Verkeersbesluit voorrangskruispunt Koudenhorn Haarlem

Logo Haarlem

Nr. 2020/283793

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat de Koudenhorn gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Koudenhorn in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Koudenhorn een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;

dat de wegencategorisering van de gemeente Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);

dat deze wegencategorisering aansluit op de categorisering zoals is opgenomen in het landelijke programma Duurzaam Veilig;

dat de Koudenhorn is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg (50 km/u) en daardoor een verkeersfunctie heeft;

dat de Koudenhorn, Hooimarkt en Spaarne aangemerkt zijn als doorgaande wegen met voorrang op zijwegen;

dat op de kruising van deze weg met de toegangsweg naar het toegangshek van het politiebureau geen voorrangsregeling is ingesteld;

dat verwarring kan ontstaan over de geldende voorrangsregels, aangezien geen sprake is van een herkenbare uitritconstructie;

dat om de herkenbaarheid en veiligheid te verhogen op de uitweg van politiebureau op de Koudenhorn een voorrangsregeling wordt ingesteld waarbij bestuurders vanuit de uitweg voorrang moet verlenen aan bestuurders die zich bevinden op de Koudenhorn;

dat deze verkeersmaatregel gerealiseerd kan worden door het plaatsen van verkeerborden B1 en B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 en het plaatsen van haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van de verkeersborden B1 en B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 en het plaatsen van haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor genoemde verkeersmaatregelen strekken tot het verzekeren van de veiligheid op de weg;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding is bij het uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen;

dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer als minder zwaarwegend wordt geacht dan het verzekeren van de veiligheid op de weg;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregel.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

- door middel van het plaatsen van het verkeersborden B1 en B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 inclusief bijbehorende markering in de vorm van haaientanden een voorrangssituatie in te stellen waarbij bestuurders die zich bevinden op de aansluiting van het politiebureau voorrang moeten verlenen aan bestuurders die zich bevinden op de weg Koudenhorn.

Situatieschets:

Aldus vastgesteld te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Sylvia van Egmond

Hoofd afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in de Staatscourant. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in de Staatscourant bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven