Verkeersbesluit (brom-)fietspad langs de N496

Logo Zuid-Holland

PZH-2020-723260565 / DOS-2019-0009314

Inleiding

In 2014 is de eerste fase van het vrijliggende (brom-)fietspad langs de N496 aangelegd en eind 2015 is het laatste gedeelte van het nieuw te realiseren (brom-)fietspad opgeleverd en in gebruik genomen. Deze laatste schakel ontbrak in de vrijliggende fietsvoorziening langs de N496, waardoor (brom)fietsers tot die tijd gebruik moesten maken van de hoofdrijbaan en zich moesten mengen met het auto- en vrachtverkeer. Doordat de fietser niet meer op de hoofdrijbaan mag rijden, kan de maximum snelheid op het betreffende wegvak worden verhoogd naar 80 km/h. Voor de verkeersborden die geplaatst en weggehaald zijn, is de provincie Zuid-Holland verplicht om een verkeersbesluit te nemen.

Bevoegdheid

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben de bevoegdheid om op grond van artikel 18, eerste lid, sub b van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) verkeersbesluiten te nemen voor wegen die bij haar in beheer zijn. Krachtens het ambtelijk mandaatbesluit voor de provinciale organisatie 2020, het ondermandaatbesluit secretaris 2020 en het ondermandaatbesluit directeur Dienst Beheer Infrastructuur 2020, is deze bevoegdheid door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gemandateerd aan het hoofd van de eenheid Advies Beheer Assets.

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Krachtens artikel 15, eerste lid, van de WVW dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Daarnaast moet een verkeersbesluit worden genomen krachtens artikel 15, tweede lid, van de WVW voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.

Motivering

Uit het oogpunt van:

  • het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • het instandhouden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

  • het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade;

is het gewenst om een (brom-)fietspad en een nieuwe snelheidslimiet op de hoofdrijbaan in te stellen bij de N496 tussen de Rietdijk en de aansluiting met de N218.

Belangenafweging

De (brom-)fietser heeft na realisatie van de (brom-)fietspaden een verkeersveilige ruimte gekregen naast de hoofdrijbaan van de N496. Door de verplaatsing van de (brom-)fietser van de hoofdrijbaan naar een vrijliggend (brom-)fietspad, wordt de hoofdrijban enkel nog gebruikt door gemotoriseerd verkeer. De snelheid kan daardoor verhoogd worden van 60 km/h naar 80 km/h. De verhoging van de snelheid past binnen de uniformiteit van gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom.

Overleg

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW is er overleg gepleegd met de korpschef. Deze heeft ingestemd met de maatregelen.

Besluit

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, gelet op het voorgaande, besluiten voor het fietspad langs de N496 en de hoofdrijbaan van de N496 tussen het kruispunt met de Rietdijk en de aansluiting met de N218 in de gemeente Westvoorne het volgende:

  • 1.

    Alle eerder genomen verkeersbesluiten in te trekken die strijdig of gelijk zijn met de hieronder beschreven verkeersmaatregelen die betrekking hebben op het instellen c.q. aanwijzen van verkeersmaatregelen aan desbetreffende wegen of weggedeelten opgenomen in dit besluit;

  • 2.

    Het aanduiden van een (brom-)fietspad langs de N496 tussen het kruispunt met de Rietdijk in Rockanje en de aansluiting met de N218, door het plaatsen van het bord G12a (conform Bijlage 1 van het RVV 1990) bij de toegangen van het (brom-)fietspad;

  • 3.

    De voorrang te regelen op de kruispunten en oversteeklocaties van het (brom-)fietspad langs de N496 tussen het kruispunt met de Rietdijk in Rockanje en de aansluiting met de N218, waarbij het (brom-)fietspad uit de voorrang gezet wordt door het plaatsen van het bord B6 (conform Bijlage 1 van het RVV 1990) en het aanbrengen van haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 op de betreffende kruispunten en oversteeklocaties;

  • 4.

    Het verhogen van de maximum snelheid op hoofdrijbaan van de N496 tussen het kruispunt met de Rietdijk in Rockanje en de aansluiting met de N218 waar voorheen een limiet van 60 km/h is ingesteld, door het verwijderen van de borden A1 (conform Bijlage 1 van het RVV 1990), die langs de N496 tussen het kruispunt met de Rietdijk in Rockanje en de aansluiting met de N218 geplaatst zijn;

  • 5.

    Te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant;

  • 6.

    Dit besluit te publiceren in de Staatscourant.

Bezwaar en beroep

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij ons een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift moet binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit, onder vermelding van “Awb-Bezwaar” in de linkerbovenhoek van enveloppe en bezwaarschrift. Het bezwaar moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. het Awb-secretariaat, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

 

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en het volgende te bevatten:

  • naam en adres van de indiener;

  • dagtekening;

  • omschrijving van het besluit waar tegen het bezwaar is gericht;

  • gronden van het bezwaar.

 

Krachtens artikel 6:16 van de Awb schorst het bezwaar de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan – als tegen dit besluit bezwaar wordt gemaakt – ingevolge artikel 8:81 van de Awb bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag (bezoekadres: Prins Clauslaan 60 te Den Haag), een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend. Voor het verzoek zal griffierecht worden geheven.

Wij verzoeken u een kopie van dit verzoek om een voorlopige voorziening toe te zenden aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

Naar boven