Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RijkswaterstaatStaatscourant 2020, 20892Onteigeningen

Besluit van 17 februari 2020, nr. 2020000355 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Westerkwartier krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (aanvulling op een eerdere onteigening voor het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden, met bijkomende werken in de gemeente Westerkwartier).

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Ingevolge artikel 72a, eerste lid, van de onteigeningswet kan onteigening van onroerende zaken plaatsvinden onder meer voor aanleg en verbetering van wegen, bruggen, spoorwegwerken en kanalen, alsmede daarop rustende zakelijke rechten. Daaronder wordt mede begrepen werken ter uitvoering van een tracébesluit als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet.

Het verzoek tot aanwijzing ter onteigening

ProRail B.V. (hierna: verzoeker) heeft Ons bij brief van 15 augustus 2019, kenmerk Z002-002059, aanvullend aan haar verzoek van 4 januari 2019, kenmerk Z002-002059, verzocht, om ten name van ProRail B.V. over te gaan tot het aanwijzen ter onteigening van een onroerende zaak in de gemeente Westerkwartier. De onteigening wordt verzocht om het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden, gedeelte tussen km 70.850 en km 71.100 mogelijk te maken, dat onder meer voorziet in spoorverdubbeling en de aanpassing van de huidige overweg aan de Hogeweg, met bijkomende werken, in de gemeente Westerkwartier.

Planologische grondslag

De onroerende zaak waarop het verzoek betrekking heeft, ligt in de gemeente Westerkwartier. De grondslag voor de planologische uitvoerbaarheid van het werk waarin de ter onteigening aan te wijzen onroerende zaak is gelegen wordt gevormd door het Tracébesluit Extra Sneltrein Groningen – Leeuwarden (ESGL) dat op 16 november 2017 door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat is vastgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het tracébesluit bij uitspraak van 27 november 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4017) vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het tracébesluit in stand kunnen blijven. Daarmee is het tracébesluit onherroepelijk.

Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure

Overeenkomstig artikel 63, tweede lid, van de onteigeningswet en artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) hebben het ontwerp koninklijk besluit en de in artikel 63 van de onteigeningswet bedoelde stukken vanaf 2 oktober 2019 tot en met 12 november 2019 in de gemeente Westerkwartier en bij Rijkswaterstaat Corporate Dienst te Utrecht ter inzage gelegen.

Overeenkomstig artikel 3:12 van de Awb heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (de Staatssecretaris) van het ontwerp koninklijk besluit en van de terinzagelegging van de onteigeningsstukken openbaar kennis gegeven in De Streekkrant en De Kranten en in de Staatscourant van 1 oktober 2019, nr. 53119.

Verder heeft de Staatssecretaris, thans Minister van Infrastructuur en Waterstaat, het ontwerp koninklijk besluit overeenkomstig artikel 3:13 van de Awb, voorafgaand aan de terinzagelegging toegezonden aan belanghebbenden, waaronder de verzoeker. Daarbij zijn de belanghebbenden gewezen op de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren te brengen en op de mogelijkheid over de zienswijzen te worden gehoord.

Overwegingen

Noodzaak en urgentie

De huidige spoorcapaciteit tussen Groningen en Leeuwarden is onvoldoende om de totale reizigersstroom afdoende af te wikkelen. Doordat er slechts één spoor is tussen Zuidhorn en Hoogkerk, kunnen treinen elkaar niet passeren en moeten zij op elkaar wachten. Dat leidt tot een lagere betrouwbaarheid van de dienstregeling, vertragingen en korte overstaptijden of gemiste aansluitingen. Deze problemen zullen in de toekomst alleen maar groter worden, omdat de verwachting is dat het aantal treinreizigers de komende jaren zal toenemen. Om deze problemen op te lossen en de verwachte toename van het aantal reizigers in goede banen te leiden, wordt uitvoering gegeven aan het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden.

Het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden bestaat uit de verdubbeling van het spoor tussen Zuidhorn en Hoogkerk, het opheffen en aanpassen van overwegen en de verlenging van perrons op alle stations tussen Leeuwarden en Groningen (behalve Groningen). Door de aanleg van het extra spoor zal de huidige en de te verwachten hoeveelheid reizigers op een betere manier kunnen worden afgewikkeld. Doordat treinen elkaar kunnen passeren, worden vertragingen die momenteel op het enkele spoor ontstaan, voorkomen. Verder wordt de spoorwegveiligheid en de verkeersveiligheid verbeterd, doordat overwegen worden opgeheven of doordat de inrichting van overwegen, waaronder de bestaande overweg aan de Hogeweg, wordt aangepast.

Het onderhavige onteigeningsverzoek heeft betrekking op het gedeelte van het project dat wordt gerealiseerd tussen km 70.850 en km 71.100 in de gemeente Westerkwartier.

Om het hierboven beschreven project (hierna: het project) mogelijk te kunnen maken, heeft ProRail ook op 4 januari 2019 een onteigeningsverzoek bij Ons ingediend bij de ten aanzien van het perceel kadastraal bekend gemeente Aduard, sectie E, nummer 624. Daarop is een woning gesitueerd.

De eigenaren van deze woning hebben in maart 2019 gesteld dat zij krachtens verjaring de eigendom hebben verkregen van een naastgelegen perceelsgedeelte waarvan verzoeker kadastraal eigenaar is. Het gaat meer specifiek om 82 m2 van het perceel kadastraal bekend gemeente Aduard, sectie E, nummer 830 (hierna: de strook grond). Verzoeker meende echter dat zij de eigendom van de strook grond niet had verloren. Om die reden heeft verzoeker bij dagvaarding (in kort geding) onder meer gevorderd dat de particulieren moesten worden veroordeeld om de strook grond ontruimd aan haar op te leveren. De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland heeft die vordering van verzoeker evenwel afgewezen. Haar voorlopig oordeel was dat het aannemelijk is dat de bodemrechter uiteindelijk zal oordelen dat de particulieren wel degelijk krachtens verjaring eigenaar zijn geworden van de strook grond.

De betwiste strook grond kan echter voor de realisatie van het project niet worden gemist en is onder meer benodigd is voor de aanleg van een talud. Aan de zuidzijde van het bestaande spoor wordt een tweede spoor aangelegd. Aansluitend op het nieuwe spoor wordt (achtereenvolgens) een berm, talud, berm en waterberging gerealiseerd.

Om de werken en werkzaamheden tijdig te kunnen realiseren wenst verzoeker derhalve de eigendom te verkrijgen, vrij van lasten en rechten, van de onroerende zaak die in het onteigeningsplan is begrepen.

Verzoeker heeft met de eigenaren overleg gevoerd om deze onroerende zaak minnelijk in eigendom te verkrijgen. Dit overleg heeft vooralsnog niet tot (volledige) overeenstemming geleid. Omdat het ten tijde van het verzoek naar het oordeel van de verzoeker niet aannemelijk was dat het overleg op afzienbare termijn tot vrijwillige eigendomsoverdracht zou leiden, heeft ProRail B.V. een verzoek ingediend tot aanwijzing ter onteigening van deze onroerende zaak, om de tijdige verwezenlijking van het plan van het werk zeker te stellen.

Uit de Ons bij het verzoek overgelegde zakelijke beschrijving blijkt dat de aanbesteding voor het grootste deel van de werkzaamheden voor het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden in oktober 2017 is afgerond. Deze werkzaamheden zijn thans in volle gang. Verzoeker zal in ieder geval beginnen met de werkzaamheden op de te onteigenen grond, zodra het onteigeningsvonnis is ingeschreven. Verzoeker sluit niet uit dat zij, gelet op de urgentie van het project, al eerder een kort geding zal starten om reeds eerder ter plaatse werkzaamheden te mogen verrichten. De afronding van de werkzaamheden wordt verwacht in 2022. Daarmee is aannemelijk dat zal worden voldaan aan de door Ons voor de aanvang van de werken en werkzaamheden gehanteerde termijn van ten hoogste vijf jaar na de datum van dit aanwijzingsbesluit.

Zienswijzen

Binnen de bedoelde termijn zijn geen zienswijzen naar voren gebracht.

Overige overwegingen

Uit de bij het verzoek overgelegde stukken blijkt, dat de in het onteigeningsplan begrepen onroerende zaak bij de uitvoering van het overgelegde plan van het werk niet kan worden gemist.

Ons is niet gebleken van feiten en omstandigheden die overigens de toewijzing van het verzoek in de weg staan. Het moet in het belang van een vlotte en veilige doorstroming van het spoorwegverkeer en de bevordering van het openbaar vervoer noodzakelijk worden geacht dat ProRail B.V. de vrije eigendom van de door Ons ter onteigening aan te wijzen onroerende zaak verkrijgt.

Wij zullen, gelet op het hierboven gestelde, het verzoek van ProRail B.V. tot het nemen van een besluit krachtens artikel 72a van de onteigeningswet toewijzen.

BESLISSING

Gelet op de onteigeningswet,

op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 03 december 2019, nr. RWS/2019-42188, Rijkswaterstaat Corporate Dienst;

gelezen het verzoek van ProRail B.V. bij brief van 15 augustus 2019, kenmerk Z002-002059;

de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 5 februari 2020, no. W17.19.0397/IV;

gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 februari 2020, nr. RWS-2020/4694, Rijkswaterstaat Corporate Dienst;

Hebben Wij goedgevonden en verstaan:

Voor de realisatie van het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden, gedeelte tussen km 70.850 en km 71.100, dat onder meer voorziet in spoorverdubbeling en de aanpassing van de huidige overweg aan de Hogeweg, met bijkomende werken, in de gemeente Westerkwartier, ten name van ProRail B.V. ter onteigening aan te wijzen de onroerende zaak in de gemeente Westerkwartier aangeduid op de grondtekening die ingevolge artikel 63 van de onteigeningswet in de gemeente Westerkwartier en bij Rijkswaterstaat Corporate Dienst te Utrecht ter inzage heeft gelegen en die is vermeld op de bij dit besluit behorende lijst.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Afdeling advisering van de Raad van State.

Den Haag, 17 februari 2020

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

LIJST VAN DE TE ONTEIGENEN ONROERENDE ZAKEN

ONTEIGENINGSPLAN: Extra Sneltrein Groningen – Leeuwarden

VERZOEKENDE INSTANTIE: ProRail B.V.

 

Kadastraal bekend als gemeente Aduard

Grondplan

nr.

Te onteigenen

grootte (m2)

Kadastrale grootte (m2)

Sectie

en nr.

Ten name van

1552

82

18.885

E 830

ProRail B.V., UTRECHT.