Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2020, 23479Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 21 april 2020, kenmerk 1665279-203455-LZ, houdende wijziging van de Regeling subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Langdurige Zorg in verband met enkele aanpassingen

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling subsidiering Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Langdurige Zorg wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het onderdeel ICT-leverancier wordt ‘digitale gegevensuitwisseling’ vervangen door ‘elektronische gegevensuitwisseling’.

2. In het onderdeel Informatiestandaard eOverdracht vervalt de zinsnede ‘, vastgesteld in het Informatieberaad Zorg en beheerd door Nictiz’.

3. Het onderdeel MedMij-afsprakenstelsel komt te luiden:

MedMij-afsprakenstelsel:

de samenhangende set van afspraken, voorzieningen en ingerichte ontwikkel- en beheerprocessen die door de Stichting MedMij wordt beheerd ten behoeve van het veilig uitwisselen van gezondheidsgegevens tussen een zorggebruiker en zorgverleners.

4. Het onderdeel Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO) komt te luiden:

Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO):

een universeel toegankelijk, voor leken begrijpelijk, gebruiksvriendelijk en levenslang hulpmiddel om relevante gezondheidsinformatie te verzamelen, te beheren en te delen, en om regie te kunnen nemen over gezondheid en zorg en om zelfmanagement te ondersteunen via gestandaardiseerde gegevensverzamelingen voor gezondheidsinformatie en geïntegreerde digitale zorgdiensten.

5. Het onderdeel Programmabureau komt te luiden:

Programmabureau:

een in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingericht bureau dat tot doel heeft om ondersteuning te bieden bij aanvragen en monitoren van implementatie.

6. In het onderdeel Projectleider wordt de zinsnede ‘op grond van de Zvw’ vervangen door ‘op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wmo 2015’.

7. Het onderdeel Samenwerkingsverband komt te luiden:

Samenwerkingsverband eOverdracht:

een aantal van ten minste drie zorginstellingen die een samenwerkingsovereenkomst hebben getekend, waarvan minimaal twee zorginstellingen zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) of wijkverpleging op grond van de Zvw of de Wmo 2015 verlenen en minimaal één zorginstelling zorg levert op grond van de Zvw, niet zijnde een organisatie die wijkverpleging levert.

8. Op alfabetische volgorde worden de volgende onderdelen ingevoegd, luidende:

Dienstverlener Zorgaanbieder (DVZA):

de dienstverlener zorgaanbieder levert diensten aan de zorgaanbieder gerelateerd aan de uitwisseling van elektronische gegevens tussen personen en zorgaanbieder en committeert zich hiervoor aan de naleving van de afspraken van het MedMij-afsprakenstelsel.

Informatiestandaard Basisgegevens Langdurige Zorg (BgLZ):

informatiestandaard die bestaat uit gegevens die relevant zijn voor uitwisseling met patiënten binnen de langdurige zorg via hun persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO).

Informatiestandaard Basisgegevens Geestelijke Gezondheidszorg (BgGGZ):

informatiestandaard die bestaat uit gegevens die relevant zijn voor uitwisseling met patiënten binnen de Geestelijke Gezondheidszorg via hun persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO).

HL7 Fast Healthcare Interoperability Resources (FHIR):

een standaard om digitaal gegevens uit te wisselen binnen en tussen zorginstellingen.

PDF/A:

een gestandaardiseerde variant op het PDF-formaat, dat wordt gebruikt voor de uitwisseling van documentgebaseerde, ongestructureerde medische gegevens of gezondheidsinformatie.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. de basismodule Ontsluiting naar een PGO;

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Activiteiten als bedoeld in het eerste lid, betreffen:

    • a. in het kader van de implementatie van module Ontsluiting naar een PGO:

      • i. Activiteiten die nodig zijn om de gegevensdiensten BgLZ of BgGGZ en PDF/A conform het afsprakenstelsel MedMij te kunnen ontsluiten naar een PGO;

      • ii. Projectmatige activiteiten met betrekking tot het zorgproces, organisatie en borging:

        • projectmatige activiteiten, zoals projectleiding, projectondersteuning en afstemmen van de informatiearchitectuur;

        • kennisverspreiding gericht op de zorgprofessionals over de nieuw ingebouwde technologie;

        • kennisverspreiding gericht op cliënten met als doel het gebruik van een PGO te stimuleren;

        • het aanpassen en herinrichten van zorgprocessen als gevolg van de veranderde gegevensuitwisseling;

        • het aanpassen van de werkwijze van zorgprofessionals als gevolg van de veranderde gegevensuitwisseling;

    • b. in het kader van de implementatie van module eOverdracht:

      • i. Activiteiten die nodig zijn om de informatiestandaard eOverdracht te kunnen versturen, ontvangen en verwerken;

      • ii. Projectmatige activiteiten die betrekking hebben op het zorgproces, organisatie en borging.

        • projectmatige activiteiten, zoals projectleiding, projectondersteuning en opstellen van de informatiearchitectuur;

        • kennisverspreiding gericht op de zorgprofessionals over de nieuw ingebouwde technologie;

        • het aanpassen en herinrichten van zorgprocessen als gevolg van de veranderde gegevensuitwisseling;

        • het aanpassen van de werkwijze van zorgprofessionals als gevolg van de veranderde gegevensuitwisseling.

    • c. activiteiten voor deelnemers van een samenwerkingsverband eOverdracht die bijdragen aan de onderlinge samenwerking.

    • d. activiteiten die worden uitgevoerd door de projectleider van het samenwerkingsverband eOverdracht:

      • het organiseren, agenderen en verslagleggen van overleggen van het samenwerkingsverband;

      • het opstellen van een geïntegreerd plan van aanpak van het samenwerkingsverband aan de hand van de plannen van aanpak van de deelnemende zorginstellingen;

      • het opstellen van de voortgangsrapportage(s) van het samenwerkingsverband aan de hand van de voortgangsrapportages van de deelnemende zorginstellingen.

C

Artikel 3, derde en vierde lid, komen te luiden:

  • 3. Het subsidieplafond voor 2020, 2021 en 2022 bedraagt € 30.000.000,–.

  • 4. De Minister verdeelt het volgens het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot het eerste en tweede lid.

2. Het eerste lid (nieuw) komt te luiden:

  • 1. Indien de zorginstelling reeds subsidie heeft ontvangen voor implementatie van een gedeelte van de zib’s uit de gegevensdiensten BgLZ, BgGGZ of eOverdracht of reeds een aanvraag hiertoe heeft gedaan, kan de zorginstelling uitsluitend subsidie aanvragen voor de implementatie van de resterende zib’s.

3. Na het tweede lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Een aanvraag voor de basismodule Ontsluiting naar een PGO kan alleen worden gedaan door een zorginstelling die zorg levert op grond van de Wlz of wijkverpleging op grond van de Zvw of Wmo 2015.

4. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 4. Een zorginstelling die zorg levert op grond van de Wlz of wijkverpleging op grond van de Zvw of Wmo 2015 en die een aanvraag doet voor de module eOverdracht, is verplicht gelijktijdig een aanvraag voor de module Ontsluiting naar een PGO in te dienen, tenzij de zorginstelling al aan de vereiste van de module Ontsluiting naar een PGO voldoet of hier voor de einddatum van de aanvraag van de module eOverdracht aan gaat voldoen door gebruikmaking van een andere regeling.

E

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5. Verplichtingen

Op uiterlijk 31 december 2022 is voor de module(s) waarvoor subsidie is aangevraagd het volgende gerealiseerd:

  • 1. Voor de module Ontsluiting naar een PGO:

    • a. Alle elementen van de Informatiestandaard Basisgegevensset Langdurige Zorg (BgLZ) of Basisgegevensset Geestelijke Gezondheidszorg (BgGGZ) dienen ontsloten te zijn naar een PGO;

    • b. Het cliëntinformatiesysteem is opgeleverd aan de subsidieaanvrager met het koppelvlak naar een PGO volgens de BgLZ of de BgGGZ;

    • c. De subsidieaanvrager maakt gebruik van een ICT-infrastructuur om gegevensuitwisseling mogelijk te maken;

    • d. De ingebouwde wijzigingen in het zorginformatiesysteem zijn geschikt gemaakt voor een regelmatige update van de geldende standaarden die Nictiz in beheer heeft;

    • e. De werkprocessen zoals vastgelegd in het plan van aanpak van de subsidieaanvrager zijn ingevoerd;

    • f. Er wordt aan de geldende veiligheidsstandaard voldaan. Zo beschikt de zorgaanbieder(s) over het juist authenticatie niveau, conform het MedMij-afsprakenstelsel;

    • g. Er wordt aan de NEN-norm 7510, 7512, 7513 voldaan.

  • 2. Voor de module eOverdracht:

    • a. De subsidieaanvrager heeft met de betrokken organisaties binnen het samenwerkingsverband op bestuurlijk niveau schriftelijk afspraken gemaakt over het doel van de samenwerking en de financiële kaders;

    • b. De subsidieaanvragers en hun ICT-leveranciers hebben contractuele afspraken gemaakt over de zorginformatiebouwstenen, conform de informatiestandaard eOverdracht;

    • c. De subsidieaanvrager heeft met de betrokken organisaties binnen het samenwerkingsverband afspraken gemaakt op het gebied van het gebruik van infrastructuur over de eOverdracht en de eOverdracht is mogelijk gemaakt;

    • d. De subsidieaanvrager heeft periodiek schriftelijk haar ervaringen over de infrastructuurkeuze gedeeld met VWS;

    • e. De subsidieaanvrager heeft met de betrokken organisaties binnen het samenwerkingsverband afspraken gemaakt met betrekking tot de eOverdracht, conform het functioneel ontwerp van de informatiestandaard eOverdracht;

    • f. De subsidieaanvrager heeft haar werkproces met betrekking tot de eOverdracht ingericht conform het functioneel ontwerp van de informatiestandaard eOverdracht, waarin een aanmeld- en overdrachtsbericht is uitgewerkt;

    • g. De subsidieaanvrager heeft de registratie rondom de verpleegkundige overdracht teruggebracht naar de bron, dus het EPD en/of ECD;

    • h. De subsidieaanvrager heeft de zib’s van de informatiestandaard eOverdracht ingebouwd;

    • i. De subsidieaanvrager moet voor het uitwisselen van de berichten met betrekking tot de eOverdracht gebruik maken van de technische specificaties zoals deze zijn opgesteld bij de informatiestandaard eOverdracht (HL7 FHIR);

    • j. Ten behoeve van de monitoring van de voortgang van de implementatie van de module eOverdracht, dient de zorgaanbieder op verzoek van het programmabureau data aan te leveren over de voortgang.

    • k. Er wordt aan de NEN-norm 7510, 7512, 7513 voldaan.

F

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘1 december 2019’ vervangen door ‘1 september 2021’.

2. In het derde lid wordt ‘samenwerkingsverband’ vervangen door ‘samenwerkingsverband eOverdracht’.

3. Het vijfde lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. een analyse en een plan van aanpak. In het geval er sprake is van een samenwerkingsverband, is het voldoende om één overkoepelende analyse en plan van aanpak in te dienen, waarbij de aspecten waarin de deelnemende zorgorganisaties verschillen, duidelijk worden omschreven en toegelicht;

4. Het vijfde lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. voor de module PGO: een verklaring van de Stichting MedMij dat de betrokken ICT-leveranciers zijn aangemeld bij de Stichting MedMij als kandidaat-deelnemer in de rol van dienstverlener zorgaanbieder;

5. Het vijfde lid, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. een verklaring waarin de zorginstelling aangeeft dat zij voor dezelfde activiteiten niet eerder subsidie heeft ontvangen;

G

Na artikel 8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8a Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

H

In artikel 9 wordt ‘en vervalt met ingang van 1 januari 2022’ vervangen door ‘en vervalt met ingang van 1 januari 2023’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

TOELICHTING

Algemeen

De Regeling subsidiering Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Langdurige Zorg (hierna: de regeling) is een subsidieregeling op basis waarvan zorgorganisaties subsidie kunnen aanvragen voor het digitaliseren van de gegevensuitwisseling in de langdurige zorg.

Tijdens de looptijd van de regeling zijn nieuwe inzichten verkregen en is een aantal knelpunten en onduidelijkheden ontdekt. Om meer duidelijkheid te creëren over de toepassing van de regeling, wordt de regeling op een aantal punten gewijzigd. Ook is er een nieuw subsidieplafond vastgesteld voor 2020, 2021 en 2022 en een nieuwe uiterste aanvraagdatum bepaald. De wijzigingen worden hier toegelicht.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

In artikel 1 zijn de definities aangescherpt en een aantal definities zijn nieuw toegevoegd. Wijkverpleging op grond van de Zvw is uitgebreid naar wijkverpleging op grond van de Zvw en de Wmo 2015, omdat wijkverpleging ook op grond van de Wmo 2015 kan worden geleverd. Hiernaast is de Basisgegevensset Geestelijke Gezondheidszorg (BgGGZ) toegevoegd omdat aanbieders in de langdurige zorg ook geestelijke gezondheidszorg leveren. Voor deze doelgroep is de BgGGZ het meest relevant. De eisen voor het samenwerkingsverband zijn aangepast. Een samenwerkingsverband is alleen relevant voor de module eOverdracht, dus vanaf nu wordt dit ‘samenwerkingsverband eOverdracht’ genoemd. De minimale omvang van het samenwerkingsverband is teruggebracht naar drie (in plaats van vier) organisaties. De reden van deze wijziging is dat een samenwerkingsverband met vier en met drie organisaties niet wezenlijk van elkaar verschillen. Op deze manier kunnen organisaties ook in kleiner verband gebruikmaken van de regeling. Wel is de verplichting opgenomen om in het samenwerkingsverband minimaal 2 care-organisaties op te nemen (oftewel organisaties die voor een substantieel deel Wlz-zorg leveren of wijkverpleging op grond van Wmo/Zvw) en één cure-organisatie.

Onderdeel B

De basismodule PGO wordt vanaf nu ‘Ontsluiting naar PGO’ genoemd. De verplichtingen die aan deze module hangen beperken zich tot het kunnen ontsluiten van gezondheidsinformatie naar een PGO en zeggen verder niks over het daadwerkelijke gebruik van een PGO door een cliënt, waardoor deze benaming beter past.

De activiteiten voor de modules Ontsluiting naar een PGO en eOverdracht verschillen dusdanig van elkaar dat deze apart van elkaar zijn opgeschreven en verder zijn gespecificeerd. Voor de module Ontsluiting naar een PGO moeten de gegevensdiensten BgLZ of BgGGZ en PDF/A conform het afsprakenstelsel MedMij worden ontsloten naar een PGO. Aan zorgaanbieders wordt de keuze gelaten, afhankelijk van de doelgroep aan wie zij zorg verlenen, of zij kiezen voor de BgLZ of de BgGGZ.

Subsidiabele activiteiten in dit kader zijn onder meer:

  • het contracteren van een dienstverlener die de rol van DVZA op zich neemt, inclusief het afsluiten van een verwerkersovereenkomst;

  • aansluiting op een door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) goedgekeurd authenticatiemiddel;

  • het doorvoeren van een release van een elektronisch cliëntinformatiesysteem waarin de gegevensdiensten BgLZ of BgGGZ en PDF/A zijn ingebouwd;

Voor de module eOverdracht moet de informatiestandaard eOverdracht kunnen worden verstuurd, ontvangen en verwerkt. Subsidiabele activiteiten in dit kader zijn onder meer:

  • het maken van bestuurlijke afspraken, afspraken binnen het samenwerkingsverband over infrastructuur, contractuele afspraken met ICT-leverancier;

  • het doorvoeren van een release van elektronische cliëntinformatie waarin de informatiestandaard eOverdracht is ingebouwd;

  • het implementeren van FHIR-profielen voor het uitwisselen van berichten ten behoeve van de elektronische verpleegkundige overdracht.

De module Medicatieproces is nog niet gereed, waardoor deze nog niet in de regeling is opgenomen. Op termijn kan deze module alsnog worden opengesteld.

Onderdeel C

Voor de regeling InZicht wordt met deze wijziging voor 2020, 2021 en 2022 een subsidieplafond met een totaalbedrag van € 30 miljoen voor te verlenen subsidies vastgesteld, zo volgt uit artikel 3, derde lid. Momenteel zijn partijen zich aan het voorbereiden op het indienen van een subsidieaanvraag. Ook wordt met de betrokken brancheverenigingen bekendheid gegeven aan deze wijziging van de regeling. Zodra deze wijzigingsregeling is gepubliceerd zullen de eerste aanvragen binnenkomen. Op basis van de ervaringen met de proeftuinen en de huidige aanvragen kennen de projecten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een doorlooptijd van ongeveer anderhalf jaar.

Artikel 3, vierde lid, is tekstueel gewijzigd, maar materieel wordt geen verandering beoogd. Bij het subsidieplafond gold en geldt als verdeelregel het systeem van ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’, een verdeling op volgorde van binnenkomst van de (complete) aanvragen. Ter uitwerking daarvan geldt het volgende. De situatie kan zich voordoen dat een aanvraag ongenoegzaam (incompleet) blijkt en de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag aan te vullen. In dat geval is het aantal dagen dat de aanvrager neemt om de aanvraag aan te vullen bepalend voor de datum van ontvangst van de complete aanvraag en daarmee voor de rangschikking op volgorde van binnenkomst.

Onderdeel D

Het eerste lid komt te vervallen. In artikel 1 is bij de definitiebepaling onder de definitie ‘zorginstelling’ al bepaald dat het om een privaatrechtelijke rechtspersoon gaat. Het eerste lid van artikel 4 gaf ten opzichte van deze definitie onduidelijkheid. Het tweede lid van artikel 4 gaf onduidelijkheid over de verhouding tussen de regeling InZicht en andere VIPP-regelingen. Om onduidelijkheid over het recht op subsidie op grond van de regeling InZicht weg te nemen, is het tweede lid aangepast. Er bestaat echter wel overlap tussen sommige andere informatiestandaarden (bijvoorbeeld de BGZ) en de informatiestandaarden van de regeling InZicht. Om te voorkomen dat organisaties in het kader van verschillende subsidieregelingen subsidie kunnen verkrijgen voor dezelfde activiteiten, is opgenomen dat het alleen mogelijk is subsidie te ontvangen voor het deel van de gegevensdiensten BgLZ, BgGGZ of eOverdracht waarvoor niet eerder subsidie is ontvangen. Uit de specificaties bij de in te dienen begroting moet blijken dat er geen subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten waarvoor al eerder subsidie is ontvangen.

In het nieuw toegevoegde derde lid is opgenomen dat voor de module Ontsluiting naar een PGO alleen care-organisaties in aanmerking komen voor subsidie op grond van de regeling InZicht. Deze bepaling is opgenomen omdat de regeling InZicht is bedoeld voor zorgorganisaties in de langdurige zorg.

Indien er voor de module eOverdracht subsidie wordt aangevraagd is het voor care-organisaties verplicht om gelijktijdig ook subsidie voor de module Ontsluiting naar een PGO aan te vragen. Dit, tenzij de care-organisatie al aan de vereiste van de module Ontsluiting naar een PGO voldoet of hier voor de einddatum van de aanvraag voor de module eOverdracht aan gaat voldoen door gebruikmaking van een andere regeling. Het vierde lid van artikel 4 ziet erop dat deze verplichting enkel geldt voor care-organisaties en niet voor de cure-organisaties (cure-organisaties komen immers ook niet in aanmerking voor de module Ontsluiting naar een PGO).

Onderdeel E

De verplichtingen voor beide modules zijn apart van elkaar opgeschreven en verder gespecificeerd. In het nieuw toegevoegde eerste lid van artikel 5 zijn de verplichtingen voor de module Ontsluiting naar een PGO opgenomen.

De tot voor kort geldende verplichting om te voldoen aan digitale toegankelijkheidsnormen is uit de regeling verwijderd. Deze norm heeft voornamelijk betrekking op de PGO van de patiënt zelf, terwijl de regeling enkel op de ontsluiting naar de PGO ziet.

De subsidieaanvrager voor de module eOverdracht is gehouden om de informatiestandaard eOverdracht te kunnen versturen, ontvangen en verwerken. Capaciteitsmanagement (makelaar) geldt als onderdeel van de workflow maar is niet gekoppeld aan resultaatverplichting. Omdat erbij eOverdracht nog geen landelijke eenduidigheid bestaat over hoe de ICT-infrastructuur eruit moet zien en hierover ook nog geen definitieve afspraken zijn gemaakt, is de verplichting om te beschikken over een ICT-infrastructuur gehandhaafd, onder toevoeging dat deze het resultaat moet zijn van afspraken binnen het samenwerkingsverband. Het heeft de voorkeur dat het samenwerkingsverband samenwerkt met een Regionale Samenwerkingsorganisatie (RSO). De actuele status van de landelijke afspraken op het gebied van infrastructuur worden opgenomen in het afsprakenstelsel eOverdracht. Er wordt door de organisaties binnen het samenwerkingsverband dan ook bij voorkeur aangesloten bij het afsprakenstelsel eOverdracht, zodat zo veel mogelijk aansluiting wordt gehouden bij de landelijke afspraken.

In het afsprakenstelsel eOverdracht wordt naast de infrastructuur ook op de andere lagen (organisatie, proces, informatie en applicatie) uitwerking gegeven van de actuele afspraken voor eOverdracht. Dit afsprakenstelsel is leidend bij de implementatie van eOverdracht en organisaties dienen hier zo veel mogelijk bij aan te sluiten.

Onderdeel F

In afstemming met de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), uitvoerder van de regeling, is het mogelijk om in een samenwerkingsverband één geïntegreerd plan van aanpak aan te leveren.

Er is een subsidieplafond vastgesteld voor 2020, 2021 en 2022. Om organisaties de mogelijkheid te geven om voor subsidie in aanmerking te komen, is de aanvraagtermijn geactualiseerd naar 1 september 2021.

Onderdeel G

In het nieuw toegevoegde artikel 8a is een hardheidsclausule opgenomen. Een zorgorganisatie kan hierop onderbouwd een beroep doen indien er sprake is van een uitzonderingssituatie die zal leiden tot onbillijkheid. Er zal met grote terughoudendheid gebruik van worden gemaakt. Het is evenwel niet op voorhand uit te sluiten dat zich omstandigheden zullen voordoen die noodzaken tot afwijken van een bepaling van deze regeling. Het dient dan wel te gaan om onbillijkheden van overwegende aard.

Onderdeel H

Aangezien als gevolg van bovengenoemde wijzigingen ook ten behoeve van 2022 subsidies kunnen worden verstrekt, is in artikel 9 de werkingsduur van de regeling geactualiseerd.

Artikel II

In afwijking van de systematiek van vaste verandermomenten bij regelgeving (VVM), treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Dit om zorginstellingen in de gelegenheid te stellen om spoedig een aanvraag in te dienen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge