Nr. 202004152640771/ Oudegracht en Verdronkenoord

Logo Alkmaar

 

Besluit tot het vaststellen van een verkeersmaatregel voor de Oudegracht en het Verdronkenoord

 

De Unitmanager Ruimte, vakgroep verkeer en vervoer;

 

Overwegende:

 

dat het college bij besluit van 13 augustus 1974 éénrichtingsverkeer heeft ingesteld op de Oudegracht, en wel op de volgende wijze:

a. de Oudegracht-zuidzijde, gelegen tussen de Baangracht en de Korte Vondelstraat, in de richting van oost naar west;

b. de Oudegracht-noordzijde, gelegen tussen de Hofstraat en de Keetgracht, in de richting van west naar oost;

 

dat het college bij besluit van 16 september 1975 éénrichtingsverkeer heeft ingesteld op de Verdronkenoord, en wel op de volgende wijze:

a. de noordelijke rijbaan van het Verdronkenoord in de richting van west naar oost;

b. de zuidelijke rijbaan van het Verdronkenoord in de richting van oost naar west.

 

dat dit éénrichtingsregime kenbaar is gemaakt door het plaatsen van verkeersborden conform model C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 (Eénrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee);

 

dat er bij bovengenoemde besluiten geen uitzondering is gemaakt voor fietsers en/of bromfietsers;

 

dat het uitzonderen van (brom-)fietsers landelijk gezien een gangbare uitzondering is;

 

dat het soort en de hoeveelheid verkeersdeelnemers in 1974 en 1975 niet meer te vergelijken valt met de huidige situatie, waardoor heroverweging van de maatregel noodzakelijk is;

 

dat deze uitzondering wordt ingegeven door het feit dat (brom-)fietsers doorgaans geen ruimtelijke beperking ervaren bij het rijden over een éénrichtingsweg, al dan niet in tegengestelde richting;

 

dat op andere locaties in de binnenstad van Alkmaar fietsers en/of bromfietsers om die reden wel worden uitgezonderd van éénrichtingswegen;

 

dat vanwege de eenduidigheid en uniformiteit van het verkeersregime het van belang is om op de Oudegracht en het Verdronkenoord éénrichtingsverkeer uitgezonderd (brom-)fietsers in te stellen en dat de wegbreedte hier ook aanleiding toe geeft;

 

dat het uitzonderen van zowel fietsers als bromfietsers bij een éénrichtingsregime voor zowel weggebruikers, bewoners als handhaving de meest duidelijke en werkbare situatie oplevert;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer, overleg is gepleegd met de, namens de korpschef van de Nationale politie, gemandateerde Verkeersadviseur van de Eenheid Noord-Holland;

 

dat deze een positief advies gaf op deze maatregel;

 

dat bedoelde wegen gelegen zijn binnen de gemeentegrens van Alkmaar en bij deze gemeente in beheer en onderhoud is;

 

gelet op de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders tot het plaatsen en verwijderen van verkeerstekens krachtens een verkeersbesluit, zoals omschreven in de Wegenverkeerswet 1994, het besluit van burgemeester en wethouders d.d. 5 januari 2015 waarbij het deze bevoegdheid heeft gemandateerd aan de unitmanager Ruimte;

 

b e s l u i t namens burgemeester en wethouders van Alkmaar:

 

Het éénrichtingsverkeer in de besluiten van 13 augustus 1974 over de Oudegracht en 16 september 1975 over de Verdronkenoord als volgt te wijzigen:

I. de Oudegracht-zuidzijde, gelegen tussen de Baangracht en de Korte Vondelstraat, in de richting van oost naar west;

II. de Verdronkenoord- zuidzijde in de richting van oost naar west;

III. uit te zonderen voor (brom-)fietsverkeer, door het plaatsen van onderborden OB54 onder de bestaande verkeersborden C2 zoals opgenomen in bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990.

 

Een en ander zoals aangegeven op de bijgevoegde situatie tekening.

 

 

 

Alkmaar, 15 april 2020

Unitmanager Ruimte,

Vakgroep Verkeer,

M.Y. Roecoert-Kingma

Het verkeersbesluit is voor een ieder in te zien via www.officielebekendmakingen.nl/staatscourant

 

Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit binnen zes weken na de datum van publicatie een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders, Postbus 53, 1800 BC ALKMAAR.

Als u op de uitspraak in bezwaar niet kunt wachten en snel een voorlopige maatregel nodig is, kunt u de rechter daar om verzoeken. Dat verzoek moet u richten tot de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar, sector bestuursrecht, Postbus 251, 1800 BG ALKMAAR. Dit kan alleen als u het bezwaarschrift al bij het college van burgemeester en wethouders hebt ingediend. Met uw verzoek aan de voorzieningenrechter van de rechtbank moet u een kopie van uw bezwaarschrift meesturen. Als u van deze mogelijkheid gebruik maakt, wordt u griffierecht berekend.

Naar boven