Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Justitie en VeiligheidStaatscourant 2020, 19421Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 27 maart 2020, nr. 2873791, tot wijziging van de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met het COVID-19-virus

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 142, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en artikel 17, derde lid, van de Wet op de economische delicten;

Besluit:

ARTIKEL I

De bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar wordt als volgt gewijzigd:

A

Domein I (Openbare ruimte) wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 28 vervalt ‘443,’.

2. Na onderdeel 28 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • 28a. Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, ook voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;

B

In domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur) wordt na onderdeel 16 een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • 16a. Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;

C

In domein IV (Openbaar vervoer) wordt na onderdeel 8 een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • 8a. Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 27 maart 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

TOELICHTING

Deze wijzigingsregeling verduidelijkt dat buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in domein I (openbare ruimte) ook bevoegd zijn tot opsporing van overtredingen van noodverordeningen die verband houden met het COVID-19-virus. Verder maakt deze regeling ook boa’s in de domeinen II (milieu, welzijn en infrastructuur, zoals boswachters) en IV (openbaar vervoer) daartoe bevoegd, omdat de via het noodrecht verboden gedragingen zich voordoen in het publieke domein.

Overtreding van noodverordeningen is strafbaar gesteld in artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Uit een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1997:ZC9561) volgt dat dat artikel niet alleen ziet op het niet voldoen aan noodverordeningen (artikel 176 Gemeentewet), maar ook op het niet-opzettelijk niet nakomen van een noodbevel (artikel 175 Gemeentewet). Het opzettelijk niet nakomen van een noodbevel valt als misdrijf onder artikel 184 Sr. Alle boa’s zijn bevoegd tot opsporing van het misdrijf van artikel 184 Sr, uiteraard voor zover noodzakelijk voor de uitoefening van de functie en taak van de betrokken boa.

Volgens aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving moet een ministeriële regeling in werking treden op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober, en moet de termijn tussen de publicatiedatum van de regeling en het tijdstip van inwerkingtreding minimaal twee maanden zijn. Uitzondering op die vaste verandermomenten of die minimuminvoeringstermijn is onder meer mogelijk voor zover het spoed- of reparatieregelgeving betreft. Die situatie is thans aan de orde met de verspreiding van het COVID-19-virus; vandaar de keuze voor inwerkingtreding op de dag na de publicatiedatum.

’s-Gravenhage, 27 maart 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus