Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatscourant 2020, 23676Besluiten van algemene strekking

Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 19 april 2020, nr. WJZ/19207028, met betrekking tot de taakuitoefening van het Centraal bureau voor de statistiek (Beleidsregel taakuitoefening CBS)

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de artikelen 3 tot en met 5 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek;

Besluit:

§ 1 Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

aanvullende statistische dienst:

een statistische dienst die niet bekostigd wordt uit de algemene bijdrage van de Minister van Economische Zaken en Klimaat;

directeur-generaal:

directeur-generaal van de statistiek;

innovatief project:

project waarin wordt onderzocht of het gebruik van nieuwe technologieën of processen leidt tot betere statistieken of een efficiënter proces om tot deze statistieken te komen;

CBS:

Centraal bureau voor de statistiek.

§ 2 Aanbieden van diensten

Artikel 2

  • 1. Het CBS onthoudt zich van het actief verwerven van verzoeken voor aanvullende statistische diensten.

  • 2. Het CBS onthoudt zich in ieder geval van:

    • a. het meedingen naar een opdracht, waarvoor een aanbestedingsprocedure in gang is gezet op basis van de Aanbestedingswet 2012;

    • b. het uit eigen beweging benaderen van partijen om statistische dienstverlening aan te bieden;

    • c. algemene wervingsactiviteiten voor dienstverlening op markten waar private aanbieders werkzaam zijn.

  • 3. In afwijking van het eerste lid en het tweede lid, aanhef en onderdeel b, mag het CBS een overheid actief benaderen indien situaties waarmee zwaarwegende publieke belangen gemoeid zijn dat vereisen.

Artikel 3

Het CBS stelt het verlenen van een statistische dienst niet afhankelijk van de voorwaarde andere aanvullende statistische diensten bij het CBS af te nemen, tenzij deze onlosmakelijk met die dienst verbonden zijn en die verbondenheid nodig is om de kwaliteit en duidelijkheid van de resultaten te waarborgen dan wel de gegevens van personen en bedrijven te beschermen.

§ 3 Processtappen voor de aanvaarding van een verzoek

Artikel 4

  • 1. Voordat het CBS een verzoek voor het verrichten van een aanvullende statistische dienst aanvaardt, registreert het welke overwegingen ten grondslag liggen aan de keuze de dienst door het CBS te laten verrichten.

  • 2. Voordat het CBS begint met de uitvoering van een aanvullende statistische dienst waarop de Regeling werkzaamheden derden CBS niet van toepassing is, overweegt het CBS of de dienst, of een deel van de dienst, uitgevoerd kan worden door een private statistische dienstverlener en informeert het de opdrachtgever indien de statistische dienst, of een deel daarvan, ook door private dienstverlening te verkrijgen is, over die mogelijkheid.

  • 3. Het CBS ziet af van het laten uitvoeren van een deel van de dienst, bedoeld in het tweede lid, door een private statistische dienstverlener indien de opdrachtgever kenbaar maakt daartegen bezwaar te hebben.

  • 4. Het tweede lid is niet van toepassing indien de vergoeding voor de dienst die, dan wel het deel van de dienst dat, kan worden uitgevoerd door een specifieke private statistische instantie, lager is dan het bedrag in de Circulaire Grensbedragen voor procedures Aanbestedingswet 2012 onder de drempelwaarde, waaronder een enkelvoudige onderhandse gunning sowieso passend is.

§ 4 Kostendoorberekening en specificatie van de kosten

Artikel 5

Het CBS brengt de integrale kostprijs in rekening voor aanvullende statistische dienstverlening, tenzij het aanvullende dienstverlening voor Eurostat betreft.

Artikel 6

Bij een projectvoorstel voor een aanvullende statistische dienst worden ten minste de volgende zaken gespecificeerd:

  • a. de te leveren werkzaamheden of producten;

  • b. het aantal uren dat per projectfase en schaalniveau wordt besteed aan de aanvullende statistische dienst;

  • c. de berekening en samenstelling van het uurtarief per schaalniveau.

§ 5 Handelswijze bij innovatieve projecten

Artikel 7

In de beschrijving in het werkprogramma, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de Wet op het centraal bureau voor de statistiek, gaat het CBS in op zijn overwegingen waarom een innovatief project door het CBS wordt uitgevoerd, waarbij de belangen van marktpartijen worden meegewogen.

§ 6 Handelwijze bij samenwerkingsprojecten

Artikel 8

Indien in het kader van de samenwerking met een private dataleverancier of een private statistische dienstverlener, data of methoden en technieken worden gedeeld, sluit het CBS een overeenkomst met deze leverancier of dienstverlener waarin vastgelegd wordt hoe wordt omgegaan met het gebruik van die data, of methoden en technieken, voor zover dit de marktactiviteiten van de leverancier of dienstverlener raakt.

§ 7 Interne toetsing en klachtafhandeling

Artikel 9

  • 1. De directeur-generaal draagt er zorg voor dat binnen het CBS een mededingingsspecialist aanwezig is die het CBS op onafhankelijke wijze adviseert over de toepassing van deze beleidsregel en de Regeling werkzaamheden derden CBS.

  • 2. De mededingingsspecialist, bedoeld in het eerste lid, brengt minimaal een keer per jaar schriftelijk verslag uit aan de directeur-generaal over de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10

  • 1. De directeur-generaal draagt er zorg voor dat er een onafhankelijke klachtencommissie is waarbij marktpartijen klachten kunnen indienen over gedragingen van het CBS met betrekking tot de toepassing van deze beleidsregel of de Regeling werkzaamheden derden CBS.

  • 2. De directeur-generaal neemt geen besluit over de afhandeling van een ingediende klacht voordat de onafhankelijke klachtencommissie hierover een advies heeft uitgebracht.

  • 3. De raad van advies wordt geïnformeerd door de onafhankelijke klachtencommissie over het aantal klachten, de aard van de klachten en de genomen besluiten hierover van de directeur-generaal.

Artikel 11

De directeur-generaal verzoekt de raad van advies de naleving van deze beleidsregel als vast punt in de agenda van vergaderingen op te nemen.

§ 8 Slotbepalingen

Artikel 12

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2020.

Artikel 13

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel taakuitoefening CBS.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 19 april 2020

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Aanleiding en doel

In de afgelopen jaren heeft een sterke toename plaatsgevonden van waardevolle databronnen en van het aantal aanbieders van (statistische) informatie en andere datadiensten. Digitalisering biedt aanzienlijke kansen voor de verbetering van statistieken, en marktpartijen hebben deze kansen goed weten te benutten. Ook het Centraal Bureau voor de Statistiek (hierna: CBS) heeft hier op innovatieve wijze op ingespeeld. Het gevolg hiervan is echter ook dat marktpartijen en het CBS elkaar op de markt voor statistische diensten steeds vaker tegenkomen. Op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft de heer Van Hulst vanuit een onafhankelijke positie geadviseerd over heldere uitgangspunten voor het CBS bij statistische diensten in opdracht. In een brief aan de Tweede Kamer op 26 april 2019 is geschetst dat onduidelijkheid is ontstaan over de rolverdeling tussen het CBS en marktpartijen (Kamerstuk 35 000 XIII, nr. 81). Er bestaat onduidelijkheid over welke opdrachten het CBS wel of niet uitvoert. Hierdoor is een grijs gebied ontstaan waarin het onduidelijk is of het CBS de aangewezen partij is om te leveren, of dat dit aan een marktpartij moet worden overgelaten.

Op 12 juli 2019 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het advies en heb ik aangegeven mij te vinden in de analyse van de heer Van Hulst en zijn advies over te nemen (Kamerstuk 35 000 XIII, nr. 84). Er wordt daartoe een pakket van maatregelen genomen waaronder deze beleidsregel. De beleidsregel heeft betrekking op de aanvullende statistische diensten die het CBS levert. Dat zijn de diensten die niet uit de bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat worden bekostigd. Deze beleidsregel geldt ook voor het leveren van aanvullende statistische diensten aan derden, voor zover de Regeling werkzaamheden derden CBS geen eigen regime bevat (zie artikel 4, tweede en derde lid, en de toelichting hierbij). De Regeling werkzaamheden derden CBS wordt op grond van artikel 5, tweede lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek (hierna: CBS-wet) vastgesteld en bevat regels over de werkzaamheden die het CBS voor derden mag verrichten.

Dit pakket aan maatregelen doet geen afbreuk aan de onafhankelijke statistiekproductie van het CBS. De onafhankelijke positie van het CBS is juridisch vastgelegd. Ten eerste is het CBS een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) en niet hiërarchisch ondergeschikt aan de minister. Ten tweede is de onafhankelijkheid nader geborgd in de CBS-wet. Ten slotte is deze onafhankelijkheid vastgelegd in Europese regelgeving, wanneer het gaat om Europees verplichte statistieken (Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PbEU 2009, L 87), hierna: Verordening 223/2009).

Op grond van artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen mag de Minister van Economische Zaken en Klimaat een beleidsregel vaststellen met betrekking tot de taakuitoefening door het CBS. De taak van het CBS is omschreven in de artikelen 3 tot en met 5 van de CBS-wet. De beleidsregel legt vast binnen welke procedurele randvoorwaarden de in de CBS-wet omschreven taak van het CBS uitgevoerd moet worden. De beleidsregel kan de taak van het CBS niet inperken. Het CBS bepaalt zelf binnen de kaders van de wet en na toepassing van de in beleidsregel vastgelegde procedures de inhoud van zijn meerjaren- en werkprogramma en bepaalt zelf de methoden en wijze van openbaarmaking van statistieken. Dit is in nationale en Europese wet- en regelgeving vastgelegd om de professionele onafhankelijkheid van de statistiekvoorziening te waarborgen.

Het pakket van maatregelen heeft tot doel meer duidelijkheid te scheppen over de rolverdeling tussen private statistische dienstverleners en het CBS, alsmede een relatieverbetering tussen het CBS en een aantal marktpartijen en brancheverenigingen te faciliteren, zodat meer kansen voor productieve samenwerking benut worden. Het CBS richt zich daarvoor zichtbaarder op zijn kerntaken en heeft bij het leveren van aanvullende diensten of het uitvoeren van innovatieve projecten permanent aandacht voor de belangen van marktpartijen.

2. Inhoud van de beleidsregel

In deze beleidsregel wordt ingegaan op de taakuitoefening door het CBS. Specifiek gaat het hier om de aanvullende dienstverlening van het CBS. De beleidsregel gaat eerst in op welke methoden het CBS niet mag gebruiken om verzoeken voor statistische dienstverlening te verkrijgen. Actieve acquisitie en koppelverkoop worden verboden. Vervolgens specificeert de beleidsregel het proces dat het CBS moet doorlopen wanneer het aanvragen krijgt of een project start. Dit proces is er ten eerste erop gericht opdrachtgevers bewust de afweging te laten maken of zij het CBS of een private statistische dienstverlener willen inschakelen voor dienstverlening. Ten tweede is het proces erop gericht dat het CBS rekening houdt met de belangen van marktpartijen. Ten slotte beschrijft de beleidsregel hoe het CBS terugkoppeling en onafhankelijke klachtenafhandeling dient te organiseren over het toepassen van deze beleidsregel en de Regeling werkzaamheden derden CBS. Het CBS stelt binnen de organisatie een onafhankelijk persoon aan en organiseert onafhankelijke klachtbehandeling.

3. Consultatie

Deze beleidsregel is van 11 november 2019 tot 23 december 2019 voorgelegd voor internetconsultatie. In de consultatieperiode zijn zes reacties binnengekomen.

Een aantal van de respondenten heeft met één reactie gereageerd op zowel de Beleidsregel taakuitoefening CBS als de Regeling werkzaamheden derden CBS, die tegelijkertijd is voorgelegd voor internetconsultatie. De punten die betrekking hebben op de regeling zullen in de daarbij horende toelichting worden besproken.

Een aantal van de respondenten geeft aan goede ervaringen te hebben in hun samenwerking met het CBS. Deze respondenten laten blijken dat toegang tot het CBS vanuit onderwijs, wetenschap, de overheidssector en het bedrijfsleven van groot belang is.

Een andere respondent laat blijken de huidige beleidsregel onvoldoende vergaand te vinden en wil dat het CBS meer wordt gedwongen een stap terug te doen.

De beleidsregel is gericht op het volgen van juiste procedures door het CBS bij het aannemen van nieuwe diensten. Ook zal het CBS zich nadrukkelijke bezig moeten houden met de belangen van marktpartijen. Dit zal meer terughoudendheid vragen van het CBS bij het aannemen van nieuwe dienstverlening.

Actieve acquisitie

Meerdere partijen hebben aangegeven graag een verdere verduidelijking te krijgen van wat er onder actieve acquisitie wordt verstaan zoals bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregel. De toelichting bij dit artikel is daarom uitgebreid. In de toelichting zal echter geen restrictieve lijst met activiteiten worden opgenomen.

Daarnaast is naar voren gekomen dat de oude tekst van artikel 2, tweede lid, onderdeel a, gelezen kon worden als: het CBS mag in het algemeen geen opdrachten uitvoeren voor een aanbestedende dienst. Om deze onduidelijkheid weg te nemen is nu opgenomen dat het CBS niet mag meedingen naar een opdracht, waarvoor een aanbestedingsprocedure is gestart.

Ten slotte is aan artikel 2 in een nieuw derde lid een uitzondering toegevoegd op het verbod. Deze uitzondering is in de tekst gekomen vanwege voortschrijdend inzicht naar aanleiding van de COVID-19 uitbraak. Zie ook de artikelsgewijze toelichting bij artikel 2.

Toegang tot microdatabestanden van het CBS

Drie respondenten hebben aangegeven dat de toegang tot de microdatabestanden van het CBS geborgd moet blijven. De toegang tot microdatabestanden is in de CBS-wet vastgelegd. Het leveren van de microdatabestanden is geen wettelijke taak van het CBS, maar een bevoegdheid. In artikel 37 van de CBS-wet is als hoofdregel bepaald dat gegevens die het CBS ter uitvoering van zijn wettelijke taak ontvangt, niet verstrekt worden aan anderen dan degenen die belast zijn met de uitvoering van de taak van het CBS.

In de wet is bepaald dat de directeur-generaal een uitzondering kan maken wanneer het gaat om het leveren van microdatabestanden voor statistisch of wetenschappelijk onderzoek, zo lang de gegevens niet tot specifieke personen zijn te herleiden. Een verplichting tot beschikbaar stellen van deze bestanden past niet binnen het wettelijk kader.

Een van de respondenten geeft aan dat het onvoldoende transparant is welke microdatabestanden het CBS in huis heeft. Op de website van het CBS is echter een open datasite en een microdatacatalogus opgenomen.

Checks and balances

Een van de respondenten meent dat de checks and balances onvoldoende geborgd zijn, omdat deze belegd zijn binnen het CBS. In de beleidsregel wordt het toezicht op de naleving van de beleidsregel en regeling geborgd binnen de organisatie. Er zal in aanvulling op de genoemde checks and balances in de beleidsregel een extra lid worden benoemd in de Raad van Advies met kennis van het mededingingsrecht, die de expertise heeft om te beoordelen of de toepassing van de beleidsregel en ministeriële regeling goed verloopt.

4 Regeldruk

Er zijn geen administratieve lasten. Deze beleidsregel heeft alleen gevolgen voor het CBS.

II. Artikelsgewijs

Artikel 2

In dit artikel is bepaald dat het CBS niet actief op zoek gaat naar verzoeken voor aanvullende statistische diensten. Dit doet niet af aan het feit dat het CBS een gesprekspartner is van overheden wanneer het gaat om datagedreven werken. Hieruit kunnen verzoeken voortvloeien maar er is geen sprake van actieve acquisitie. Sterker nog, ook als het CBS als gesprekspartner meedenkt met overheden bij het formuleren van de invulling van een bepaalde onderzoeksvraag, kan blijken dat het onderzoek uiteindelijk prima (deels) door een derde kan worden uitgevoerd. Het CBS is dan verplicht om deze overheid hierop te wijzen, ook als het CBS in het voortraject betrokken is geweest (artikel 4, tweede lid).

In het tweede lid zijn activiteiten opgenomen die evident onder het actief op zoek gaan naar verzoeken vallen, maar deze lijst is niet limitatief. Dit brengt met zich mee dat het CBS zich in zijn handelen altijd moet afvragen of sprake zou kunnen zijn van actieve acquisitie.

Er zijn situaties denkbaar waarbij actief handelen van het CBS vereist is. Hierbij kan gedacht worden aan de uitbraak van COVID-19 waar Nederland dit jaar mee geconfronteerd is. Het is ondenkbaar dat het CBS waardevolle informatie die kan helpen bij de beleidsvorming over een dergelijke situatie waar zwaarwegende publieke belangen mee gemoeid zijn, niet zou mogen delen met de verantwoordelijke instanties.

Artikel 3

In dit artikel is een verbod op koppelverkoop geregeld. Het CBS mag het verlenen van een statistische dienst niet afhankelijk maken van de voorwaarde ook andere diensten af te nemen bij het CBS. Dit verbod geldt uiteraard ook als in het kader van een enkel project verschillende van elkaar te onderscheiden deelopdrachten moeten worden uitgevoerd, die redelijkerwijs door verschillende partijen kunnen worden opgepakt. Indien sprake is van een dienst die onlosmakelijk is verbonden met de dienstverlening door het CBS en die verbondenheid te maken heeft met de kwaliteit en duidelijkheid van de resultaten van dienstverlening of dient ter bescherming van de gegevens van personen en bedrijven is er geen sprake van koppelverkoop, maar wordt de dienstverlening als een geheel beschouwd.

Artikel 4

Het CBS kent de markt voor statistische dienstverlening, omdat het CBS een uitgebreid netwerk heeft en rekening moet kunnen houden met zijn positie ten opzichte van private statistische dienstverleners.

Het CBS registreert welke overwegingen ten grondslag liggen aan de keuze de dienst door het CBS uit te laten voeren (eerste lid). Overwegingen die een rol kunnen spelen bij de keuze voor het CBS in plaats van voor een private statistische dienstverlener, kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op het borgen van de privacy, gegarandeerde continuïteit van de statistiekvoorziening of volledige transparantie van methoden en technieken. Hiernaast is het mogelijk dat marktpartijen de dienst niet kunnen leveren. Registratie en transparantie van de overwegingen helpt het CBS en de raad van advies bij de monitoring van het effect van de beleidsregel. Op grond van artikel 11 is de implementatie en de naleving van de beleidsregel een vast agendapunt in de vergaderingen van de raad van advies.

Als bij het CBS bekend is dat een aanvullende statistische dienst ook door middel van dienstverlening van private partijen uitgevoerd zou kunnen worden, dan informeert het de opdrachtgever hierover (tweede lid). Het CBS moet in dat geval benoemen dat de mogelijkheid bestaat, maar hoeft geen specifieke private statistische dienstverlener te benoemen. Het is aan de opdrachtgever om te beslissen of de dienst vervolgens door het CBS wordt verleend of door een private statistische dienstverlener. Het kan mogelijk zijn dat een deel van de dienst uitgevoerd kan worden door een marktpartij. Voordat het CBS begint met de uitvoering van een nieuwe aanvullende statistische dienst, overweegt het of het in het kader van deze dienst gebruik maakt van deze mogelijkheid (tweede lid). In deze overweging kan het CBS alles meewegen wat voor die specifieke statistische dienst van belang is, bijvoorbeeld of inhuur valt in te passen binnen de privacywaarborgen die het CBS moet bieden, maar ook of er sprake is van zodanige spoedeisendheid dat inhuur niet kan worden gerealiseerd. Het CBS kan hierbij ook in overleg treden met de opdrachtgever.

Wanneer de opdrachtgever bezwaar tegen inhuur heeft, zal hiervan worden afgezien (derde lid).

Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing op dienstverlening waar de Regeling werkzaamheden derden CBS op van toepassing is. Deze regeling bevat een eigen regime voor de inzet van private dienstverleners bij statistische dienstverlening voor derden. Als de derde niet instemt met de inzet van een private dienstverlener, voert het CBS de werkzaamheden niet uit (zie artikel 3 van de Regeling werkzaamheden derden CBS).

In het vierde lid is een uitzondering opgenomen voor diensten waarvan de vergoeding lager is dan het bedrag in de ‘Circulaire Grensbedragen voor procedures Aanbestedingswet 2012 onder de drempelwaarde’, waaronder een enkelvoudige onderhandse gunning sowieso passend is.

De huidig geldende Circulaire is te vinden op de website van PIANOo, het Expertisecentrum Aanbesteden van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat: https://www.pianoo.nl/sites/default/files/documents/documents/gewijzigde-circulaire-grensbedragen-procedures-aanbestedingswet-2012-per-1-sept-2015.pdf.

Het huidige minimumbedrag in deze circulaire is € 33.000.

Artikel 5

In artikel 5 is bepaald dat het CBS voor aanvullende statistische diensten de integrale kostprijs in rekening moet brengen. Door dit op te nemen in deze beleidsregel wordt elke twijfel weggenomen dat het CBS gratis diensten verleent. Een uitzondering wordt gemaakt voor de aanvullende statistische dienstverlening die het CBS uitvoert voor Eurostat, het statistiekbureau van de Europese Unie. Het werk dat het CBS doet voor Eurostat is ter ondersteuning en uitvoering van de doelstellingen van het Europees statistisch programma. Eurostat biedt echter een maximale vergoeding die lager is dan de integrale kostprijs.

Artikel 6

Het is voor opdrachtgevers van groot belang dat het CBS transparant is over de opbouw van het projectvoorstel. Daarom wordt in dit artikel bepaald dat een aantal zaken ten minste in het voorstel van het CBS gespecificeerd moet worden. Dit is een minimumeis. Uiteraard kunnen met een individuele opdrachtgever aanvullende afspraken gemaakt worden over de elementen die een projectvoorstel moet bevatten.

Artikel 7

Het CBS ontwikkelt doorlopend nieuwe methoden en technieken om op basis van nieuwe en bestaande databronnen statistieken te verbeteren, efficiënter te produceren of maatschappelijke fenomenen op nieuwe manieren inzichtelijk te maken. Het CBS financiert dit uit de bijdragen van de Minister van Economische Zaken en Klimaat voor het vervullen van het basisprogramma van het CBS. Het CBS publiceert deze projecten op https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/innovatie. Veel innovaties liggen in het incrementeel verder verbeteren van bestaande statistische processen. Dit soort aanscherpingen valt niet onder het begrip innovatief project, maar kan gezien worden als regulier onderhoudswerk. Door te innoveren is het CBS in staat geweest om efficiënter te werken. Er zijn echter ook meer grootschalige en nieuwe gebruiksmogelijkheden van technieken en methoden die als innovatief project gezien kunnen worden, zoals de Bèta producten in ontwikkeling die het CBS op zijn website beschrijft.

Deze projecten van het CBS kunnen invloed hebben op de belangen en positie van marktpartijen, die wellicht met een vergelijkbaar project bezig zijn en hier investeringen voor hebben moeten maken. In het derde lid van artikel 15 van de CBS-wet is al bepaald dat het CBS aandacht besteedt aan het belang van de statistiek voor praktijk beleid en wetenschap. Artikel 7 van deze beleidsregel waarborgt dat het CBS werkprogramma bij de beschrijving van dit belang, in het geval van een innovatief project, ook uitlegt waarom het CBS dit project gaat uitvoeren en hoe het de belangen van marktpartijen heeft meegewogen. Dit kan bijvoorbeeld door te besluiten om de innovatie niet zelf te ontwikkelen, maar in te kopen van marktpartijen, gebruik te maken van andere vormen van samenwerking of te zorgen voor secuur geformuleerde communicatie over het project. Het is belangrijk voor de kwaliteit en efficiëntie van het statistiekproces en het vertrouwen in de statistiek dat het CBS altijd de vrijheid behoudt om zelf de optimale methode of techniek te kiezen waarmee statistieken gemaakt worden. Deze vrijheid is ook vastgelegd in artikel 2, lid 1, sub a, van Verordening 223/2009 en de CBS-wet (artikel 18).

Artikel 8

Voordat het CBS in het kader van de samenwerking met een private dataleverancier of private statistische dienstverlener toegang krijgt tot de data of inzicht in unieke methoden of technieken, sluit het CBS een overeenkomst met de betreffende private partij. In deze overeenkomst leggen het CBS en de private partij vast wat het CBS doet met de verkregen data of kennis buiten de samenwerking om. Het ligt in de rede dat private partijen in de overeenkomst vast willen leggen dat het CBS de verkregen data of inzicht in methoden en technieken niet gebruikt om buiten de samenwerking om activiteiten te ontwikkelen die een nadelig effect hebben op hun marktpositie. Dit schept helderheid voor private partijen waardoor misvattingen over het gebruik van het CBS van de data of inzicht in methoden en technieken geen belemmeringen meer vormen voor samenwerking met het CBS.

Dit artikel ziet op vrijwillige samenwerking, niet op de verplichte levering van gegevens die op grond artikel 33, derde lid, van de CBS-Wet in het Besluit gegevensverwerving zijn opgenomen.

Artikel 9

Op grond van dit artikel moet de directeur-generaal ervoor zorgen dat er een mededingingsspecialist aanwezig is bij het CBS die op onafhankelijke wijze adviseert over de toepassing van deze beleidsregel en de Regeling werkzaamheden derden CBS. In het advies van de heer Van Hulst wordt deze mededingingsspecialist aangeduid als de “competitive neutrality officer”, hierna: CNO. De CNO zal een goed beeld moeten hebben van de markt voor statistische dienstverlening om over de toepassing van de beleidsregel en de ministeriële regeling te kunnen adviseren.

In de advisering binnen het CBS over de toepassing van de beleidsregel kan in het bijzonder gedacht worden aan het betrekken van de CNO bij:

  • de overweging waarom het CBS bepaalde dienstverlening op zich neemt, eventuele gesprekken met opdrachtgevers hierover en de registratie hiervan (artikel 4, eerste lid);

  • de overweging of een deel van een aanvullende statistische dienst door een private partij kan worden uitgevoerd (artikel 4, tweede lid);

  • de schriftelijke analyse die wordt gemaakt voor innovatieve projecten (artikel 7);

  • de overeenkomst die wordt gesloten bij samenwerking met private dataleveranciers of dienstverleners (artikel 8).

  • In de advisering over de toepassing van de ministeriële regeling kan in het bijzonder gedacht worden aan het betrekken van de CNO bij:

  • de beoordeling of er private statistische instanties zijn (artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de ministeriële regeling;

  • de overweging of een deel van een aanvullende statistische dienst door een private partij kan worden uitgevoerd (artikel 3 van de ministeriële regeling);

  • de afbouw van werkzaamheden, indien het bij het CBS bekend wordt dat een private statistische dienstverlener de werkzaamheden die het CBS uitvoert, wil en kan uitvoeren (artikel 4 van de ministeriële regeling).

In het tweede lid is bepaald dat de CNO minimaal een keer per jaar schriftelijk verslag uitbrengt aan de directeur-generaal. Het ligt in de rede dat de nieuwe processen uit deze beleidsregel zeker in de eerste jaren meer begeleiding vragen en dat de directeur-generaal hier de eerste jaren vaker over geïnformeerd wil worden.

Het verslag van de CNO kan door de Minister van Economische Zaken en Klimaat worden opgevraagd op basis van artikel 20, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. Daarnaast kan het verslag ook een van de bronnen van informatie zijn voor de vergaderingen van de raad van advies (artikel 11).

Artikel 10

In dit artikel is bepaald dat de directeur-generaal er voor zorgt dat er een klachtencommissie is waarbij marktpartijen en andere betrokkenen klachten in kunnen dienen over gedragingen van het CBS met betrekking tot de toepassing van deze beleidsregel of de regeling werkzaamheden derden CBS. De klachtencommissie is onafhankelijk. Dit betekent dat de klacht niet mag worden afgehandeld door medewerkers van het CBS die ook betrokken zijn geweest bij de gedragingen waar de klacht op ziet. Dit artikel is in lijn met titel 9.1 (Klachtbehandeling door een bestuursorgaan) van de Algemene wet bestuursrecht. De raad van advies wordt geïnformeerd over de klachtafhandeling.

Artikel 11

In artikel 11 is bepaald dat de directeur-generaal de raad van advies verzoekt de naleving van deze beleidsregel als vast punt in de agenda van vergaderingen op te nemen. In artikel 20 van de CBS-Wet is bepaald dat de raad van advies van het CBS de directeur-generaal desgevraagd of uit eigen beweging adviseert over de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de directeur-generaal. De raad van advies kan derhalve, indien gewenst, ook advies uitbrengen over de naleving van deze beleidsregel.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes