. Bijvoorbeeld als een aanvrager op het moment van aanvragen 2 jaar en 11 maanden actief is en verder wel aan alle voorwaarden en criteria voldoet.

Ad 6.4 Aanvraag

De aanvraag wordt op basis van de volgende stukken beoordeeld:

  • Een beschrijving van de missie, visie en het profiel van de instelling, de daarbij betrokken personen, een reflectie op de activiteiten in recente jaren met nadruk op innovatieve ontwikkelingen op artistiek en organisatorisch vlak.

  • Een plan dat de volgende onderdelen bevat:

    • Een doordacht artistiek inhoudelijk breed programma, van hoge productionele kwaliteit;

    • Een presentatieplan waarin toegelicht wordt hoe naast een passend publiek een nieuw en breder publiek wordt bereikt, waarin rekenschap gegeven wordt hoe de beleving rond het programma aansluit bij nieuwe doelgroepen en een duidelijke strategie tot publieksverbreding ver voorbij het publiek van collega’s en andere professionele relaties;

    • Een duidelijke strategie met betrekking tot de lokale, nationale en internationale context;

    • Een heldere en overtuigende visie op marketing, communicatie en publieksparticipatie en een overtuigende financiële inzet gericht op publieksinformatie en publieksverbreding die onder meer blijkt uit de publieksvriendelijke voorzieningen;

    • Een uitgebreide en actief geïmplementeerde beleidsvisie op de Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.

  • Een begroting met een dekkingsplan.

Ad 6.5 Beoordelingscriteria

Alle aanvragen die op tijd zijn ingediend, compleet zijn en aan alle voorwaarden voldoen worden voorgelegd aan de adviescommissie als bedoeld in artikel 2.3. Deze adviescommissie beoordeelt de aanvragen voor Kunstpodia Breed aan de hand van onderstaande criteria in onderlinge samenhang:

  • a) Artistieke visie, missie, profiel; artistieke visie, missie, profiel: de adviescommissie beoordeelt de samenhang tussen de artistiek-inhoudelijke uitgangspunten van het kunstpodium en de manier waarop deze tot uitdrukking komen in de activiteiten. Welke doelen worden in de missie verwoord en hoe wordt getracht die doelen te bereiken? Hoe profileert en positioneert aanvrager zijn organisatie zowel landelijk als in de stad of regio? Op welke wijze krijgen visie, missie en profiel gestalte in de activiteiten en samenwerkingen?

  • b) Artistiek/inhoudelijke kwaliteit van activiteiten uit het recente verleden: de adviescommissie beoordeelt de rol, positie en de werkwijze van het kunstpodium in het recente verleden en de manier waarop deze zich verhouden tot de actuele context in brede zin, maar met name binnen de beeldende kunsten en/of andere disciplines.

  • c) Kwaliteit van de activiteiten uit het plan: de adviescommissie beoordeelt de samenhang tussen de artistiek-inhoudelijke uitgangspunten van het kunstpodium en de manier waarop deze tot uitdrukking komen in de activiteiten. Is het programmaplan op een overtuigende manier voorbeeldstellend, onderscheidend of om een andere reden bijzonder?

  • d) Innovatieve kwaliteiten: de adviescommissie beoordeelt hoe het programma zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de maatschappij. Draagt het bij aan artistiek inhoudelijke ontwikkeling en vernieuwing?

  • e) Publieksbereik: de adviescommissie beoordeelt de manier waarop het kunstpodium naar buiten treedt en de wijze waarop naast een passend publiek een nieuw en breder publiek wordt bereikt, ook door het bieden van publieksvriendelijke voorzieningen zoals faciliteiten voor de ontvangst en begeleiding van publiek, een koffiebar, café of winkel.

  • f) Lokale en regionale inbedding: de adviescommissie beoordeelt de stimulerende rol van het kunstpodium voor de aanwezige culturele infrastructuur en de allianties en verbintenissen die het kunstpodium aangaat om de activiteiten te realiseren, kennis uit te wisselen en samen te werken.

  • g) Kwaliteit organisatie en professionaliteit bedrijfsvoering: de adviescommissie beoordeelt of er sprake is van een professionele bedrijfsvoering en een kwalitatief sterke organisatie.

Bij de beoordeling wordt gekeken naar de uitleg en toepassing van de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie. Deze codes raken het functioneren van de hele organisatie en meerdere van de hierboven genoemde beoordelingscriteria.

PARAGRAAF 7 VERPLICHTING EN VERANTWOORDING

In deze paragraaf zijn de subsidieverplichtingen, de tussentijdse- en de eindverantwoording en de vaststelling de subsidie geregeld.

PARAGRAAF 8 OVERIGE BEPALINGEN

In deze paragraaf is een hardheidsclausule opgenomen.