Instelling tijdelijk gebied met beperkingen Port Defender, tevens ontheffing minimum VFR-vlieghoogte

2 maart 2020

Nr. MLA/020/2020

De Minister van Defensie,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelezen het verzoek van de commandant van de Maritime Special Operations Force (MARSOF) van vrijdag 17 januari 2020;

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 9 en 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van een anti-terreuroefening wordt ter bescherming van burger- en militair luchtverkeer het tijdelijke gebied met beperkingen (TGB) Port Defender ingesteld, begrensd door de volgende coördinaten en hoogten:

    TGB Port Defender

    van 51°56'28"N 004°13'09"E naar 52°02'03"N 004°09'41"E, naar 52°15'12"N 003°33'16"E, naar 51°49'43"N 003°04'01"E, naar 51°38'41"N 003°36'14"E en terug naar 51°56'28"N 004°13'09"E, van zeeniveau tot 1100 voet AMSL (zie figuur).

  • 2. Het TGB Port Defender, genoemd in het eerste lid, wordt ingesteld van maandag 6 april 2020 12:00 uur lokale tijd tot en met woensdag 8 april 2020 20:00 uur lokale tijd.

    TGB Port Defender

    TGB Port Defender

Artikel 2

Voor het gebruik van het TGB Port Defender gelden de volgende regels:

  • a. het uitvoeren van andere dan bij de oefening betrokken vluchten in het TGB is niet toegestaan, met uitzondering van door tussenkomst van Amsterdam FIC vooraf gecoördineerde vluchten en gecoördineerde vluchten van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart en HEMS- en SAR-vluchten, na coördinatie met MARSOF;

  • b. de aan de oefening deelnemende gezagvoerders en gezagvoerders van vluchten als genoemd in onderdeel a dienen radiocontact te hebben met Amsterdam FIC voor het binnenvliegen van het TGB en dienen te voldoen aan de voorwaarden, gesteld door de genoemde LVL-instantie;

  • c. tijdens het vliegen binnen het TGB dienen de aan de oefening deelnemende gezagvoerders gebruik te maken van een SSR-transponder met mode S of modes A en C;

  • d. de daadwerkelijke activering en de-activering van het TGB zal door MARSOF aan FIC Amsterdam worden gemeld; MARSOF blijft tijdens de uren dat het gebied actief is telefonisch bereikbaar voor FIC Amsterdam;

  • e. Natura 2000-gebieden worden vermeden.

Artikel 3

  • 1. Voor de delen binnen het TGB Port Defender die zich buiten één (1) nautische mijl van de Noordzeekustlijn bevinden, bedraagt de toegestane minimum VFR-vlieghoogte binnen de daglichtperiode 100 voet AMSL of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is. Buiten de daglichtperiode bedraagt de minimale VFR vlieghoogte voor helikopters 300 voet AMSL.

  • 2. Voor de delen binnen het TGB Port Defender die zich binnen één (1) nautische mijl van de Noordzeekustlijn bevinden, bedraagt de toegestane minimum VFR-vlieghoogte buiten de daglichtperiode voor helikopters 300 voet AMSL en voor de delen die zich boven land bevinden 300 voet boven de grond of het water of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is.

  • 3. Binnen het TGB Port Defender gelden, in aanvulling op de artikelen 7 en 10 juncto 12 van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters, voorts de volgende regels:

    • a. laagvliegen is alleen toegestaan voor de luchtvaartuigen die deelnemen aan de oefening;

    • b. het overvliegen van gebieden met aaneengesloten bebouwing, offshore installaties, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, en mensenverzamelingen wordt vermeden;

    • c. het overvliegen van bebouwing, met name ziekenhuizen en sanatoria, wordt zoveel mogelijk vermeden;

    • d. aanvliegroute en -hoogte, alsmede oefenlocaties zullen zodanig worden gekozen dat geluidshinder zoveel mogelijk wordt voorkomen;

    • e. de vrijstelling van de minimum VFR-vlieghoogte geldt alleen voor die delen van de vlucht die voor het doel van de vlucht noodzakelijk zijn.

Artikel 4

Handelen in strijd met artikel 2, onderdeel a, van deze beschikking is een strafbaar feit.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van maandag 6 april 2020 en vervalt met ingang van donderdag 9 april 2020.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, J.P. Apon, Commodore

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, DienstenCentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In week 15 van 2020 vindt een gezamenlijke oefening plaats van onder meer het Defensie Helikopter Commando en anti-terreureenheden. Tijdens deze oefening waarbij vliegende eenheden en grondeenheden zijn betrokken, staat de integratie en samenwerking van deze eenheden centraal. Om de oefening veilig te laten verlopen is het noodzakelijk dat het betrokken luchtruim tijdelijk wordt gesloten. Deze beschikking maakt dat mogelijk.

Binnen het tijdelijke gebied met beperkingen met uitzondering van de zone van één (1) nautische mijl uit de Noordzeekustlijn mag door de militaire luchtvaartuigen die deelnemen aan de oefening zo laag worden gevlogen als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is op grond van respectievelijk de artikelen 5 en 7 van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters en artikel 2 van de Vrijstellingsregeling Besluit luchtverkeer 2014.

Luchtvaartuigen in gebruik bij de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart en luchtvaartuigen ten behoeve van HEMS- en SAR-vluchten, alsmede beloodsingsvluchten en offshore vluchten mogen het tijdelijke gebied met beperkingen binnenvliegen na toestemming van het Amsterdam FIC.

Naar boven