TOELICHTING
I. Algemeen deel
Inleiding
Deze regeling vloeit voort uit artikel 7.15a, zesde lid, van de Wet op het hoger onderwijs
en wetenschappelijk onderzoek. Dit artikel schrijft voor dat instellingen gegevens
dienen aan te leveren aan een door de minister aangewezen rechtspersoon. Deze gegevens
worden door de aangewezen rechtspersoon gebruikt voor het doen van onderzoek naar
studenttevredenheid- en betrokkenheid in het hoger onderwijs, zoals dit gebeurt met
de uitvoering van de Nationale Studentenenquête (NSE). Naast het doen van onderzoek
naar studenttevredenheid en -betrokkenheid, schrijft artikel 7.15 voor dat de aangewezen
rechtspersoon verantwoordelijk is voor het breder verzamelen en verspreiden van studiekeuze-informatie.
Artikel 7.15a en deze regeling beogen tezamen een heldere juridische basis te bieden
voor de gegevensverwerking omtrent de NSE. Verschillende interpretaties van de Algemene
Verordening Gegevensbescherming (AVG) zorgden er in het verleden voor dat een aantal
hogeronderwijsinstellingen zich genoodzaakt zagen af te zien van deelname aan de NSE
2018-2019. Hierdoor stond het voortbestaan van de landelijke studenttevredenheidsenquête
onder druk. Met artikel 7.15a en deze regeling kan de AVG niet langer meer een bezwaar
vormen voor het aanlevering van de gegevens die nodig zijn voor een betrouwbaar en
valide landelijk studenttevredenheidsonderzoek.
Hooflijnen van de regeling
Deze regeling ziet toe op de nadere uitwerking van de gegevens die instellingen dienen
aan te leveren aan de door de minister aangewezen rechtspersoon. Voor bekostigde instellingen,
bedoeld in artikel 1.8., eerste lid, geldt dat zij verplicht zijn deze gegevens aan
te leveren. Voor het bestuur van overige rechtspersonen in het hoger onderwijs geldt
dat zij zelf mogen beslissen of dat zij deze gegevens aanleveren. In de regeling is
ruimte gelaten voor de aangewezen rechtspersoon om te bepalen hoe en wanneer de gegevens
aangeleverd dienen te worden. Dit dient zij ruim van te voren aan te kondigen, zodat
instellingen tijdig weten wat er van hen verwacht wordt en hier de benodigde voorbereidingen
voor kunnen treffen. Voor de NSE van 2020–2021 hebben instellingen in januari 2020
de GUO (Gegevensuitwisselingsovereenkomst) ontvangen ter ondertekening, waarin de
onderlinge afspraken over de gegevensaanlevering en -uitwisseling beschreven staan.
De rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 7.15a, lid 1, heeft afspraken met de studentenbonden
en instellingen gemaakt over wat wel en wat niet op betrouwbare wijze meegenomen kan
worden in de NSE 2020–2021. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk heeft geadviseerd
om te overwegen de NSE tweejaarlijks te houden, omwille van de regeldruk voor instellingen.
De aangewezen rechtspersoon zal gevraagd worden om de voor- en nadelen hiervan inzichtelijk
te maken en in overleg met het onderwijsveld te komen tot een zorgvuldige afweging
hiervan.
De regeling heeft betrekking op de gegevens die instellingen dienen aan te leveren
aan een aangewezen rechtspersoon, die nodig zijn voor een betrouwbaar en valide studenttevredenheidsonderzoek.
Daarnaast is op wens van instellingen het gegeven ‘leerroute en track’ opgenomen.
Dit biedt de mogelijkheid voor de aangewezen rechtspersoon om de respons van de student
samen met de informatie over leerroute en track aan de instelling terug te leveren.
Hierdoor kunnen zij de resultaten nog beter kunnen gebruiken voor het verbeteren van
hun onderwijs. De instelling dient zelf aan te geven of dat deze hier behoefte aan
heeft. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat de resultaten uit de enquêtes anoniem
worden teruggekoppeld aan de desbetreffende instellingen, tenzij de student in de
enquête toestemming geeft om zijn of haar antwoorden tot persoon herleidbaar aan de
instelling terug te koppelen. Voor die studenten die hier geen toestemming geven leveren,
zal de respons beveiligd worden. Deze beveiliging heeft effect op de hoeveelheid en
het niveau van gegevens die instellingen terug geleverd krijgen uit de NSE. Voor studenten
die de NSE anoniem invullen kan het dus zijn dat het (omwille van de privacy beveiliging)
niet mogelijk is de data inclusief alle opleidingsvarianten, leerroutes en tracks
terug te koppelen, of dat er bepaalde data in de terugkoppeling hierdoor verloren
gaat.
Voorafgaand aan deze regeling is een Gegevensbeschermingseffectbeoordeling (PIA) gemaakt
om de risico’s omtrent privacy inzichtelijk te maken en zoveel mogelijk weg te nemen.
Tevens is met de PIA inzichtelijk gemaakt hoe deze regeling voldoet aan eisen die
voortvloeien uit de AVG omtrent dataminimalisatie en doelbinding van de gegevens.
De PIA is voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens
heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op de inhoud van deze regeling.
Financiële gevolgen
Deze regeling kent geen financiële gevolgen.
Uitvoering en administratieve lasten
De uitvoeringslast voor het verstrekken van de gegevens zal ten laste komen van de
hogeronderwijsinstelling. De gegevens zijn in de meeste gevallen reeds geregistreerd
bij de instelling. De bekostigde instelling dient deze gegevens te verzamelen in één
overzicht, te controleren en te verstrekken in de daarvoor bedoelde formats. Daarnaast
wordt er per instelling een leveringsovereenkomst gesloten, waarin ook afspraken worden
gemaakt over de terug levering van gegevens. De regeldrukkosten omtrent de gegevenslevering
voor instellingen zijn daarmee beraamd op circa € 33.600 euro.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt op 1 april 2020 in werking. Hierdoor treedt deze regeling op
het zelfde moment in werking als het wetsvoorstel waarmee de grondslag voor deze regeling
wordt gecreëerd.
II. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2
Artikel 2, eerste lid, geeft een opsomming van de gegevens die het instellingsbestuur
dient te verstrekken aan de rechtspersoon, bedoeld in artikel 7.15a, eerste lid, van
de wet, ten behoeve van de enquêtes onder studenten, bedoeld in artikel 7.15a, tweede
lid, van de wet. Het instellingsbestuur levert de opgesomde gegevens van de aan de
instelling ingeschreven studenten aan de rechtspersoon. In het tweede lid is bepaald
dat de rechtspersoon bepaalt op welk moment en op welke wijze het instellingsbestuur
de opgesomde gegevens dient te verstrekken. De rechtspersoon kan bijvoorbeeld bepalen
of het instellingsbestuur deze gegevens jaarlijks of tweejaarlijks dient te verstrekken.
Artikel 3
De regeling treedt in werking op 1 april 2020, zodat deze regeling op hetzelfde moment
in werking treedt als het wetsvoorstel waarmee de grondslag voor deze regeling wordt
gecreëerd. In het wetsvoorstel is bepaald dat hetgeen dat wordt geregeld in de onderhavige
regeling op termijn geregeld wordt bij algemene maatregel van bestuur. Op het moment
dat de grondslag voor deze algemene maatregel van bestuur in werking treedt, komt
deze regeling te vervallen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
I.K. van Engelshoven