Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 april 2020 tot vaststelling van het Specifiek interventiebeleid natuurwetgeving (IB02-SPEC 08, versie 03)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7.1 van de Wet natuurbescherming, artikel 4 van de Wet implementatie Nagoya Protocol, artikel 6, zevende lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en het Algemeen Interventiebeleid Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:

1. Onderwerp

Het specifiek interventiebeleid natuurwetgeving beschrijft, binnen de kaders van het algemeen interventiebeleid (NVWA-IB02), de klassenindeling van en interventies voor de beoordeling van specifieke overtredingen van de wetgeving in het domein natuur.

De NVWA voert in het domein natuur allereerst inspecties uit om illegale handel in beschermde dier- en plantensoorten en producten daarvan tegen te gaan en legale handel te reguleren (onder andere CITES). De NVWA houdt ook toezicht op de handel en het bezit van invasieve exoten genoemd op de Unielijst. Voor dit onderdeel van het domein natuur heeft de NVWA uitsluitend een inspectietaak en geen interveniërende. Bestuurlijke interventies vinden plaats door RVO.nl.

Daarnaast zijn er controles op de import van hout en houtproducten uit landen waarmee de EU een Voluntary Partnership Agreement heeft afgesloten in het kader van Forest Law Enforcement, Governance and Trade (FLEGT), en op het op de markt brengen van hout, papier en pulp en houten meubels in het kader van de EU-houtverordening.

Gebruikers van genetische bronnen uit het buitenland worden tenslotte door de NVWA gecontroleerd op het zorgvuldig gebruik van deze bronnen in het kader van het Nagoya Protocol.

Het natuurbeleid is in 2017 deels gedecentraliseerd van rijksoverheid naar de provincies. De provincies, in bepaalde gevallen de gemeentes, geven vergunningen, verklaringen van geen bezwaar en ontheffingen af ten aanzien van ruimtelijke ingrepen en handel in bepaalde dier- en plantsoorten. In bepaalde specifieke gevallen is de rijksoverheid het bevoegd gezag voor vergunningverlening en handhaving. In deze gevallen kan de NVWA optreden.

Overtredingen die door de inspecteur/toezichthouder worden waargenomen en die niet in dit IB02-spec08 zijn opgenomen, worden voorgelegd aan de Afdeling Expertise van de Divisie Regie & Expertise van de Directie Handhaven teneinde een interventie te bepalen.

2. Definities en wettelijke basis

In aanvulling op de definities en begrippen uit het algemeen interventiebeleid NVWA IB02 gelden de onderstaande definities en afkortingen.

2.1 Definities en afkortingen

Definities
Inspectie:

Elke vorm van controle door een inspecteur van de NVWA om na te gaan of de wetgeving in het domein natuur wordt nageleefd. De inspecteur kan, als dit de efficiency van de uit te voeren inspectie ten goede komt, er voor kiezen om deze van te voren aan te kondigen. Dit laat onverlet dat de inspecteur ook zonder aankondiging een inspectie kan uitvoeren.

Herinspectie:

Een inspectie (eventueel op afstand) ingesteld door een inspecteur van de NVWA die volgt op een eerder ingestelde inspectie, waarbij een overtreding van de wetgeving in het domein natuur is geconstateerd en naar aanleiding waarvan het noodzakelijk wordt geacht om na de tijdens de eerdere inspectie aangegeven termijn na te gaan of afdoende corrigerende maatregelen zijn genomen om de overtreding op te heffen en nieuwe overtredingen te voorkomen.

Afkortingen
BB:

Bestuurlijke boete

BSBM:

Bestuurlijke strafbeschikking Milieu

PV:

Proces-verbaal

SW:

Schriftelijke waarschuwing

CITES:

Convention on the International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and flora

FLEGT:

Forest Law Enforcement, Governance and Trade

RVO.nl:

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

OM:

Openbaar Ministerie

RvB:

Rapport van bevindingen1

2.2. Wettelijke basis

In het domein natuur gelden zowel internationale, EU- als nationale regels. De belangrijkste wettelijke bepalingen die van belang zijn voor dit specifiek interventiebeleid zijn neergelegd in:

  • Wet natuurbescherming, het onderliggende Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming;

  • Wet implementatie Nagoya Protocol, het onderliggende Besluit aanwijzing toezichthouders Wet implementatie Nagoya Protocol en de Regeling uitvoering Wet implementatie Nagoya Protocol;

  • CITES-verdrag;

  • Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer en onderliggende verordeningen zoals:

    • Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer;

    • Verordening (EU) nr. 791/2012 van de Commissie van 23 augustus 2012 tot wijziging, ten aanzien van sommige bepalingen betreffende de handel in in het wild levende dier- en plantensoorten, van Verordening (EG) nr. 865/2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad;

    • Uitvoeringsverordening (EU) nr. 792/2012 van de Commissie van 23 augustus 2012 tot vaststelling van voorschriften voor het ontwerp van de vergunningen, certificaten en andere documenten waarin Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer voorziet, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie;

    • Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1587 van de Commissie van 24 september 2019 tot instelling van een verbod op het binnenbrengen in de Unie van specimens van bepaalde in het wild levende dier- en plantensoorten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer;

  • Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen en onderliggende verordeningen zoals:

    • Uitvoeringsverordening (EU) nr. 607/2012 van de Commissie van 6 juli 2012 houdende gedetailleerde voorschriften betreffende het stelsel van zorgvuldigheidseisen en de frequentie en de aard van de controles op de toezichthoudende organisaties overeenkomstig Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen;

    • Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 363/2012 van de Commissie van 23 februari 2012 inzake de procedures voor de erkenning en de intrekking van de erkenning van de toezichthoudende organisaties als bedoeld in Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen;

  • Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap en onderliggende verordeningen zoals:

    • Verordening (EG) nr. 1024/2008 van de Commissie van 17 oktober 2008 tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap;

  • Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten en onderliggende verordeningen zoals:

    • Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 van de Commissie van 13 juli 2016 tot vaststelling van een lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten krachtens Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees parlement en de Raad;

    • Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1263 van de Commissie van 12 juli 2017 tot actualisering van de bij Uitvoerings-verordening (EU) 2016/1141 krachtens Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees parlement en de Raad vastgestelde lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten;

    • Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1262 van de Commissie van 25 juli 2019 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 om de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten te actualiseren;

  • Verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de Gemeenschap en op het binnenbrengen in de Gemeenschap van pelzen en produkten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen;

  • Verordening (EU) nr. 511/2014 van het Europees parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende voor gebruikers bestemde nalevingsmaatregelen uit het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit hun gebruik in de Unie en onderliggende verordeningen zoals:

    • Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1866 van de Commissie van 13 oktober 2015 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 511/2014 van het Europees parlement en de Raad wat het register van collecties, het toezicht op de naleving door gebruikers en beste praktijken betreft.

3. Werkwijze

3.1 Het bepalen van de ernst van de overtreding

Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het algemeen interventiebeleid, NVWA-IB02.

De ernst van de overtreding en de toe te passen interventie worden onder andere bepaald door de omvang van het risico op ernstige tot geringe gevolgen voor de kwaliteit of diversiteit van de natuur, de herstelbaarheid daarvan en of er sprake is van calculerend en/of bewust risiconemend gedrag. Hoe groter het risico, des te hoger wordt de overtreding in de bijlage geclassificeerd.

Voor bepaalde overtredingen die zijn ingedeeld in klasse B kan het effectiever zijn om niet (meteen) een sanctionerende interventie toe te passen maar eerst te waarschuwen. Voor overtredingen van CITES en het Nagoya Protocol betekent dit het volgende:

CITES en overige beschermde dieren en planten en invasieve exoten

Indien het overtredingen betreft die snel en eenvoudig kunnen worden hersteld en een gering risico opleveren voor aantasting van natuurwaarden, wordt een schriftelijke waarschuwing (SW) gegeven in plaats van een sanctionerende interventie. De geconstateerde feiten en het eventueel uitgevoerde herstel worden in zulke gevallen vastgelegd. Veel van dergelijke overtredingen worden gepleegd door particulieren, waarbij na het opheffen van de overtreding, er geen noodzaak is om een herinspectie uit te voeren.

Nagoya Protocol

Indien de overtreding betrekking heeft op ontbrekende informatie die alsnog verkregen kan worden, zoals toestemming van een land voor gebruik van een bepaalde genetische bron, en er kunnen nog onderling overeengekomen voorwaarden worden vastgesteld, kan eerst een schriftelijke waarschuwing (SW) worden opgelegd. Daarna vindt een herinspectie plaats om te verifiëren dat de documentatie inmiddels volledig is, of dat het gebruik beëindigd is. De termijn waarbinnen de herinspectie plaatsvindt is drie maanden, maar er kunnen redenen zijn om de termijn te verlengen.

In de bijlage van dit document zijn de bepalingen van de geldende wetgeving ingedeeld in een overtredingsklasse met bijbehorende interventie(s).

Afwijken van de in dit document voorgeschreven interventies is alleen mogelijk in overleg met, en na akkoord van, het afdelingshoofd. De onderbouwing om af te wijken wordt vastgelegd.

3.2 Het bepalen van interventies bij een overtreding

De Wet natuurbescherming en de Wet implementatie Nagoya Protocol kunnen zowel bestuurs- als strafrechtelijk worden gehandhaafd. Hieronder wordt het palet van mogelijke sanctionerende en corrigerende maatregelen weergegeven.

Sanctionerende interventie

Overtredingen van de Wet natuurbescherming en de Wet implementatie Nagoya Protocol leveren een economisch delict als bedoeld in de Wet economische delicten (Wed) op. Indien sprake is van een B-overtreding in het domein natuur wordt contact met het OM opgenomen, waarna het OM beslist of de NVWA een proces-verbaal zal insturen aan het OM.

Bestuurlijke strafbeschikking milieu (BSBM)

In de bijlage bij de Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten (art. 257ba, tweede lid, Wetboek van Strafvordering) van het OM is bepaald voor welke overtredingen van de Wet natuurbescherming de Inspecteur-generaal van de NVWA een bestuurlijke strafbeschikking milieu kan opleggen. Hij doet dit op basis van een door een buitengewoon opsporingsambtenaar opgemaakt verkort proces-verbaal (zogeheten combibon).

Bestuursrechtelijke sancties

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is bevoegd om bij enkele overtredingen van de Wet natuurbescherming een bestuurlijke boete op te leggen (art. 7.6 Wet natuurbescherming). In die specifieke gevallen is RVO.nl gemandateerd en maakt de NVWA een rapport van bevindingen op voor RVO.nl.

Corrigerende interventie

Op basis van de Wet natuurbescherming en de Wet implementatie Nagoya Protocol is de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bevoegd om bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die gericht zijn op het herstel van de gevolgen van de overtreding of het voorkomen van verdere overtreding(en).

De bestuursrechtelijke handhaving namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit geschiedt door zowel RVO.nl als de NVWA. De taakverdeling tussen RVO.nl en de NVWA daarbij is als volgt:

  • Wet natuurbescherming, met uitzondering van de Houtverordening en FLEGT: RVO.nl;

  • Wet natuurbescherming, onderdeel Houtverordening en FLEGT: NVWA;

  • Wet implementatie Nagoya Protocol: NVWA.

Corrigerende interventies kunnen te allen tijde naast of in plaats van sanctionerende interventies worden ingezet. Dat kan nuttig zijn zodra blijkt dat sanctionerende interventies (alleen) onvoldoende leiden tot naleving van de regelgeving. Voor welke corrigerende interventie gekozen wordt verschilt van geval tot geval. Voorbeelden hiervan zijn een last onder dwangsom, een verbod tot het vervoeren, be- of verwerken of in het verkeer brengen, of de verplichting tot terugzending naar het land van uitvoer of herkomst.

Corrigerende interventies hebben als doel te bevorderen dat de overtreder zijn bedrijfsprocessen blijvend beheerst zodat bestaande overtredingen worden beëindigd en nieuwe worden voorkomen. Een corrigerende interventie moet proportioneel zijn, toegesneden op de specifieke situatie van de overtreder. Een corrigerende interventie mag niet ingrijpender voor de overtreder zijn dan strikt noodzakelijk om de overtreding te beëindigen of herhaling ervan te voorkomen. Overgaan tot ingrijpender corrigerende interventies kan indien gemotiveerd kan worden waarom een minder ingrijpende corrigerende interventie onvoldoende effect heeft gehad of zal hebben.

Specifieke corrigerende interventie

Als een of meer overtredingen worden geconstateerd die in ernst, aantal en tijdsbestek een corrigerende interventie rechtvaardigen wordt met een specifieke corrigerende interventie in het bedrijfsproces ingegrepen. Dit ingrijpen kan betrekking hebben op:

  • a. beëindiging van een overtreding of

  • b. voorkoming van nieuwe overtredingen.

Aan een specifieke corrigerende interventie kan een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang worden verbonden.

Als opnieuw overtredingen worden geconstateerd wordt opnieuw een corrigerende interventie ingezet als ernst, aantal en tijdsbestek van de overtreding(en) dit rechtvaardigt. Zo nodig met ingrijpender maatregelen of een hogere dwangsom.

Generieke corrigerende interventie

Mocht de overtreder ondanks een of meer specifieke corrigerende interventies nieuwe overtredingen blijven begaan die in ernst, aantal en tijdsbestek ingrijpen rechtvaardigen kan worden overgegaan tot een generieke corrigerende interventie. Hiertoe kan ook meteen worden overgegaan als er weliswaar nog geen (herhaalde) specifieke corrigerende interventie is opgelegd, maar er op voorhand aanwijzingen zijn dat deze onvoldoende tot naleving zullen leiden.

Bij het bepalen van nut en noodzaak van een generieke interventie wordt integraal bekeken in hoeverre de overtreder, afgezien van de natuurwetgeving, ook andere wettelijke eisen naleeft waarop de NVWA toezicht houdt.

3.3 Herhaalde overtreding en verscherpt toezicht

Herhaalde overtreding

Er is sprake van een herhaalde overtreding wanneer tijdens een (her)inspectie opnieuw een overtreding van de regelgeving binnen het domein natuur wordt vastgesteld, waarvoor tegen de overtreder in de daaraan voorafgaande periode van drie jaar reeds een interventie werd toegepast.

Herinspectie

Na het constateren van een overtreding klasse B of C kan een extra inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of gemaakte afspraken over het opheffen van de overtreding zijn nagekomen.

Stapeling

Tijdens een (her)inspectie kunnen meerdere overtredingen van verschillende wettelijke voorschriften en van verschillende overtredingsklassen geconstateerd worden. Voor het handelen in dergelijke situaties zie 2.3 van het algemeen interventiebeleid, NVWA-IB02. Ten aanzien van het stapelen van overtredingen geldt, bij het opleggen van de bestuurlijke boete, dat er wordt uitgegaan van maximaal 5 overtredingen per overtreder, per controlemoment.

Verscherpt toezicht

Als bij meerdere opeenvolgende (her)inspecties blijkt dat overtredingen zich blijven voordoen, kan de NVWA besluiten verscherpt toezicht in te stellen. Dit wordt ook aan de overtreder medegedeeld. Verscherpt toezicht houdt in dat de NVWA vaker inspecteert en, indien zij overtredingen constateert, naast een sanctionerende interventie ook corrigerende interventies kan opleggen die passend zijn om de geconstateerde overtreding(en) te beëindigen of herhaling ervan te voorkomen. Per overtreder wordt een maatwerkaanpak opgesteld. Na afloop van een van tevoren vastgestelde periode wordt geëvalueerd of voortzetting van het verscherpt toezicht wenselijk is. Ook dit wordt gecommuniceerd met de overtreder.

3.4 Internettoezicht

Op internet worden op handelssites (digitale platforms) geregeld advertenties geplaatst met verboden content. De NVWA kan in die gevallen gegevens bij zowel de aanbieder als de beheerder van de handelssite vorderen op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Beheerders van handelssites kunnen de NVWA alternatieven bieden om te interveniëren, zoals het verwijderen van advertenties. In dergelijke gevallen kan de NVWA volstaan met nalevingshulp aan de aanbieder bijvoorbeeld vlak nadat de advertentie is verwijderd. Is er sprake van herhaling dan kunnen alsnog gegevens worden gevorderd en kan worden opgeschaald in de handhaving.

4. Arbo, milieu en veiligheid

Niet van toepassing.

5. Divers

Vervanging

Deze beleidsregel vervangt het op 16 juli 2015 vastgestelde Specifiek interventiebeleid natuurwetgeving (IB02-SPEC 08, versie 02). Deze beleidsregel is herzien naar aanleiding van de aanpassing van het Algemeen Interventiebeleid NVWA met ingang van 1 juli 2016. Ten opzichte van versie 02 is de omzetting van de Flora- en faunawet naar de Wet natuurbescherming verwerkt en de Wet implementatie Nagoya Protocol toegevoegd.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Specifiek interventiebeleid NVWA natuurwetgeving (IB02-SPEC 08, versie 03)’.

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juni 2020.

Bijlage

Bijlage bij IB02-SPEC 08, versie 03: Specifiek interventiebeleid NVWA natuurwetgeving (IB02-SPEC 08, versie 03).

Deze beleidsregel zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, namens deze: R.J.T. van Lint De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit,

Bron

Norm

Grondslag

Interventie

Regel

Normadressaat

Normbeschrijving

Wet- en regelgeving

Afwijking van de norm

Overtredingsklasse

Motivering overtredingsklasse

Interventie bij eerste overtreding

Interventie bij herhaalde overtreding

8R001000

Eenieder

Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten, neemt voldoende zorg in acht en deze zorg houdt in elk geval (er kunnen dus ook andere factoren zijn) in dat hij:

a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel,

b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of

c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Artikel 1.11, eerste en tweede lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*RvB

*RvB

8R002000

Eenieder

Het is verboden te handelen in strijd met een door gedeputeerde staten opgelegde verplichting ten aanzien van handelingen of voorgenomen handelingen in Natura 2000-gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen.

Artikel 2.4, vierde en eerste lid, Wet natuurbescherming

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R002100

Eenieder

Het is verboden te handelen in strijd met door provinciale staten bij verordening opgelegde regels ten aanzien van handelingen of voorgenomen handelingen in Natura 2000-gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen.

Artikel 2.4, vierde en derde lid, Wet natuurbescherming

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R003000

Eenieder

Het is verboden in strijd te handelen met een door gedeputeerde staten ingesteld verbod of beperking dat de toegang verbiedt of beperkt tot een in hun provincie gelegen Natura 2000-gebied of een in hun provincie gelegen gedeelte van een Natura 2000-gebied, indien dat nodig is gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.

Artikel 2.5, derde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*BSBM

*PV

8R005000

Eenieder

Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

Artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*BSBM

*RvB

*PV

*RvB

8R006000

Eenieder

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

Artikel 3.1, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R007000

Eenieder

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Artikel 3.1, tweede lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R008000

Eenieder

Het is verboden eieren van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, te rapen en deze onder zich te hebben.

Artikel 3.1, derde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R009000

Eenieder

Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te storen indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

Artikel 3.1, vierde lid,Wet natuurbescherming,

Artikel 3.1, vijfde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R010000

Eenieder

Het is verboden vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn dood of levend, of gemakkelijk herkenbare delen daarvan, of uit deze vogels verkregen producten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, onder zich te hebben voor verkoop of ten verkoop aan te bieden.

Artikel 3.2, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R011000

Eenieder

Het is verboden gefokte vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, die niet zijn genoemd in bijlage A, B, C of D bij de CITES-basisverordening, of producten of eieren daarvan onder zich te hebben of te verhandelen.

Artikel 3.24, eerste lid, Besluit natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R012000

Eenieder

Het is verboden, anders dan voor verkoop, vogels, delen of producten als bedoeld in het eerste lid, onder zich te hebben of te vervoeren, tenzij deze vogels, delen of producten aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen.

Artikel 3.2, zesde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R013000

Eenieder

Het is verboden een uit het wild afkomstige vogel als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te prepareren.

Artikel 3.26, eerste lid, Besluit natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R014000

Eenieder

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Artikel 3.5, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R015000

Eenieder

Het is verboden eieren van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Artikel 3.5, derde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R016000

Eenieder

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, te beschadigen of te vernielen.

Artikel 3.5, vierde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R017000

Eenieder

Indien het vangen of doden van dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, of bijlage II bij het Verdrag van Bern, en het aan de natuur onttrekken van dieren van soorten, genoemd in bijlage V, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, of bijlage III bij het Verdrag van Bern, bij of krachtens deze wet is toegestaan, is het verboden deze dieren te vangen of te doden door gebruikmaking van niet-selectieve middelen die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van de populaties van deze soorten tot gevolg kunnen hebben, waartoe in elk geval de middelen, genoemd in bijlage VI, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, en de vervoermiddelen, genoemd in bijlage VI, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn behoren.

Artikel 3.9, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R018000

Eenieder

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.5, vijfde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R019000

Eenieder

Het is verboden dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, onder zich te hebben voor verkoop, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden.

Artikel 3.6, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R020000

Eenieder

Het is verboden, anders dan voor verkoop, dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, onder zich te hebben of te vervoeren.

Artikel 3.6, tweede lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R021000

Eenieder

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen.

Onderdeel A, bijlage, Wet natuurbescherming

Artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R022000

Eenieder

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden om de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel A van de bijlage bij de Wet natuurbescherming opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R023000

Eenieder

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden om vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij de Wet natuurbescherming, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Onderdeel B, bijlage, Wet natuurbescherming

Artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R024000

Eenieder

Het is verboden om uit het wild afkomstige dieren van de soorten, genoemd in bijlage 1 bij het Besluit natuurbescherming, onder zich te hebben of te verhandelen.

Bijlage 1, Besluit natuurbescherming

Artikel 3.25, Besluit natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R025000

Eenieder

Het is verboden dieren of eieren van dieren uit te zetten.

Artikel 3.34, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R026000

Eenieder

Het is verboden exoten behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen plantensoorten te planten of te zaaien.

Artikel 3.34, vierde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R027000

Eenieder

Het is verboden invasieve exoten behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, of eieren van deze exoten te verhandelen of in bezit te hebben.

Artikel 3.39, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R028000

Eenieder

Een ieder die een in het wild levend dier doodt of vangt voorkomt dat het dier onnodig lijdt.

Artikel 3.24, eerste lid, Wet natuurbescherming.

B

(risico op) ernstig gevaar voor dierkwelling

*PV

*BSBM

*PV

8R029000

Eenieder

Het is verboden zich buiten gebouwen te bevinden met bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen die geschikt zijn voor het doden of vangen van dieren, of met materialen ter onmiddellijke vervaardiging van die middelen, indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat die middelen of materialen zullen worden gebruikt voor het doden of vangen van dieren.

Artikel 3.24, tweede lid, Wet natuurbescherming

Artikel 3.10, Besluit natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit / dierkwelling

*PV

*BSBM

*PV

8R030000

Eenieder

Het is verboden mistnetten te vervoeren, te verkopen, te koop aan te bieden, te kopen of onder zich te hebben.

Artikel 3.11, eerste lid, Besluit natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor dierkwelling

*PV

*BSBM

*PV

8R031000

Eenieder

Het is verboden bij de uitoefening van de jacht gebruik te maken van andere middelen dan: a. geweren; b. honden, niet zijnde lange honden; c. aantoonbaar gefokte jachtvogels van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten; d. eendenkooien die voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels; e. lokeenden of lokduiven, die niet blind of verminkt zijn; f. fretten; g. buidels, of h. schermen.

Artikel 3.21, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit / voor stroperij

*PV

*BSBM

*PV

8R031100

Eenieder

Het is verboden zich bij de uitoefening van de jacht in het veld te bevinden met voor de jacht ongeoorloofde middelen. Degene die zich in het veld bevindt met voor de jacht geoorloofde middelen, of met andere middelen waarmee kan worden gejaagd, wordt geacht zich daarmee ter uitoefening van de jacht in het veld te bevinden, tenzij het tegendeel blijkt.

Artikel 3.21, tweede lid, Wet natuurbescherming

Artikel 3.21, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit / voor stroperij

*PV

*BSBM

*PV

8R032000

Eenieder

Het is een ieder verboden zich in een veld te bevinden met een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat en dat in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt.

Artikel 3.24, vijfde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit / voor stroperij

*PV

*BSBM

*PV

8R033000

Eenieder

Het is verboden, zonder in het bezit te zijn van een geldige jachtakte, in het veld een geweer of een gedeelte van een geweer te dragen, tenzij uit anderen hoofde tot het gebruik van een geweer ter plaatse gerechtigd.

Artikel 3.27, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit / voor stroperij

*PV

*BSBM

*PV

8R090000

Eenieder

Het is de houder van een jachtakte verboden een geweer te dragen op gronden waarop hij niet tot het gebruik van een geweer gerechtigd is.

Artikel 3.27 tweede lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit / voor stroperij

*PV

*PV

8R034000

Eenieder

Het is verboden dieren, planten, producten, nesten of eieren van dieren of producten van planten van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, of genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn of bijlage A, B, C, of D van de CITES-basisverordening op andere plaatsen dan bij ministeriële regeling aangewezen douanekantoren Nederland binnen of buiten te brengen.

Artikel 3.29, Besluit natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R035000

Eenieder

Het is verboden specimens van in bijlage A bij Verordening 338/97 genoemde soorten in de Gemeenschap binnen te brengen, tenzij de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, een invoervergunning is voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat van bestemming.

Artikel 4, eerste lid, eerste volzin, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3,14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R036000

Eenieder

Het is verboden specimens van in bijlage B bij Verordening 338/97 genoemde soorten in de Gemeenschap binnen te brengen, tenzij de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, een invoervergunning is voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat van bestemming.

Artikel 4, eerste lid, tweede volzin, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3,14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R037000

Eenieder

Specimens van de in bijlage C genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht kennisgeving van invoer is gedaan, en:

a) de aanvrager, in geval van uitvoer uit een land dat met betrekking tot de betrokken soort in bijlage C is genoemd, door middel van een overeenkomstig de Overeenkomst door een daartoe bevoegde autoriteit van het betrokken land afgegeven uitvoervergunning staaft dat de specimens zijn verkregen in overeenstemming met de nationale wetgeving inzake de instandhouding van de betrokken soort, of

b) de aanvrager, in geval van uitvoer uit een land dat niet met betrekking tot de betrokken soort in bijlage C is genoemd, of in geval van wederuitvoer uit welk land ook, een overeenkomstig de Overeenkomst door een bevoegde autoriteit van het land van uitvoer of wederuitvoer afgegeven uitvoervergunning, wederuitvoercertificaat of certificaat van oorsprong voorlegt.

Artikel 4, derde lid, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3,14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*RvB

*PV

*RvB

8R037000

Eenieder

Specimens van de in bijlage D bij deze verordening genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht kennisgeving van invoer is gedaan.

Artikel 4, vierde lid, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3,14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*RvB

*PV

*RvB

8R038000

Eenieder

Het is verboden specimens van de in bijlage A van de Verordening 338/97 genoemde soorten uit de Gemeenschap uit te voeren of weder uit te voeren, tenzij de nodige controles zijn verricht en vooraf bij het douanekantoor waar de uitvoerformaliteiten vervuld worden, een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat is voorgelegd, dat is afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat waar de specimens zich bevinden.

Artikel 5, eerste lid, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3,14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R039000

Eenieder

Het is verboden specimens van de in de bijlagen B en C genoemde soorten uit de Gemeenschap uit te voeren of weder uit te voeren, tenzij de nodige controles zijn verricht en vooraf bij het douanekantoor waar de uitvoerformaliteiten vervuld worden, een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat is voorgelegd die/dat werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat waar de specimens zich bevinden.

Artikel 5, vierde lid, eerste volzin, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3,14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*BSBM

*PV

*RvB

8R040000

Eenieder

Het is de aanvrager verboden, wanneer een vergunning of certificaat wordt aangevraagd voor specimens waarvoor eerder een dergelijke aanvraag werd afgewezen, de bevoegde instantie waarbij de aanvraag wordt ingediend niet van deze vroegere afwijzing op de hoogte te brengen.

Artikel 6, derde lid, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3,14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R041000

Eenieder

Het is verboden specimens van de in bijlage A genoemde soorten te koop te vragen, te verwerven voor commerciële doeleinden, tentoon te stellen voor commerciële doeleinden, te gebruiken met winstoogmerk en te verkopen, in bezit te hebben met het oog op verkoop, ten verkoop aan te bieden of te vervoeren met het oog op verkoop. Deze verbodsbepalingen gelden ook voor specimens van de soorten genoemd in bijlage B, behalve indien ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat is aangetoond dat die specimens verkregen werden en, indien zij niet uit de Gemeenschap afkomstig zijn, daarin werden binnengebracht overeenkomstig de geldende wetgeving inzake de instandhouding van de wilde flora en fauna.

Artikel 8, eerste en vijfde lid, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3,14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R042000

Eenieder

Het is verboden dieren of planten van de soorten, genoemd in bijlage A, B, C of D bij de CITES-basisverordening, producten of eieren van deze dieren, of producten van deze planten onder zich te hebben.

Artikel 3.24, tweede lid, Besluit Natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R043000

Eenieder

Voor elk vervoer binnen de Gemeenschap van een levend specimen van een soort opgenomen in bijlage A van de plaats die vermeld wordt op de invoervergunning of op een certificaat dat in overeenstemming met deze verordening is afgegeven, is de voorafgaande toestemming vereist van een administratieve instantie van de Lid-Staat waarin het specimen zich bevindt. In de overige gevallen van vervoer moet de persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer in voorkomend geval het bewijs van de wettelijke oorsprong van het specimen kunnen leveren.

Artikel 9, eerste lid, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3.14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R043100

Eenieder

Indien een levend specimen van een soort genoemd in bijlage B binnen de Gemeenschap wordt vervoerd, mag degene die het specimen in zijn bezit heeft, hiervan uitsluitend afstand doen indien de toekomstige ontvanger voldoende is ingelicht over het onderbrengen, de uitrusting en de handelingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het specimen op gepaste wijze zal worden behandeld.

Artikel 9, vierde lid, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3.14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R043200

Eenieder

Indien levende specimens vervoerd worden naar, uit of binnen de Gemeenschap, of bij doorvoer of overlading op een bepaalde plaats worden gehouden, dienen zij op een zodanige wijze te worden gereeedgemaakt, vervoerd en verzorgd dat risico's van verwondingen, ziekte en ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt en dit, indien het om dieren gaat, in overeenstemming met de communautaire regelgeving inzake de bescherming van dieren gedurende het vervoer.

Artikel 9, vijfde lid, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3.14, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R044000

Eenieder

Het is verboden in strijd te handelen met de voorwaarden en vereisten, die aan een vergunning of certificaat dat overeenkomstig deze verordening door een autoriteit werd afgegeven, zijn verbonden of door die autoriteit zijn opgelegd om te garanderen dat aan de bepalingen daarvan wordt voldaan.

Artikel 11, derde lid, Verordening (EG) Nr. 338/97

Artikel 3.15, eerste lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*RvB

*PV

*RvB

8R045000

Eenieder

Het is verboden de producten, genoemd in de bijlage bij richtlijn 83/129/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de invoer in de Lid-Staten van huiden van bepaalde zeehondenjongen en daarvan vervaardigde produkten (PbEG 1983, L 91), voor handelsdoeleinden binnen Nederland te brengen.

Artikel 3.15, vijfde lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R046000

Eenieder

Het is verboden te handelen in strijd met de bij een vergunning of ontheffing gestelde voorschriften.

Artikel 5.3, vierde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R046100

Eenieder

Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften van een krachtens artikel 3.18, eerste of vierde lid door gedeputeerde staten gegeven opdracht.

Artikel 5.3, vijfde lid, Wet natuurbescherming

Artikel 5.3, vierde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R047000

Eenieder

Degene die een levend gefokt dier of een levende gekweekte plant onder zich heeft, houdt een administratie bij met betrekking tot dat dier of die plant behorend tot de soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Artikel 3.27, eerste lid, onderdeel a, Besluit natuurbescherming

C

(risico op) gevaar voor aantasting biodiversiteit

*SW

*Nalevingshulp

*PV

*RvB

*Nalevingshulp

8R047100

Eenieder

Degene die een levend gefokt dier of een levende gekweekte plant onder zich heeft, houdt een administratie bij met betrekking tot dat dier of die plant behorend tot de soorten, genoemd in bijlage A bij de CITES-basisverordening, met uitzondering van de in bijlage X bij de CITES-uitvoeringsverordening genoemde diersoorten en de hybriden daarvan.

Artikel 3.27, eerste lid, onderdeel b, Besluit natuurbescherming

C

(risico op) gevaar voor aantasting biodiversiteit

*SW

*Nalevingshulp

*PV

*RvB

*Nalevingshulp

8R047200

Eenieder

Degene die een levend gefokt dier of een levende gekweekte plant onder zich heeft, houdt een administratie bij met betrekking tot dat dier of die plant behorend tot de diersoorten, genoemd in bijlage B bij de CITES-basisverordening, met uitzondering van gefokte vogels, die van een gesloten pootring zijn voorzien, en de soorten, genoemd in bijlage 2 bij dit besluit.

Artikel 3.27, eerste lid, onderdeel c, Besluit natuurbescherming

C

(risico op) gevaar voor aantasting biodiversiteit

*SW

*Nalevingshulp

*PV

*RvB

*Nalevingshulp

8R047300

Eenieder

Degene die een levend gefokt dier of een levende gekweekte plant onder zich heeft, houdt een administratie bij met betrekking tot dat dier of die plant behorend tot de kunstmatig gekweekte hybriden van niet van een annotatie voorziene soorten genoemd in bijlage A bij de CITES-basisverordening, voor zover voor die soorten een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 17 van de CITES-uitvoeringsverordening is afgegeven.

Artikel 3.27, eerste lid, onderdeel d, Besluit natuurbescherming

C

(risico op) gevaar voor aantasting biodiversiteit

*SW

*Nalevingshulp

*PV

*RvB

*Nalevingshulp

8R048000

Eenieder

Een ieder die een vogel van een soort als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn of genoemd in bijlage A bij de CITES-basisverordening fokt, voorziet de vogel van een gesloten pootring.

Artikel 3.28, eerste lid, Besluit natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R049000

Marktdeelnemer

Het in de interne markt brengen van illegaal gewonnen hout of producten van dergelijk hout is verboden.

Artikel 4, eerste lid, Verordening (EU) Nr. 995/2010

Artikel 4.1, eerste lid, onderdeel b, Regeling natuurbescherming

Artikel 4.8, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R050000

Marktdeelnemer

De marktdeelnemers betrachten zorgvuldigheid wanneer zij hout of houtproducten op de markt brengen. Daartoe passen zij een geheel van procedures en maatregelen toe, hierna „stelsel van zorgvuldigheidseisen” genoemd: maatregelen en procedures om toegang te bieden tot de informatie over de partij hout en houtproducten van de marktdeelnemer die op de markt worden gebracht.

Artikel 4 in samenhang met Artikel 6, eerste lid, onderdeel a, Verordening (EU) Nr. 995/2010

Artikel 4.1, eerste lid, onderdeel b, Regeling natuurbescherming

Artikel 4.8, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R051000

Marktdeelnemer

De marktdeelnemers betrachten zorgvuldigheid wanneer zij hout of houtproducten op de markt brengen. Daartoe passen zij een geheel van procedures en maatregelen toe, hierna „stelsel van zorgvuldigheidseisen” genoemd: risicobeoordelingsprocedures die de marktdeelnemer in staat stellen om het risico dat illegaal gekapt hout of houtproducten van dergelijk hout op de markt worden gebracht, te analyseren en in te schatten.

Artikel 4 in samenhang met Artikel 6, eerste lid, onderdeel b, Verordening (EU) Nr. 995/2010

Artikel 4.1, eerste lid, onderdeel b, Regeling natuurbescherming

Artikel 4.8, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R052000

Marktdeelnemer

De marktdeelnemers betrachten zorgvuldigheid wanneer zij hout of houtproducten op de markt brengen. Daartoe passen zij een geheel van procedures en maatregelen toe, hierna „stelsel van zorgvuldigheidseisen” genoemd: behalve wanneer het onderkende risico verwaarloosbaar is, risicobeperkingsprocedures welke bestaan in een geheel van maatregelen en procedures die in verhouding staan tot dat risico en die toereikend zijn om het effectief te minimaliseren, in voorkomend geval door het verlangen van bijkomende informatie of bescheiden en/of door het verlangen van controles door derden.

Artikel 4 in samenhang met Artikel 6, eerste lid, onderdeel c, Verordening (EU) Nr. 995/2010

Artikel 4.1, eerste lid, onderdeel b, Regeling natuurbescherming

Artikel 4.8, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R053000

Marktdeelnemer

Iedere marktdeelnemer handhaaft en evalueert op gezette tijden het zorgvuldigheidsstelsel dat hij gebruikt, behalve wanneer de marktdeelnemer gebruik maakt van een zorgvuldigheidsstelsel dat is ingevoerd door een erkende toezichthoudende organisatie.

Artikel 4, derde lid, Verordening (EU) Nr. 995/2010

Artikel 4.1, eerste lid, onderdeel b, Regeling natuurbescherming

Artikel 4.8, eerste lid, Wet natuurbescherming

C

(risico op) gevaar voor aantasting biodiversiteit

*SW

*Nalevingshulp

*PV

*corrigerende interventie

*Nalevingshulp

8R054000

Handelaar

De handelaren moeten in elk stadium van de distributieketen kunnen aangeven:

a) welke marktdeelnemers of interne handelaren het hout en de houtproducten hebben geleverd; alsmede,

b) indien van toepassing, aan welke handelaren zij het hout en de houtproducten hebben geleverd.

En de handelaren bewaren deze gegevens gedurende ten minste vijf jaar en doen die gegevens toekomen aan de bevoegde autoriteiten op verzoek daarvan.

Artikel 5, Verordening (EU) Nr. 995/2010

Artikel 4.1, eerste lid, onderdeel b, Regeling natuurbescherming

Artikel 4.8, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R055000

Marktdeelnemer

Het is verboden in strijd te handelen met een besluit van Onze Minister betreffende maatregelen ten aanzien van hout of houtproducten die in strijd met de bepalingen van de Wet natuurbescherming op de markt zijn gebracht.

Artikel 10, vijfde lid, Verordening (EU) Nr. 995/2010

Artikel 7.5 vierde lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R056000

Importeur

Invoer in de Gemeenschap van houtproducten die uit partnerlanden worden uitgevoerd is verboden tenzij de lading voorzien is van een FLEGT-vergunning.

Artikel 4, eerste lid, Verordening (EU) Nr. 2173/2005

Artikel 4.1, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, Regeling natuurbescherming

Artikel 4.8, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R057000

Eenieder

De voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten mogen niet opzettelijk:

a) op het grondgebied van de Unie worden binnengebracht, ook niet door middel van doorvoer onder douanetoezicht.

Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van Verordening (EU) Nr. 1143/2014

Artikel 3.29, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting Europeese biodiversiteit

*PV

*BSBM

*RvB

*PV

*RvB

8R058000

Eenieder

De voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten mogen niet opzettelijk:

b) worden gehouden, ook niet in een gesloten omgeving.

Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel b van Verordening (EU) Nr. 1143/2014

Artikel 3.29, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting Europeese biodiversiteit

*PV

*BSBM

*RvB

*PV

*RvB

8R059000

Eenieder

De voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten mogen niet opzettelijk:

c) worden gekweekt, ook niet in een gesloten omgeving.

Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel c van Verordening (EU) Nr. 1143/2014

Artikel 3.29, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting Europeese biodiversiteit

*PV

*BSBM

*RvB

*PV

*RvB

8R060000

Eenieder

De voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten mogen niet opzettelijk:

d)naar, uit of binnen de Unie worden vervoerd, behalve om in het kader van uitroeiing naar voorzieningen te worden vervoerd.

Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel d van Verordening (EU) Nr. 1143/2014

Artikel 3.29, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting Europeese biodiversiteit

*PV

*BSBM

*RvB

*PV

*RvB

8R061000

Eenieder

De voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten mogen niet opzettelijk:

e) in de handel worden gebracht.

Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel e van Verordening (EU) Nr. 1143/2014

Artikel 3.29, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting Europeese biodiversiteit

*PV

*BSBM

*RvB

*PV

*RvB

8R062000

Eenieder

De voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten mogen niet opzettelijk:

f) worden gebruikt of uitgewisseld.

Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel f van Verordening (EU) Nr. 1143/2014

Artikel 3.29, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting Europeese biodiversiteit

*PV

*BSBM

*RvB

*PV

*RvB

8R063000

Eenieder

De voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten mogen niet opzettelijk:

g) worden toegestaan zich voort te planten, te worden gekweekt of geteeld, ook niet in een gesloten omgeving.

Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel g van Verordening (EU) Nr. 1143/2014

Artikel 3.29, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting Europeese biodiversiteit

*PV

*BSBM

*RvB

*PV

*RvB

8R064000

Eenieder

De voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten mogen niet opzettelijk:

h) worden vrijgelaten in het milieu.

Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel h van Verordening (EU) Nr. 1143/2014

Artikel 3.29, Regeling natuurbescherming

Artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting Europeese biodiversiteit

*PV

*BSBM

*RvB

*PV

*RvB

8R065000

Eenieder

Het is verboden om te handelen in strijd met de bij ministeriële regeling aangewezen onmiddelijke noodmaatregelen, zoals bedoeld in artikel 7, lid 1, Vo 1143/2014.

Artikel 10, eerste lid, Verordening (EU) Nr. 1143/2014

Artikel 3.31, Besluit natuurbescherming

Artikel 3.38, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting Europeese biodiversiteit

*PV

*RvB

*PV

*RvB

8R066000

Eenieder

Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten.

Artikel 4.2, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting bosareaal

*BSBM

*RvB

*RvB

8R067000

Eenieder

Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand.

Artikel 4.3, eerste lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting bosareaal

*BSBM

*RvB

*RvB

8R068000

Eenieder

De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.

Artikel 4.3, tweede lid, Wet natuurbescherming

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting bosareaal

*BSBM

*RvB

*RvB

8R069000

Eenieder

Gebruikers nemen de passende zorgvuldigheid in acht om zich ervan te vergewissen dat de toegang tot genetische rijkdommen en de traditionele kennis met betrekking tot genetische rijkdommen waarvan zij gebruikmaken, is verkregen overeenkomstig de toepasselijke wetgeving of regelgevingseisen inzake toegang en verdeling van voordelen.

Artikel 4, eerste en derde lid, Verordening (EU) Nr. 511/2014

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

bewust en/of niet herstelbaar

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R069100

Eenieder

Gebruikers nemen de passende zorgvuldigheid in acht om zich ervan te vergewissen dat de toegang tot genetische rijkdommen en de traditionele kennis met betrekking tot genetische rijkdommen waarvan zij gebruikmaken, is verkregen overeenkomstig de toepasselijke wetgeving of regelgevingseisen inzake toegang en verdeling van voordelen.

Artikel 4, eerste en derde lid, Verordening (EU) Nr. 511/2014

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

onbewust en herstelbaar

C

(risico op) gevaar voor aantasting biodiversiteit

*SW

*Nalevingshulp

*PV

*corrigerende interventie

*Nalevingshulp

8R070000

Eenieder

Gebruikers nemen de passende zorgvuldigheid in acht om zich ervan te vergewissen dat de voordelen eerlijk en billijk worden verdeeld conform onderlinge overeengekomen voorwaarden, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving of regelgevingseisen.

Artikel 4, eerste en tweede lid, Verordening (EU) Nr. 511/2014

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R072000

Eenieder

Indien de informatie waarover zij beschikken ontoereikend is, of er onzekerheid blijft over de wettigheid van de toegang en het gebruik, verkrijgen gebruikers een toegangsvergunning of gelijkwaardig document, en stellen zij onderling overeengekomen voorwaarden vast, dan wel beëindigen zij het gebruik.

Artikel 4, vijfde lid, Verordening (EU) Nr. 511/2014

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R073000

Eenieder

Gebruikers bewaren de informatie met betrekking tot toegang en verdeling van voordelen twintig jaar na het einde van de gebruiksperiode.

Artikel 4, zesde lid, Verordening (EU) Nr. 511/2014

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R075000

Eenieder

Ontvangers van middelen voor onderzoek dat betrekking heeft op het gebruik van genetische rijkdommen en traditionele kennis in verband met genetische rijkdommen verstrekken op verzoek van de Lid-Staten of de Commissie een verklaring dat zij overeenkomstig artikel 4 Vo EU Nr. 511/2014 de passende zorgvuldigheid in acht zullen nemen.

Artikel 5, eerste, tweede en derde lid, Verordening (EU) Nr. 2015/1866

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R076000

Eenieder

In het eindstadium van de ontwikkeling van een product dat is ontwikkeld via het gebruik van genetische rijkdommen of traditionele kennis met betrekking tot deze rijkdommen, verklaren gebruikers aan de bevoegde instanties dat zij aan de verplichtingen van gebruikers voldoen en leggen zij tezelfdertijd de informatie voor zoals beschreven in artikel 4 lid 3 Vo EU Nr. 511/2014.

Artikel 7, tweede lid, Verordening (EU) Nr. 511/2014

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie

8R077000

Eenieder

Verenigingen van gebruikers of andere belanghebbende partijen stellen de Commissie in kennis van elke wijziging of actualisering van een beste praktijk waarvoor hun erkenning is verleend.

Artikel 8, derde lid, Verordening (EU) Nr. 511/2014

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

C

(risico op) gevaar voor aantasting biodiversiteit

*SW

*Nalevingshulp

*PV

*corrigerende interventie

*Nalevingshulp

8R078000

Eenieder

Na de opneming van een collectie of een deel daarvan in het register stelt de collectiehouder de bevoegde instantie in kennis van elke significante verandering die gevolgen heeft voor de capaciteit van de collectie om aan de criteria van artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) Nr. 511/2014 te voldoen, en van elke wijziging van de informatie die eerder op basis van deel A van bijlage I bij Verordening (EU) Nr. 2015/1866 werd verstrekt.

Artikel 3, eerste lid, tweede volzin, Verordening (EU) Nr. 2015/1866

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

C

(risico op) gevaar voor aantasting biodiversiteit

*SW

*Nalevingshulp

*PV

*corrigerende interventie

*Nalevingshulp

8R079000

Eenieder

De collectiehouder van een geregistreerde collectie en zijn personeel verstrekken de nodige bijstand om de verificatie (of men aan de verplichtingen voor een geregistreerde collectie voldoet) te vergemakkelijken.

Artikel 4, vierde lid, Verordening EU Nr. 2015/1866

Artikel 1, Regeling uitvoeringsbepalingen Wet implementatie Nagoya Protocol

Artikel 2, eerste lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*PV

8R080000

Eenieder

Het is verboden te handelen in strijd met de door Onze Minister bij besluit opgelegde onmiddellijke tijdelijke maatregelen ten aanzien van gebruikers die handelen in strijd met bepaalde bij of krachtens de Wet implementatie Nagoya Protocol.

Artikel 6, vierde lid, Wet implementatie Nagoya Protocol

B

(risico op) ernstig gevaar voor aantasting biodiversiteit

*PV

*corrigerende interventie

*PV

*corrigerende interventie


X Noot
1

Hoewel een rapport van bevindingen op zichzelf geen interventie vormt wordt deze afkorting in de bijlage genoemd in die gevallen waarin RVO.nl bevoegd is om te handhaven. Het rapport van bevindingen van de NVWA vormt de grondslag voor interventies van RVO.nl op grond van haar eigen beleid.

Naar boven