Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, van 29 maart 2020, nr. IENW/BSK-2020/53112, tot wijziging van de Tijdelijke subsidieregeling Milieu Centraal 2018-2021 in verband met het verhogen van het subsidieplafond

De Minister voor Milieu en Wonen,

Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Kaderwet subsidies I en M en artikel 8, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Artikel 4, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. Het subsidieplafond voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, bedraagt € 725.000 voor 2018, € 1.400.000 voor 2019 en € 1.600.000 voor elk van de kalenderjaren 2020 en 2021.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer

TOELICHTING

1. Verhoging subsidieplafond aanvullende activiteiten

Met deze wijziging van de Tijdelijke subsidieregeling Milieu Centraal 2018-2021 worden voor de jaren 2020 en 2021 de subsidieplafonds verhoogd voor een aantal aanvullende activiteiten van Milieu Centraal. In 2019 zijn de subsidieplafonds verhoogd naar aanleiding van ontwikkelingen rond circulaire economie (CE), (micro)plastics en duurzame mobiliteit. Deze ontwikkelingen hebben zich dit jaar doorgezet. Daarnaast wordt door Milieu Centraal nu ook voorlichting over internationaal spoorvervoer als alternatief voor vliegen in het programma opgenomen. Daardoor is het noodzakelijk het subsidieplafond voor de aanvullende activiteiten te verhogen.

Naar aanleiding hiervan is besloten om het subsidieplafond voor de aanvullende activiteiten voor de jaren 2020 en 2021 te verhogen met € 200.000 tot € 1.600.000 per jaar.

2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020. Hiermee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en de minimum invoeringstermijn voor ministeriële regelingen. Dit is echter gerechtvaardigd vanuit het belang om aanmerkelijke publieke nadelen te voorkomen, gelegen in het belang van de continuïteit van gevalideerde milieu-informatie om bij te dragen aan duurzaam consumentengedrag. De regeling werkt terug tot en met 1 januari 2020 omdat het verhoogde plafond voor het eerst voor het jaar 2020 van kracht wordt.

De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer

Naar boven