Besluit van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 8 april 2020, nr. 19886682, tot het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van de collectie Arbeitsbereich der NSDAP in den Niederlanden 1940–1945, collectienummer 88

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 15, lid 1, onder a, en lid 4, van de Archiefwet 1995 en artikel 10 van het Archiefbesluit 1995;

Gezien het advies van de algemene rijksarchivaris van 1 april 2020, nr. 21938228;

Besluit:

Tot de volgende beperkingen aan de openbaarheid van de collectie Arbeitsbereich der NSDAP in den Niederlanden, (1900) 1940 – 1945, collectienummer 88:

Artikel 1

Met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zijn de archiefbescheiden van de collectie Arbeitsbereich der NSDAP in den Niederlanden geborgen in de inventarisnummers, genoemd in de eerste kolom beperkt openbaar tot 1 januari van het jaar, genoemd in de tweede kolom.

Inventarisnummers:

Beperkt openbaar tot 1 januari:

185

2025

252

2044

254

2045

257

2045

260

2024

415

2025

418–436

2025

459–460

2025

467

2044

492

2025

521

2025

Artikel 2

Raadpleging of gebruik van de archiefbescheiden geborgen onder de inventarisnummers 185, 260, 415, 418–436, 459–460, 492, 521 genoemd in artikel 1, tot openbaarwording, uitsluitend mogelijk na voorafgaande toestemming van de algemene rijksarchivaris, die aan zijn toestemming voorwaarden kan verbinden.

Artikel 3

Raadpleging of gebruik van de archiefbescheiden geborgen onder de inventarisnummers 252, 254, 257, 467 genoemd in artikel 1, is, tot openbaarwording, uitsluitend mogelijk na voorafgaande schriftelijke toestemming van de algemene rijksarchivaris. Deze toestemming wordt verleend volgens de bij het Nationaal Archief geldende procedure voor het gebruik van beperkt openbare archieven die bijzondere persoonsgegevens bevatten. Alleen schriftelijke verzoeken tot raadpleging worden in behandeling genomen. De algemene rijksarchivaris kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden.

Artikel 4

Het vervaardigen van reproducties van de archiefbescheiden geborgen onder de inventarisnummers genoemd in artikel 1 is, tot openbaarwording, uitsluitend mogelijk na voorafgaande schriftelijke toestemming van de algemene rijksarchivaris, die aan zijn toestemming voorwaarden kan verbinden.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant geplaatst en als bijlage gevoegd bij de ‘Verklaring van Overbrenging van collecties bruikleen NIOD 2020’.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, namens deze, de directeur Organisatie & Bedrijfsvoering, J.J.H. Been

Niet eens met dit besluit?

Als u belang hebt bij dit besluit, dan kunt u hiertegen binnen 6 weken, gerekend vanaf de datum in de Staatscourant, bezwaar maken.

Stuur uw bezwaarschrift, gericht aan de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, naar DUO, postbus 30205, 2500 GE Den Haag.

U kunt uw bezwaar ook digitaal indienen op www.bezwaarschriftenocw.nl.

TOELICHTING

Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) werd op 8 mei 1945 opgericht om de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog vast te leggen en te beschrijven. Om deze taak uit te voeren hebben zij in de jaren na de oorlog kilometers documentatie verzameld. Deze documentatie is deels aan te merken als archiefbescheiden in de zin van de Archiefwet.

In 1996 werd een commissie ingesteld om een advies uit te brengen over de toekomst van het RIOD. Het beheer van de documentatie, die intussen tot archieven en collecties was omgevormd, was daarbij ook een punt van aandacht. Het RIOD ging in 1999 over in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), maar pas in 2001 werden de eerste afspraken ten aanzien van de archieven en collecties gemaakt.

In 2007 werd onder de verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een deel van de collectie van het NIOD overgedragen aan het Nationaal Archief (NA). Het betrof de archieven die aan te merken waren als archiefbescheiden in de zin der wet. Deze archieven waren afkomstig van instellingen van de Nederlandse rijksoverheid, van Nederlandse instellingen en personen waarvan de archieven aan de Staat zijn vervallen, en van Duitse instellingen en personen die werkzaam zijn geweest in bezet Nederland en waarvan de archieven aan de Nederlandse Staat zijn vervallen, uit de periode 1929–1957.

Kort daarna werden deze archieven en collecties formeel in bruikleen gegeven aan het NIOD. Fysiek hebben deze archieven en collecties altijd bij het NIOD gestaan.

In 2018–2019 is door het NA en NIOD, naar aanleiding van de op handen zijnde verlenging van de bruikleen, gezamenlijk onderzoek gedaan naar de staat van deze archieven en collecties. Daarbij is gebleken dat dertien archieven, die aan te merken zijn als archiefbescheiden in de zin der wet, niet waren overgebracht. Dat zal in 2020 alsnog gebeuren. Het merendeel van deze archieven kan openbaar zijn. Bij twee archieven, waarop dit besluit betrekking heeft, dient de openbaarheid van een deel van de archiefbescheiden beperkt te worden.

De in dit besluit genoemde archiefbescheiden hebben op enkele uitzonderingen na een beperkingstermijn tot 1 januari 2025. Deze termijn is, met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, gelijkgesteld met de beperkingstermijn van archieven die soortgelijke oorlogsgerelateerde dossiers met bijzondere persoonsgegevens bevatten, zoals bijvoorbeeld het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR).

De uitzonderingen op de genoemde termijn hebben te maken met het voorkomen van mogelijk nog in leven zijnde personen waarbij ter eerbiediging van de privacy van deze personen een beperkingstermijn van 100 jaar na geboorte wordt gehanteerd. Dit geldt voor de inventarisnummers 252, 254, 257 en 467.

Met het laatste wordt de langste termijn van de Archiefwet 1995 overschreden, namelijk vijfenzeventig jaar. Om de privacy van mogelijk nog in leven zijnde personen te kunnen waarborgen, heeft de minister van Basis-, Voortgezet Onderwijs en Media, specifiek voor bovengenoemde inventarisnummers, de beperkingen verlengd voor de duur van vijfentwintig jaar.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, namens deze, de directeur Organisatie & Bedrijfsvoering, J.J.H. Been

Naar boven